Onderzoek koloniale oorlog 1945-1949

ONDERZOEK KOLONIALE OORLOG 1945-1949
Dezer dagen kreeg ik een mailtje van een goede vriend die de Tong Tong Fair 2017 had bezocht. Ergens te midden van een zee van oosterse tenten vond hij een summier ingerichte tentoonstelling met het thema: ”naar Holland”het eind van Nederlands-Indië en de verhuizing naar Nederland. Een piep piep kleine tentoonstelling en dat voor een zaak, die ons allemaal aangaat . Heel bescheiden, heel bescheiden……… namen wij onze plaats in in ons Vaderland.
Decennia lang zijn er duizenden boeken, documenten, films verschenen over de jaren dat wij worstelden met onze identiteit, ons verlies, ons zwijgen,het onbegrip van onze Nederlandse landgenoten over wat er met ons was gebeurd in de concentratie-kampen en daarna.
Achter af vond ik het heel vreemd van mijzelf dat ik mij niet verdiepte niet bezig hield met de Indonesische landgenoten die ik had achter gelaten in mijn geboorteland? En met het land zelf. Hoe het met hen ging , hoe ze zich ontwikkelden. Dat kwam pas veel later toen ik inzicht kreeg in mijzelf en de dekolonisatie.
Dekolonisatie zonder zelfkennis is mijn inziens niet mogelijk. En helpt onze landen ook niet voor uit.Brengt geen verzoening Het gaat niet om sorry zeggen. Het gaat niet om geld geven of krijgen. Wij Nederlanders willen graag een schuldige aanwijzen en die moet berouw hebben en worden gestraft en zichzelf kastijden. Nogmaals dekolonisatie zonder zelfinzicht is niet mogelijk.
En wat als de schuldigen dood zijn? Of begraven in Thailand, Bali of ergens in dat immense grote land?
In mijn naaste familie hebben vijf mensen gevochten in W.O.II in Azië op verzoek van de Nederlandse regering . Mijn Opa, mijn drie ooms, mijn man van 20 jaar en mijn broertje van nauwelijks vijftien jaar , een kindsoldaat dit is erkend door de Nederlandse regering Het NIKA had Willem opgepikt uit het jongenskamp waar hij de oorlog doorbracht
Sinds onze exodus want het was een exodus net zoals het verhaal van Mozes uit de bijbel en wat er nu gaande is in ’t Middden Oosten, Bangladesh enz enz  Syrie, Jemen. Sinds onze exodus hebben wij ons geruisloos gemengd met onze landgenoten. Of naar andere verre landen.
En wat nu? Weer een onderzoek ? Is niet alles al onderzocht ? Het gemak waarmee de ethiek van toen wordt bekeken door een bril van nu. Het krampachtige dekoloniseren, het niet kunnen of willen zien dat de wereld in 1945 in razendsnel tempo veranderde? De dekolonisatie was een ‘’bandjir , een tsunami die ons overspoelde.
Dekolonisatie betekent een heroriëntatie van onze gedachtewereld over het land Nusantara en met een positieve blik kijken naar haar ontwikkeling. Wij zijn niet meer de “toean en Njonja Besar” zoals Yvonne Keuls dat zo prachtig kan zeggen. Die tijd is niet meer………
Joty ter Kulve
Wassenaar juni 2017

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

95 reacties op Onderzoek koloniale oorlog 1945-1949

  1. Ron Geenen zegt:

    @De dekolonisatie was een ‘’bandjir ,een tsunami die ons overspoelde.
    Dekolonisatie betekent een heroerientatie van onze gedachtenwereld over het land Nusantara en met een positieve blik kijken naar haar ontwikkeling. Wij zijn niet meer de “toean en Njonja Besar” @
    Tijdens de bandjir dekolonisatie waren het niet alleen de “toean en Njonja Besar”, waar u vandaan komt. Er waren ook gewone Indische mensen die in de tsunami verdronken, ook velen die er ternauwernood het leven wisten te redden. Ook kinderen van toen, die wees werden en het heden ervaren in een of andere trauma. iedere Indische leeft in zijn eigen wereld; opgebouwd vanwege de jeugd ervaringen.
    U oordeelt wel erg makkelijk. Uw verhaal kan pas in werking treden als wij ouderen van ongeveer 70 en ouder er niet meer zijn.

    • Robert zegt:

      In de koloniale tijd was mijn familie, noch ik “een Tuan Besar”.Wij vielen tussen schip en wal. Niet welkom meer in Indonesie, noch in Holland, waar we doodgezwegen en opzijgeschoven werden als parias en lepralijders, te min om er enige aandacht aan te besteden, alsof wij de schuldigen waren van de creatie van het Nederlands koloniale system. Wij zijn de ware slachtoffers van het koloniale system geschapen door de Belandas.

      • Ron Geenen zegt:

        @Wij zijn de ware slachtoffers van het koloniale system geschapen door de Belandas.@

        Maar eerst een deel door de Indonesiers vermoord en de rest er uitgeschopt.

        • Robert zegt:

          En in Nederland warden de Indos de slachtoffers van indifference and repugnance which are the essence of inhumanity.

      • Robert zegt:

        En de niet-Javanen zijn nu de slachtoffers van het Javaanse Imperialisme. Zij vielen ook van de wal in de sloot.

  2. hansvschaik zegt:

    Ik ben het met Ron Geenen eens, mw. Ten Kulve oordeel wel te gemakkelijk van uit hedendaagse ogen. Schuldgevoel?
    Het is juist goed om een diepgaand onderzoek over periode 1945-1949 te doen, niet om schuldigen te zoeken, dat is genoegzaam bekend, maar juist zo objectief mogelijke feiten (boven wat er al bekend is) boven tafel te krijgen.
    Mw Te Kulve vergeet gemakshalve dat bijna al onze (groot) ouders (eerste generatie) hun mond nagenoeg dicht hielden, enkele uitzonderingen daargelaten. Er schijnt volop militaire gegeven opgeslagen te zijn, maar juist de ervaringen en belevenissen van burgers mis ik zo erg, helaas is die generatie vrijwel uitgestorven. Precies wat Ron ook zegt: wacht tot alle 70 plussers uitgestorven zijn. (Hoewel dat net al Ron en ik toch de tweede generatie zijn, in genoemde periode waren wij nog kind of jong volwassene).

    • Ron Geenen zegt:

      @juist de ervaringen en belevenissen van burgers mis ik zo erg@

      Ja Hans, dat mis ik ook. Laat ze onderzoeken wat de daders aan zowel NL als Indonesia hebben gedaan en hoeveel van deze slachtoffers daardoor een vorm van trauma hebben opgelopen.
      Ik heb een ruwe schatting: zeker 50% van de Indische mensen hebben er wat van opgelopen of overgehouden.

  3. Bert zegt:

    Pas na het lezen van al die levensverhalen op deze site van de 2 e generatie besefte ik eigenlijk wat een geluk ik had door na de kampen en na de Bersiap geboren te worden ( maart 1949) Dat is geen verdienste ,het kwam zo ! maar die verhalen van Jos Crawfurd ,Ron van Geenen en vele anderen deden mij wel wat ,Joty ten Kulve bedoelt het ongetwijfeld goed maar het is wel zo dat vele 2 e generatie zware trauma,s hebben opgelopen ,inderdaad als de 2e generatie van nu 70 of ouder er niet meer is kan haar verhaal in werking treden.Dit verhaal moet maar weer over een jaar of 10/15 verschijnen ,het is nu nog te vroeg !

    • Jan A. Somers zegt:

      “wat een geluk ik had door na de kampen en na de Bersiap geboren te worden” Maar u heeft daardoor heel veel levenservaring gemist. Ik kijk er nog steeds met een spannend gevoel op terug. Maar ik heb dan ook veel geluk gehad. En niet zitten wachten op wat er met je zou kunnen gebeuren, zelf actief bezig zijn.

      • Ron Geenen zegt:

        @Maar u heeft daardoor heel veel levenservaring gemist.@
        Wees blij Bert, dat je niet de levenservaring heb meegemaakt, dat de vader van de heer Keller en mijn vader hebben. Bijna een jaar gemarteld door de Nips en door hun getrainde Indonesiers. Lees maar het verhaal op mijn web https://MyIndoWorld.com met als titel: “Ze waren erger dan beesten”

        • Bert zegt:

          @Ron met jou en ook Bo Keller en natuurlijk Pak Pierre zou ik graag een biertje willen drinken,leuk is dat de hr Keller mijn vader en zijn bloedgabber Boy van den Engh in Bankinang heeft ontmoet ! Pukul Teroes daar in dat mooie Glendora !!

        • Pierre de la Croix zegt:

          Nou …. dat kan dan een gezellig kwartetje worden. Maar de tijden dat mijn zitvlak zich naadloos had aangepast aan de vorm van een barkruk zijn lang vervlogen.

          Over levenservaring gesproken: De hamvraag lijkt mij, is wat je er mee doet, c.q. hoe nuttig die blijkt te zijn voor je zelf en voor anderen.

          Ik ben in ieder geval blij dat ik zo’n 10 jaar te laat ben geboren om levenservaringen op te doen als van de heren Keller en Somers. Of die levenservaringen mij tot een beter of slimmer of gelukkiger mens zouden hebben gemaakt zou ik niet weten.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          Ook ik ben blij niet de levenservaringen van mijn ouders te hebben. Het was al erg genoeg die ervaringen als kind te hebben. Mocht ik ooit getwijfeld hebben wat betreft levenservaring, dan hebben mijn laatste 10 jaren speuren mij wel overtuigd dat het een verschrikking moet zijn geweest. En nu op oude dag, zie ik nog vele resultaten van het verleden om mij heen. Het is beslist niet te benijden.

