Het verdriet van de Indo {XVI}

Backpayfraude, een 20e eeuwse vorm van VOC-mentaliteit?
Racisme? Etnische discriminatie ?

Een jaar geleden stond in de volkskrant een recensie van het boek White Innocence. Een fragment van de website van de auteur.

De boodschap van haar boek is eenvoudig te begrijpen, maar voor velen moeilijk te verteren.
Wekker beschrijft een paradox: onze samenleving kent duidelijk racisme en een geschiedenis van kolonialisme, maar toch vinden de meeste Nederlanders zichzelf de onschuld zelve: ze zijn immers supermegatolerant, en patronen die op het tegendeel duiden, worden ontkend. Het racisme en kolonialisme maken dat allerlei ongelijkheidsbevorderende denkbeelden in de haarvaten van onze cultuur zitten, en de ontkenning ervan maakt dat die denkbeelden onbesproken, onbekritiseerd, en dus onverminderd haarvaterig blijven.

Wordt hier niet beschreven hoe de Nederlandse politiek voortbordurend op de voc-mentaliteit ( Geld verdienen over de ruggen van mensen uit Indië ) ging weigeren de backpay uit te betalen. ?
However,  Nederlandse politici bekennen wel schoorvoetend een zekere schuld, maken een afkoopsom, en dan vergeten ze het weer. Zonder  volledig  te betalen en alle rechten te erkennen.
Is die ontkenning niet dezelfde ontkenning zoals dit fragment beschreef ?
En is de term racisme op zijn plaats met die backpayfraude ?
Immers…… een meerderheid van de KNIL was niet of verminderd van het blanke ras.
Waren het allemaal Hollandse jongens,  van Johan de Witt enzo…. had men dan ook die backpay gedumpt bij Indonesië ?
Je kunt nog zeggen…. ja maar dan geldt het idee van “eigen volk”. Niet het ras.
Okee…. geen racisme , wel etnische discriminatie ?

Is dit laatste niet altijd de verborgen woede geweest?
Het werd zelden openlijk gezegd .

Zie Holland pay your debts. Meer verdriet van de indo .

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boeroeng Pikirans, Het verdriet van de indo, Indisch Platform en andere perkara's. Bookmark de permalink .

91 reacties op Het verdriet van de Indo {XVI}

  1. peter zegt:

    nee geen vorm van discriminatie maar gewoon een ordinaire vorm van gierigheid van de Nederlandse regering

    • Indorein zegt:

      ” gierigheid van de Nederlandse regering..”
      Gierigheid is een echte Nederlandse karaktertrek, die door alle niet-NL-ers wordt opgemerkt.
      De Braboneger (jaja, die geinige Surinamer uit Tilburg) zei eens over de Nederlandse gierigheid dit:
      “Een Nederlander is zo gierig, dat zelfs als hij huilt uit maar 1 oog een traan vloeit”.
      Ik houd het ook op een ordinaire vorm van gierigheid ten top.

  2. Jan A. Somers zegt:

    ” Waren het allemaal Hollandse jongens,  van Johan de Witt enzo…. had men dan ook die backpay gedumpt bij Indonesië ?” Weer alleen maar het KNIL! Terwijl het gaat om veel meer Europese ambtenaren, BB, GM, Gemeente/provincie-ambtenaren, Waterstaat, Volksgezondheid overheidsscholen, overheidsziekenhuizen enz. Samen veel meer dan het KNIL! Niet zoveel Hollandse jongens, maar wel veel Nederlandse jongens (en meisjes!). Allemaal Indisch ambtenaar met een Indisch contract. En wat heeft dat blanke ras ermee te maken? Indo’s hadden dezelfde Indische contracten als de totoks. Erger nog, op die contracten was nergens te vinden of iemand een platte of een spitse neus had, min of meer licht getint. Was ook niet interessant. Een contract dat ook niet is gedumpt, maar gewoon mee is overgegaan. Waarbij na 27 december 1949 de salarissen gewoon door werden betaald door RIS. En wat heeft dat met de VOC te maken? Maar toch wel weer een prachtig staaltje van Indisch complotdenken! Onlosmakelijk in de Indische genen. Bovenin je pakketje roots.

    • Loekie zegt:

      Dezelfde contracten als totoks…nergens te vinden over platte of spitse neus…

      Indo’s konden ook dezelfde civiele functies (met bijbehorend salaris) als totoks vervullen? Of was er voor Indo’s wat dat betreft toch een bepaalde bovengrens? En was die bovengrens mede bepaald door het hebben van een platte danwel een spitse neus?

    • Ron Geenen zegt:

      @Maar toch wel weer een prachtig staaltje van Indisch complotdenken@

      De meeste van ons Indische hebben daar andere woorden voor. En het zijn beslist geen theories.

  3. Boeroeng zegt:

    Jan,

    Het streven om rijk te worden van Indië, met onoirbare methodes was kenmerkend voor de VOC-mentaliteit. Dat VOC-streven hebben de Nederlandse politici ( cq regenten, heersende klasse, Nederlandse cultuur) ondersteund, verheerlijkt en na opheffing van de VOC als staat toegepast.
    Ik veronderstel geen complot, maar ik wijs naar een culturele traditie, een foute moraal en dat werd in vroegere tijden onderbouwd met superioriteitsdenken en racisme.
    Mensen kunnen veranderen, en toch niet doorhebben dat ze voortborduren op die foute moraal van vroeger. Men acht zich daar niet schuldig aan.

    Ik stel de vraag of als het hele KNIL Hollandse jongens geweest waren of Nederland dan die ook zo belazerd had.
    Ik denk van niet, maar ik houd een slag om de arm.

    Zo ik het me herinner van 40 jaar terug, ging de KNIL-backpay niet om die van burgerambtenaren. Die hebben zich daar nooit druk over gemaakt en ik neem aan dat men dat ook nooit verwachtte, o.m. door geen juridische basis te hebben voor maart 1942.
    Pas door alle ophef en toen de CDA-VVD-regering besloot deze ‘ereschuld’ af te kopen werden burgerambtenaren erbij betrokken. Bij die 7.500 gulden van 1981.

    Er mankeert niks aan mijn genen. Als ik zuinig ben dan is het gewoon gezond verstand. Als ik van nasi goreng houd, dan is dat mij zo geleerd.
    Niks mis mee.

    • Wal Suparmo zegt:

      Ik heb een ongetrouwde LANDSORMER( dat beschouwd wordt als KNIL soldaat) oom en MILLITIE neef , begraven op de erevelden Tantui in Ambon en in Kembang Kuning Soerabaia.Waar van geen cent ooit betaald aan soldij en andere rechten aan de eenigste erfgenaam.En zo net ook weer geweigerd door de SVB.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Boeroeng 9 juli 1150 uur: “Ik stel de vraag of als het hele KNIL Hollandse jongens geweest waren of Nederland dan die ook zo belazerd had. Ik denk van niet, maar ik houd een slag om de arm”.

      De “Jannen” bij het KNIL die in Nederland als “koloniaal” hadden getekend en via de depots in Harderwijk en later Nijmegen naar Indië werden uitgezonden voor de dienst bij het KNIL, werden in ieder geval beter betaald dan hun Indo-Europese en inheemse (i.e. Molukse, Javaanse, Timorese, etc.) collega’s.

      Hoe zat het met de rest van hun rechtspositie? Werden zij beschouwd als “corporate property”, d.w.z. gecontracteerd door en in dienst van de Nederlandse overheid en vervolgens voor de duur van hun contract “gedetacheerd bij”, c.q. “ter beschikking gesteld aan” het KNIL? Zo ja, dan zullen zij hun “back pay” net als het KM personeel na de oorlog hebben ontvangen.

      Wat het werkelijk is geweest met de rechtspositie van die “KNIL Hollandse jongens” moet toch nog wel zijn na te gaan in de archieven van Defensie of Bronbeek of bij een paar krasse knarren die nu nog leven?

      Pak Pierre

      • Ron Geenen zegt:

        In Saudi Arabië is er een grote company die alles regelt met betrekking tot het onderhouden en bouwen van raffinaderijen en aanverwante bedrijven. Dat bedrijf Aramco, betaalt de salarissen van de uitgezonden engineers en designers naar gelang je paspoort. Amerikanen krijgen het hoogst betaald, dan de Engelsen en vervolgens die van het Europese vasteland. Daardoor kon het Amerikaanse bedrijf Parsons in CA mij nooit uitsturen. Ik had namelijk nog steeds mijn NL paspoort. Deed Parsons het wel dan kan ik een advocaat in de arm nemen vanwege discriminatie.
        Tussen een Filippijn van het betreffende land en een met een Amerikaans paspoort is meer dan 50% verschil in betaling. De wereld doet er vandaag ook niets tegen. Money talk!

        • Pierre de la Croix zegt:

          Tja ….. als oud koopvaardijman van de Grote Vaart gaat het mij ook aan het hart dat er op Nederlandse schepen geen of nauwelijks Nederlanders varen, ook niet onder de officieren. Een heel vreemdelingenlegioen aan boord en vooral onder het lagere volk veel mensen uit de lage lonen landen als Indonesia, Filipijnen, Bangladesh, tegen gages waarvoor een Nederlander 10 x zijn neus ophaalt.

