Chineesche raad te Batavia 1902, de Kong Koan

Over de Chineesche raad te Batavia:
Al langer hadden Chinezen informele organisaties voor het regelen van huwelijken en begrafenissen.  Na 1740 werden die officieel erkend en zo ontstond de Kong Koan. Dit bureau kreeg als taak onder meer om belastingen op te halen in geval van huwelijken en begrafenissen. Uit die opbrengsten werden voorzieningen gefinancierd, zoals weeshuizen en ziekenhuizen. Daarnaast had de Kong Koan een eigen rechtbank. Van al deze activiteiten zijn administratie en notulen bewaard gebleven, over een periode 1787-1958. Tot ca. 1909 is de voertaal Chinees, daarna Maleis. Geledraak.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

6 reacties op Chineesche raad te Batavia 1902, de Kong Koan

  1. Peggy Flora Guldenaar zegt:

    Mogelijk een bron van nieuwe informatie.

  2. Wal Suparmo zegt:

    Ik dacht dat het alleen maar over de HANDELS bedrijven gaat.Dus een zoort arbitrage committee.Over huwelijken moeten ze naar de Burgelijke Stand gaan als zijnde Vreemde Oosterlingen.En hoe na het onstaan van de Republik Indonesia in 1949?

    • PLemon zegt:

      @ En hoe na het ontstaan van de Republik Indonesia in 1949?

      *** De Soeharto-periode mondde in 1998 uit in een orgie van geweld. Veel Chinese winkels gingen in vlammen op, gewone Chinezen werden mishandeld of erger.

      Om verdenkingen te voorkomen zetten Chinese ondernemers nog steeds vaak de term ‘Indo’ in hun bedrijfsnaam, om te laten zien dat ze een Indonesisch bedrijf zijn en loyaal aan het land. De minisupermarktjes van Indomaret bijvoorbeeld, een grote keten met duizenden vestigingen, wordt gerund door een etnisch Chinese familie.

      Ruim zestien jaar na het geweld van de democratische revolutie tegen de Chinezen gaat het stukken beter met de gemeenschap, vinden Didi Kwartanada en Sie Swan Hwie. Gouverneur Ahok is voor hen het toonbeeld van de uit zijn schulp kruipende Chinees. Hij werkt hard en zijn eerlijke aanpak slaat aan bij veel inwoners van Jakarta, niet alleen bij Chinezen zelf.

      Historicus Kwartanada merkt dat Ahok niet de enige Chinees is die in het centrum van de belangstelling staat. Op televisie en in andere massamedia ziet hij steeds meer leden van de Chinese gemeenschap. Dat was vroeger wel anders, zegt hij. De groei van China als wereldmacht, straalt volgens boekhouder Sie Swan Hwie af op de Indonesisch-Chinese gemeenschap. “China is nodig voor handel, daarom is er nu meer respect voor het land en daarmee voor ons.
      “https://www.trouw.nl/home/chinese-minderheid-in-indonesie-kruipt-uit-haar-schulp~ac794564/

      • Ronny Geenen zegt:

        Toch is er een grote gemeenschap van Indo-Chinezen hier in SoCal en vooral de eethuishuisjes, winkels groeien hier als kool. Net is er weer een restaurant gestart met de naam Sumatra. En daar wordt echt gekookt op zijn Indonesisch, met zeer hete gerechten.

      • Jan A.Somers zegt:

        “steeds vaak de term ‘Indo’ in hun bedrijfsnaam,” Ik ontmoette lang geleden in Schotland een Chinees echtpaar met dochter. Dat echtpaar had een ketjapfabriek in Malang, en had een Indonesische naam aangenomen. De dochter woonde in Nederland en had nog haar Chinese naam. Van dat echtpaar kreeg ik ook de eerste informatie over Poedjon, en mijn grootmoeder.