        • Jan A. Somers zegt:

          En mijn verhaal dan van de Kenpeitai? Een nare ervaring, maar toch werkelijk gebeurd, en geen hijgerige PTSS. Was goede oefening voor Simpangclub en Werfstraat.
          ” U benijden voor de gemiste levenservaringen doe ik echter niet” Moet u ook niet doen, het was niet leuk. Maar wel een ervaring die diep is geworteld. Kan die dus niet opspelen, ik kan er gelukkig alleen maar naar kijken als ik dat filmpje in mijn hoofd afdraai.

        • Ron Geenen zegt:

          @ik kan er gelukkig alleen maar naar kijken als ik dat filmpje in mijn hoofd afdraai.@

          Dat doet mijn wederhelft ook dagelijks. Allerlei filmpjes. Terwijl ze bezig is met haar besognes, heeft ze soms hele gesprekken met mensen van vroeger. Echter dat doet ze als niemand haar stoort. Maar die zelfde mensen wil ze niet meer ontmoeten. Blijft thuis en rond haar erf en planten. Wil niemand ontmoeten. Wil ook niets over Indonesie weten. Als ik dat woord zegt, verbeterd ze me: Je bedoelt Indie. Dat gebeurd nu voor de laatste 4/5 jaren.

      • Bert zegt:

        @Pak Somers ,Ja ik heb de oorlog en de Bersiap gemist,u niet ,u heeft uzelf er kranig door heen gerold ,beetje tjawarren ,beetje in de melkerij werken ,terwijl uw vader en broer vastzaten,petje af ! Die levenservaring heb ik inderdaad gemist maar het is u overkomen ,die tweede wereldoorlog,wat mezelf betreft ,ik heb in vrede geleefd God zij dank ! Maar ook zonder een wereldoorlog kan je levenservaring opdoen,ik denk dat u een keurige en stabiele loopbaan hebt gehad na WO 2,nou dat ligt bij mij toch even anders 40 jaar kroegleven en dan maar zeggen ,dat ik geen levenservaring heb opgedaan ! Achter de bar in een kroeg mr Somers lijkt makkelijk is het ook eigenlijk behalve als er mot is ,ik heb 1 ding geleerd als iemand mij of de andere gasten bedreigt ros cq pukul ik er meteen op los,vragen stel ik later wel .dat heeft mij diverse malen in de bak doen belanden ,gelukkig waren de bewakers geen Japanners ! Even goed blijf ik respect voor u hebben.

      • Arthur Olive zegt:

        Heer Somers, ik waardeer uw eyewitness verhalen over uw ervaringen gedurende de Bersiap en de meesleep erna. U benijden voor de gemiste levenservaringen doe ik echter niet, integendeel, ik ben blij dat ik het niet ten lijve heb ondervonden.
        Zij die tussen 1929 en 1945 zijn geboren worden niet voor niets de “Lucky Few” generatie genoemd.

        • Loekie zegt:

          Als je geen oorlog en bersiap aan den lijve hebt meegemaakt, betekent dat niet dat je DUS een gemakkelijk leven hebt (gehad) en dat je levenservaring mist. Het leven heeft meer in petto dan oorlog alleen om een mens meer dan eens flink door de wringer te halen

        • Ron Geenen zegt:

          Dat is waar, maar zo’n wrede en mensonterende periode is toch wel uitzonderlijk en als je zoiets overleefd, gezond en oud en misschien ook nog kan navertellen, behoor je zeker tot the lucky few.
          Zo zie ik mij ook wel een beetje.

        • bokeller zegt:

          Ai – Ai- Ik val er net buiten.
          siBo

        • Jan A. Somers zegt:

          ” behoor je zeker tot the lucky few.” Ja, zo voel ik mij inderdaad. En voel me daar prettig bij. Maar volgens mij zijn er veel meer dan alleen maar een few.

  4. P.Lemon zegt:

    @Wij Nederlanders willen graag een schuldige aanwijzen en die moet berouw hebben en worden gestraft en zichzelf kastijden.

    ===Het gaat de 1e en 2e generatie niet in de koude kleren zitten dat mede door jouw voorouders geworteld bent in een tropisch land, dat in de tijdgeest politiek gezien veranderde, maar toch een erg klein deel van haar bewoners ‘een erfschuld verweet’ en dat dit land juist hen hun eigen geboortegrond ontzegde. Het trauma van zo’n eenzijdig gedwongen scheiding is niet emotioneel maar alleen rationeel te verwerken/verzachten.

    ***Verzwakt, berooid en bedreigd hebben velen noodgedwongen afscheid moeten nemen van Nederlands-Indië. Ook degenen die aanvankelijk nog achterbleven zagen zich later genoodzaakt alsnog hun land te verlaten, eerst tijdens het Nederlands-Indonesische conflict tot 1949 en daarna tijdens het toenemende geweld rond de nationalisatie van 1957 en de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea in 1962. Alle Nederlanders uit Nederlands-Indië, Indonesië en Nieuw-Guinea delen de indringende ervaringen van een door gewelddadige omstandigheden veroorzaakt gedwongen vertrek uit hun vertrouwde omgeving naar een voor velen onbekende bestemming.

    In Nederland vonden de repatrianten en immigranten een samenleving in wederopbouw die weinig tijd en aandacht, laat staan begrip had voor hun ervaringen. Schaarse mogelijkheden voor huisvesting, gerichte hulp bij achterstanden op het gebied van het onderwijs en de arbeidsmarkt ontbraken. Het onbegrip en de vooroordelen bij vele Nederlanders over Nederlands-Indië, de Indische maatschappij en het koloniale verleden in het algemeen, werden vaak als kwetsend ervaren. Al deze factoren hebben bijgedragen aan een gevoel van miskenning bij veel leden van de Indische gemeenschap.

    https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25839-21.html

    • Ron Geenen zegt:

      @Verzwakt, berooid en bedreigd hebben velen noodgedwongen afscheid moeten nemen van Nederlands-Indië. @

      Daarnaast, ook uitelkaar gerukt, vermoord en in stukken gesneden. Door alle ellende van de jaren 41-50 leven wij, die het overleefd hebben, zonder land en zijn over de hele wereld verspreid. Of zoals mijn wederhelft als enige over van de hele familie en in haar kinderjaren nog misbruikt door de katholieken.

  5. Boeroeng zegt:

    Ik zie niet op welk punt mevrouw Ter Kulve gemakkelijk oordeelt.
    Ze denkt al tientallen jaren na over haar leven te Indië, die van familie en vrienden en over de geschiedenis van Nederlanders te Indië en de relatie met Indonesiërs in het algemeen.
    Je kunt het niet met haar eens zijn, maar ze denkt niet ‘te gemakkelijk’ .

    • Ron Geenen zegt:

      @Ik zie niet op welk punt mevrouw Ter Kulve gemakkelijk oordeelt.@
      @Mevrouw schrijft: Dekolonisatie betekent een heroriëntatie van onze gedachtewereld over het land Nusantara en met een positieve blik kijken naar haar ontwikkeling. Wij zijn niet meer de “toean en Njonja Besar” zoals Yvonne Keuls dat zo prachtig kan zeggen. Die tijd is niet meer………@

      Mevrouw kijkt van haar rijke leventje neer op de koloniale geschiedenis. Maar de meeste Indo’s hadden niet dat leventje. Velen hadden niet dat leven van toean en njonja besar. Vele van onze ouders net voor de oorlog waren jonge ouders die een toekomst moesten opbouwen. mijn ouders hadden een huwelijk van 6 jaren. Daarna belandde pa in een martelkamp en ma met kleine kinderen ruim 3 jaren in een kamp.
      En dan vindt ze dat wij onze gedachten moeten heroriënteren en met een positieve blik kijken enz.
      Dat noem ik “gemakkelijk oordelen”, want zij gebruikt het woord “wij”. Trouwens, waarom zou ik positief naar dat land moeten kijken.
      Het heeft mij in mijn jonge jaren meer ellende gebracht.
      Ik had ook kunnen schrijven “A lot of B.S.”

    • hansvschaik zegt:

      Boeroeng, je vergeet dat juist mw Ten Kulve behoort tot de door haar verfoeide kolonisten. Zij komt uit een rijk nest. Misschien uit spijt wat haar familie gedaan heeft denkt zij nu er anders over. Maar lang niet iedereen heeft die achtergrond, ze denkt mijns inziens er “te gemakkelijk” over. Of wil ze nu goodwill voor haar zelf kweken?

      • Ron Geenen zegt:

        Werd het huis van haar familie niet gebruikt als ontmoetingsplaats tussen Indonesie en Nederland?
        Werd mevrouw ook bij aankomst in Nl door DMZ opgevangen? Het is immers bekent waar ze haar domicile heeft.
        Mevrouw mag volledig achter haar verhaal staan, maar niet over “we” spreken. Want ik hoor er beslist niet bij als Indische jongen.

        • bokeller zegt:

          Volkomen mee eens .
          Gelukkig zijn er ook INDO mensen met
          een geheel andere levenswijze dan de
          Toean/Njonja besar besaran.
          siBo

        • Boeroeng zegt:

          Ron,
          Mevrouw ter Kulve ging alleen naar Nederland om te studeren.
          Hoe ze dat organiseerde met de eerste opvang weet ik niet.
          Maar zonder kennis van zaken kun je niet suggereren dat ze in een gespreid bedje kwam in Nederland oa omdat ze veel poen ‘had’.
          Ze woont nu in Wassenaar in een appartement in een zorgcentrum. De naam Wassenaar associeert men met bekakt en rijk. Maar veroordeel niet te snel. In ieder geval woon je rijker dan haar, begreep ik.
          Ze heeft als Nederlander het recht om “we” te gebruiken. Ze heeft als Indische Nederlander dat recht ook.
          Het was gewoon zo dat er een standsverschil was tussen Nederlanders en Indonesiërs.
          Dat bedoelde ze met de omschrijving “toean en Njonja Besar”

          En Nederlanders zagen zichzelf ook als van hogere stand.
          Indonesiërs hen ook.
          Nederlanders hadden meer kans op te klimmen in de maatschappij.
          Betere schoolopleidingen.
          Het was makkelijker voor hen een beter betaalde baan bij de overheid of het bedrijfsleven te krijgen. Of makkelijker zaken doen.
          En in 1940 was ca tweederde van alle Nederlanders te Indië van indo-europese afkomst.

