70 jaar Pelita

70 jaar Pelita

In november 1947 werd op particulier initiatief Stichting Pelita opgericht. De Stichting nam de zorg op zich voor de ruim 300.000 Indische Nederlanders en 35.000 Molukkers die zich na de oorlog en in verband met de onafhankelijkheidsstrijd gedwongen zagen Nederlands-Indië te verlaten en zich in Nederland te vestigen.

De focus van Stichting Pelita lag in het verleden vooral op de begeleiding van aanvragen voor de wetten voor oorlogsgetroffenen. Daarnaast was maatschappelijk werk een belangrijke taak van Pelita, waarbij landelijk mensen werden begeleid die als gevolg van oorlogs- en geweldservaringen problemen hadden in hun dagelijks functioneren.

De laatste jaren heeft Pelita de behoefte van de doelgroep zien verschuiven naar voorzieningen die sociaal en cultureel isolement voorkomen en passende zorg bieden. Jaarlijks organiseert Pelita daarom vele bijeenkomsten waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en richt de stichting zich steeds meer op het organiseren van informele zorg. De doelgroep die inmiddels ook de naoorlogse generaties bevat heeft een omvang van zo’n 750.000 individuen.

Pelita zal ook een centrale en coördinerende rol spelen bij de invulling van context gebonden zorg als onderdeel van de collectieve erkenning van mensen uit voormalig Nederlands-Indië, zoals eerder dit jaar door de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangekondigd.

Harriet Ferdinandus, directeur Stichting Pelita: “Al 70 jaar zien wij hoe nuttig en relevant het werk van Pelita is voor de Indische Nederlanders en Molukse doelgroep. Maar elk gesprek met de doelgroep bevestigt bij mij ook dat het wezenlijk is om mee te bewegen met de vragen van de doelgroep. Of het nu gaat om hulp bij een aanvraag voor de wetten voor oorlogsgetroffenen, het organiseren van een Indische lunchbijeenkomst of, tegenwoordig veel vaker, het leveren van informele zorg. Onze doelgroep heeft veel baat bij mensen die hun cultuur kennen en ik ben dan ook trots dat we hen dat al ruim 70 jaar hebben kunnen bieden en ook in de toekomst kunnen blijven bieden.”

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

11 reacties op 70 jaar Pelita

  1. Charles Verbeek zegt:

    Wij, een traditionele Indische familie bestaande uit 2 broers en 2 zusters geboren in de jaren 1937-1942, dus met recht oorlogskinderen hebben een poging gedaan om een uitkering te krijgen van Stichting Pelita, althans zij waren verantwoordelijk voor het toekennen hiervan.
    Al onze vermoeienissen om op papier te zetten, wat ons in de oorlogsjaren is overkomen vooral wat onze moeder heeft ontbeert om in haar eentje 4 kinderen van 1 t/m 5 jaar door deze oorlog heeft geloosd, mijn vader zat toen wel in het kamp.. Vluchtend van de ene dessa naar het andere tot zij uiteindelijk in Malang terecht kwam en daar in een ziekenhuis te werk werd gesteld en wij tot rust konden komen.
    Dit in het kort ons verhaal, maar Pelita vond het niet schrijnend genoeg om ons een uitkering toe te kennen, want wij waren bevoorrecht want wij waren buitenkampers en zij hadden niets geleden.
    Achteraf vraag ik mij af wie er meer geleden hebben, zij in het kamp of wij daarbuiten.
    Deze selectie heeft reeds een aantal jaren geleden plaats gevonden, maar als ik de naam Pelita zie of hoor komt deze ervaring weer naar boven, ik voel ons nog steeds benadeeld.

    • Boeroeng zegt:

      Ik dacht dat Pelita onderzoekend en adviserend is voor WUV en WUBO. maar Pelita kan geen uitkeringen toekennen. Toch ?