          Aan wal idem dito. Nederland, ooit dé vrachtvervoerder van Europa met Van Gend & Loos on top, rijdt nu veel met chauffeurs uit Oost Europa, die veel goedkoper zijn dan de Nederlandse, tot groot verdriet van de Nederlandse vakbonden (unions voor Amerindo’s).

          Marktwerking blijkt toch doorslaggevender dan de sociale wet van “equal job, equal pay”. Voor de kolonialen uit Europa was het verschil in beloning bij het KNIL – denk ik – nog te billijken in erkenning dat zij een ander, duurder, levenspatroon hadden dan hun inheemse collega’s. Hoogstwaarschijnlijk zouden zij voor het loon van een inheemse wapenbroeder niet te bewegen zijn geweest om voor de Oost te tekenen en daar hun leven te wagen. Ook marktwerking dus.

          Wie als niet-Amerikaan voor een Amerikaanse maatschappij naar een buitenland werd uitgezonden kreeg van de Amerikaanse baas het stempel “Third Country National” (TCN) op het voorhoofd gedrukt. De Amerikaanse collega’s waren gewoon “Expatriate”. De TCN’s kregen op de zelfde standplaats in de zelfde functie inderdaad vaak minder betaald dan hun Amerikaanse collega’s, meestal omdat de lonen in het thuisland van de TCN lager waren dan die in de VS. Dat veranderde voor de TCN’s uit West Europa, toen de lonen en dus ook de welvaart in hun thuislanden stegen en de US dollar t.o.v. de harde europese munten (gulden, mark, sterling, later Euro) in waarde verminderde. Ze werden duurder voor de Amerikaanse werkgevers en derhalve alleen nog aantrekkelijk als zij voor de Amerikaanse onderneming unieke “skills” in huis hadden.

          Tja …. “all people are equal, but some people are more equal than the others” zou George ons misschien leren.

          Nu nog de beantwoording van de vraag: Hebben de Jantjes die voor de oorlog als koloniaal naar Indië werden gezonden hun achterstallig tractement over de oorlogsjaren nu wél of niet gekregen? Wie o wie ……

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @Wie als niet-Amerikaan voor een Amerikaanse maatschappij naar een buitenland werd uitgezonden kreeg van de Amerikaanse baas het stempel “Third Country National” (TCN) op het voorhoofd gedrukt@

          Wat ik pas heb gehoord, is dat de Saudi’s en Kuweit het nog steeds doen.

        • Ron Geenen zegt:

          @Marktwerking blijkt toch doorslaggevender dan de sociale wet van “equal job, equal pay@

          Dat is het nadeel van globalisatie. Immers bazen/bedrijven willen geld verdienen.

    • Jan A. Somers zegt:

      Mijn vader was nog geschoold op de Zeevaartschool in Vlissingen. 1912. Alle officieren voor de Gouvernements Marine kwamen toen nog uit Nederland, totoks, met een Indisch contract. In de jaren 30 kwam er een zeevaartschol in Soerabaja. Vanaf die tijd was het korps officieren gemengd, totoks en Indo’s in alle gradaties. Allemaal met hetzelfde Indische contract. Allemaal burgerambtenaren met achterstallig salaris. Dat salaris maakte geen verschil tussen al die huidstinten. In Nederland hebben ze zich echt wel druk gemaakt hierover. Ik dacht met ir. Vrijburg aan het hoofd. Mijn vader niet, die was realist! Een oom van me, ambtenaar BB, precies hetzelfde. Ik moet het nog nakijken, maar ik dacht dat mijn vader in het kamp in Singapore in november 1945 alweer zijn salaris kreeg, met in de maanden daarvoor een voorschot. Ging allemaal ‘vanzelf’. Tot zijn definitieve afkeuring met de rest via SAIP.

  4. ellen zegt:

    Een prachtig commentaar van de heer Jan A. Somers. Wist u, dat er op dit moment een onderzoek gedaan wordt naar de Indische gemeenschap? Door de Universiteit van Humanistiek in Utrecht. Men wil onderzoeken wat voor effecten de backpay kwestie (achterstallige salarissen) heeft gehad op de Indische gemeenschap binnen Nederland. Daarmee kunnen de ontwikkelingen rondom de backpay-kwestie goed in kaart worden gebracht. Al de reacties op o.a. de Indische websites worden mogelijk gevolgd en bestudeerd. Er wordt gebruik gemaakt van een analysemodel genaamd emotie-sociologie om te zien hoe individuele emoties zich verhouden tot een grote maatschappelijke groep.

    • rob beckman lapre zegt:

      Is dat soms het onderzoek door Prof.Dr.Gloria Wekker? De schrijver van het boek “White innocence”.De koloniale regeringen,opgevolgd door regeringen die (volstrekt blindvarend op “big brother Uncle Sam”)menend dat die “grote broer” hun wel zou (blijven)steunen in de ” Indon.kwestie”-voorbijgaand aan de wens van Roosevelt ; “na de oorlog geen kolonien meer”-,dachten dat de collaborator Bung Karno in onmin zou raken.Men keek raar op,toen bleek dat de VS de Indon.grondstoffen belangrijker vond dan de “hondstrouwe”(excuus voor de denigrerende opmerking)Nederlander,waarna men voor de heer Soekarno koos. .Is het vreemd,dat vele duizenden(Ron in Californie,en mijn familie aldaar,zijn er deel van geweest)dat er vele duizenden Indo’s “zich niet senang voelden” in “Patria”,zoals Wim Willems in zijn “Het onbekende vaderland”beschrijft)en de sprong in het onbekende (Ver.Staten)waagden.

      • ellen zegt:

        Neen, Gloria Wekker is wel een “fan” van Oost-Indie, omdat er – dankzij de Indonesiers – een einde kwam aan de slavernij in de West. Zij uit dan steeds haar dankbaarheid aan het volk, dat – tijdens het Cultuurstelsel, 1830-1870 – in Nederlands-Indie in onvrije arbeid zwoegde voor het koloniaal profijt. Eigenlijk is dat – goed beschouwd – ook een volk van achterstallige salarissen. Deze studie is een initiatief van een studentengroep (ik noem geen namen) van de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Er wordt gebruik gemaakt van een analysemodel genaamd emotie-sociologie om te zien hoe individuele emoties zich verhouden tot een grote maatschappelijke groep. De studie aan deze universiteit wordt als volgt omschreven: Je houdt je met mensen bezig. Je staat midden in de samenleving en kijkt met open blik om je heen. Je wilt weten hoe de wereld in elkaar steekt. Je verdiept je in maatschappelijke vragen en zoekt naar oplossingen die naar een zinvol menselijk bestaan leiden. Spreekt dit profiel je aan? Dan ben je bij de Bachelor Humanistiek aan het goede adres. Een combinatie van filosofie, sociologie, psychologie, de wereld een beetje mooier maken en aan je eigen kansen en mogelijkheden denken. Humanistiek is de multidisciplinaire wetenschap van deze tijd. En zijdelings – wat betreft de witte (on)schuld – heeft Gloria Wekker er natuurlijk wel iets mee te maken.

        • Jan A. Somers zegt:

          “Cultuurstelsel,” Inderdaad. De betalingen voor de tani’s liepen via de vorsten. Die hadden daar zo hun administratieve onkosten voor. Max Havelaar! Inderdaad achterstallig loon, nooit uitbetaald.

  5. Boeroeng zegt:

    quote Boeroeng ” voortborduren op die foute moraal van vroeger”
    De laatste paar jaar zijn de begrippen white innocence en cultureel archief de Nederlandse taal ingeslopen. Het is een opleving van denken over discriminatie.
    Onlangs op de Tong Tong Fair was er een debat waar deze opleving gekoppeld werd aan wat Indische Nederlanders ondervinden

    Het culturele archief (een term van de Palestijns-Amerikaanse auteur Edward Said) verwijst naar de patronen die in onze kennis, houding en gevoel zitten. Hoe wij naar zaken kijken en er over praten is lang geleden in ons culturele archief opgeborgen. Nederlanders zijn eeuwenlang koloniale heersers geweest en keken dus op een bepaalde manier naar gekleurde volken. We waren ervan overtuigd dat ze, net als andere Europese volkeren, het recht hadden om het grondgebied uit te breiden en andere volkeren aan zich te onderwerpen. Die manier van denken is niet opeens verdwenen, slechts decennia nadat de koloniale overheersing moest worden opgegeven. De ene dag waren we nog de koloniale overheerser, de volgende waren we opeens ontwikkelingssamenwerker; zou zo’n aardverschuiving werkelijk binnengekomen zijn?
    https://www.nieuwwij.nl/interview/gloria-wekker-het-culturele-archief-van-nederland/

  6. PLemon zegt:

    @Het is een opleving van denken over discriminatie.

    Het is een terugkerend proces want.. Wij en Zij

    *** de Utrechtse evolutionair psycholoog A.Kalma betoogt dat de ecologie een belangrijke evolutionaire rol heeft gespeeld bij de vorming van culturen. Het ‘wij’ en ‘zij’ als overlevingsstrategie.

    Discriminatie is dus terug te voeren op situaties waarin de ene of de andere groep het beschikbare voedsel kon monopoliseren?