  3. Jan A.Somers zegt:

    “Daarnaast had de Kong Koan een eigen rechtbank” Exterritorialiteit, een heel oud volkenrechtelijk verschijnsel. Voor het handelsverkeer werd rechtszekerheid gezocht in de formele onttrekking van vreemdelingen aan de plaatselijke jurisdictie. Die privileges groeiden naderhand uit tot het verlenen van bevoegdheden aan ‘hoofden’ van groepen vreemdelingen. Deze hoofden van ‘naties’ konden in rechte naleving van privileges opeisen maar kregen ook disciplinaire rechtsmacht over hun groepsgenoten. Zo hadden al in de 14e eeuw handelaren uit Holland en Friesland privileges in Zweden met betrekking tot “vooghden [die] mogen rechten over alle degene, die met hen op hare victen leggen, ende voort over alle hare burgeren, ende hare gesinnen, die leggen, daerse leggen.” Van groot belang voor de ontwikkeling van dit vreemdelingenrecht tot algemeen aanvaard internationaal recht was het in West-Europa ontstaan van een beroepsstand van juristen. Zich ontwikkelende min of meer uniforme rechtsbeginselen gingen de verschillen tussen regionale en plaatselijke stelsels van gewoonterecht overbruggen.
    De situatie in de noordelijke Nederlanden met betrekking tot de privileges voor vreemde kooplieden was goed ontwikkeld in Veere. De eerste Schotse privileges in Veere worden gerelateerd aan het huwelijk in 1444 van Wolfert VI van Borssele, Heer van Campveere, met Mary Stuart, dochter van de Schotse koning Jacobus I. In Middelburg waren al in 1522 Franse, Portugese en Andalusische kolonies bekend, en rond 1539 was er al een Schotse stapel in Veere. De Schotse handel bleef in 1541 definitief in Veere dank zij een contract tussen Maximiliaan van Bourgondië, toentertijd Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, en Jacobus V van Schotland. In dat contract kregen de Schotten onder andere de beschikking over een cisterne , een berging voor regenwater van het dak van de grote kerk, in het zoute Zeeland een kostelijk voorrecht. Er was zoveel geregeld dat het monopolie voortdurend wel object van discussies zowel in de Schotse Royal Burghs als in het stadsbestuur moest zijn. Enkele onderwerpen als voorbeeld:
    – De Schotten hadden een eigen kerk, pastorie en kerkhof;
    – Een Nederlandse vrouw, die gehuwd was met een Schotse factor, viel onder Schotse jurisdictie, ook als weduwe;
    – Misdaden begaan tegen inwoners van Veere werden berecht in tegen-woordigheid van de conservator als advocaat; strafbare vergrijpen tussen de Schotten onderling werden door de conservator berecht;
    – Er moest een gevangenis zijn onder beheer van de conservator.
    Die cisterne en de Schotse kantoren zijn in Veere nog steeds een bezienswaardigheid.
    In dit verband moet voorts worden gewezen op de privileges van de Chinezen in Malacca, autonomie onder een eigen ‘kapitein’. Na de verovering van Malacca hebben de Nederlanders op hun beurt over de daar wonende Portugese burgers een hoofd aangesteld die deelnam aan rechtspraak over die ingezetenen. Ook de Portugese kolonie in Macao stond onder eigen bestuur van een Kapitein en onder eigen rechtspraak. Alleen bij geschillen met Chinezen vielen zij onder Chinese jurisdictie, met een rechter uit Kanton, een duidelijk voorbeeld van een forum privilegiatum.
    En in Indië: Eind 1619 woonden in Batavia ongeveer 400 Chinezen waarover een Kapitein-Chinees werd benoemd om civiele zaken onder zijn landgenoten af te doen, met uitzondering van zeer belangrijke welke naar de Nederlandse rechter moesten worden verwezen. In artikel 4 van de instructie van 1632 werd aanbevolen dat “Indiaansche natiën vriendelijk getracteerd worden, (…) zonderling de Chineezen, dewelke met alle beleefdheid dienen gewonnen om den handel van dezelve op Batavia meer en meer te doen vermeerderen.” In een missive van 13 september 1635 adviseerden de Heeren-XVII “Batavia van allerhande Indische natiën en bijzonder de Chineezen (…) te doen frequenteren en bewonen.” Colenbrander 1919, I, 501: “de Chinesen worden [in Bantam] seer nauwe bewaert.” (…) “waertoe by de voornaemste Chinesen uyt alle haere naem voorgedragen is eenen genaempt Bencon”. Colenbrander 1921, III, 541. Deze Bencon was een vriend en toeverlaat van Coen.” Blussé 1989, 115.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.