          Je kunt terecht mevrouw ter Kulve aanvullen met de opmerking dat ook vele Nederlanders, mn indo-europeanen niet zo rijk waren, Anderzijds met hun Europese naam, uiterlijk, scholing en taalgebruik had men meer kansen de status en dus welvaart en bezit te verbeteren.
          Mijn vader was een weeskind in het weeshuis tot zijn 12de jaar.
          Geen rijk bedje, maar met zijn nederlandsgeorienteerde opvoeding en juridische status had hij meer kansen voor opklimmen later.
          Op zijn 12de jaar werd hij in huis genomen door zijn tante, die al 6 kinderen had. Oom verdiende niet veel en mijn vader kon zijn mulo-examen niet doen, omdat zijn oom dat niet kon betalen.
          Oom was niet een toean besar als arbeider.
          Omdat mijn vader belanda was kon hij kiezen voor overgang naar het Nederlands leger te Nederland. Dat was zijn voordeeltje als Nederlander.(met een modaal pensioen later) Niet-Nederlanders in het KNIL hadden dat niet

          Maar de vader van mijn moeder was weer wel van ‘stand’ als treinconducteur.
          Toen en daar een beroep van enige status en goed betaald.
          Opa had ook een gage als gegageerd sergeant. Hij spaarde en liet daarvan zijn oudste zoon een theeplantage opzetten.
          Opa en oudste zoon werden dus als toean besar gezien.
          Wat opa’s baboe en tuinjongen altijd al deden.

        • Ron Geenen zegt:

          Haar methode van schrijven zie ik als de manier waarop de blanda’s van toen met hun superiorgevoel over ons bruine mensen dachten te regeren. Vermoedelijk heeft zij dat van haar ouders geërfd. Honderd jaar geleden spraken de blanda’s ook van WIJ, de tuan besar, doen het zo en onze ouders hadden het maar te doen.
          Vandaag aan den dag zijn WIJ daar niet meer van gediend. WIJ, een deel van de Indo’s lopen niet meer naar de pijpen van de blanda tuan besar te dansen. Als ze dat woord WIJ beter had omschreven, had ik er niet op gereageerd. WIJ, een deel van ons Indo’s, denken er in ieder geval zo. Dat is op deze site wel gebleken.
          Als je vindt dat ze het recht heeft ons te betrekken met haar mening en manier van schrijven, dat hebben WIJ ook het recht, zeker vandaag, haar van repliek te dienen.

        • PLemon zegt:

          @Bokeller “…ook INDO mensen met een geheel andere levenswijze”

          Buiten de ‘happy few’ en dat geldt voor iedere maatschappij leefde en woonde de ‘ mengeling na WO2 als gewone hardwerkende functionaris, meestal in overheidsdienst, in dorpen en steden. Het is en blijft wreed deze kleine groep in het land gewortelde burgers letterlijk en figuurlijk eerst met de bersiap en later economisch hun voortbestaan te ontnemen.
          Het trauma dat je in het moederland en toch ook in die tijd in het ‘vaderland’ niet gewenst was, snijdt te diep in de ziel om de stille wrok achter je te laten.

        • Ron Geenen zegt:

          @Het trauma dat je in het moederland en toch ook in die tijd in het ‘vaderland’ niet gewenst was, snijdt te diep in de ziel om de stille wrok achter je te laten.@

          Mee eens. De uitzonderling daargelaten, hebben WIJ, de groep, die zowel het moederland als het vaderland hebben verlaten, het meer gevoeld dan ZIJ, die in het vaderland bleven. Door opnieuw ergens anders in de wereld opnieuw te beginnen, konden we die trauma (gedeeltelijk?) ontvluchten en uiteindelijk zelf iets bereiken. En dat gebeurde zonder die tuan en nonja besar.

        • Pete zegt:

          Dan maak je van wij men. Ben het ditmaal eens met mw Ten Kulve en Boeroeng en heb geen behoefte om in herhalingen van haar, Boeroeng en ook pak Pierre te vallen.
          Groeten Peter

        • Bert zegt:

          @Pak Ron ,Joty was als jonge meid ,een schoonheid ,een plaatje,ze kon op een gegeven moment trouwen met een Hollander.Ze liet die man een foto van haar moeder( Indische ) zien.Hij op zijn beurt liet die foto aan zijn moeder zien,die ontraadde haar zoon sterk af met haar te trouwen,dat zou niet goed zijn voor zijn carriere als hoge ambtenaar,gevolg huwelijk ging niet door .Tja zelfs als heel lichtgekleurde ( bijna blank) Indische werd je met de nek aangekeken .

        • Ron Geenen zegt:

          @Tja zelfs als heel lichtgekleurde ( bijna blank) Indische werd je met de nek aangekeken .@

          Geen idee of dat is gebeurd. En eerlijk gezegd interesseert het mij ook bitter weinig. Heb mij persoonlijk nooit daarom hoeven te bekommeren. Ben met een Indisch meisje al 50 jaar getrouwd.

        • Jan A. Somers zegt:

          Mijn vader was heel gelukkig met mijn moeder getrouwd. En mijn Zeeuws (niet Hollands) meisje heeft het al bijna 61 jaar met mij uitgehouden, en omgekeerd.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Bert zegt o.m.: “Hij op zijn beurt liet die foto aan zijn moeder zien,die ontraadde haar zoon sterk af met haar te trouwen,dat zou niet goed zijn voor zijn carriere als hoge ambtenaar,gevolg huwelijk ging niet door .Tja zelfs als heel lichtgekleurde ( bijna blank) Indische werd je met de nek aangekeken”.

          Tja … Ooit, in de vijftiger jaren v.d.v.e., was er in het Verenigd Koninkrijk een prinses, jongere zuster van de koningin. Zij werd verliefd op een oud oorlogsvlieger, held uit de Battle of Britain en hij op haar. Maar de goede man was gescheiden, de verkering moest zij om staatsredenen afbreken. Later trouwde de prinses met een fotograaf. Geen oorlogsheld, maar niet gescheiden.

          Menig Indo vader zag zijn dochter liever niet met een bruine vent thuiskomen. In de jaren 1945 – 1949 was een witte KL-ler als vrijer heel welkom in menig Indisch huis.

          Dan had je in de zestiger jaren v.d.v.e. nog Running Bear en Little White Dove, 2 Indiaantjes (Native Americans). Hun liefde mocht er ook niet zo zijn, omdat hun stammen in oorlog waren met elkaar. In een wanhoopspoging zwommen zij elkaar tegemoet in de kolkende rivier die hun scheidde. Zij verdronken jammerlijk op het moment dat hun handen en lippen elkaar raakten. Oe-A-Aaaa.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          U houd zeker van sprookjes?
          Bij de Geenen en de Chevalier op West Sumatra was het gelukkig nooit een probleem. Ik ben zelf 6de generatie Indo en ben ook al 50 jaar met een Indisch meisje getrouwd. De kleur is het minste waar ik mij persoonlijk om druk maakt.
          Persoonlijk heb ik het zelf als een voordeel ondervonden, want ik eet iedere dag van de Indische pot.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Ach …. sprookjes prikkelen de fantasie en kunnen een kern van waarheid in zich hebben.

          Ik ben al 48 jaar getrouwd met een Germaanse uit Westfalen die ik 58 jaar geleden als jong meisje van 16 heb leren kennen en geniet van de diversiteit op allerlei gebied in mijn huishouden.

          Ieder z’n meug dus weer.

          Pak Pierre

        • Ron Geenen zegt:

          @Ach …. sprookjes prikkelen de fantasie @

          Als je naar CA emigreert dan bestaan er geen sprookjes. You are on your own. Dat is het eerste wat ik in die grijze massa in mijn hoofd heb ingeprent. Dat is, volgens mij, de eerste stap naar een positief resultaat.
          Heb bijna 1 1/2 jaar in de omgeving van Augdsburg gewoond. Het Duitse eten, net als het eten in NL, stond mij niet aan. Vond het eten in een Slavisch en Italiaans restaurant smakelijker.
          Ja Indo’s zijn zeer diverse. Mijn vrouw komt wel uit het Malangse, maar ze eet als een Padangse.

  6. Pierre de la Croix zegt:

    Ach … als agressieve kruisridder die de boel op stelten kan zetten vond ik het stukje van mevrouw Ter Kulve niet aanstootgevend. Zij heeft zoetsappiger bijdragen geleverd, sterk gericht op verzoening met Indonesia en de Indonesiërs, waaraan ik mij wel heb geërgerd.

    Ik heb eens gelezen dat zij aanhangster is of is geweest van de Morele Herbewapening. Als dat zo is verklaart dat haar haloes-haloes kijk op de wereld en in het bijzonder haar handreikingen naar Indonesia en de Indonesiërs

    Nu ben ik het zeer eens met die ene uitspraak van haar: “En wat nu? Weer een onderzoek ? Is niet alles al onderzocht? Het gemak waarmee de ethiek van toen wordt bekeken door een bril van nu”.

    Oeps …. denk ik dan, sapperdekriek …… zou ze met vooral die laatste zin ook een lans willen breken voor, pak ‘m beet, het optreden van de kapitein Raymond Paul Pierre Westerling tussen 1945 – 1949 en nog een jaartje later?