    Discriminatie en racisme zijn dus te herleiden tot belangentegenstellingen?

    ,,Voor een belangrijk deel wel. Laat ik een voorbeeld geven: ongeveer twee jaar geleden was er in het Zuid-Spaanse El Ejido, een kleine veldslag tussen de lokale bevolking en Marokkanen die daar ongeveer 50 procent van de bevolking vormen. Kranten noemden het een explosie van racistisch geweld. Maar wat was er werkelijk aan de hand? De werkgelegenheid liep er terug, en daardoor kwam er een sfeer van ‘eigen volk eerst’.”

    ,,Met andere woorden: er was een belangentegenstelling ontstaan tussen de eigen en de andere groep. In zulke omstandigheden vinden de leden van de eigen groep dat zij per definitie de eerste rechten hebben. Met racisme heeft dat niet zoveel van doen, althans niet in de betekenis die we aan het begrip zijn gaan geven: het ongeacht de omstandigheden bewust achterstellen of discrimineren van groepen, omdàt ze er anders uitzien. In El Ejido zou ik eerder van xenofobie willen spreken, als gevolg van belangenconflicten die een reële basis hebben: de arbeidsmarkt werd er bedreigd door een grote hoeveelheid immigranten. 

    https://www.trouw.nl/home/wij-en-zij~a73525f7/

  7. Robert zegt:

    The world is a comedy to those that think, a tragedy to those that feel.

  8. George zegt:

    Life’s but a walking shadow, a poor player that struts and frets his hour upon the stage, and then is heard no more. It is a tale told by an idiot, full of sound and fury, signifying nothing. See Shakespeare, Macbeth,V,v.

  9. George zegt:

    La vie est breve. un peu d’espoir, un peu de reve. Et puis- bon soir!

    • Pierre de la Croix zegt:

      Bij al die wijze spreuken nog eentje dan maar, for good measure, in zwang bij zeelieden uit vroeger tijden:

      Life is like a baby’s diaper, full of shit.

      Pak Pierre

      • f.bakker zegt:

        hr. Pierre , de Hollandse Jannen van het NILl, hadden ook de
        oorlogsjaren Niet betaald gekregen. Zij stonden met hun Inheemse
        wapenbroeders, op de betaallijst v.h N.I. Gouvernement.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Des te triester. Zij waren immers in Nederland aangeworven door de Nederlandse (niet Nederlands-Indische) overheid die er alle baat bij had dat zij orde en rust in het wingewest kwamen handhaven.

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          “aangeworven door de Nederlandse (niet Nederlands-Indische) overheid ” Mijn vader, Vlissingen zeevaartschool 1912, heeft in Nederland een arbeidsovereenkomst gesloten bij het Indische Gouvernement, Dienst Scheepvaart, Gouvernements Marine. Was dus Indisch ambtenaar.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Tja heer Somers…… merkwaardig, die (arbeids)verhoudingen in koloniale tijden. In bedrijfstermen uitgedrukt: De Nederlandse overheid, c.q. het Koninkrijk in Europa, gedroeg zich als moedermaatschappij en de kolonie NOI was de dochter, een BeeVeetje dat zichzelf moest bedruipen en vooral winst maken voor de moeder.

          V.w.b. de werving van personeel (ambtenaren) voor NOI fungeerde de moeder in Nederland dus uitsluitend als wervingsbureau voor de BV in Azië en dat was dan dat. Dat zou dus niet alleen gelden voor “de Jannen”, maar ook voor b.v. bestuursambtenaren als controleurs, (assistent)residenten, gouverneurs en misschien wel de Toean Besar himself, de GG.

          Een vraagje te mijner lering, meneer Somers: Had uw vader als Indisch ambtenaar, doch in Nederland aangeworven voor de dienst in NOI, wél rechten op opname van betaald Europees verlof na een X aantal jaren tropendienst? Dat europese verlof was, dacht ik, toch ook bedoeld als een soort “recuperatie verlof” voor de uitgezonden Europeaan, niet zijnde een kind van de tropen.

          Mijn vader, Indische jongen geboren in Tegal, had iedere 10 jaar recht op betaald Europees verlof van 1 jaar inclusief de bootreis van 1 x 2 maanden. Hij heeft er voordat de oorlog uitbrak nog 2 x gebruik van kunnen maken. Dat recht kreeg hij omdat hij zijn onderwijzersdiploma in Nederland had behaald en zich van daar naar Indië had laten “uitzenden”. Zijn collega’s die in Indië waren aangenomen hadden dat recht niet; ze werden beschouwd als “lokale kracht” die zich tevreden mochten stellen met een paar weekjes in de koele bergen, op eigen kosten.

          Uit dat recht op Europees verlof leidde ik af dat mijn papa “corporate property” was, i.c. een dienstverband had met de moeder in NL en niet met de dochter in Azië. Ik heb hem nooit horen mopperen over niet ontvangen salaris (de backpay) over de oorlogsjaren, maar dat zegt niets. Hij zou dat salaris wel hebben kunnen ontvangen, maar zeker weten doe ik het niet. Tegen de tijd dat ik mij vragen ging stellen was hij al lang overleden.

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          Mijn vader had inderdaad recht op Europees verlof. Was geen vetpot! Laag verlofsalaris, moest hebben en houden in Indië voor een habbekrats verkopen, in Nederland pensionkosten, winterkleren, na terugkeer weer je hebben en houden kopen tegen een flinke prijs. Mijn vader heeft dat Europees verlof goed gebruikt met cursussen op de zeevaartschool in Vlissingen en Amsterdam. Was Indisch ambtenaar, Dienst Scheepvaart. Het gekke was dat hij bij militarisering een 100% collega werd van de KM, met dezelfde rangen e.d. Moest van een zekere Helfrich vechten met houten geschut, terwijl de KM-schepen, met uitzondering van de onderzeeboten, veilig in Oedjoeng bleven liggen. Bij de capitulatie weer gewoon Indisch ambtenaar, maar werd door de Japanners als militair krijgsgevangen. Nooit zijn achterstallig salaris ontvangen.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Waarmee, voor mij althans, u het bewijs hebt geleverd dat rechten op Europees verlof geen uitvloeisel waren van een dienstverband met het Koninkrijk in Nederland, maar onder gegeven omstandigheden ingebed in het arbeidsvoorwaardenpakket van de Indisch ambtenaar. Mijn papa zal dus ook naar zijn “back pay” hebben kunnen fluiten. Dat ik hem daarover niet heb horen mopperen zou kunnen liggen aan het feit, dat hij met zijn frustraties niet graag te koop liet, althans niet verbaal.

          Dank voor uw bijdrage, meneer Somers.

          Dat opname van het Europees verlof allerlei bijkomende soesah met zich meebracht zal menigeen niet hebben gedeerd: Die rechten gaven in Indië toch maar mooi status en mijn ouders hebben er blijkens hun verhalen en foto’s heel erg van genoten. Ik ben tijdens het laatste verlof van 1937 – 1938 “op stapel gezet”, ergens in Brussel, Parijs of Den Haag, plaatsen waar zij verbleven. Mijn ouders waren in 1938 net op tijd terug (met de “Dempo” of “Christiaan Huigens”, dat moet ik weer nazien) om mij in Semarang het eerste levenslicht te doen zien.

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          “fungeerde de moeder in Nederland dus uitsluitend als wervingsbureau voor de BV in Azië ” Is van alle tijden. Hoogovens en Staatsmijnen haalden Italianen naar hier. Verrijking van onze woordenschat: Gastarbeider. En daarna: ikke Ali, ikke niet verstaan. Bij mijn afstuderen kreeg ik van veel overheidsorganen en particuliere bedrijven uitnodigingen. Geneeskundige troepen kochten afstuderende artsen met afbetaling van opgelopen studieschuld. Mijn jongste dochter kon na haar opleiding fysiotherapie in Nederland niet aan de slag, maar kreeg aanbiedingen uit Duitsland, Noorwegen en Zwitserland. Het werd Zwitserland, één telefoontje was genoeg voor een kennismaking.
          Indië was na de eerste wereldoorlog als financieel zelfstandig gebiedsdeel begonnen aan een enorme investeringsslag, zowel de overheid als het bedrijfsleven. En een economische opleving richting Amerika en Japan. Voor diverse functies en niveaus waren er nog geen opleidingen in Indië. Die kwamen pas in de jaren dertig. Mijn eerste baas bij TNO had als verhaal: bij je afstudeerborrel had je je bootticket al op zak. Je meisje kwam later wel. Als jong ingenieur kreeg je meteen een groot resort onder je. Alle bruggen uit die tijd waren gelijksoortige vakwerkbruggen uit sommetjes voor eerstejaars toegepaste mechanica. Volgens mijn moeder was mijn mazelen nieuw voor onze nieuwe huisarts.

