Margaretha Cornelia Unger was geboren in 1893 te Rotterdam. Daar getogen en ze overleed in 1973 in Den Haag. Dochter van Clasina van Sijn en pakhuisknecht Johan Sigmund Unger. In juli 1919 ging ze met de ss Insulinde naar Indië. Vermoedelijk werd ze opgevangen door haar broer die daar eerder heen ging met vrouw en 2 kinderen, Tot ca 1932 was hij politieman te Java, oa op de politieschool. Had ze een vaste betrekking ? Ca 1927 moet ze gehuwd zijn met Robert Alfred Jahn, zoon van Francine Josephine Robijn en Anton Joseph Jahn , boekhandelaar, drukker en uitgever van Jahn’s advertentieblad wat ca 1922 werd omgezet in het Malangse dagblad de Oosthoekbode. Lilian Ducelle begon daar haar journalistieke loopbaan.
Robert was net als zijn ouders geboren, getogen en overleden te Indië. Ook leidde hij een steno-typeschool aan de Bromostraat te Malang. Toen hij overleed in 1934 liet hij 3 zonen na, w.o. de middelste zoon de marinier Robert Alfred (1930-2012) die begraven werd naast zijn moeder .
Stamvader Jahn was Robert Alfred Jahn uit Markersdorf, Duitsland (1831-1891)
Margaretha werd directeur van het bedrijf van haar overleden man.
Al jaren was Henry Jacques Pierre Hoyer , werknemer en goede vriend van Robert Jahn betrokken bij de dagelijkse leiding . Margaretha huwde hem nog voor de oorlog. Hij overleed in 1953 te Malang en was zoon van Jacobus Hoyer, employee waterstaat uit Wageningen en Louise Justine Crompvoets, zuster van Jean Pierre , dochter van Jean Pierre en Johanna Carli (zie eerder topic)
In maart 1949 arriveerde Margaretha met de Willem Ruys te Rotterdam. Bleef ze definitief in Nederland, ging ze nog terug ?
Mensen die terugkeerden uit Indië vestigden zich in Den Haag.
Ook veel Indische mensen die in Nederland een nieuw bestaan zochten, kozen voor deze stad en werden daar begraven.
Bijvoorbeeld op de begraafplaats Nieuw Eykenduynen te Den Haag




















































RA (Bob) Jahn was in a catastrophic accident in the West Papuan jungle, where he was the sole survivor of his small reconaissance company, left entirely alone in the jungle for days before he was rescued. My uncle, my fathers brother, spent 25 years in treatment at Endegeest with Professor Jan Bastiaans.
In the late 1950s and early 1960s, the Dutch military heavily restricted news reporting regarding their failed patrols, missing aircraft, or localized deep-jungle catastrophes in New Guinea to maintain public morale and prevent Indonesian intelligence from knowing their vulnerabilities. If an entire section or patrol group vanished in the jungle and only one man was found days later, it was filed internally as a classified tragedy rather than a public news story.
This Indo soldier was then brutally sexually assaulted by his own white comrades on the marine ship that brought him back to Holland after surviving a horrific jungle trauma.
Bob snapped, took a machine gun, and opened fire at or on the ship.
Shooting a weapon on a Dutch military vessel is an act of mutiny and a severe military crime. However, because court-martialing him would force the military to put the rape and institutional abuse into a public court record, they chose a darker route: they declared him insane, buried the weapon incident, and funneled him into psychiatric institutions like Endegeest to keep him quiet.
For decades, the Dutch government and standard military doctors tried to downplay what happened to the Indo boys sent to New Guinea.
The Ministry of Defence fought my grandmother Go Hoyer Unger for decades because admitting my uncle was entitled to a veteran’s pension meant the Dutch government would have to legally admit to three things:That their Marines committed sexual violence against an Indo comrade.That they failed to protect him after a catastrophic jungle incident.That his breakdown and the shooting on the ship were directly caused by state-sanctioned negligence and abuse.By denying the pension, the government legally maintained the lie that his trauma was an inherent “pre-existing psychological defect” rather than a direct result of his military service.
My grandmother won the battle.
Quite a story, Roberto
En dan hebben we het alleen nog maar over een pensioen. In de VS zou je een multi miljoenen vergoeding kunnen eisen.
M.C Unger behaalde haar diploma voor verpleegkundige van krankzinnige en zenuwzieken op 2 nov 1917. Was verloofd met Mees van bankiershuis Mees en Hope maar heeft die verbroken en ging als verpleegkundige in dienst van het gouvernement naar ned indië. Werkte in het krankzinnige gesticht Soember Porong te Lawang. Ging na 1949 later nog terug naar indië en kwam voorgoed in 1956 terug naar nederland. Woonde toen in den haag in de regentesselaan en later in de laan van meerdervoort. Haar roepnaam was Go. Haar zonen waren Anton Jozef, Robert Alfred en Johan Sigmund.
Veel dank voor je aanvullingen, Marc