    De volgende zin van haar brengt mij echter weer in verwarring: “Het krampachtige dekoloniseren, het niet kunnen of willen zien dat de wereld in 1945 in razendsnel tempo veranderde?”

    Wat bedoelt zij daarmee, vooral met het woordje “krampachtig”? Het 1ste deel van de zin lijkt mij nu volstrekt in tegenspraak met het laatste deel. Ik geloof dat een iegelijk op dit forum en de meeste inwoners van dit goede land wel zien en aanvaarden dat de wereld na 1945 snel is veranderd en dat “landje pik” om ergens de baas te spelen niet meer kan, tenzij je Poetin heet of President van Indonesia bent en je begerig oog op – bij voorbeeld – Nieuw Guinea hebt laten vallen.

    “Wij zijn niet meer de Njonja en Toean Besar” schrijft mevrouw Ter Kulve vervolgens. Tja …. in zijn algemeenheid lieten “wij” in NOI (lees: de volwassenen van toen met de status van Europeaan, wit of bruin), ons toch gaarne zo door “de inlander” aanspreken. Ik was kind in een middenstands Indo-Europees gezin, niet arm maar zeker niet “welgesteld”, met “inlandse” grootmoeder aan het hoofd en haar Indo-Europese dochter, mijn moeder, die voor de bedienden “njah besar” waren. Ik was “sinjo” en mijn zuster “non Maddie”. Als er een toean in huis zou zijn, dan had die zeker recht gehad op de titel “toean besar”. Als kind wist ik niet beter. Het was “normaal”.

    Pak Pierre

    • bokeller zegt:

      Nmi., is toean een gewoon aanspreektitel voor
      oa.Europeanen.
      Maar Toean Besar heeft ook een negatieve toon
      en toen al spottend gebezigd.
      Maar en dat slaat men met gemak over,nl. hoe
      spraken de Europeanen de Javaan/Sumatraan/
      Ambon en andere nu Indonesische mannen /vrouwen
      kinderen aan.
      siBo

      • Pierre de la Croix zegt:

        Bo Keller: “Maar en dat slaat men met gemak over, nl. hoe spraken de Europeanen de Javaan/Sumatraan/Ambon en andere nu Indonesische mannen /vrouwen kinderen aan”.

        Als ik mag peuren uit mijn geheugen, afdeling “Semarangse jeugdherinneringen tot 14 jaar”, dan komt het navolgende bovendrijven: Gewoon bij de naam (Simin, Karto, Soepie – achternamen hadden de meesten niet) of bij de functienaam (Kebon, Djongos, Kokki, Boe, Baboe, Sekolah voor de schooljongen). Naar leeftijd kon ook. Ons Manusje Van Alles voor huis en tuin was een oudere man, een Kakek, die met “Kek” werd aangesproken (sorry, ik kan de accent grave niet vinden op mijn Windows 10). Jong meisje dat als hulpje op het erf rondscharrelde, een “gendoek”, werd bij de naam genoemd of “‘ndoek”. “Pak” of “Iboe” was niet in zwang.

        Hoger opgeleide Indonesiërs, c.q. Indonesiërs in hogere functies waren dacht ik voor (Indo-) Europeanen gewoon “Toean”. Onze Indonesische huisarts dokter Soedjono en onze buurman, de eveneens arts Soetopo, werden net als hun (Indo-) Europese collega’s netjes met “dokter” aangesproken. Bij ons thuis (middenstands Indo-Europees gezin) werd eens een heuse Raden Ajoe verwacht. Ik weet niet waarom, maar ik merkte wel aan de voorbereidingen dat een persoon van gewicht in aantocht was. Zij werd met alle égards ontvangen.

        Een klein bloemlezinkje uit de harde schijf. Ik weet niet of het representatief is voor de gebruiken in de hele archipel. Zo neen, dan zie ik het wel.

        Dan het gebruik van “Toean Besar”. Ik heb er mijn “Indisch Lexicon” op nageslagen om te zien of en zo ja in welke context de aanspreektitel in de Indische literatuur werd gebruikt. Tal van verwijzingen gevonden. Ik zie dat formeel de titel toekwam aan de allerhoogste in de kolonie, de GG. Maar ook andere hoge heren, zoals Residenten, bazen van ondernemingen (op de suikerfabriek Tjepiring waar ik wel eens bij mijn tante Pop en oom Poel mocht logeren, werd de woning van de baas eerbiedig “Besaran” genoemd).

        Govert Jan van Suchtelen schrijft in zijn boek “Jansen in Indië (en mevrouw niet te vergeten)”: “Toean besar, grote heer, óók als hij helemaal niet groot is, noch in postuur, noch in standing en eenvoudig een zeer beleefde betiteling bedoeld voor mijnheer”.

        Richard Cress in zijn “Petjok”: “Toean besar”, “heer des huizes”. Dan Jan Bouwer in zijn “Het vermoorde land”: “In een soort martelkamer werden 5 stokken op zijn rug stuk geslagen, terwijl de Japanner hem toebekte: “Jij voelt je een toean besar, he?”.

        Tenslotte schrijfster Annemie MacGillavry: “Besar betekent “groot”. Maar het kan ook anders gebruikt worden, zoals in onze familie: zo lang mijn schoonvader leefde was hij de toean besar (senior) en Don toean moeda (junior)”.

        Aan de hand van het bovenstaande zou men wel kunnen concluderen dat met “toean besar” een hoge meneer werd bedoeld, iemand die “de baas” was, in huis of bedrijf of overheidsinstituut, ook in spottende zin. “Hij gedraagt zich als een echte toean besar” heb ik ook vaker gehoord in 1ste generatie Indische kringen in Nederland.

        Dat niet iedereen in de kolonie een “toean besar” was of als zodanig werd beschouwd moge duidelijk zijn. Maar ook de zogenaamde “Kampong Indo” of “kleine boeng”, de klerk op kantoor, de opzichter op de pasar, de monteur in de bengkel, de rietvelder op de suikerfabriek, voelde zich toch verheven boven “de inlander”, uitzonderingen daar gelaten.

        In het licht van de toen in de kolonie gangbare verhoudingen heeft Mevrouw Ter Kulve n.m.m. niets verkeerds geschreven met haar “Wij zijn niet meer de toean en Njonja Besar ….. “. Met “wij” zal zij de groep bevoorrechte (Indo-) Europeanen als geheel hebben bedoeld.

        Op de zo juist gesloten Pasar Malam werd ik door Indonesische verkopers aangesproken met “oom”. Ook een eretitel denk ik.

        Pak Pierre

        • Arthur Olive zegt:

          Op de zo juist gesloten Pasar Malam werd ik door Indonesische verkopers aangesproken met “oom”. Ook een eretitel denk ik.

          In Indonesia word “oom” of “tante” veel gebruikt dacht ik.
          Misschien weet pak Bo Keller nog hoe een Papoea werd aangesproken in Nieuw Guinea, ik ben het glad vergeten.
          Hier in Amerika wordt een toean besar een “big man” genoemd.
          De baas in een werkploeg wordt “Boss” genoemd, een verbastering uit het Nederlands.
          Waarschijnlijk om het woord “Master” uit de slaventijd niet te gebruiken.

        • Ron Geenen zegt:

          @De baas in een werkploeg wordt “Boss” genoemd, een verbastering uit het Nederlands.@

          In engineering: Chief of gewoon bij de voornaam.

        • Jan A. Somers zegt:

          Onze directe goede kennissen werden aangesproken met oom/tante. Het gekke was, dat we het onderscheid tussen deze kennis oom/tantes en de familie oom/tantes best kenden.

        • Bert zegt:

          @Pak Pierre “” oom”” is gewoon meneer,je spreekt het uit als om,ik had een keer een puur Indonesische jongen op bezoek,hij noemde mijn moeder ,klein donker Indo vrouwtje ,gewoon mammie ,geen probleem,als ik een licht gekleurde wat deftige Indische moeder had gehad ,had hij dat nimmer maar dan ook nimmer gezegd.

        • Ron Geenen zegt:

          @“” oom”” is gewoon meneer,je spreekt het uit als om”@
          Ik bestel wel eens wat Indische snacks. Een Chinees -Indonesische maakt graag allerlei hapjes. Als ik het komt afhalen staat er op de doos altijd “Om” en ze spreekt mij ook zo aan.

        • Pierre de la Croix zegt:

          In mijn jongensjaren in Semarang spraken wij Ambonese mannen aan met “oom” en hun vrouwen met “tante”. Ook was er een buurt in Semarang waar veel afstammelingen woonden van Afrikaanse KNIL militairen. Die begroeten wij jongens ook met “oom”, als wij langs liepen en zij op hun muurtjes of in hun voorgalerijtjes wat zaten te “tengak-tengoek”. Waarom wij deze mensen wel met “oom” en “tante” aanspraken en de Javanen niet, kan ik niet zeggen. Als kind vroeg ik mij dat niet af. Nu denk ik, dat het wel iets te maken kan hebben met wat binnen de tangsi’s van het KNIL gebruikelijk was.

          Het “oom” en “tante” voor algemeen gebruik is er bij de Indonesiërs kennelijk na de onafhankelijkheid ingeslopen. Hebben die nare kolonialen toch wat goeds achter gelaten.

          In de uitspraakregels in mijn “Kamus Praktis” staat voor de uitspraak van de “o” in het moderne BI het navolgende: Quote – De “o” wordt altijd uitgesproken als de Nederlandse “o” in “bok” en “hok”: obat (medicijn), tolong (helpen). Enkele uitzonderingen zijn: toko (winkel), oto (auto). Deze worden uitgesproken als de Nederlandse “o” in “brood”, “poot” – Unquote.