        • Arthur Olive zegt:

          Over Europees verlof gesproken, mijn stiefvader was een hoofd Indisch ambtenaar in Nieuw Guinea en kreeg om de drie jaar Europees verlof met een bonus van fl 10,000. plus salaris voor die drie maanden verlof.
          Ze werden kortverbanders genoemd en hadden geen recht op pensioen.
          De hoofd ambtenaren die in Nederland waren aangenomen kregen om de 6 jaar verlof voor 6 maanden plus salaris en bonus (weet niet hoeveel). Ze hadden ook recht op pensioen.
          De HPB (Hoofd Plaatselijk Bestuur) van Manokwari, de heer Assinck een toktok, kwam rechtstreeks uit Nieuw Zeeland en kreeg dezelfde rechten als iemand die in Nederland was aangenomen.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Tja, Pak Arthur, dat waren – denk ik – na-oorlogse regelingen. Voor de oorlog was men niet zo scheutig en de intervals tussen 2 Europese verloven waren langer en variabel, afhankelijk van rang en stand. Mijn vader mocht zich als eenvoudig schoolmeester om de 9 jaar verheugen in het verlof. Hij maakte er gebruik van 1927 – 1928 (zie mijn verhaaltje “Indo’s on ice” op I4E van enige jaren geleden) en van 1937 – 1938.

          Daarna kwam – helemaal uit Japan – een olifant met een grote snuit, en die blies het vooroorlogse koloniale verhaaltje uit.

          Pak Pierre

  10. f.bakker zegt:

    Pak Pierre ‘Des te triester” Inderdaad,ook zij behoorden tot
    de “ForgottenAarmy”! fb

  11. Pierre de la Croix zegt:

    Tja …. in den Oost was het inderdaad “niks gedaan, oh kasian”.

    Pak Pierre

    • Ron Geenen zegt:

      @Tja …. in den Oost was het inderdaad “niks gedaan, oh kasian”. @

      Als ik dan ook het verhaal leest, blijkt dat elke Indo werd gediscrimineerd. Er zijn velen onder ons, die zeggen dat nooit ervaren te hebben. Als persoon niet, maar als Indo volk indirect wel.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Geenen: “…….. blijkt dat elke Indo werd gediscrimineerd”.

        In die gelaagde spekkoeksamenleving van NOI discrimineerde iedereen iedereen. Ik denk meestal om de eigen (groeps)identiteit te bevestigen, de eigen status te benadrukken (ik ben beter dan die andere), een zekere angst voor de andere te onderdrukken.

        Zo de Indo in NOI al werd gediscrimineerd – meestal dan door de Totoks – dan discrimineerde de Indo ook naar hartenlust terug. Hij zette zich doorgaans af tegen de “inlander”, maar kon zich ook tegen eigen Indovolk geringschattend uiten. Met name de hoger opgeleide en beter gesitueerde Indo keek neer op de kleine Boeng of kampong Indo en bootste spottend zijn “kampongtaaltje” na. Indo’s voelden zich doorgaans ook verheven boven andere bevolkingsgroepen dan de “inlanders”, i.c. de Chinezen, Arabs, Bombayers, Klings en ander vreemd spul. Indokinderen als ik deden naar hartenlust mee. Wij scholden b.v. “Tjina mindring, naik kambing” en zeiden “Tjina Loleng”, “Amboong tengik” of “Amboong makan kampret”. Wisten wij veel.

        Vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw konden Indo’s ook vrij hoog komen en werden zij door de totok “peers” als gelijken beschouwd en behandeld, zeker in de militaire en burger ambtelijke rangen. Mijn opa Pierre de la X, geboren 1880, Indo die meer op een inlander leek dan Europeaan, met alleen lagere school, klom op bij “De Zustermaatschappijen” (spoorwegen, o.m. Semarang – Cheribon) van jongste bediende tot “hoofdambtenaar” en werd daarvoor rond 1913 door de baas voor 2 jaar met studieverlof naar Nederland gezonden. Salaris doorbetaald, alsmede de passage heen en terug voor het hele gezin, man, vrouw en 4 kinderen! Bij terugkeer bleef mijn vader achter om zijn onderwijzersstudie af te maken.
        Alleen in het bedrijfsleven (handel, bankwezen, olie) ging de emancipatie moeizamer, tot na de oorlog.

        De moraal van dit verhaal: Niets is absoluut, alles relatief, te beoordelen in een bredere context.

        Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @De moraal van dit verhaal: Niets is absoluut, alles relatief, te beoordelen in een bredere context. @

          Waardeer uw verslag. Het bewijst eens te meer dat wij Indo’s heel erg verschillen van elkaar.
          Een groot gedeelte van de Geenen familie, dat is vaderskant, komen uit Sawahlunto. De plaats Sawahlunto en haar Europees gezinde, bestond uit ongeveer 50 families, allen werkzaam bij de Ombilinmijnen. Deze mensen hadden hun eigen verenigingen, zoals de soos, tennisclub en voetbalvereniging.
          De Chevalier familie daarentegen uit Fort de Kock en Padang, hadden het wel geboerd. Opa en Oma hadden een hotel/restaurant, een garage bedrijf, race-paarden, landerijen, een paar Amerikaanse auto’s, enz.
          Mijn vader heeft de oorlog en martelingen niet overleefd en stierf in het ziekenhuis CBZ in Batavia.
          Moeder ging werken bij het dept. van Sociale zaken. Oma Chevalier voedde ons kinderen, in Tjideng, streng op en hield ons volledig gescheiden van de Indonesische bevolking. Trouwens in het Tjideng gedeelte waar wij woonden, woonden alleen Indische families en daar speelden wij kinderen mee. Moeder wilde ook naar Nederland, maar de NL regering vond dat zij en haar kinderen maar in Indonesie moesten blijven. (rapport van Werner). Mijn moeder haar baas, die naast ons woonde, heeft haar geholpen, door het gemeentehuis, waar wij in woonden, gewoon te verkopen. Dat was geld voor de bootreis. Moeder heeft tot de laatste dag gewerkt. Wij kinderen gingen ook tot de laatste dag naar school. De volgende dag stonden 2 zwarte auto’s voor de deur en we vertrokken naar de haven van Priok en hebben nooit meer omgekeken. In Nederland waren ze ook helemaal niet blij met onze komst. Dat hebben we ook wel gemerkt, want we vielen van de regen in de drup.
          Door al die ervaringen, ben ik blij dat ik in Ca woont. Immers zowel Indie als Nederland waren voor mij persoonlijk een mindere prettige tijd (ook discriminatie) en in CA kon ik met een schone lei beginnen.

        • Pierre de la Croix zegt:

          “Oma Chevalier voedde ons kinderen, in Tjideng, streng op en hield ons volledig gescheiden van de Indonesische bevolking”.

          Dat zal uw oma met de beste bedoelingen hebben gedaan, heer Geenen, net als de opa’s en oma’s en ouders van vele andere Indische kinderen in Indië dat deden. Maar het is nu ook net het bewijs, dat moest worden voorkomen dat die kinderen “inlands” werden en aldus tot een groep zouden worden gerekend waartoe een rechtgeaard Indo-Europeaan zich liever niet rekende. Totoks die niet wilden dat hun kinderen met Indische meisjes en jongens omgingen en Indische (Indo-Europese) grootouders en ouders die niet wilden dat hun (klein)kinderen met “inlanders” werden vereenzelvigd. Birds of a feather, podoh wahé – sami mawon.

          No offense ….. ik veroordeel niet. Het was nu eenmaal zo.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @Dat zal uw oma met de beste bedoelingen hebben gedaan@

          Vermoedelijk had oma en moeder daar ook een reden voor. Mijn moeder had net haar man ook verloren. In Padang was hij door de Jappen en Indonesiers, in dienst van de zelfde Nips, maandenlang gemarteld inclusief gecastreerd, geworden. Mijn vader heeft dat gedurende zijn verblijf in het CBZ ziekenhuis beslist dat aan zijn vrouw en haar moeder laten weten. Mijn moeder heeft het mij weer later in Nederland verteld. In mijn verhaal op mijn web met de titel “Ze waren erger dan beesten” heb ik 3 Indonesische namen vermeld.
          Voor alles is er een reden. Van mijn standpunt uit bezien, is het jammer dat Westerling niet in Padang heeft opgetreden.

  12. Corrie zegt:

    Ron een mooi verhaal. Ik was te klein toen wij in 1950 in Nederland arriveerden. Ik ben zelf van 1949. Je hebt gelijk er was verschil. Ik ben een echte indo maar houd ook erg van Nederland. Ik heb de naam Geenen ook bij ons wel horen vallen. Mijn ouders komen allebei van Sumatra. Mijn vader Cornelis Haacke is geboren in Padang en mijn moeder Nini Jungst in Sawahlunto. Helaas heb ik aan de kant van mijn pa ontzettend veel familie verloren. Mijn opa van moeders kant Paul Egbert Jungst is 27-6-1943 overleden in deAtjeh Koealasimpang gevangenis en was LS sld bij het Knil.

    • Ron Geenen zegt:

      @Mijn vader Cornelis Haacke is geboren in Padang en mijn moeder Nini Jungst in Sawahlunto. @

      Wat leuk om dat te horen. Na de oorlog hebben wij in Cideng, Jakarta, naast familie Jungst gewoond. Tante Ietje had 5 kinderen, waarbij ik veel met Bob omging.
      Hoe ver sta je van die familie af? Bob heb ik wel eens per telefoon gesproken.

  13. Heel kort bij. Tante Ietje is mijn oma.
    Mijn moeder Nini is haar dochter en oom Bob is haar broer. De andere zijn oom Paul, tante Ine, tante Thea, oom Ventie en tante Meidtie. Dus oma had er 7. Daarvan zijn alleen oom Bob en tante Ine nog in leven. Mijn moeder was de oudste.

