De soep ruikt naar hond

historiek.net:  Bij Just Publishers is het boek ‘‘De soep ruikt naar hond. Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek‘. ‘ verschenen, geschreven door Marianne Janssen. In dit boek vertellen Indische Nederlanders die als kind de oversteek maakten, hoe hun nieuwe Nederlandse leven er toen uitzag.
Interview op NPO 1 radio.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boeken. Bookmark de permalink .

20 reacties op De soep ruikt naar hond

  1. Boeroeng zegt:

    https://www.groene.nl/artikel/voor-wie-het-wil-zien
    In dit artikel wordt gesuggereerd dat Indische miljeu’s te Nederland na de exodus vooral veel kommer en kwel was .
    Er was ook wel wat mis, edoch… in Hollandse families ook.
    Wat twee totoks te Indië (Walraven , Wertheim) zeiden over de armere indofamilies is niet relevant. Ze waren buitenstaander en misschien behept met de koloniale brillen.
    Ga nou niet overdrijven over hoe slecht de kinderen opgroeiden in Nederland.
    Alfred Birneys situatie was een extreem iets hoewel velen wel dingen herkennen van getraumatiseerde vaders door een oorlog. Ook de situatie van Karina Schaapman was extreem Maar het was de Nederlandse samenleving die faalde een kind alleen op te vangen en het faillissement van Patty Brard kwam door haar man, niet door een Indisch iemand. Deze twee laatste situaties zijn helemaal niet tekenend voor Indische mensen .

    • Cezar zegt:

      @Er was ook wel wat mis, edoch… in Hollandse families ook.@

      Wat hebben die Hollandse families er mee te maken? Wordt daar mee verzachtende omstandigheden naar voren gebracht? Er zijn meerdere verhalen te vertellen en ik weet er ook een paar.

      • Indisch4ever zegt:

        Ik noem Hollandse families om aan te geven dat er dingen mis waren in Indische families, maar dat is een menselijks iets. Ook in Hollandse families. Canadese families, Franse families.
        Indische families functioneerden niet slechter dan de rest van de mensheid.

        • Ron Geenen zegt:

          Ik dacht dat het misgaan bij de Indische vaak ook te maken heeft door de manier waarop wij in NL werden ontvangen en behandeld werden. Mijn vrouw kwam als wees in 1958 in NL en werd o.a. in een Scheveningens pension met andere wezen ondergebracht. iedere maand kwam een dmz figuur langs en gaf de kinderen een tientje. Verder keek niemand naar hun om. Ze begonnen de straten af te schuimen, te stelen en te roven. Ongeveer een half jaar later zag een oom haar toevallig en heeft haar bij hem in de familie opgenomen. Wat er van de anderen terecht is gekomen, who knows?

    • Trudy Verstegen zegt:

      Mevr. van Leeuwen, analyseert, signaleert en verbindt op een creatieve en ook heldere manier een aantal familiale situaties die niet zo toevallig lijken als het schijnt maar symptomatisch kunnen worden genoemd. Het Indisch/Indo pauperproletariaat uit de voormalige kolonie, nam haar ervaringen en overlevingsstrategieën mee naar het onbekende vaderland, alwaar zij niet welkom waren en waarvan zij de mores en codes nauwelijks kenden. Zij begonnen met een door de overheid gecreëerde achterstand, het knappe is dat zij opnieuw leerden overleven, in vaak onsympathieke omstandigheden, geconfronteerd met discriminatie en xenofobie door de inlanders alhier. Ook de ‘beter’ gesitueerde Indische Nederlanders hadden hier last van opleiding en carrières werden anders gewogen, kleur speelde een rol. Tot op de dag van vandaag worden wij gemakshalve eerder Indonesiërs genoemd (niks mis mee) of Indiërs, vanwege het ontbreken van historisch besef en kennis. Ik herinner uit mijn eigen jeugd ook de verschillen tussen de verschillende Indische families, meer dorps (kampong) of meer stads (meer Nederlands), taal en optreden maakten het verschil. Dat er hoe dan ook anders tegen ons wordt aangekeken is pijnlijk duidelijk geworden in de afhandeling van wat is de ‘Indische kwestie’ is gaan heten. Wij zijn in staat gebleken om hier in Nederland een nieuwe levende Indische subcultuur te vestigen, ondanks de beroerde start. Ik ben Nederlands ‘by pasport, but Indo by hart’ om maar eens in goed Twents te zeggen. Al 4de generatie met Indisch bloed!