          Naar mijn mening is er in de uitspraak van de “o” nog een klank tussen de open en gesloten “o” zoals in de Kamus omschreven. Die “o-klank” lijkt wat op die in ons “oor”, “hoor”, “voor”. Daaronder valt m.i. de uitspraak van “om”. Zo hoorde ik het op de Pasar Malam, zo spraken wij “oom/om” in Semarang uit.

          Pak Pierre

  7. Huib zegt:

    Ik sluit me volledig aan bij mijn generatie-genoten. Ook wij hoorden niet tot de zgn. Toean en nonja Besar zoals mevrouw.
    Mijn ouders mochten de vuile kooltjes uit het vuur halen, vader als KNIL militair betrokken bij de verdediging van het militair vliegveld Andir bij Bandoeng tegen de Jappen, heeft nooit een vinger
    naar inheemsen uitgestoken. Zijn moeder, dus mijn oma was Inheems en vroedvrouw.
    Hij belandde in een Jappenkamp en na de val van Japan kwam hij meer dood dan levend terug bij zijn gezin die de hele oorlog maar als buitenkampers moesten zien te overleven in een steeds vijandiger wordende omgeving. Enkel maand werd hij door Indonesiers van zijn bed gesleurd samen met ruim 30 lotgenoten uit de Bandoengse buitenwijk Bronbeek. Niemand kwam meer levend thuis. Allen getjing-tjanged en in kali’s en putten gedonderd.
    Daarna vatte mijn moeder haar beroep als onderwijzeres weer op en onderwees Inlandse en Chinese kinderen. Ze bracht ze de noodzakelijk basiskennis bij om in hun verder leven een goed bestaan te kunnen opbouwen.
    Totdat ze in 1958 ook het land moest ontvluchten. Alle opvangkosten, meubel en kleding en reiskosten moesten tot de laatste cent aan de Toean en Njonja’s Besar worden terug betaald..
    Zelf speelde ik na de oorlog als kind een echte katjong met inheemse katjongs.
    Hoezo Toean en Njonja Besar?
    Moeten wij Mea Culpa roepen opdat de ware schuldigen hun handen kunnen wassen in onschuld?

    • Bert zegt:

      @Pak Huib ,Erg dat verhaal over uw vader,een eenvoudige Indo-Europese militair .Uw verhaal komt hier op neer ,dat mvr Joty Ter Kulve voor zich zelf moet spreken als ze het heeft over “” Wij”” de Tuan Besar en Njonja Besar,mijn eerste indruk toen ik beelden zag van haar in Lingga Djati ,was een deftige Hollandse mevrouw,wist bij God niet dat ze Indisch was.

      • Peter zegt:

        Beste Bert neem dat tuan besar en nonja besar niet zo serieus.
        In elke gemeenschap bestaan nu eenmaal sociale lagen en zeker in de Javaanse cultuur, zoals eerder Pak Pierre al meldde.
        Het is echt niet zo dat alleen de blanke de bruine schoffeert.
        Groeten Peter

        • Bert zegt:

          @Peter ,ha ha ,Ik neem niemand serieus ,die zich voorstelt met “” Aangenaam ik ben Tuan Besar !”” of iemand ,die tegen mij zegt “” Je moet me aanspreken met Tuan Besar “” Ik wijs dan alleen naar mijn voorhoofd,Bij het bovenstaande citeerde ik eigenlijk het verhaal van Pak Huib,die vond dat door Joty Ter Kulve een verkeerde indruk werd gewekt .,verder heb je natuurlijk gelijk in elke gemeenschap heb je sociale lagen ,salam dari Amsterdam.

      • Jan A. Somers zegt:

        “wist bij God niet dat ze Indisch was.” Gelukkig dat ze dat wel was. Beter dan die rothollanders.
        “beter passen bij wat is geschied dan “dekolonisatie”.” Koloniale oorlog is maar een onderdeel van dekolonisatie. Indonesianisatie, Proklamasie, bersiap, perjuangan dan diplomasi. ‘koloniale oorlog’, Linggadjati, RTC, uittocht, opvang enz. En wat mij betreft ook RMS. En achterstallige salarissen.
        “vonden Indonesie maar een verschrikkelijk vies land.” Ik dacht dat een Amerindo nog steeds een Indo was. En Indo’s denken toch altijd zo weemoedig terug aan die goede oude tijd? (als je tenminste niet in de kampong woonde). Niet dat akelige gedoe in ‘Holland’?

        • Ron Geenen zegt:

          @.” Ik dacht dat een Amerindo nog steeds een Indo was. En Indo’s denken toch altijd zo weemoedig terug aan die goede oude tijd? @

          Ja, maar de meesten hier zijn verder gegaan en hebben zich van het verleden meer afgekeerd.
          Hier volgt een klein resent verslag.
          Gisteren zaten wij weer bij elkaar met ongeveer 25 man. Een week er voor kwam mijn nicht en haar man met 2 gasten ook bij ons aan tafel. Het bleek zijn Indonesische zus getrouwd met een Indonesier; gepensioneerd kolonel. Zijn zus was helemaal ingepakt in haar kleren want ze was een moslima geworden. Hij liep in lange broek en poloshirt. Gisteren werd gevraagd waarom moslima.
          Vanwege haar man zijn functie moest ze dat worden, want anders was ze niet welkom op wat voor bijeenkomst, ook feesten. Diverse commentaren waren niet mis.
          Het gesprek ging ook in de richting van Jakarta, dat ongeveer 25 cm per jaar aan het zakken was.
          Velen hadden er niets van gehoord. En een Vietnam vet zei toen: My parents came from there and that’s all.
          I do not give a shit about that town, I live here. And the meeste Amerindo’s denken er zo over.
          Daar is geen stukje weemoed bij.

      • Huib zegt:

        @Pak Bert
        Met mijn verhaal heb ik alleen maar willen aangeven dat de koloniale samenleving niet alleen bestond uit Tuan en Njonja Besars die zorgden voor het verziekte klimaat in ons land van oorsprong. We gingen zo gewoon mogelijk met de Inlanders om. Javanen, Soendanezen, Balinezen, Sumatranen, Molukkers e.a Maar ook met andere Indo’s en zelfs met Totoks. Hiervan maken de Tuan en Njonja besars geen deel uit. Net zomin als de huidige club die zich in Nederland zo voelen door de doorsnee Nederlander in de armen wordt gesloten. Of hij nou kroegbaas, werknemer of ondernemer is. Denk ook maar aan de heer Ben Bot als een echte tuan besar.

  8. ellen zegt:

    In Nederlands-Indie heerste een strikt standensysteem. Het was schone schijn. Want was het niet zo, dat als je in Nederland/Europa weinig of niets betekende, je in de kolonie opeens ettelijke trapjes hoger op de maatschappelijke ladder steeg?

    • Pierre de la Croix zegt:

      “Want was het niet zo, dat als je in Nederland/Europa weinig of niets betekende, je in de kolonie opeens ettelijke trapjes hoger op de maatschappelijke ladder steeg?”

      In veel gevallen “ja”, vrouwe Ellen. Dan kreeg men, zo werd gezegd, de “tropenkolder” en ging men zich koninklijker dan de koning gedragen.

      Het rangen en standen systeem beperkte zich overigens niet tot de (Indo) Europese (wit en bruin) bevolkingsgroep, maar ging zeker ook op in de “inlandse” samenleving. Niet voor niets kent de Javaanse taal 3 taalsoorten, die men afhankelijk van de relatie van de sprekers tot elkaar gebruikt (Ngoko, Krama, Krama Inggil). In mindere mate geldt/gold dat ook voor het Soendanees (West Java) en Madoerees.

      Althans op Java was men dus gewend een “hogere” op de sociale ladder anders aan te spreken dan een gelijke of lager geschikte. “Rang en stand” was geen koloniale uitvinding.

      Pak Pierre

      • Pierre de la Croix zegt:

        P.S. Bronvermelding. Mijn wijsheid stamt uit het boekje “Omong Djawa”, “Toegepaste grammatica, planterstermen voor suiker, koffie, tabak en rubber, plus woordenlijsten”, geschreven door leraren aan de Middelbare Koloniale Landbouwschool te Deventer.

        Een kostbaar geschenk van Pak Bo.

        Pak Pierre

      • ellen zegt:

        Ikzelf heb (het vooroorlogse) Nederlands-Indie niet meegemaakt. De Indonesische bevolking had bij de komst van de Nederlanders al een eigen – hoge – cultuur met adat etc. die ook onder het kolonialisme aanwezig was. Dat maakt het omgaan met elkaar wel ingewikkeld. Leuk dus om de verschillende verhalen te horen.

        • P.Lemon zegt:

          @het omgaan met elkaar wel ingewikkeld.
          Het ‘ons soort mensen’ gevoel heeft te maken met ons overlevingsinstinct dat je als moderne mens zou moeten overwinnen, maar toch weer steeds de kop opsteekt als religieuze en culturele botsingen plaatsvinden. Het hoort bij ons ‘menselijk tekort’ dat fijntjes werd geregistreerd in de mensenrechtenverklaring.