    • bokeller zegt:

      Dan een vraagje van deze Sawah-loentoér
      Ollie Haacke , Boy en,Sonja Jungst zijn mijn
      leeftijds genoten.
      Zijn deze personen bij U bekend.
      siBo

      • Boy en Sonja Jungst zijn mij niet bekend. Jungstenfamilie is ook zo groot. Maar Ollie Haacke dat was mijn vader. Die is helaas al enkele jaren geleden. Hij was pas 75 en wordt nu nog erg gemist door mij. Vindt het altijd heerlijk als ze hem kennen.
        Corrie

        • bokeller zegt:

          Nmw.ging Ollie naar Curaçao.
          Pa had toch wel over die heerlijke tijden
          in Padang gehad.
          Tsja,het is ook zo lang geleden.
          siBo

        • Ons pa is altijd in Nederland gebleven.

        • Ron Geenen zegt:

          Je oma Ietje, die ik tante noemde, had 7 kinderen. Ik kende alleen de 4 jongeren en dat waren Ventie, Bob, Ine en de jongste Thea. Ine is, denk ik, van mijn leeftijd en dus rond de 80.
          Je oma Ietje is volgens mij een meisje van Ommen. En de familie van Ommen zijn verbonden met de Geenen familie. Open de volgende website pagina en ga ruim halverwege naar beneden. Dan zie je een foto van Indische mannen in een rij staan van groot naar klein. Allemaal Geenen en van Ommen mannen. Mijn vader is geheel links. https://myindoworld.com/genealogy/geenen-history/

        • Goedemorgen. U heeft mij verwezen naar de foto met op een rij mannen van Geenen en de van Ommens. Kunt u mij zeggen wanneer deze foto is gemaakt.

        • Ron Geenen zegt:

          Nee, dat weet ik niet, Maar ik denk dat het voor mijn geboorte jaar gebeurde. Ik ben in April 1936 geboren. Vermoedelijk rond 1933/1935. Dat is mijn gedachte. Heb je een reden waarom die datum belangrijk is?

  14. ellen zegt:

    Terug naar de topic. Het verdriet van de Indo. Even een geheugenopfrisser. Zo zat het dus. Herman Bussenmaker over de historie, het IP en de gang naar de Tweede Kamer. Dat is allemaal geweest. Er zijn nu rechtszaken bezig. Het hoger beroep moet nog komen. De waarheid ook.

      • Ron Geenen zegt:

        Begon het aangehechte pdf verhaal te lezen tot ik halverwege het woord “commissie-Werner” weer las. Die kerel maakt mij misselijk en kwaad. Ben dan ook mee gestopt. Als er ooit iemand in opdracht van een regering werd gediscrimineerd, dan was het door die idioot gedaan.

        • Jan A. Somers zegt:

          Waarom zou je je over zoiets druk maken? Het is een van de vele adviesrapporten die op aanvraag zijn gemaakt en daarna rechtstreeks in het archief komen (mag niet in de prullenbak conform de archiefwet.). Ik vind dat ook een vreemd verhaal, maar als onbelangrijk ook bij mij onder in de stapel terecht gekomen. Alleen hier op I4E is het opgerakeld. Ook maar een praatclub die door de politiek niet wordt gehoord en dus geen gevolgen heeft gehad. Gelukkig maar.

        • Ron Geenen zegt:

          @Waarom zou je je over zoiets druk maken@

          Omdat het zeer beledigend was en het raakt mij.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Somers: “Het is een van de vele adviesrapporten die op aanvraag zijn gemaakt en daarna rechtstreeks in het archief komen (mag niet in de prullenbak ……..).

          Ik heb wel eens gehoord dat in ambtelijke kringen de prullenbak “het cylindrisch archief” wordt genoemd.

          Of het “Rapport Werner” daarin thuis hoort of niet, het geeft toch iets aan van het denken in die tijd in ambtelijke en regeringskringen over de Indo …..

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          Gelukkig staat in ons land het denken vrij. Dat merken we ook op I4E. En daar wordt iets mee gedaan, of niets. Hier wordt vaak stennis gemaakt over ‘Hollanders’. Daar doet mijn Zeeuws meisje weer niets mee, zij is geen Hollandse! Kan ze niets aan doen.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Somers: “Gelukkig staat in ons land het denken vrij”.

          Jawel, maar soms leiden die vrije gedachten tot boze daden. Cursusje “Gedachten lezen” kan daarom heel nuttig zijn.

          Pak Pierre

    • Pierre de la Croix zegt:

      Het is goed dat Ellen met dit interview over “de Indische kwestie” alle geachte lezeressen en lezers weer aan de oren bij de les trekt, zoals lang geleden juffrouw Joke Mathulessy – Kolmus dat bij mij deed. “Djewerrrr” heette dat.

      Ik volg met een passief oog de discussies over de zaak. Wel in erkenning dat Nederland in deze inderdaad zwaar pienter boesoek is geweest en nog steeds is, maar tevens concluderend dat alle pogingen om recht te halen op de manier waarop ze worden uitgevoerd te vergelijken zijn met het trekken aan een dood paard. Pertjoema.

      Nochtans met belangstelling het interview met Bussemaker aangehoord. Hij weet in ieder geval in ruim een half uur op bondige en heldere wijze over de Bühne te krijgen waar het in de “Indische Kwestie” feitelijk om gaat. Ik zie dat hij het interview gaf in 2011, toen hij nog Voorzitter van het IP was. Hij gaf daarbij expliciet aan dat het IP er was voor de belangenbehartiging van de Indische Gemeenschap.

      Met respect voor de heer Bussemaker, zijn ambtsvoorgangers en opvolgers, vind ik dat hun wel valt te verwijten dat zij onvoldoende de trom hebben geroerd om die belangen behartiging kracht bij te zetten.

      Nooit heb ik aanwijzingen gekregen dat het IP een krachtige lobby heeft gevoerd richting regering, parlement en publiek zoals b.v. het SIDI van indertijd Ronny Naftaniël en dat het actief heeft geprobeerd de Indische Gemeenschap te mobiliseren. Het IP, c.q. Bussemaker, zou toch met paginagrote advertenties in de landelijke bladen het publiek, inclusief de Indische Gemeenschap, kunnen informeren over de kwalijke rol die Nederland in de zaak heeft gespeeld en nog speelt. Grote delen van de tekst uit Bussemaker’s interview hadden zo kunnen worden gepubliceerd. Hij gebruikte sterke vergelijkingen zoals die t.a.v. de betalingen van oorlogsschade en betaling van soldij tijdens (krijgs)gevangenschap. “Stel” zei Bussemaker (ongeveer) over het laatste, “de Talibaan had in Afghanistan Nederlandse militairen krijgsgevangen gemaakt en over 1 jaar losgelaten. De rapen zouden gaar zijn geweest, wanneer Nederland deze militairen over hun periode van gevangenschap niets zou uitbetalen”. Spijker op de kop geslagen. Aansprekender zou het nauwelijks kunnen. Waarom zijn stem alleen laten horen in een interview op de TogTong Fair?

      Kortom en enigszins cru gezegd, het heeft het IP aan drive en grote bek ontbroken. Een paar kereltjes met een grote bek hebben wel bereikt dat er in NL een “Oekraïne referendum” werd gehouden, zeer tegen de zin van de regering. Eén van die kereltjes zit nu met 2 of 3 zetels in de Kamer. We zullen nog wel meer van hem horen.

      Ik vind het een schande dat nu enige dappere, voortvarende particulieren als Lizzy een proces tegen de staat voeren, op eigen kosten en dat het IP niets doet, kennelijk volhardt in een haloes-haloes politiek, bang voor de Grote Toeans die met bergen kluitjes klaar staan voor het IP, om in het riet te gooien.

      Oeps …… eindelijk niet off topic, niet op zoek naar verloren liefdes.

      Pak Pierre

      • Loekie zegt:

        Er zijn Indische mensen die totaal geen prijs stellen op backpay, schadeloosstelling, nabetaling, medailles, onderscheidingen enz enz. Die mensen kunnen en hoeven dus niet vertegenwoordigd worden door een partij, platform enz met wel of geen grote bek. Dat betekent dus ook dat het IP of welke club dan ook nooit namens ALLE Indische mensen eisen kan stellen.

        • Pierre de la Croix zegt:

          “Dat betekent dus ook dat het IP of welke club dan ook nooit namens ALLE Indische mensen eisen kan stellen”.

          Wel als het de opdracht heeft aangenomen om naar de regering toe de spreekbuis te zijn voor “de Indische gemeenschap” en ook pretendeert de belangen van die gemeenschap te kunnen behartigen, zoals ook de heer Bussemaker in zijn kwaliteit van Voorzitter in het interview klip en klaar meldde.

          Dat de Indische Gemeenschap geen homogene club is zal ik niet ontkennen. Maar het IP heeft bij mijn weten geen enkele serieuze moeite gedaan te peilen hoe die gemeenschap, zijn gedoodverfde achterban dus, er grosso modo uitziet en wat er binnen die gemeenschap leeft. De “Indische kwestie” zou toch een mooie aanleiding zijn om te zien hoe die Gemeenschap daarover denkt en welke koers het IP zou moeten varen om die kwestie voor eens en altijd op te lossen.