      • PLemon zegt:

        @Mw Verstegen “Het Indisch/Indo pauperproletariaat uit de voormalige kolonie, nam haar ervaringen en overlevingsstrategieën mee naar het onbekende vaderland, alwaar zij niet welkom waren en waarvan zij de mores en codes nauwelijks kenden”

        ===Of de doorsnee nederlandse lezer dit zo uit hef artikel haalt? De suggestie wordt eerder gewekt dat de hele bevolkingsgroep aardig berooid hier terechtgekomen allen uit minder welvarende en opgeleide burgers zou bestaan en niets waren gewend. De teneur is dat als je je best doet er ondanks die achterstand (?) je plekkie in de Hollandse maatschappij kunt vinden. Terwijl de doorsnee Indischman/vrouw in de tropen gewoon in een modern westerse ingerichte maatschappij woonde , werkte kortom leefde.

        • Bert zegt:

          @Pak Lemon ,Precies Mr Lemon ,mijn vader was bankdirecteur in Indie,nou ja werd ie tewerkgesteld als bankwerker ,volgens mij is dat totaal iets anders ! Maar Pa gaf geen krimp en deed dat werk ! Mooie foto,s nog van ,hij was er best trots op ! Ach al had ie moeten schoonmaken had ie dat ook gedaan ! De 1 e generatie Indo,s zetten hun trots opzij om hun kinderen een toekomst te geven !!!

      • Boeroeng zegt:

        De trauma’s van Pa Birnie waren er niet door opgroeien in een armoedig miljeu.
        De moeder van Karina Schaapman was ook niet arm opgegroeid. Haar vader was politieman en haar moeder was dochter van een commissionair.
        Pa Brard was zoon van een rechtbankambtenaar en met zijn hbs werd hij ook ambtenaar. Ook moeder Brard kwam niet uit een paupermiljeu.

        De koppeling van pauper-indo’s aan deze 3 namen gaat nergens heen .

        Mijn vader zat in het weeshuis tot zijn 12de . En toen haalde zijn tante hem en zijn zusje daar weg. Tante en oom hadden nu 7 kinderen en moesten echt sappelen met het kleine inkomen van oom.
        Was mijn vader een pauperindo? Ik zag hem en zijn neven nooit zo. Ze zijn allemaal redelijk terechtgekomen in Nederland. Niet rijk, maar ook niet arm te noemen.

        En natuurlijk kenden ze wel veel van de Nederlandse cultuur. Ze waren daarin opgegroeid te Indië. Taal, katholiek geloof, ze leerden dat de Rijn ergens bij Lobith ons land binnenkomt. En ook veel kenden ze niet. Maar ze leerden het wel.

        Terzijde… nu ik meer weet over de achtergrond van Alfred Birney. Petje af voor hem. Hij straalt veel relativering, humor en positieve energie uit.

        • Bert zegt:

          Er zijn geen pauper Indo,s in Nederland ! Wel in Indonesia ! Laten we die dan helpen !!!

        • Ron Geenen zegt:

          @De koppeling van pauper-indo’s aan deze 3 namen gaat nergens heen .@

          Volgens mij werd hier de visie van de toenmalige Nederlanders beschreven. Immers ze kwamen hier om ons eten op te eten en onze huizen in beslag nemen.

      • Ron Geenen zegt:

        Een prachtig geschreven verhaal, dat mijn CalIndo hart goed doet.