          ***Kijken we naar de geschiedenis, dan is segregatie op basis van etnische en sociale afkomst beslist niet nieuw. In Nederlands-Indië bestond ook een scherpe etnische scheiding. Er was westers onderwijs naar Nederlands model en ‘inlands’ onderwijs voor de autochtone bevolking. Het westers onderwijs was weer etnisch gedifferentieerd in Europese scholen (bij hoge uitzondering toegankelijk voor de inheemse bevolking), Nederlands-Inlandse en Nederlands-Chinese scholen. In Amsterdam en de rest van Nederland hebben we van deze etnische scheiding weinig gemerkt. Slechts mondjesmaat kwamen mensen uit de koloniën om in Nederland naar school te gaan. Onder degenen die dat wel deden, veelal de knappe koppen die op de Nederlandse universiteiten kwamen studeren, groeiden niet zelden de eerste kiemen van nationalisme. Van de migranten die na de Tweede Wereldoorlog uit het voormalig Nederlands-Indië naar Nederland kwamen, heeft Amsterdam toen niet veel gemerkt. De eerste Indo’s trokken meer naar Den Haag en de Molukkers werden geconcentreerd in afzonderlijke woonoorden buiten de grote steden. Hun onderwijs, hoe problematisch ook, is echter nooit gezien in termen van zwart en wit.

          http://www.onsamsterdam.nl/component/content/article/15-dossiers/869-rijk-en-arm-wit-en-zwart

  9. bokeller zegt:

    ###In Nederlands-Indie heerste een strikt standensysteem.##

    Schone schijn,zelfs hier op indisch4ever,vallen deze lieden
    uit de Hollandse APPELBOOM van hun verkapte koloniale verleden.
    gezegden zoals; Kampong Indo – Tangsi optreden etc.
    Het loopt naar volle maan,dus de reactie hierop komt .
    siBo

    • Pierre de la Croix zegt:

      Het is maar HOE dat beestje bij de naam werd genoemd, Pak Bo.

      Als troost moge ik schrijven dat men hier in Nederland anno nu niet spreekt over “Kampong Indo”, maar wel over b.v. “Patjepeeër”, “Volksjongen”, “Volksmeid” als men naar iemand verwijst die niet tot “o.s.m.” wordt gerekend. Onderscheid naar rang en stand is van alle tijden en alle culturen. Ook het communisme heeft daaraan niets kunnen veranderen.

      Overigens heb ik begrepen dat het nog niet naar volle maan loopt. Volle maan is net geweest, de Ramadan nog steeds aan de gang. Dus is de boelan nog steeds aan het afnemen. Tot zaterdag geloof ik. Houd mij ten goede.

      Pak Pierre

  10. rob beckman lapre zegt:

    Pakte toch maar weer het “onbetaalbare” boekje van Wim Willems “Het onbekende Vaderland” (uit druk)om de geschiedenis van de Indo’s en Nederlanders die toen nog in Indie woonden,en hun terugkeer naar “patria” te onderzoeken.Tussen 1945-1980 bleken-totaal-576,796 uit de vml.kolonie de weg naar het kleine (in opbouw na 5 oorlogsjaren)Nederland te hebben gevonden.In het hoofdstuk “Refugees and Deplaced Persons” lees ik; ” De Indische “migranten” geconfronteerd werden met een paternalistische,soms ronduit NEGATIEVE houding van de NLsamenleving,en werden zij ook nog eens als een serieuze concurrent op de NL arbeids-, en huisvestingsmarkt gezien.Men zag weinig kansen voor een carriere in Nederland,zeker voor de toekomst van hun kinderen,terwijl ook de diploma-eisen van de werkgevers een rol ging spelen (“Indische diploma’s zouden minder waard zijn”),en tenslotte was de DISCRIMINERENDE houding van de (blanke)NL bevolking het sluitstuk wat velen ertoe bracht om hun “heil elders te zoeken”
    Tussen 1953-1962 maakten zo’n 30,000 Indischen gebruik van de mogelijkheid om een nieuw leven in de VS te beginnen.De 2e,3e en 4e(?) generatie Indo’s weet niet wat hun (groot)ouders hebben MOETEN slikken,temidden van een (overwegend)blanke gemeenschap,waar men neerkeek op de “bruine man”/”vrouw”.Wij Indo’s waren helemaal niet welkom in Continentaal Nederland,en zij die(soms VERPLICHT=konden hun NL-schap niet bewijzen)in Indonesie moesten achterblijven, beschreef Willems in het hoofdstuk “Van Indische Nederlander naar “Warga Negara Indonesia”.

  11. Jan A. Somers zegt:

    Ik lees altijd de bijdragen van Mw. Joty ter Kulve. Altijd leesbaar! Ik ben het niet altijd met haar eens, en soms struikel ik wel eens over haar stijl. Geen probleem toch, het is een ander mens dan ik. En ze is nooit hijgerig. Ja, Indië was een standenmaatschappij. Maar Nederland toch ook? En de Indonesische wereld ook. Je stond toch boven de inlander (met kleine i)? En een Japanner onder de rechtsregels voor Europeanen! Wat erg! In Nederland schrok de Indo toch ook toen ze een totok straatveger aan het werk zagen? Ik ging overigens net zoals zij (corvee aan boord) naar Nederland als nieuw avontuur.
    “vreemd van mijzelf dat ik mij niet verdiepte ” Ik ook niet hoor. Ik had het veel te druk met mezelf, met mijn studie, met al dat nieuwe dat ik tegen kwam. Daarna militaire dienst, carrière en gezin, ook allemaal zo spannend. Pas in mijn tweede studie kwam ik mijn verleden tegen. En ging er tegenaan. Van sommigen de tjap gekregen: rechtse koloniaal!. Prachtig, velen lopen zonder tjap rond, die missen wat.
    Ik las ergens een reactie: “maar juist de ervaringen en belevenissen van burgers mis ik zo erg, helaas is die generatie vrijwel uitgestorven” Rond 2000 is er een enorm interview-programma geweest. Van de honderden interviews zijn er 720 geselecteerd, samen een database van 2800 uren gesprek. Uit de inleiding: “De vastgelegde stemmen uit Indië vertellen de geschiedenis in al haar nuance, kleur en variatie, zodat toekomstige generaties kunnen luisteren en leren van hen die het hebben meegemaakt” Ik vond dat ook prachtig materiaal voor een linguïst. Dat taaltje af en toe. Opgenomen in een rustige woonkamer, geen taalkundig laboratorium! Men was nog optimistisch. Maar: Nauwelijks belangsteling. Ik ben blij dat er nu een geconcentreerd onderzoek plaats gaan vinden, ik heb mijn levensverhaal al ingestuurd. Maar ik heb zo’n idee, dat de resultaten weer direct de boekenkast ingaan, de rest in de ramsj. Dat laatste met als voordeel dat het voor velen betaalbaar is. (Maar nog steeds niet wordt gekocht.)

    • RLMertens zegt:

      @JASomers; ‘Indië was een standen maatschappij etc.’- Daarbij ook nog een raciale maatschappij, waarbij blank/wit altijd een voorsprong heeft/had.
      Bas Veth; Indië ca.1900; ‘De Indisch man (Tottok) maakt in Indië dolzinnig gebruik van zijn voorrechten: positie, geld en een blanke huid’.

      • Jan A. Somers zegt:

        Dat is nog altijd ‘normaal’: Kopvoddentaks! En voorstellen om anoniem solliciteren mogelijk te maken. Ikke Ali, ikke niet verstaan, en iedereen lacht zich rot! En de hogere Javaan is nog altijd hoger dan de tani, die ploegde alleen maar voort. Kan in de klas kambing. Van alle tijden, Indië was wat dat betreft niet bijzonder.

  12. Boeroeng zegt:

    Ron,

    Je zult toch moeten accepteren dat vele indo-europeanen zelf “tuan besar” waren of afkomstig of graag wilde worden of wilde meeliften met tuan besar.
    Haar schrijfmethode is niet arrogant en zoiets “erf” je niet.
    Haar vader overleed in 1934 toen ze een klein kind was en haar moeder die haar opvoedde was een Indisch meisje, met voorouders Dom, Coenraad, Phefferkorn, Weijnschenk, Lammers, Franke, Baumgarten, Pereira. Zeker kun je deze voorouders en hun nazaten situeren als van “beter verdienende stand”
    De meeste europese voorouders van indo’s gingen daarheen om rijk te worden of voor het avontuur, maar eenmaal daar had men meer kansen rijk te worden dan Indonesiërs op wie Europeanen neerkeken.
    Dat is de oorsprong van Indische Nederlanders.

    Als je een indo verwijt met deze afkomst van een slecht breed te zijn.
    Dan verwijt je dat de meeste indo’s. Incluis jezelf.

    • Ron Geenen zegt:

      @Als je een indo verwijt met deze afkomst van een slecht breed te zijn.
      Dan verwijt je dat de meeste indo’s. Incluis jezelf.@

      Soms vraag ik mij af of je het WIJ van vandaag wel wil begrijpen. Als een ander dat op papier had gezet, had ik ook gereageerd. Ik heb nergens “slecht breed” gebruikt of zelf gedacht.
      Nogmaals ik wil niet behoren onder haar noemer WE, want ik ben het niet eens met haar methode van schrijven. Dat gaat mij te gemakkelijk. Juist Indische mensen, door hun verschillende geschiedenis en afkomst kan men niet zomaar in een hokje WE plaatsen. En dat heb ik duidelijk laten blijken. Anderen hebben mij wel begrepen of aangevoeld.
      PS: Je schijnt wel een zwak te hebben voor de dame!

      • Boeroeng zegt:

        Ron, Jij hoort bij haar “wij” . Ik ook.
        En je zegt iets over dat zij haar zgn arrogante schrijfmethode erfde van foute voorouders, die neerkeken op bruine mensen .
        Zo maak je haar vermeende slechtigheid tot een erfelijk iets.

        Wat ze precies bedoelt te zeggen met “heroriëntatie van onze gedachtewereld” is niet zo duidelijk. Maar ik vul het in als realiseren dat Indonesiërs zelf de baas willen zijn in eigen land en niet langer zich als minder waard zien dan tuan belanda. En terecht.
        Ze heeft ook veel Indonesische kennissen en goede betrekkingen Nederland en Indonesië willen is haar idealistisch streven.