          Alhoewel ook mijn ouders het e.e.a. moeten hebben verloren door oorlogshandelingen en de gevolgen daarvan, houd ik mij daar niet mee bezig. Wat mij wel stoort is dat de Nederlandse overheid in deze t.a.v. alle Indische gedupeerden een amorele houding heeft aangenomen en daarin nog steeds volhardt. Ergens zegt Bussemaker in zijn interview dat Nederland, toen het zich liet aanzien dat Indonesia, c.q. Soekarno, niet van zins was de van de Indische regering overgenomen betalingsverplichtingen te honoreren, het er maar bij liet zitten om haar economische belangen niet te schaden. De koopman won het weer van de dominee. Okee, daar zou ik kunnen inkomen, maar wees dan als Nederland wel zo consequent en FATSOENLIJK om achteraf de rol van dominee weer op zich te nemen en in die rol die betalingsverplichtingen jegens haar Indische burgers onverkort, zonder enig getawar en traineren, zelf te honoreren. Is dus blijkbaar niet gebeurd en het IP heeft daarin ook berust, terwijl het alle registers zou hebben moeten opentrekken om het onrecht aan de kaak te stellen en het te doen goed maken. In dat opzicht heeft, voor zover ik kan nagaan, ook wijlen de heer Bussemaker boter op zijn kepala.

          Al mijn op of aanmerkingen over het IP zijn gebaseerd op persoonlijke waarneming en ervaring, niet in de laatste plaats dankzij de vele bijdragen op I4E van personen die het weten kunnen. Mocht ik iets hebben gemist of niet goed hebben begrepen en de plank volledig misslaan, dan hoor ik het graag. ik ben niet te beroerd de hoed af te nemen en ongelijk te bekennen.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          Ben het volledig met u eens wat betreft het IP. Heb ook nooit iets gemerkt van het IP.
          Iemand die de Indo gemeenschap vertegenwoordigt daar verwacht ik een periodiek nieuwsbericht en update van de gesprekken en nieuws planning. Met e-mails zijn wij over de wereld te bereiken.

        • Loekie zegt:

          Een groepje Molukkers heeft op een gegeven moment gemeend op een bepaalde manier alle registers open te moeten trekken om aandacht te eisen voor hetgeen hen ooit is beloofd / is aangedaan. Het land stond op zijn kop en internationaal keek eenieder toe.
          Resultaat??
          Ofwel: welke registers zouden Indische mensen sowieso kunnen / moeten opentrekken? En wordt er werkelijk gedacht dat die open registers resultaat zullen opleveren?

        • Pierre de la Croix zegt:

          Ach mevrouw of meneer Loekie,

          Buiten kapingen en gijzelingen zijn er nog een hoop registers die kunnen worden open getrokken, binnen de kaders van de wet. Maar goed, de wil moet er zijn om resultaat te bereiken, een grote dosis verontwaardiging, durf, intelligentie én een creatieve geest. Hands on mentaliteit. Iemand als Lizzy lijkt over die kwaliteiten te beschikken. Zij zou een goede Voorzitter van het IP kunnen zijn.

          Pak Pierre

  15. PLemon zegt:

    @Pak Pierre “het heeft het IP aan drive en grote bek ontbroken.”

    Is een overlegorgaan en gesprekspartner van de overheid niet per definitie initiatiefloos en kan alleen die van zijn afzonderlijke leden ondersteunen?
    Zou het in de praktijk misschien meer afzwakkend werken(poldermodel) en meer om de regeringsploeg uit de wind te houden.?

    *** Het Indisch Platform werd opgericht in 1991 op verzoek van de toenmalige Minister-President van Nederland, Ruud Lubbers, om als aanspreekpunt en overlegorgaan te dienen met betrekking tot de aspecifieke belangen van de Indische gemeenschap.

    Het Indisch Platform respecteert hierbij volledig de identiteit en de autonomie van de aangesloten organisaties, die zelf voor een of meerdere van de doelgroepen werkzaam zijn. Belangrijke aandachtspunten (!) van Het Indisch Platform zijn onder andere:

    Sociale voorzieningen, zorg en hulpverlening
    Culturele activiteiten Herdenking en herinnering
    Onderwijs en wetenschap
    Rechtsherstel betreffende “backpay” en oorlogsschade (.hierin bv v Rijn gevolgd)
    http://www.indisch-centrum-denhaag.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=80&Itemid=111&lang=

    • Pierre de la Croix zegt:

      Van het bovenstaande heb ook ik lang geleden kennis genomen, heer Lemon. Ik heb gereageerd op wat ik van de heer Bussemaker hoorde in zijn interview van 2011 op de TTF. Daarbij had ik ook in het achterhoofd alles wat hier op I4E onder verschillende hoofdjes “backpay”, etc. te lezen viel.

      Het Indisch Platform is dus opgericht om “als aanspreekpunt en overlegorgaan te dienen met betrekking tot de aspecifieke belangen van de Indische gemeenschap” en dat het hierbij “volledig respecteert de identiteit en de autonomie van de aangesloten organisaties, die zelf voor een of meerdere van de doelgroepen werkzaam zijn”.

      Vraag 1: Wat wordt in deze met “aspecifiek” bedoeld? Valt de “Indische kwestie” daaronder? Ik denk van wel. Anders was Bussemaker er in zijn interview niet uitgebreid op ingegaan.

      Vraag 2: Als die aangesloten organisaties zich in zo’n majeure zaak als “de Indische Kwestie” niet hadden geroerd en lekker waren blijven tidoeren, had het dan niet op de weg van het IP gelegen om in deze – nogmaals, majeure – zaak het initiatief te nemen?

      Pak Pierre

      • PLemon zegt:

        @Hr. Pierre “clubjes aan het tidoeren”

        Zou het? Ws bracht ieder afzonderlijk wel z’n strijdpunten in de IP kumpulans naar voren en sluisde die dat op hun beurt door naar regering en Kamer. En dan kom je op het punt van lobbyen en strijdvaardigheid. En dat is een apart hoofdstuk wie je er dan voor je karretje spant.Het is een vak apart…..

        Relaas van zo’n persoon….
        *** Ik zorg ervoor dat er in politieke en bestuurlijke processen rekening wordt gehouden met de belangen van mijn klanten. Meestal gaat het om complexe dossiers, waarbij ik de vertaalslag richting politiek moet maken. Ik ga altijd langetermijnrelaties met mijn klanten aan, wat me ook toelaat om langetermijnrelaties op te bouwen met relevante politici en ambtenaren. Daardoor ben ik zelden verrast door politieke of bestuurlijke initiatieven. Als een kwestie op de politieke agenda komt is het namelijk al enkele stappen te laat.”
        “Ik zorg dat ik zowel de klant als het probleem door en door ken en dat ik ook weet wie er in de politiek en in de administratie bij het dossier betrokken is. Ik bouw een netwerk uit en probeer mensen permanent te briefen. Sowieso beleg ik meermaals per jaar vergaderingen met alle partijen, fracties en belangrijke personen om hen te informeren over de dossiers van mijn klanten, maar als ik van hen verneem dat er effectief beleidsvoorstellen op stapel staan, dan moet ik een versnelling hoger schakelen en bijkomende partijen aan tafel uitnodigen om hen mijn standpunten voor te leggen.”Mensen denken dat wij enkel vergaderen, dineren en naar recepties gaan, maar ik doe het gros van mijn werk aan mijn bureau. Daar moet je de dossiers analyseren en de vergaderingen voorbereiden. Ik lees dossiers, maak afspraken en ga na hoe ik een kwestie het best kan presenteren. Ik moet vooraf duidelijk bepalen wat ik aan wie ga vertellen en op welke manier.” https://www.startpagina.nl/v/politiek-overheid/vraag/586052/gaan-lobbyisten-werk

        • Ron Geenen zegt:

          @En dan kom je op het punt van lobbyen en strijdvaardigheid. En dat is een apart hoofdstuk —–@

          Zeg dat wel. Mijn gevoel zegt mij, dat het IP alleen in hun omgeving iets probeerde te bereiken. Zeker buiten NL hadden de meeste Indo’s nooit iets van dat clubje gehoord. Ook de NL ambassade die lid is van de Indo, heeft nooit de moeite genomen iets in ons blad te publiceren. Heb daar in ieder geval nooit iets van hun er over gelezen. Mijn kennis van het IP kwam door deze site van B.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Feit blijft heer Lemon, dat het IP en zijn aangesloten instituten te weinig aan de weg timmeren, c.q. hun handel en wandel voor het gros van de mensen die tot de “Indische Gemeenschap” worden gerekend grotendeels onzichtbaar en onhoorbaar houden. Dan ontstaat, zoals zelfs t.a.v. majeure dossiers als “de Indische kwestie” binnen de Indische Gemeenschap de indruk dat men in die vertegenwoordigende clubjes legt te tidoeren of tenminste onvoldoende onderneemt om de belangenbehartiging ten volle waar te maken. Waarom zouden anders personen als “Lizzy” het nodig hebben gevonden om zelf op de barricade te springen en processen te voeren?