    • Ron Geenen zegt:

      @Dit in het kort ons verhaal, maar Pelita vond het niet schrijnend genoeg om ons een uitkering toe te kennen, want wij waren bevoorrecht want wij waren buitenkampers en zij hadden niets geleden.@

      Ik dacht niet dat Pelita de verantwoordelijke instelling was/is. Het is nu het VWS. Heb wat ervaring gekregen door enkele Indische Nederlanders te helpen. Meestal is het zo, als men op een gegeven moment getraumatiseerd raakt, dat men pas in aanmerking komt voor een hulp pakket. De reden dat men in die akelige periode heeft geleden alleen telt niet. De later gevolgen tellen vooral. Men kan er niet mee eens zijn, en dat is logisch.

      • Charles Verbeek zegt:

        Uiteraard verleent Pelita geen uitkeringen, maar de manier hoe zij ons hebben geholpen, door ambtenaren te sturen om ons te begeleiden bij onze verzoeken. Deze ambtenaren kwamen uit het westen des Lands terwijl wij uit de regio Nijmegen en Zeeland kwamen. Zij wisten dat wij eigenlijk geen kansen hadden en toch de suggestie wekken, dat wat je deed nog van invloed kan zijn voor de besluitvorming.
        Soms had ik het idee dat wij alleen goed waren om ambtenaren van de Pelita aan het werk te houden. Mochten mensen denken dat ik gefrustreerd ben dan moet ik ze toch teleurstellen, ik wil alleen hiermee aangeven wat de Naam Pelita bij mij losmaak.

        • Ron Geenen zegt:

          @Mochten mensen denken dat ik gefrustreerd ben dan moet ik ze toch teleurstellen, ik wil alleen hiermee aangeven wat de Naam Pelita bij mij losmaak.@

          Begrijpelijk. Vroeger toen er in LA nog een NL Consulaat was, waren er meestal NL dames, die bij je langs komen en vragen stellen en een rapport samenstelden. Naar aanleiding van het rapport, wordt er in NL geoordeeld, of je in aanmerking komt of niet. Vaak krijg de aanvrager opdracht naar een aangewezen arts of specialist te gaan, die weer een rapport naar het Consulaat stuurt. Tegenwoordig stuurt de SVB een arts naar Canada en de VS. Dit heerschap bezoekt dan 5 a 6 personen op. Ik ken zo’n situatie. Want deze arts bezocht eerst 2 aanvragen in Canada, een aanvraag in Oregon en twee aanvragen in Californie. Heb in het verleden diverse aanvragers bijgestaan. En met wisselend succes.

  2. Huib zegt:

    Ik denk dat hetgeen Ron Geenen zegt aardig van toepassing is.
    Als je er geen Ptss syndroom aan hebt overgehouden of armen, benen of naasten verloren hebt, mag je niet klagen levend de oorlog en de Bersiaptijd doorgekomen te zijn.
    Al dan niet uitgehongerd en geplaagd door tropische ziektes. Daar kan Pelita ook verder niets aan doen.

    • Charles Verbeek zegt:

      Huib,hoe gaat het een poos geen contact meer gehad.

      • Huib zegt:

        Charles, het gaat wel goed, maar je weet dat ik het nog steeds erg druk heb met mijn paardjes. Zeker in najaar en winter als ze niet 24/7 in de wei kunnen lopen maar ’s avonds op stal gaan en gevoerd moeten worden. En wat te denken van het afmesten van al die boxen. Ik loop dus ook dagelijks nagenoeg een vierdaagse etappe.
        Maar verder hoor je mij niet mopperen. Met jou weer alles kits?

  3. Jan A. Somers zegt:

    Mijn ervaringen met Pelita: Ik kwam nogal wat mensen tegen die bijvoorbeeld geen weg wisten in de uitkeringsorganen, of daar niet eens moeite voor deden. Ik wist dat natuurlijk ook niet, maar ik had één advies: Pelita. En het schijnt vaak te hebben geholpen. Een ander toverwoord voor mij was SAIP. Maar veel van die mensen hadden niet eens de moeite genomen langs te gaan bij gemeentelijke sociale raadsleden. Die weten natuurlijk lang niet alles, maar weten wel de weg te wijzen. Je moet natuurlijk wel open staan en niet met wantrouwen binnen gaan. Kan je net zo goed thuis blijven wachten.