        • Ron Geenen zegt:

          @Je ziet niet dat jij net zo hoort bij haar “wij” @

          Daar kan je niet over oordelen. Ik weet van mijzelf dat ik daar niet bij hoort. Daar ben ik mij 100% bewust van. Juist door mij te verdiepen in mijn eigen jonge jaren verleden.
          Ben o.a. nog steeds aan het proberen de tegel van het graf van mijn vader naar mijn zus te krijgen.
          Maar tot op heden, met o.a. medewerking van OGS en mijn familie in Jakarta, wordt het geweigerd en als Indonesisch staatsbezit beschouwd. N.B. het is door mijn moeder betaald.
          Mijn vader is voor de tweede maal veroordeeld en een gevangene van Indonesie. En ik moet bij dat groepje “Wij” horen?
          Forget it!

        • RLMertens zegt:

          @Boeroeng;’heroriëntatie van onze gedachten wereld etc.’- Oriënteren= juist(!) richting zoeken/vinden. Heroriënteren= opnieuw de richting vinden. Mi bedoelt mevr.Ten Kulve die raciale maatschappij; die verschillen tussen inlander en Europeaan, NU als gelijkwaardig te zien/beschouwen! Het af te zweren. Vandaar haar inzet voor de vriendschap tussen Nederland en Indonesië. Als gelijkwaardige naties. In alle facetten.

        • Bert zegt:

          @Pak Boeroeng ,Goed streven van Joty ten Kulve maar ik begrijp Ron wel ,hij heeft waarschijnlijk net als ik in de tropen kennis gemaakt met arrogante zich superieur voelende blonde Hollanders .De Hollander in de tropen was een ander mens dan hier in Nederland Ik heb dit meermaals gezien in Suriname ,hoe ze de bruine mensen schoffeerden .Vandaar ( denk ik ) die argwaan van Ron.

  13. Arthur Olive zegt:

    Net als pak Bo Keller zaten wij ook een tijdje in Manokwari.
    In het begin woonden wij aan de van Hasseltweg achter de Strandweg waar Amerikaanse zendelingen woonden.
    Hun kinderen waren jonger dan ik maar als kind had ik wel contact met hun en speelde zo goed mogelijk want we gebruikten gebarentaal.
    Later bleek dat volgens hun ouders deze Amerikaanse kinderen wel degelijk wisten welke kinderen van de Toean/Nonja besar waren en welke van de kleine bung.
    De kinderen van de kleine bung hadden geen schoenen aan.

  14. bokeller zegt:

    Wat waren we toen ”arm”.
    Als gewoon soldaat had ik het beter dan
    de vele Kolonisten aldaar.
    Wij waren afhankelijk van de aanvoer ergens vandaan
    Kustvaarder.Karossa,deed er een maand over om
    ons te bevoorraden. En deed daarbij vele
    achter gelaten olievoorraden van het Japanse
    leger op de onbewoonde eilanden aan.
    Verder liepen de Arfakkers in hun traditioneel kledij
    ”de tjawat..” en wel bewapend met amerikaanse
    geweren door het stadje te paraderen.
    12 jaar later moesten wij ook daar onze
    biezen pakken.
    siBo

  15. Jan A. Somers zegt:

    Ik denk dat er in de Europese gemeenschap in Indië net zoveel ‘goede’/’slechte’ mensen waren als in Nederland. Met overal likken naar boven/trappen naar beneden. Wat ik zo jammer (gemeen?) vindt zijn de denigrerende opmerkingen richting Mw. Joty ter Kulve. Zij is toch gewoon één van ons? Beter, gelijk, of slechter dan de anderen van ons. Of misgunnen we haar voor wat ze bereikt heeft in haar leven? En waar ze misschien best trots op zou mogen zijn? En te zijn wie ze is? En hierover vertelt, net zoals anderen vertellen over hun eigen ervaringen en gedachten? En waarover je dan rustig met elkaar over in debat kunt gaan? Niet al dat hijgerige!
    Ik vind de gebruikte koppen zoals onderzoek koloniale oorlog’ overigens heel eenzijdig. In de flyer lees ik o.a.: Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950. Dat is toch veel meer dan ‘koloniale oorlog’?

    • Pierre de la Croix zegt:

      Somers: “Dat is toch veel meer dan ‘koloniale oorlog’?”

      Maar de term “koloniale oorlog” accentueert hoe verkeerd, zeg maar hoe slecht en koloniaal doortrapt “wij” waren in het conflict. Dat vinden sommigen onder “ons” zeker beter passen bij wat is geschied dan “dekolonisatie”.

      Tja ….. ieder z’n meug, zoals u dat – ten rechte – ook m.b.t. het opstel van mevrouw Ter Kulve hebt gezegd. Aan de geachte lezer om er in wijsheid het hare/zijne van te denken.

      Pak Pierre

      • Jan A. Somers zegt:

        “ieder z’n meug,”
        Koloniale oorlog is maar een onderdeel van dekolonisatie. Indonesianisatie (tijdens de Japanse bezetting), Proklamasie, bersiap, perjuangan dan diplomasi. ‘koloniale oorlog’, Linggadjati, RTC, uittocht, opvang enz. En wat mij betreft ook RMS. En achterstallige salarissen. Ik heb het vorige keer niet durven zeggen, maar ‘mijn’ dekolonisatie is nog veel eerder begonnen: Ik zie dat al in een uiteenzetting, gedateerd 16 april 1891, van gouverneur-generaal Pijnacker Hordijk aan minister van koloniën Mackay. Dit overzicht met betrekking tot decentralisatie in de vorm van gemeentelijke en gewestelijke organen, alsmede de instelling van een koloniale raad begint met een advies van de Raad van Nederlandsch-Indië van 12 mei 1854 waarin gepleit werd voor gemeentelijke instellingen ‘op den voet der Nederlandsche’, voorshands voor de drie hoofdplaatsen van Java. Zelfstandigheid op weg naar dekolonisatie. Waar we o.a. de achterstallige salarissen aan te danken hebben.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Tja … als ik dat zo lees is het niet alleen het mannetje Pechtold van D66 dat mag claimen “progressief” te zijn.

          Pak Pierre

        • e.m. zegt:

          @Ik heb het vorige keer niet durven zeggen, maar /…/@

          — Heel wijs !

          Binnen ‘Mijn Cultuur’ is wat dat betreft ook niet alles pais en vree: “DIAM! TUTUP MULUT! TAHU APA? BODOH !!!

          Nog enigszins integratie-nakend (3e henerasi): ‘Kletsmajoor’.

          Tja, 😀

    • Ron Geenen zegt:

      @Ik denk dat er in de Europese gemeenschap in Indië net zoveel ‘goede’/’slechte’ mensen waren als in Nederland. Met overal likken naar boven/trappen naar beneden. Wat ik zo jammer (gemeen?) vindt zijn de denigrerende opmerkingen richting Mw. Joty ter Kulve. Zij is toch gewoon één van ons? @

      Daar zegt u mij wat! Het is bij mij in CA nog geen 8 uur in de morgen en ik krijg door uw zin hier boven een helder idee. Mevrouw haar “we” schrijven in haar artikel slaat op de Indo’s in NL.
      Dat zou dan heel goed kunnen. De Amerikaanse Indo’s denken, op een enkele uitzondering, er heel anders over. Als ik 20 van deze mannen, die ik iedere week met een lunch ontmoet, zou interviewen, dan zou er een heel ander resultaat uitkomen. Daar zijn er een paar die fanaat pro Amerika zijn en zelfs niets van het sociaal denkend Europa moeten hebben.
      Een Amerindo stel, net terug van het bezoeken van o.a. Kebang Kuning, waar vader lag, vonden Indonesie maar een verschrikkelijk vies land. Hij kon zich haast niet voorstellen dat zijn familie daar vandaan kwam! Mevrouw had haar artikel wat nauwkeuriger moeten schrijven met “we in Nederland”!

      • e.m. zegt:

        Ha, Amerindo’s tellen niet mee. Laat Cezar, dat maar niet weten !

        • Bert zegt:

          Tjonge jonge ! Ik volg dit blog Indisch4ever pas 9 maanden maar als je mij vraagt ,wie zijn de intelligentste en scherpste observers ,kan ik alleen maar zeggen ,de hr E.M en Loekie,heeft niks met persoonlijke voorkeur te maken puur en alleen hun opmerkingen !

      • Peter zegt:

        Ha ha, zou het niet kunnen zijn dat Amerikanen een (heel) andere visie op de wereld hebben dan de Europeanen……….?

        • Ron Geenen zegt:

          Dat is zeker waar. Verder gegroeid en daarnaast, gedeeltelijk?, het Europa ontgroeid.
          Ze denken hier beslist anders dan de meeste Indo’s in NL. Maar goed ook. In Rome do like the Romans do.

  16. Huib zegt:

    Pak Olive,
    Als jongen vlag na de oorlog van zo’n 8 tot 12 jaar liep ik ook altijd als een echte katjong op mijn blote kakkies in mijn tjelana monjet, eigenhandig door mijn koeder in elkaar geknutseld met een grote zak op de buik voor mijn katapult of blikje met zelfgemaakte glastouw.
    Speelde ook altijd met inlandse katjongs. Dit alles tot grote ergernis van mijn moeder.
    Ik moest gewoon schoenen aan en meer tijd aan huiswerk en school besteden. Maar door het ontberen van school tijdens de oorlog zat ik dus met veel jongere kinderen in de klas. Daarmee omgaan zag ik kennelijk niet zitten. Vandaar misschien dat mijn moeder met een vriendin, ook een oorlogsweduwe, meestuurde toen ze met haar kinderen in 1952 naar Nederland vertrok.

    We kwamen eerst in Z.Limburg terecht, hotel Victoria meen ik en op schoon kon ik nauwelijks meekomen. Kreeg wel bijles van de meester na schooltijd. Mijn vriendjes waren mijnwerkers kinderen. Ik herinner me een jonge die Jacques heette, een zoon van een mijnwerker. Die waren letterlijk roetzwart als ze na werktijd uit de mijn naar huis kwamen.

    Later verhuisden we naar een pension aan de Stadhouderskade in Amsterdam en ging naar school in de Rustenburgerstraat in de volkswijk de Pijp. Ook daar werd ik na schooltijd door de meester bijgespijkerd met nog een jongen die ook toelatingsexamen VWO ging doen. Een knappe kop vond hij zichzelf en keek op me neer. Al kwam hij uit een gewoon arbeidersgezin in de Pijp. Maar hij ontfermde zich wel over mij als een soort ontwikkelingshelper.

    Op straat vaak uitgescholden voor Pinda pinda lekka lekka poepchinees door wildvreemde jongens. Dan was het gelijk matten geblazen want dat liet ik me niet welgevallen.

    Voor het toelatingsexamen slaagde ik wonderwel als enige van de twee van mijn klas en ging daarna naar de Vierde 5-jarige HBS aan het Roelof Hartplein, het sjiekere deel van Amsterdam Zuid, dichtbij het Concertgebouw. Daar leerde ik via een klasgenootje die in de buurt woonde wat een toean besar zo ongeveer was als ik wel eens bij hem thuis mocht komen. Voelde er mij niet gelukkiger door, ook al waren zijn ouders wel aardig.
    In 1955 liet mijn moeder me naar Indonesie terug komen omdat ze dacht dat de situatie weer genormaliseerd was en ging naar het Christelijk Lyceum in Bandoeng.Liep toen al wel altijd op schoenen. Een leuke tijd gehad in die jaren en op mijn 16e verjaardag kreeg ik van mijn moeder, na enig gezeur, een JawaTwin motorfiets. Rijbewijs was zo gehaald en toen begon het onveilig maken van het Bandoengse verkeer. Vriendjes en vriendinnetjes nooit een probleem. Ze wilden altijd wel mee achterop.
    Toen was ik dus een echte toean besar?.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Tja Huib …. aangezien je, zoals ik heb begrepen, geen vader meer had, zou je kunnen zijn beschouwd als “toean besar”, zijnde mannelijk gezinshoofd. Leefde je vader nog, dan zou je misschien, dankzij de status die de stoomfiets je gaf, “toean moeda” zijn genoemd, in plaats van “sinjo Huib” sadja.

      Pak Pierre

      • Huib zegt:

        Dat klopt Pierre.
        Mijn vader was zo vriendelijk de Japanse interneringskampen te overleven. Maar kwam eigenlijk enige tijd na de capituatie meer dood dan levend thuis bij zijn gezin in de wijk Bronbeek waar wij na allerlei omzwervingen door Bandoeng tijdens de bezetting uiteindelijk terecht waren gekomen.
        Daar waren de zgn. vrijheidstrijders gewapend met goloks en bamboe roentjings zo vriendelijk een razia te houden en alle mannen en jongens vanaf ca. 14 jaar uit huis te sleuren en te tjing-tjangen om ze uiteindelijk in de kali of putten te lazeren .Dat was dus omstreeks Oktober/November 1945 gebeurd. Ook enkele vrouwen viel dit voorrecht ten deel heb ik begrepen. Gelukkig was mijn moeder niet thuis toen het gebeurde want ze was samen met die vriendin “tante Marie” op pad om aan wat eetbaars te komen toen de razia plaats vond. Met deze “tante Marie ook een oorlogsweduwe, heeft ze me later in september 1952 meegestuurd toen ze met haar kinderen naar Holland vertrok.
        Ik vermoed nog steeds dat ze me heeft willen verhoeden dat me ooit hetzelfde lot als mijn vader zou treffen of dat ik te veel katjong bleef want ik reed zelfs op karbouwen.
        Als de tani met zijn kudde onze woning in Bandoeng Zuid passeerde op weg naar zijn sawah wist ik er altijd op te klauteren en stonk daarna dus mijlen in de wind.
        Wat dat betreft gaf die stoomfiets wel meer status.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Ik heb ongeveer de zelfde “blote voeten jeugd” gehad als jij Huib. Ook ik zwom en viste in de kali, speelde (vliegerde) op de sawah en klom op karbouwen. Schoenen alleen aan voor school, de welperij, later padvinderij en op verjaardagen van deze of gene. Als na school moest worden gevochten, dan gingen eerst de schoenen uit.

          Mijn vriendjes van het allereerste uur waren Javaanse jongens (later rookte ik de zware sjek, “jang paling baik” volgens de bill boards, met Clubvloei zoals het hoorde). Alleen voor die stoomfiets was ik te jong (als mijn moeder die al kon en wilde betalen).

          Ik kocht wel stiekem van mijn spaargeld een windbuks, van mijn vriendje Ferry Albinus, die eerder naar NL vertrok. Stiekem, want van mijn moeder mocht het niet. Toen ik later met mijn zus naar NL werd gestuurd heb ik hem verstopt, dorst hem niet mee te nemen. Nooit zei mijn moeder dat ze hem had gevonden en ik durfde er niet naar te vragen, ook niet toen ik al lang volwassen was. Tientallen jaren later, na haar overlijden in Den Haag, vond ik haar dagboekje Op een bepaalde dag de aantekening: “Windbuks verkocht”. Full stop. Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden.

          Pak Pierre

  17. RLMertens zegt:

    ‘Ethiek van toen wordt bekeken door de bril van nu’ – De ethiek van toen was het wegkijken/ ontkennen van ongerechtigheden in die ‘politionele oorlog’. De bril van toen was hetzelfde als de bril van nu. Door aanhoudende klachten wordt de bril van toen nu onderzocht. Op leesblind….of ziende blind.

  18. Huib zegt:

    Ik kam niet verder dan een katapult, Pierre. Maar welperij en later padvinder ben ik ook geweest.
    Stiekem roken deed ik een keer met mijn jongere zusje toen wij tijdens de oorlog een tijdje door mijn moeder bij een andere vriendin van haar, tante Carlie, was uitbesteed. Van kapok en een stuk krantenpapier draaiden we een shaggie. Toen tante Carlie dat ontdekte stopte ze ons voor straf enkele uren in de donkere goedang. We hebben het nooit meer gedaan.
    (Vecht)Vliegeren met zelf gemaakt glastouw was mijn lust en mijn leven en uiteraard het gevecht om de vlieger die het onderspit delfde (pedot raakte zeiden we het op zijn Soendanees) als eerste op te vangen, wat op blote kaki’s natuurlijk beter ging. Want dan was je de nieuwe eigenaar.
    Een toeloep was voor mij meer het geijkte wapen om een vogeltje of zo te verschalken.
    Trouwens Ferry Albinus is volgens mijn broertje Gijs een neef van ons. Zijn moeder was een halfzus van mijn vader. Zoals je weet kwamen mijn ouders ook uit Semarang. Dwz. mijn vader kwam uit Pati.

    • Pierre de la Croix zegt:

      “Pedot” van “Lajangan pedot” is ook Javaans!

      Ferry A. was in Semarang een boezemvriendje van mij. Kon geen kwaad, hij was een geducht vechter. Het contact na zijn vertrek naar NL verwaterde. Maar ….. toen ik in 1964-1965 een opleiding op de SMID (School Militaire Inlichtingendienst) in Harderwijk volgde kwam op een goede dag een commando binnenwandelen die bekende trekken vertoonde. Hij bleek de sergeant der eerste klasse Ferry Albinus te zijn. Hij is al een tijd geleden overleden. Pak Bo heeft hem als militair ook gekend. Ik heb nu nog contact met zijn nichtje (ook alweer midden 50), dochter van zijn – eveneens relatief jong gestorven – zuster Connie. Broertje Hennie leeft nog. Is Amerindo geworden.

      Small Indo world.

      Pak Pierre

  19. Theo Stucken Alum TuD zegt:

    Onderzoek koloniale oorlog
    De Exodus of Diapora van 350.000 Indische Nederlanders (Totoks en Indio’s) en niet te vergeten de 40,000 mensen van Molukse afkomst was voor Nederland in opbouw geen sinecure.
    Voor mij ligt een politiek stuk van de Commissie Werner uit de jaren 50 en ik leg ernaast het 30 jarig schrijverschap van Alfred Birney (Libris Literatuur Prijs 2017). Als eenzame kruisvaarder brengt hij al jaren de Indische koloniale geschiedenis voor het voetlicht wat door Nederland nogal eens onder het tapijt wordt geveegd.
    Mevrouw Ter Kulve altijd positief denkend ingesteld, heeft in het door haar evenwichtig geschreven stuk de link gelegd tussen Nusantara dat zij noodgedwongen heeft moeten verlaten voor een onzekere toekomst in het verre Nederland. Nu anno 2017, met interesse terugblikkend hoe het moederland zich ontwikkeld met alle problematiek erbij voor een natie in wording, het huidige Indonesie
    Mij staat het portret van de in-triest kijkende grootvader van Hans Goedkoop voor ogen. Generaal van Langen kreeg een (hoge) onderscheiding opgeprikt bij de opheffing van het KNIL.
    Het einde van ‘ons’ Indie en een ieder weet hoe het met hem is vergaan.
    De bedenkelijke blik van Sandra Reemer bij de tussen de wal en schip geraakte Indische oma’s die hun laatste jaren gedwongen doorbrengen in Jogja. Spijt -optanten worden ze ook wel genoemd.
    Laten we ervan uitgaan dat de koloniale Indische rijsttafel met saté in restaurant Garoeda (de klemtoon graag op de laatste lettergreep) de Haagse politiek enige Oosterse wijsheid meegeeft in het onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands Indë .
    Wie het gelooft mag het zeggen. Aan mevrouw Ter Kulve zeg ik: ‘Majulah’

    Den Haag, juni 2017 Theo Stucken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s