Museum Volkenkunde haalt Indonesische bronzen uit depot 

 Voor de eerste keer toont Museum Volkenkunde een bijzondere verzameling voorwerpen die normaal in het depot verblijven: de Indonesische bronzen. Meer dan 200 zijn er opgesteld. Op het eerste gezicht weinig opvallend wellicht, maar bijzonder vanwege de omvang van de collectie, hun ouderdom en betekenis. De bronzen beelden bieden een schat aan informatie over de geschiedenis van Indonesië. Niet alleen over artistieke ontwikkelingen maar ook over rituele betekenissen, materiaalgebruik, handelsrelaties, economische ontwikkelingen en het koloniale verleden. Het gaat om kleine beeldjes van hindoe en boeddhistische goden en rituele voorwerpen. De meeste zijn op Java gevonden maar komen daar oorspronkelijk niet vandaan. Niet zo gek gezien het feit dat Java altijd arm geweest is aan metalen. Museum Volkenkunde

volkendkundeleiden

Dit bericht werd geplaatst in agenda - evenementen. Bookmark de permalink .

4 Responses to Museum Volkenkunde haalt Indonesische bronzen uit depot 

  1. Surya Atmadja schreef:

    Hoe en waarom dit proces van cultuuruitwisseling met India op gang kwam, is nog niet helemaal duidelijk.
    =================================================
    De eerste Hindu “vorstendom” was Salakanagara in Bantam West Java omstreeks 150 NC tot ongeveer de 4de eeuw N.C
    https://en.wikipedia.org/wiki/Salakanagara
    De vorsten en koningen van Hindu koninkrijken op Java waren nakomelingen van migranten/priesters uit India
    Hindu tijdperk duurde tot de ondergang van Majapahit

    • bokeller schreef:

      Wat i zijn de redenen om deze Indonesische poesaka’s
      hier in Nederland nog te houden en te tonen .
      Ze zijn op Java gevonden en horen daar Thuis in hun geschiedenis.
      Kortom terug brengen.
      siBo

    • Jan A. Somers schreef:

      Ik heb heel, heel vroeger geleerd: Met uitzondering van de papoea’s van het eiland Papua zijn de voorouders van het huidige Indonesische volk waarschijnlijk afkomstig uit verschillende delen van het Aziatische vasteland. Deze proto-Maleiers uit Voor- en Achter-Indië, en de deutero-Maleiers, afkomstig uit Achter-Indië maar reeds vermengd met Mongolen, verdreven de oorspronkelijke bevolking van mogelijk Melanesische afkomst of vermengden zich ermee. Het was een proces waar, bij gebrek aan overlevering, alleen over gespeculeerd kan worden. Als wereldbeschouwing wordt voor deze volken het begrip ‘animisme’ gebruikt maar deze duiding lijkt niet goed bruikbaar. Het gaat hier vooral om een visionaire natuurbelevenis waarin de magisch denkende mens in een symbiose leeft met de hem omringende natuur.
      Het is niet bekend hoe en wanneer de hindoe-Indonesische rijken zijn ontstaan. Inheemse bronnen ontbreken en de Chinese kronieken zijn niet geheel betrouwbaar; de in die kronieken beschreven gezantschappen die de keizer in audiëntie heeft ontvangen kunnen zowel hofdignitarissen als kooplieden zijn geweest. Bovendien moest de chroniqueur blindvaren op de verhalen die hem werden verteld en was voor de plaatsing van de geografische aanduidingen in het toenmalige wereldbeeld enige fantasie nodig.
      Het kunnen belangrijke kooplieden uit Voor-Indië zijn geweest, uit de hoogste kaste der brahmanen, die als vreemde heersers over de autochtone bevolking hun cultuur en levensovertuiging introduceerden maar tegelijkertijd tot assimilatie kwamen. Naast deze passieve rol van de inwoners van de Indische archipel zijn er ook aanwijzingen voor een veel actievere rol in de handel op de oostkust van Afrika en de Rode Zee. Het kan dan zijn dat handelsvorsten uit de archipel op hun terugreis priesters uit Voor-Indië hebben meegenomen om aan hun persoonlijke macht sacrale wijding te geven. Men integreerde de nieuwe leer en de cultuur in het eigen leven voor zover die als nuttig en aangenaam werden ervaren, en gaf daaraan een eigen vorm.
      Koning Sanjaya was de eerste bekende vorst van het hindoe-Javaanse hof dat over Mataram heerste, gezien een inscriptie uit 732. Uit die periode stamt het aan Sjiwa gewijde tempelcomplex op het Diëng-plateau in Midden-Java waarvan Raffles de mystiek beschrijft als ‘land van de goden, reikend tot aan de wolken en uitkijkend op bergen en valleien. (…) Zelfs ongelovigen, wanneer zij de schimachtige tempels door de mist ontwaren en de wind door de bomen horen waaien terwijl de aarde onder hen rommelt en de donder de hemel achter de voortgejaagde donkere wolken doet schudden, moeten zich wel afvragen waar zich geen goden op deze plek bevinden’. Of ruim anderhalve eeuw later Hella Haasse, staand bij door islamieten verwoeste tempels: ‘Onder de aardkorst borrelt en sist het; even verder spuiten wolken gloeiende stoom te voorschijn (…). Dit is het hart van het antieke, sacrale Java.’ Dergelijke tempelcomplexen zullen het gezag van het hindoe-Javaanse hof ten opzichte van de agrarische gemeenschappen hebben bepaald. Het is overigens de vraag of de vorsten zichzelf zo wel zagen in de harmoniserende rol als ordebewaarder tussen micro- en macrokosmos. Diverse onderzoekers onderstrepen volgens Locher-Scholten ook voor Zuidoost-Azië het algemeen menselijke karakter van macht.
      In de negende eeuw verkreeg de Shailendra-dynastie, een boeddhistisch-Indonesische adel, de macht over Mataram op Java en Sjriwijaya op Sumatra. Onder deze dynastie kwamen bouwwerken zoals de Boroboedoer tot stand. Na enkele decennia moesten de Shailendra’s hun gebied in Midden-Java weer afstaan aan het nieuwe koninkrijk van Mataram, dat beweerde de rechtmatige opvolger van het oude Mataramse rijk van Sanjaya te zijn. Nadat omstreeks 1000 (het tweede rijk) Mataram tengevolge van oorlogen in een aantal kleine rijkjes was uiteengevallen, waren in Oost-Java twee nieuwe rijken ontstaan en tot grote bloei gekomen: Janggala en Kediri. Er waren gebouwen voor de internationale handel, er werd rijst, katoen, goud en zilver verhandeld. Kediri had een leger van dertigduizend man en een ambtelijk regeringsapparaat. Omstreeks 1300 werd het rijk van Modjopahit gesticht dat spoedig het Sumatraanse Sriwijaya in macht voorbijstreefde.

      • bokeller schreef:

        ##. De bronzen beelden bieden een schat aan informatie over de geschiedenis van Indonesië.
        Niet alleen over artistieke ontwikkelingen maar ook over rituele betekenissen, materiaalgebruik, handelsrelaties, economische ontwikkelingen en het koloniale verleden.
        Het gaat om kleine beeldjes van hindoe en boeddhistische goden en rituele voorwerpen##

        Plus wat de Heer Somers hier boven aanhaalt ,blijkt wel
        dat deze Indonesische Bronzen in Indonesia thuis horen
        en niet meer in het depot Volkenkunde.
        Al die tijd keurig verzorgd ,prima en nu terug brengen
        waar het Thuis hoort.
        siBo

Laat een reactie achter op Surya Atmadja Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *