Indonesisch voor mensen met een Indische achtergrond

Deze cursus Indonesisch voor beginners is speciaal ontwikkeld voor mensen die affiniteit hebben met het Indische en vanuit die achtergrond ook nieuwsgierig zijn naar het moderne Indonesië. Het maakt niet uit of u een totok bent (een in Nederlands-Indië geboren Europeaan), een Indo met bijvoorbeeld een Indonesische grootmoeder, of een Nederlander die houdt van het Indische sfeertje: iedereen die zich aangesproken voelt door het onderwerp van de cursus is van harte welkom! Zelf ontdekken of deze cursus iets voor u is? Meldt u dan aan voor een gratis online proefles. U kunt zich opgeven door een e-mail te sturen naar clare@iambalibound.com. bron

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

17 reacties op Indonesisch voor mensen met een Indische achtergrond

  1. Jan A. Somers zegt:

    Op de avondcursus BI van de Volksuniversiteit Delft gebruikten we: Selamat Datang, Indonesisch voor beginners. 2 delen. Uitgave: Instituut Indonesische Cursussen, Rapenburg 8-10, 2311EV Leiden. Goede leerstof! Maar niks om eventjes mee bezig te zijn. je moet er wel echt induiken!
    Introductie: Selamat datang. Apa kabar? Baik, terima kasih. Bapak ke Bandung?

  2. ellen zegt:

    De rol van de Haagse pasar malam (Tong Tong Fair) komt thans tegemoet aan de zoektocht van de Indische jongeren naar hun identiteit. Dit volgens de master thesis (2016) van Petra Boudewijn (Warm bloed: de representatie van Indo-Europeanen in de Indisch-Nederlandse letterkunde, 1860-heden). De zogenaamde nieuwe generatie Indische jongeren kent Indie niet uit eigen ervaring.

    “In haar zoektocht naar een eigen Indische identiteit veranderde de naoorlogse generatie van orientatie; zij benadrukten in de multiculturele samenleving (wanneer het etnisch anders-zijn in de mode komt) juist hun Indonesische in plaats van hun Nederlandse familiewortels en zochten hun oorsprong in de Indonesische cultuur. In het culturele bewustzijn van Indische jongeren liepen Indie en Indonesie inmiddels vloeiend in elkaar over. Zij begonnen zich in toenemende mate te identificeren met Indonesie en de Indonesische cultuur. De naoorlogse generaties wensten niet langer een imagined community met de Nederlandse maar met de Indonesische bevolking te vormen. Indisch en Indonesisch begonnen dus als synoniemen te fungeren. Dit werd ook gereflecteerd door de Haagse pasar malam, waar vanaf de jaren tachtig in toenemende mate plaats was ingeruimd voor Indonesie en Indonesische cultuuruitingen.”

    Misschien zijn de Indonesische taallessen ook weer een gat in de markt.

    • Jan A. Somers zegt:

      “komt thans tegemoet aan de zoektocht van de Indische jongeren naar hun identiteit.” Is dat niet te algemeen gesteld? Ik ben er al een aantal jaren niet geweest. Elke keer hetzelfde, druk! Bovendien wordt voor ons het lopen wat moeizaam, nergens vrije stoelen te vinden om even te zitten. En voor een rollator is er helemaal geen ruimte, het is wel dat de mensen voor je uitwijken. Mijn decorum!. Een paar jaar geleden ben ik op een Pasar Malam geweest van de Indonesische ambassade. Rustiger, kleiner, net zo lekker eten. In een stand van de gemeente Surabaya hartelijk onthaald! Met als inlogcode: saya lahir disini. Meteen een hele hoop volk om je heen.
      Denk er wel om dat er geld moet worden verdiend. Je ziet niet altijd het verschil tussen commercie en cultuur (vooral nostalgie). Of is het vercommercialiseerde nostalgie? Geeft niet, als maar leuk!
      Ik weet ook niet hoe of de verhoudingen jong/oud zijn. Er zijn soms wel interessante lezingen, maar volgens mij bestaat een (groot?) deel van het publiek uit oudjes die uitrusten. Wat ik zo leuk vind: Een tijdje bij de ingang kijken naar de binnenkomers. Tantes uit ver van elkaar gelegen plaatsen die elkaar hier één maal per jaar treffen. En als je geluk hebt dat taaltje. Het is niet zozeer het taaltje, maar vooral de intonatie. Heerlijk! Je hoort dat al in de bus achter je; oh, die gaan er ook naar toe. Ja hoor!

      • Arthur Olive zegt:

        “En als je geluk hebt dat taaltje. Het is niet zozeer het taaltje, maar vooral de intonatie. Heerlijk!”
        Dat vond ik ook heerlijk, ik voelde me echt thuis, een gevoel van Belonging.

    • R Geenen zegt:

      @@De rol van de Haagse pasar malam (Tong Tong Fair) komt thans tegemoet aan de zoektocht van de Indische jongeren naar hun identiteit. @@
      Dat gebeurd alleen als men in Nederland groot is gebracht en woont. De Indische in het buitenland heeft zich los gemaakt van de beide landen en kijkt alleen in de toekomst.

  3. Barbara Zuidema zegt:

    Wat leuk dat er een onlinecursus Bahasa Indonesia is en belangstelling om de taal te leren.
    Meneer Somers, zet em op, hoor. Heel leuk dat u Indonesisch aan het leren bent en wees blij met elk Indonesisch woord wat u onthoudt en kunt toepassen. Ik weet dat het veel tijd en energie kost, het gaat stapje voor stapje maar ik vind het fantastisch om met alle Indonesiers te kunnen praten! Eerst met een heel kleine woordenschat natuurlijk, maar dat is al zo leuk en een stimulans om steeds meer erbij te gaan leren.
    Veel plezier met het leren van Bahasa Indonesia!

    Barbara Zuidema
    http://www.cursusindonesisch.nl

    • Jan A. Somers zegt:

      “met alle Indonesiers te kunnen praten!” Daar begint het probleem. Zelf probeer je te showen, met handen en voeten, met dat handjevol woorden. Maar mijn gesprekspartner wil juist showen met zijn handjevol Nederlands en Engels. Op de Pasar Malam van de Indonesische ambassade begon ik met de namen van straten, pleinen e.d. in Surabaya die ik pas nog in het Indonesisch had opgezocht. Begint die man met alle voormalige Nederlandse benamingen. Zeeuws meisje heeft een ander probleem: Met een nog beperkter woordenschat begint ze tegen die moeder over haar kinderen. Krijgt ze een stortvloed van verhalen over haar heen.

  4. Boeroeng zegt:

    Geen band meer voelen met Nederlands en Indonesisch….. dat is de verdwijning van de Indisch-Nederlandse identiteit. Dat is al gaande onder de jongeren

  5. ellen zegt:

    Petra Boudewijn wil met haar master thesis neerzetten, dat veel thema’s in de maatschappij (tijdgeest en sociale problematiek) worden weerspiegeld in de literatuur. Zo ook m.b.t. de Indo-identiteit, die in de kolonie als een gevaar werd gezien. (Warm bloed; Petra Boudewijn, 2016)

    “Aan de hand van emancipatie (bewustwording) wordt in de Indische literatuur de sociale problematiek rond Indo-Europeanen gethematiseerd. Er spreekt een grote angst voor de opkomst van Indo-identiteit. Eendracht onder Indo-Europeanen zou immers zorgen voor tweedracht binnen de koloniserende bevolkingsgroep. Indo-Europeanen vielen zowel binnen de groep van de kolonisator als de groep van de gekoloniseerde. Doordat de Indo-Europeaan in beschaving met de westerse man wedijvert, komt de white man’s burden (beschavingsoffensief) onder druk te staan. Men was bang, dat de inheemse bevolking (onder invloed van de ethische politiek in de 20e eeuw) na de Indo-Europeaan snel zal volgen in dit beschavingsoffensief, waarna de rol van het Westen in het Oosten voorgoed uitgespeeld is. De koloniale onderneming zou a.h.w. aan eigen succes ondergaan. De voortdurende angst voor het verlies van Indie drijft het koloniaal discours en bepaalt de beeldvorming over Indo-Europeanen: het behoud van de vermeende westerse raszuiverheid zou bescherming bieden tegen de gevreesde teloorgang door rasvermenging. Het beeld van de dreigende ondergang van Indie fungeert als een koloniale nachtmerrie die sociale scheidslijnen voedde en de perceptie van de afzonderlijke bevolkingsgroepen in de kolonie bepaalde. Uiteindelijk zou niet de emancipatie van de Indo-Europeaan debet zijn aan het verlies van Indie, maar maakte het begin van WO II in Azie een einde aan de koloniale overheersing.”

    • PLemon zegt:

      @… het behoud van de vermeende westerse raszuiverheid zou bescherming bieden tegen de gevreesde teloorgang door rasvermenging.

      # Of meer een elitestrijd? (….enorme aanwas van Europeanen tussen 1860 en 1905 dat rond 1905 in Indië een ‘Europese bourgeoisie’ bezig was te ontstaan, ‘)

      *** ” De meeste historici zijn het erover eens dat na 1816 in
      Nederlands-Indië een planterselite tot stand kwam. Dit was een
      Euraziatische elite, omdat Europese VOC-dienaren gedurende de
      zeventiende en achttiende eeuw relaties waren aangegaan met
      lokale vrouwen. Over hoe deze Euraziatische groep zich met hun
      waarden en normen en cultuur vervolgens ontwikkelde, bestaat
      echter minder consensus. Historicus J.J.P. de Jong is een van de
      weinigen die stellen dat al rond 1830, met de invoering van het
      Cultuurstelsel, de oude Compagnieselite zich duidelijk mengde met
      Europese nieuwkomers.37 Algemeen wordt de periode rond 1870 als
      een belangrijke cesuur beschouwd voor de koloniale samenleving:
      voor het eerst kwamen grote groepen Europeanen, onder wie
      vrouwen, naar de Oost en werd het ambtenarenapparaat aanzienlijk
      uitgebreid. Bosma en Raben zien de oude elite vervangen worden
      door een elite van Europese nieuwkomers (hoewel ze blijven
      benadrukken dat scheidslijnen poreus waren).38 Volgens De Jong
      bestonden de elites nog een tijdlang naast elkaar, maar verloor de
      oude elite met haar gewoontes het gevecht in het
      ‘beschavingsoffensief’ dat aan het eind van de negentiende eeuw
      plaatsvond. De historicus Bank en letterkundige Van Buuren
      concluderen naar aanleiding van de enorme aanwas van Europeanen
      tussen 1860 en 1905 dat rond 1905 in Indië een ‘Europese
      bourgeoisie’ bezig was te ontstaan, ‘die het bestaan van de kolonist
      een ander, burgerlijk aanzien zou geven’.39
      Uit: Koloniale collecties, Nederlands aanzien: de Europese elite van Nederlands-Indië belicht door haar verzamelingen, 1811-1957
      Drieënhuizen, C.A

  6. Jan A. Somers zegt:

    ” de Indo-identiteit, die in de kolonie als een gevaar werd gezien.” Ik ben een andere richting tegengekomen bij het schrijven van mijn boek. Het idee van Indo’s (die naam bestond nog niet) tijdens en na de Ethische periode, geplet te worden tussen een totok bovenlaag en een
    bevoorrechte, opkomende Inlanderlaag. Tijdens de grote depressie jaren ’30 verergerd door de grote toename van mensen uit Nederland. En een verschuiving van de economie van richting Nederland naar richting Australië/Amerika, en mogelijk ook Japan. (vanwege de depressie was de economie van Nederland minder interessant geworden).Dat bracht een versterking mee van de zelfstandigheid t.a.v. Nederland. Van Nederlands/Inlandse signatuur met een ergens daartussen loshangende Indogroepering zonder structuur. Met het daaruit groeiende gevoel vanuit beide zijden weggezet te worden als minder belangrijk. Ik ben geen socioloog, vandaar mijn gebrekkige duiding. Zie de Indische Staatsregeling 1925: Je hebt een groepering onder Europese regels, en een onder Inlandse regels.(en een onder Chinese regels). Indo isterniet. Met een groeiend Indisch minderwaardigheidsgevoel????? Mijn moeder waarschuwde ons daartegen.