  2. bokeller zegt:

    Mijn ontvangst in Nederland ” de Bult ”in Oldebroek,
    rustig gelegen tussen de uitgestrekte Heidevelden en
    gelegerd in een paardenstal, waar de paardenpoep-
    lucht uit Napoleons tijd nog duidelijk te beruiken en
    tevens uit de zwaar gegolfde vloer opstijgt.
    Wij lagen heerlijk op een stromatrassen en nog
    wel op stapelbedden.
    Verwarming vanuit een meterhoge kolenkachel
    met doorkijkjes en roodgloeiend gestookt.
    De in de omgeving springende konijnen werden
    regelmatig door ons soldaat gemaakt en vakkundig
    in de soep verwerkt.
    siBo

    • Jan A. Somers zegt:

      Wij noemden dat de Knobbel. Volgens mij waren er twee van die paardenstallen, de ene Siberië, de ander Nova Zembla of zoiets. Als het te hard vroor in de tentjes konden we daar overnachten, de ene ellende of de andere. Bij langdurige strenge vorst mochten we niet schieten met de 188mm lang. Door de vlakke baan zouden granaten wel eens kunnen afketsen op de bevroren bodem en in Wezep terechtkomen. Volgens mij was dit een smoes om niet te hoeven uitrukken. Wat was het koud. Ik heb er nog de foto’s van.

      • bokeller zegt:

        Inderdaad ”de Knobbel”,daar zat hoog en droog
        onze Staf ,maar wij zaten beneden om een opslag
        met man en macht te verdedigen tegen ongewenst
        belangstelling van wie dan ook.
        En dat hadden sommige aan lijve ondervonden.
        Onze uitrusting bestond oa uit zwart geverfd lederwerk
        Zwarte schoeisel ,zwarte das en binnenhelm( zwart)
        met koeien van witte letters, BKL, in de volksmond
        Blinden—Kreupelen en Lammen genoemd.
        En een groot Haan embleem, op onze fiere
        schouders, wat ons weer de bijnaam gaf
        van ”Kippeneukers”
        Tsja niet vreemd dat wij soms effe doorsloegen.
        siBo

        • bokeller zegt:

          Nog effe het vervolg

          Dienstplichtige Militairen (VVDM) in 1969 o
          verzoek van een aantal van haar leden een
          onderzoek instellen naar de geestelijke gezondheid
          van de IBC-soldaten. Uit dit onderzoek
          bleek dat verscheidene militairen vreemd
          gedrag vertoonden tijdens hun ‘sitewacht’-
          diensten:

          ‘Tijdens hun wachtdienst huppelden de
          militairen of maakten ze ondefinieerbare
          geluiden. Zij dagdroomden, piekerden of
          vuurden onverwacht hun geweer af. Na de
          wachttijd reageerden zijn hun spanning af
          door met voedsel of voorwerpen te gooien, hun
          meerderen te slaan of te slaapwandelen’.11
          siBo

        • Pierre de la Croix zegt:

          Werd in die tijd in menig kazerne en legerplaats niet de schreeuw gehoord: “Ik wil er uit, ik ben niet gek meer”?

          Pak Pierre

  3. Indorein zegt:

    Wij werden bij aankomst van de Sibajak in Rotterdam (1952) meteen afgevoerd naar Bolsward en kregen daar 1 kamer voor een gezin bestaande uit pa, ma en 5 kleine kinderen + oma, die ook al in Soerabaja bij ons in woonde. De pensioneigenaar was een autoritaire Friese k…zak! Het eten, slapen en “recreëren” vond allemaal plaats in die ene kamer. Een jaar lang!
    Het pension eten: brood, brood en brood met goedkoop beleg (jam en pindakaas), en “warm” eten: kruimige doorgekookte aardappels met wat vette jus en een paar boontjes of andijvie. Vlees??? Wat was dat? “Jullie moeten niet zo zeuren!” zei de Friese pensionhouder.

    • Robert zegt:

      Mij werd toegeblaft:”NIET TEVEEL ZEUREN,ANDERS STUUR IK JE TERUG NAAR Jakarta.

    • Ron Geenen zegt:

      @Wij werden bij aankomst van de Sibajak in Rotterdam (1952) meteen afgevoerd naar Bolsward @
      Blij te horen, dat wij niet de enige Indische waren met die beroerde ervaringen. Hotel/Pension Beatrix in Berg en Dal werd binnen 3 maanden onbewoonbaar voor Indo’s verklaard. De zuinige Nederlander werd daar door de eigenaren volgens de Japanse concentratiekamp methode op ons toegepast.

  4. Wal Suparmo zegt:

    Opa kam de trappen af van boven naar de receptie kamer in, waar wij zaten te ngobrollen. En zijde hardop: “WAH HIER RUIKT NAAR KENTOET BAOE PETE SEG!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s