        Het lobbyen en strijdvaardig behartigen van belangen zijn inderdaad vakken apart, waarbij – afhankelijk van de situatie – de ene keer aan een haloes-haloes benadering de voorkeur moet worden gegeven en een andere keer de beuk erin moet. In alle gevallen telt het EINDRESULTAAT.

        De “Indische kwestie” suddert en ettert blijkbaar al decennia door terwijl het gros van de “Indische Gemeenschap” geen idee heeft wat zijn officiële belangenbehartigers tot nu toe hebben gedaan om tot een bevredigende EINDoplossing van de kwestie te komen. Die eindoplossing was er blijkens het interview met Bussemaker in 2011 niet en anno nu ook nog niet, zo ontneem ik ook uit de vele, vaak felle, reacties op I4E.

        Daar moet dus wat aan worden gedaan: Communicatie met de achterban en het grote publiek (dankzij de sociale media is nu veel tegen betrekkelijk lage kosten mogelijk, maar voor de oude digibeten in de Indische Gemeenschap en de totale samenleving zijn advertenties in de landelijke bladen nodig). Aan de weg timmeren dus, voortvarend en effectief optreden, publiekelijk verantwoording afleggen.

        Misschien is er binnen het IP wel iets groots verricht. Maar het grote publiek weet dat niet en de resultaten zijn er kennelijk niet naar.

        Pak Pierre

        • PLemon zegt:

          @Pak Pierre ” binnen het IP wel iets groots verricht ?

          Let wel met een ‘vrijwillige’ dus geen professionele lobyist

          ***”Het Indisch Platform, officiële overleg-partner van de regering, is een WOB-procedure (Wet Openbaarheid Bestuur) gestart om inzage te krijgen in alle stukken van ambtenaren die geleid hebben tot ‘een leugenachtig advies’. Ton te Meij: “Jarenlang zijn diverse bewindspersonen vals voorgelicht door de ambtenaren van hun eigen ministeries rond een eventuele vergoeding voor de slachtoffers van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog. Dat moet voor eens en voor altijd duidelijk worden”, zegt Ton te Mey in het Leidsch Dagblad.

          Ton te Meij werkt sinds 2008 op vrijwillige basis als lobbyist/ delegatielid voor het Indisch Platform, waarbij zo’n 24 Indische organisaties zijn aangesloten. Ook is hij betrokken bij een van de deelnemende organisaties, Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappen-kampen. Te Meij: “Ik ben zelf geen belanghebbende, maar wat die mensen is aangedaan is puur schandalig. Het waren de ambtenaren, mensen die in dienst waren van Nederland (Nederlands Indische Overheid) en die tijdens de Japanse bezetting in een kamp zijn gestopt. 
          Op de vraag waarom het probleem na zeventig jaar nog speelt, zegt Te Meij: “De mensen die uit Indië kwamen zijn te lief geweest,       te braaf, te ondergeschikt. En     ze vormden geen eenheid. Uiteindelijk kwam in 1991 het Indisch Platform er, een officieel overleg- en gespreksorgaan met de Nederlandse overheid. Het heeft heel lang geduurd totdat er een goede dialoog op gang kwam met de regering. Men was eigenlijk niet welkom in Den Haag. Maar nu lijkt er zicht op een oplossing. De huidige staats-secretaris, Martin van Rijn, is de eerste die het Indisch Platform gelijk geeft in de rechtmatigheid van de claim en die aan een oplossing wil werken. Het cynische is wel dat de regering nu eigenlijk geen geld heeft voor deze schadevergoedingen.
          http://icmonline.ning.com/profiles/blogs/indisch-platform-start-wob-procedure-inzake-indische-kwestie

        • Pierre de la Croix zegt:

          Nu hoor (lees) ik iets van een ander, niet van het IP.

          Hoeveel van de “Indische Gemeenschap” draagt kennis van de noeste arbeid binnen het IP en weet het IP überhaupt wie zich nog tot die gemeenschap rekent en zich adequaat door het IP vertegenwoordigt voelt?

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          In Nederland zijn we gewend aan een vertegenwoordigende democratie, geen directe. Dat betekent ook dat je niet als persoon wordt vertegenwoordigd, maar als groep (bijvoorbeeld politieke partij). Maar die groep moet zich wel roeren, richting de vertegenwoordigers die ons als groep vertegenwoordigen. Als het goed is overleggen onze vertegenwoordigers (IP) uit zichzelf via ruggenspraak met mensen uit onze groep. Ik weet niet of dat gebeurt, en met wie uit onze groep. En dat is natuurlijk een probleem, want elke Indischganger heeft zijn eigen sores. Dat komt dan wel in ons praathuus, maar dat is alleen zelfbevrediging.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Somers: “Maar die groep moet zich wel roeren, richting de vertegenwoordigers die ons als groep vertegenwoordigen”.

          De beruchte vicieuze cirkel of “Teufelskreis” zoals de Duitsers die zo treffend noemen: De vertegenwoordiger richt zich niet actief tot de groep, timmert niet aan de weg, weet misschien niet eens hoe die groep er precies uitziet en hoe en waar die is te bereiken en de groep doet niets omdat hun “officiële” vertegenwoordiger c.q. belangenbehartiger ze niet bereikt.

          Het is, zo lijkt mij, aan de benoemde belangenbehartiger om de eerste stap te zetten, zich aan de doelgroep voor te stellen en het contact op continue basis te onderhouden. Voor zover mijn waarneming strekt heeft het IP zich hiermee niet of in ieder geval onvoldoende bezig gehouden. Wie aan de deur klopt is misschien welkom, wie dat om welke reden ook niet doet, blijft in zalige onwetendheid ronddolen en doet z’n eigen ding.

          Ook ik hoorde pas van het IP en zijn ontstaansgeschiedenis via I4E, dus zo’n 5 jaar geleden. Ik was toen al 73. Was ik een tidoerende tolol? Dat zal wel, maar het IP had mij ook uit de slaap kunnen helpen. Met fanfare en slaande trom.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @Ook ik hoorde pas van het IP en zijn ontstaansgeschiedenis via I4E, dus zo’n 5 jaar geleden. Ik was toen al 73. @

          Kijk, dat is nu eens open taal. Er zullen hele groepen Indo’s in Nl zijn die dat net als u ook niet wisten en nooit van hebben gehoord. Mijn zusje in Born, Limburg, weet het nu nog niet. Gewoon omdat zij niet weet om te gaan met een computer. Hoe kunnen de Indo’s in het buitenland het dan geweten hebben? Het IP was aangewezen door de NL regering en waarschijnlijk vond IP dat alleen belangrijk. En dat met alle gevolgen van dien. Ik geloof ook niet dat zij ALLE INDO’S vertegenwoordigden. Ik verdenk hun haast dat ze gewoon op eigen succes uit waren.
          Afgelopen week donderdag zaten we met ongeveer 35 mannen en 4 dames bij elkaar.
          Als ik daar de rondvraag had gedaan: Wie weet wat IP is en waar ze voor staan?. Dan krijg ik gegarandeerd van allen een ontkennen antwoord.

        • Loekie zegt:

          Wie bijvoorbeeld in 1991 de moeite nam om krant en televisie en radio te volgen, kon niet anders dan op de hoogte komen van bepaalde ontwikkelingen, bijvoorbeeld een overleg tussen Indische organisaties en de regering. Maar ja, als toen het Indische je sowieso niet interesseerde , of je sliep het liefst, dan zullen zaken je ontgaan zijn. Maar dan niet nu roepen dat men bij jou op het matje moet komen om tekst en uitleg te geven!

          http://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=overleg+lubbers+indische&coll=ddd&identifier=ddd%3A010559751%3Ampeg21%3Aa0065&resultsidentifier=ddd%3A010559751%3Ampeg21%3Aa0065

        • Ron Geenen zegt:

          Dat was 1991. Dus ook onbekend bij de Indo’s in het buitenland. Vraag me trouwens af of er ooit een Indische Vereniging moeite heeft gedaan de mensen in het buitenland er mee in te lichten.
          Uw artikel van 1991 net volledig gelezen. Er werd van alles beloofd, maar wat is er van die doelstellingen bereikt? Niets, nada, zip toch. En die Lubbers, was die toen minister president? Zal wel rot geschrokken zijn toen hij een ei naar zijn kop kreeg gegooid. Ben nieuwsgierig of het raak was. Daarom de verontschuldiging?

        • Pierre de la Croix zegt:

          Het Indische was en is altijd in mij, mevrouw of meneer Loekie. Ik sta er mee op en ik ga er mee naar bed.

          Het zal u bovendien goed doen te lezen dat ik In 1991 volop bezig was een zaak op te richten en te runnen. Eerst als ZZP-er, daarna ZMP-er. Eten voor mijn vrouw en mij en mijn medewerkers en hun gezinnen. Enig idee wat dat betekent, mevrouw of meneer Loekie? Vanaf 1988 b.v. 14 jaar geen vacantie langer dan 3 dagen, weinig vrije tijd, ’s avonds meestal nog aan het werk, weinig tijd voor vrienden. Veel op pad, door heel Nederland. Klanten over de bol aaien. Opdrachten binnen halen en uitvoeren. Was op zaterdagen ook nog mantelzorger voor mijn tante in Den Haag, die tegen de 100 liep. Op zondagen deels weer voor de zaak bezig. Weekvoorbereiding.