    • Ron Geenen zegt:

      @Die weten natuurlijk lang niet alles, maar weten wel de weg te wijzen.@

      Helaas niet een ieder die bij het svb werkt, weet wat hij/zij aan het doen zijn. Praat uit ervaring. B.v. als een aanvrager uitmaakt wordt voor Indonesier.

  4. P.Lemon zegt:

    Voorgeschiedenis stichtingen begeleiding(!) oorlogsgetroffenen….

    cit :Of iemand in aanmerking kwam voor een pensioen of uitkering was afhankelijk van de oorlogservaringen van de aanvrager en zijn/haar medische en financiële situatie.

    ***In de jaren na de oorlog kwamen er verschillende regelingen en wetten tot stand die oorlogsgetroffenen materiële hulp boden. Dit gebeurde in de vorm van een buitengewoon pensioen of een uitkering.
    Voor oorlogsgetroffenen uit Nederlands-Indië werd de uitvoering van de Algemene Oorlogsregeling (1954) overgenomen van Indonesië.
    Pas in de jaren tachtig kwamen er regelingen voor verzetslieden uit Nederlands-Indië (1986) en voor burgeroorlogsgetroffenen (1984).[1] De overheid wees drie stichtingen aan voor de begeleiding van oorlogsgetroffenen bij het aanvragen van een pensioen of uitkering. Dit waren Stichting 1940-1945, Stichting Joods Maatschappelijk Werk en Stichting Pelita.

    Of iemand in aanmerking kwam voor een pensioen of uitkering was afhankelijk van de oorlogservaringen van de aanvrager en zijn/haar medische en financiële situatie. Het onderzoek naar de oorlogservaringen van de betrokkene werd door de pensioen- en uitkeringsinstanties uitgezet bij het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis en het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Deze twee instanties verifieerden, en verifiëren nog steeds, de oorlogservaringen van de getroffenen aan de hand van het bij hun aanwezige archiefmateriaal.

    Ook bij het Informatiebureau kwamen verificatieverzoeken in het kader van de Wet buitengewoon pensioen (Wbp) binnen. Het bureau trachtte informatie te geven over het verblijf van de aanvrager in gevangenissen en kampen

    Naast het uitvoeren van verificatiewerkzaamheden voor de Wbp, voeren het RIOD en het Informatiebureau ook onderzoek uit in het kader van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers (1950-1984) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (1973-heden). Het verificatieonderzoek werd in eerste instantie uitgezet bij het Informatiebureau, omdat zich daar de meeste gegevens bevinden over vervolging. Het Informatiebureau stelde op basis van het onderzoek een rapport op dat vervolgens werd doorgezonden naar het RIOD.

    Per 1 januari 1973 ging de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv) van kracht en werd de Commissie van advies opgeheven. Door de nieuwe wet namen de verificatiewerkzaamheden toe en werd besloten om de werkwijze bij de verificatie van aanvragen ingevolgde de Wuv te wijzigen. Afgesproken werd dat het RIOD niet meer automatisch alle aanvragen zou verifiëren, maar alleen aanvragen die volgens het Informatiebureau of de uitkeringsinstantie nader onderzoek behoefden. Dit waren meestal zaken waarbij zich bijzondere problemen voordeden, met name bij Indische aanvragen.[4]

    Ook voor de laatste tot stand gekomen wetten voor oorlogsgetroffenen, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, werd het Informatiebureau en het RIOD om expertise gevraagd. Hoewel dat steeds minder het geval is, wordt er tot op de dag van vandaag door deze twee organisaties verificatieonderzoek uitgevoerd in het kader van het pensioen- en uitkeringsstelsel voor oorlogsgetroffenen.

    http://www.oorlogsgetroffenen.nl/thema/verificatie/02_Pensioenen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.