  7. ellen zegt:

    Elitestrijd. Petra Boudewijn zegt hierover in haar thesis het volgende. “Een carriere in de cultures blijkt de weg naar maatschappelijk succes voor Indo-Europese personages. Als planter kunnen zij schatrijk worden en opklimmen in de Indische maatschappij. Het plantersvak is het enige terrein waarop ‘vermengde’ personages zich met ‘blanken’ kunnen meten. In de Indische belletrie komt in de loop van de 19e eeuw de Indo-Europese seigneuriale landheer op: deze grootgrondbezitter stamt uit een zogenaamde Indische clan met oude wortels in Indische samenleving. Tot de invoering van de Agrarische wet in 1870, was het voor Europeanen mogelijk om grond te kopen in Indie. De kolonie kende uitgestrekte landgoederen die in handen waren van enkele tientallen Indische families. Daarna kwam de teloorgang van dergelijke grootfamilies.” “De Indo-Europese planter behoort net als de oudgast in klasse tot de koloniale elite, maar geniet onder de andere personages minder sociaal aanzien (stand) dan de totok.” Later komt vooral de elite van Europese nieuwkomers op gang. “Hierbij geeft de Indische bellettrie uitdrukking aan het ontstaan van een Indo-identiteit naast de westerse beschavingsnorm waarbij de Indo-Europeaan zijn eigen maatstaf vormt (o.a. kritiek op de maatschappelijke behandeling van de Indo-Europeaan) en streeft naar een gelijkwaardige positie naast de totok.”

    • Jan A. Somers zegt:

      “Het plantersvak is het enige terrein waarop ‘vermengde’ personages zich met ‘blanken’ kunnen meten.”Ja! Maar dat is een beperkte, besloten groep (employees > administrateur), los van het Indische stads’proletariaat’ waar de veranderingen in de samenleving zich afspeelden. Zelf was ik ook zo’n stadsmens. Maar in mijn familie waren er ook enkelingen die werkten op een onderneming, dat was toch wel een apart slag volk!

    • Anoniem zegt:

      “vermengde” personages en “blanken” begrippen in het kader van “raszuiverheid” en het begrip”superieure rassen”.”minder en meerder sociaal aanzien”(Wie bepaalt “het sociale aanzien”?).het is meer sociale onzin dan aanzien.

  8. De Indo is altijd beschouw al zijnde Nederlander en zelfs ook andere Europeanen. Gebasseerd op PATRIARCHISME , zijn daar door wijlen Surya Adamadja ,Eddy Jusuf( kampioen Wimbledon) en een paar andere broers,geduppeerd ,ofschoon ze de kleinzonen zijn van de beroemde SNOUCK HURGRONJE .Maar omdat ze de naam van hun Inlandse moerders dragen .VERWOERD heeft veel van Ned-indie geleerd.

  9. ellen zegt:

    Petra Boudewijn geeft in haar master thesis (2016) aan, dat zij gezocht heeft naar de vraag hoe Indo-Europeanen in literatuur worden uitgebeeld. (Indisch-Nederlandse letterkunde, 1860-heden). Het gaat om haar onderzoek en conclusies. “Literatuur geeft invulling aan een maatschappelijke discussie over Indo-Europeanen en vormt in dit verband een belangrijk beeldvormend medium dat rasvermenging representeert als een onwenselijk biologisch en sociaal verschijnsel dat uiteindelijk zal leiden tot de ondergang van koloniale suprematie en het verlies van Indie. De koloniale Indisch-Nederlandse letterkunde vormt een doorlopend betoog tegen ‘rasvermenging’. Deze geracialiseerde beeldvorming zowel die over de totok als de vanzelfsprekende aanbrenger van beschaving in Indie, als die van de Indo-Europeaan als tweederangs-Europeaan, verdedigt (onbewust) de noodzaak van ‘zuivere rasvormen’ en voedt de angst voor de ondermijning van de koloniale status quo. Om Indie voor volk en vaderland te behouden lijkt ‘raszuiverheid’ niet alleen dringend gewenst, maar zelfs een vereiste. Deze letterkunde is dus geen fictie die niets met de buitenwereld heeft uit te staan, maar vormt een belangrijk vehikel voor de verbreiding van maatschappelijke denkbeelden. Later (als tegenreactie en blijk van emancipatie) wordt de superioriteit van de totok en de westerse leefwijze juist aan de hand van de Indo-Europeaan ter discussie gesteld. De totok vormt niet meer de maatstaf en de Europese cultuur is niet per definitie de norm.”

  10. Jan A. Somers zegt:

    In de NRC van zaterdag j.l , Wetenschap. een artikel over straattaal. met enkele voorbeelden uit Malang, Jakarta, Yogyakarta: Bahasa Gaul.

Laat een reactie achter op ellen Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.