          Ik kan mij niet herinneren in krant of op TV iets van of over IP te hebben gehoord, gezien of gelezen. Een paginagrote advertentie van het IP met een oproep aan leden van de Indische Gemeenschap zich te melden voor deze of gene bijeenkomst zou zeker mijn aandacht hebben getrokken. Anders zou mijn Indische omgeving mij daarop hebben gewezen. Hebben we allemaal liggen te slapen?

          Eind 2002 de zaak overgedragen aan een Amerikaans adviesbureau en met emeritaat gegaan. Tante overleden. Eindelijk tijd voor andere dingen. In de daaropvolgende 15 jaar niets gehoord of gelezen van het IP, behalve dan indirect via I4E.

          Tevreden mevrouw of meneer Loekie?

          Mijn stelling blijft: Wie de “Indische Gemeenschap” zegt te vertegenwoordigen en zegt haar belangen te behartigen zoals het IP, die moet die gemeenschap pro actief gaan benaderen, kennis maken, horen wat er binnen die gemeenschap leeft en bezien wat het allemaal voor die gemeenschap kan doen, voor welke belangen het kan opkomen, voor welke niet en waarom niet. Voor zover ik nu kan nagaan is communicatie met de doelgroep, “de klant” heb ik ergens gelezen, niet de sterkste kant van het IP.

          Als ik de discussies op I4E over de “Indische kwestie” en de rol van het IP daarin goed heb gevolgd en begrepen, dan ben ik niet alleen in mijn oordeel over deze belangenbehartiger van “de Indische Gemeenschap”. Ooit zei een klant van mij dat ik kritiek moest beschouwen als het beste gratis advies dat ik maar kon krijgen. Ik heb dat ter harte genomen.

          Dit is wat ik over de zaak nog te zeggen heb. Ten finale. U hebt vast nog een potje zuur op het vuur staan. Roer er maar lekker in. Het zuur komt een ander keertje vast weer van pas.

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          Hierboven een nuttige!!! discussie!!!! Onbekendheid over en weer. Wie gaat deze vicieuze cirkel doorbreken? Op de Pasar Malam (sorry, TTF) een kantoortje inrichten met een behoorlijke bemanning/vrouwing? Met behoorlijk informatiemateriaal? Misschien hoeven ze daar niet eens huur voor te betalen! Met kennis over het hele Indisch verdriet!

        • Pierre de la Croix zegt:

          Een informatie stand op de PM/TTF is iets, maar lijkt mij niet voldoende, Pak Somers. De Indische Gemeenschap is groot en divers en verspreid over het hele land. Om die of een groot deel daarvan, te benaderen moet veel meer worden gedaan. Ik heb er niet veel verstand van, maar heb begrepen dat de sociale media nu bij uitstek een middel zijn om binnen betrekkelijk korte tijd veel mensen te bereiken. Een grote “advertorial” in de landelijke dagbladen zou bovendien helpen een breed publiek te infomeren over “de Indische kwestie” en het weinig lofwaardige, zo niet laakbare beleid van de overheid in deze.

          Verder: Zoals u een keertje ten rechte hebt verzucht weet u niet met welk mandaat het IP namens de Indische Gemeenschap afspraken, c.q. “deals” heeft gemaakt met de overheid. Bij een majeure kwestie als de betaling van oorlogsschade en gederfd loon/soldij tijdens de oorlogsjaren zou het toch voor de hand hebben gelegen als het IP ook in de landelijke bladen bekend had gemaakt wat er speelde en waarom, met de oproep aan alle belanghebbenden, in directe zin of als nabestaande, een hearing o.i.d. over de zaak bij te wonen met het uiteindelijk doel mandaat, c.q. draagvlak te krijgen voor een te varen koers.

          Pak Pierre

  16. Huib zegt:

    Het verhaal van Pak Pierre is zoals inmiddels wel bekend zal zijn bij de I4E lezers en reaguurders
    ook op mijn persoontje en mijn broer en zusters van toepassing en ook op de familie van mijn zwager in Amerika. Allemaal hebben wij na aanvankelijk een aantal jaartjes hard te werken voor een baas ons daaraan ontworsteld en met keihard werken een eigen onderneming opgestart.
    Inderdaad aanvankelijk als ZZP-er toen beter bekend als éénmanszaak.
    Daarna personeel in dienst genomen en een BV samen met mijn vrouw gesticht. In mijn geval op het hoogtepunt medio tachtiger jaren zelfs 60 man/vrouw personeel verdeeld over twee vestigingen in Amsterdam en Apeldoorn. Onnodig er over uit te wijden wat dat aan kapitaal, tijd en persoonlijke aandacht vergt.
    Dan is er echt geen tijd om pasar malams te bezoeken laat staan zich druk te maken over backpay zoals mijn moeder wel eens verteld heeft. Maar helaas was ze al in Januari 1961 na ruim een jaar ziekbed in Breda overleden. Indische belangen groepen hebben dus kennelijk nauwelijks bij hun doelgroep via de media aan de weg getimmerd. Ook ik ervaar hierover voor het eerst op dit blog.
    Noem dat maar dogol maar wat mij betreft kan de regering in de backpay stikken.

    • Ron Geenen zegt:

      @Ook ik ervaar hierover voor het eerst op dit blog.@

      Daarbij heb ik persoonlijk ook nog een doel. Zoek vaak aanvullende gegevens die passen bij mijn interesse of een artikel waar ik mee bezig ben. Andere sla ik gewoon over.

    • Jan A. Somers zegt:

      De meeste mensen, ook in de Indische gemeenschap, zijn geen zelfstandige ondernemer. Kunnen vaak dus wel een vrije dag nemen voor de Pasar Malam. En een meerderheid vormen. De Pasar Malam is natuurlijk niet alleenzaligmakend, mensen gaan er naar toe voor de ‘leuk’ en lekker eten. Maar het is een makkelijke mogelijkheid. Advertenties in kranten werken helemaal niet.

      • Pierre de la Croix zegt:

        “Advertenties in kranten werken helemaal niet”.

        Ik zie dagelijks pagina grote advertenties in de kranten om het een of ander aan te prijzen of mede te delen. Die zijn ijselijk duur heb ik mij laten vertellen. Zouden die adverteerders allemaal tolol zijn?

        Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @“Advertenties in kranten werken helemaal niet”.@

          Een van de vakken om je makelaarsdiploma te verkrijgen is ook marketing. In Ca is de standaard dat je iets 8 maal minstens moet adverteren voordat het bij een gemiddeld publiek blijft hangen.
          Vaak een dure grap. Gelukkig is er vandaag de Internet waar je vaak vrij of tegen een klein bedrag je listed huis kan aanbieden. Velen maken ook dankbaar gebruik van een eigen website, waar je wel aan moet werken. Een ieder maakt gebruik van Google Search, maar de meesten kijken alleen naar de sites, die op de eerste pagina te voorschijn komen, en vaak beslist niet verder dan pagina 3.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Dus: Waar een wil is, is een weg, in deze zelfs vele wegen. En en. Niet alleen eens per jaar suf in een standje op de PM/TTF zitten wachten tot er een belangstellende langs komt. Dat schiet niet op.

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          “En en” Inderdaad, ‘tene doen en ‘tander niet laten. Wie leest er overigens nog een landelijk dagblad? In ons flatgebouw ben ik de enige met de NRC. Ik heb mij laten vertellen dat er andere digitale media zijn, maar daarvoor heb ik mijn kleinkinderen.

        • Pierre de la Croix zegt:

          “In ons flatgebouw ben ik de enige met de NRC”.

          Nu ja …. u steekt dan ook met kop en schouders boven de grauwe massa uit.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @Nu ja …. u steekt dan ook met kop en schouders boven de grauwe massa uit. @

          Misschien de enige die kan lezen of heeft misschien de lengte van een basketbal speler?

  17. Jan A. Somers zegt:

    “Internet waar je vaak vrij of tegen een klein bedrag je listed huis kan aanbieden” In Nederland is Funda populair. Maar alleen voor de eerste indruk, en een eerste vraagprijs. En de foto’s met een enorme groothoekcamera! Als er lange tijd geen reactie is geweest, gaat je advertentie er een paar weken uit, om dan terug te keren met de slogan: in prijs verlaagd. Mensen zijn immers toch kort van begrip.

    • Ron Geenen zegt:

      @met de slogan: in prijs verlaagd. @

      Hier kan en mag alleen met toestemming van de huiseigenaar, zwart op wit, de prijs worden verlaagd. Als een ander persoon of zaak dat doet, kan het hun heel veel geld en hun nek kosten. Trouwens Funda vertegenwoordig zelf ook maar een beperkte groep makelaars, heb ik begrepen.
      Hier zijn er ongeveer 10 miljoen makelaars, allemaal onder de noemer NAR (National Assoc. of Realtors) en daaronder heeft iedere staat zijn eigen organisatie. In California is het de CAR (California Assoc. of Realtors). Sinds kort is er een IT/computer tech. bedrijf, die alles voor en volgens de regels van CAR de listings op het net plaats. Heb jaren lang in dat bestuur MLS gezeten.
      California zelf heeft ongeveer 1 miljoen makelaars.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s