Indischiana Jones 2

Een verhaal over een avontuurlijke KNIL expeditie op Borneo in 1948.

In Deel 1 is beschreven hoe een paar alinea’s van een autobiografie en een stapeltje kleine foto’s de aanleiding waren voor een studeerkamerontdekkingsreis naar een topografische expeditie van het KNIL op Borneo in 1948. Dat speurwerk leverde het materiaal voor de nu volgende reconstructie.

Deel 2
DE EXPEDITIE

De puzzelstukjes uit de foto-, landkaarten- en internetspeurtochten leverden een boeiend totaalbeeld op. De expeditie op West-Borneo bestreek de periode van mei tot en met december 1948. Acht maanden voor wat slechts de eerste stap van het enorme TOPAM project zou zijn. Een project dat uiteindelijk de gehele archipel beter in kaart moest brengen. De fotootjes in mijn collectie waren gedateerd van mei tot juli. Is het landteam van mijn vader  slechts drie maanden op Borneo geweest voor het karteringswerk of zijn de foto’s van daarna zoekgeraakt of waren de fotorolletjes op? Dat is nog een raadsel. Andere foto’s van mijn vader beginnen pas in 1949 en het is dus mogelijk dat zijn team ook na juli op Borneo is geweest. Misschien levert dit verhaal lezersreacties op die daar duidelijkheid in brengen.

De expeditie begon met de reis van Bandoeng op Java per vliegtuig naar de havenplaats Pontianak op Borneo. Ruim 780 km over de Javazee. Het ligt voor de hand dat de reis met een Catalina watervliegtuig gebeurde, vrijwel zeker van de MLD (Marine Luchtvaartdienst). Meijerink noemde de Catalina ook maar zijn team ging per schip, de MS Merauke, vanuit Batavia op Java naar Pontianak. Opmerkelijk is dat de Marine de Catalina een vliegboot noemt maar beste marinemensen het is echt een vliegtuig, geen boot.

indischiana12

Het grootste deel van hun uitrusting (voedsel, drinkwater, brandstof, tenten, medicamenten, enz.) zullen ze in Pontianak uit het TOPAM magazijn – Goedang TOPAM – hebben ontvangen. De meetinstrumenten kunnen zijn meegebracht uit Bandoeng. In Pontianak zal ook het commandocentrum zijn gevestigd van waaruit de vijf expeditieteams werden ondersteund en aangestuurd. Die gedachte wordt gevoed door een foto met officieren die op de havenkade van Pontianak een schip verwelkomen.
indischiana13

Vanuit Pontianak voeren ze met minstens drie boten, een LCM en de TOPAMs 1 en 6 de Kapoeas op. Op een foto is een deel van een tweede LCM te zien en een andere foto doet vermoeden dat TOPAM 4 ook deel van de expeditie was. Op een van de foto’s is te zien dat de LCM de twee TOPAMs sleept, precies zoals Meijerink ook beschrijft voor zijn team met de TOPAMs 2 en 5.
indischiana14

Gezien de data op de foto’s hebben ze vrij snel Nangah Pinoh bereikt. Hemelsbreed is het 300 km maar het moeten ongeveer 500 km rivierkilometers zijn geweest vanaf de kustplaats Pontianak. Vermoedelijk is dat traject met het landingsvaartuig en de TOPAM sloepen afgelegd. Het meeste karteringswerk moet vervolgens met Nangah Pinoh als uitvalsbasis zijn gebeurd. De prauwen met buitenboordmotor zullen toen het belangrijkste vervoermiddel zijn geweest vanwege de kleinere en wildere riviertjes.
Op plaatsen waar de buitenboordmotor niet meer kon worden gebruikt – wegens gevaar van vastlopen of stukslaan van de schroef – moest er worden geroeid of getrokken vanaf de oever. De schroef van de buitenboordmotor was beveiligd met een breekpen om te voorkomen dat de schroef stuk zou slaan tegen stenen of rotsen. Ze hadden echter een beperkt aantal breekpennen bij zich en moesten de buitenboordmotoren dus vaak omhoog halen om de schroef te ontzien.

indischiana15

 indischiana16buitenboordmotor en pagaai (scheproeispaan)

 De bootjes waren volgeladen met materialen, instrumenten, proviand, tenten en touwen, medicamenten en zakken cement voor de betonnen markeringspalen of Triangulation Pillars in het Engels.
De twee zinnen van mijn vader “Soms was de rivier te smal, te ondiep of met stroomversnellingen, dan moesten de prauwen en de zware bagage worden gedragen. Lopend door het oerwoud langs de rivier en over heuvelruggen. Net zolang tot we weer een bevaarbaar stuk vonden.”, gonsden in mijn hoofd. Onvoorstelbaar maar Meijerink vertelde hetzelfde over zijn team.

Vruchten en eetbare planten konden ze vinden langs de rivier. Hun kennis van de eetbare en giftige planten, opgedaan tijdens de krijgsgevangenschap in Birma, kwam goed van pas. Verder werd het droge rantsoen aangevuld met vers vlees door te vissen en te jagen op onder andere wilde zwijnen. Op de volgende foto staan een paar mannen zelfs met een gevangen slang in hun handen. Of ze die gegeten hebben werd niet vermeld. Wel weet ik dat mijn vader slangen en ratten een traktatie noemde tijdens zijn slavenwerk aan de Birma spoorlijn. Krokodillen waren er ook maar de Dajaks maakten duidelijk dat die niet gevaarlijk waren, er waren immers genoeg vissen en kleine dieren die als prooi fungeerden. Het advies was wel om op letten tijdens het baden en zwemmen!

indischiana17

De term tenten suggereert meer dan het was, het waren gewoon zeildoeken gespannen over takken en bamboestaken die rechtop in de grond gestoken werden. De open zijkanten zorgden voor “airconditioning”.

indischiana18

De triangulatiepunten bevonden zich niet alleen langs de rivier. Driehoeksmetingen zijn gebaseerd op een netwerk van vaste punten in een raster van driehoeken over het hele gebied. Die vaste punten, meestal betonnen palen, zijn vervolgens richtpunten voor secundaire metingen binnen zo’n driehoek. Het team moest dus vaak het land op, de jungle in en heuvels beklimmen om zo’n punt te bereiken, metingen te doen en een paal neer te zetten.
Dat karteringswerk gebeurde in een ongebruikelijk dag/nacht ritme. ’s Nachts sterren “schieten” en metingen doen, overdag berekeningen uitvoeren, betonnen markeringspalen maken of herstellen, varen, jagen, bivak maken, enz en tussendoor proberen te rusten.
Het sterren schieten kon natuurlijk alleen bij heldere hemel. Als het bewolkt was of als de vochtige nevel van jungle het belemmerde, moesten ze ter plekke wachten, soms dagenlang.
Doordat ze wekenlang afgesneden waren van de bewoonde wereld waren ze op zichzelf en hun Dajak helpers aangewezen. Zelf hadden ze tropenervaring en enkelen hadden de hel van de Birma-Siam spoorlijn overleefd en wisten daardoor hoe het team door kon gaan in barre omstandigheden. De kennis van de Dajaks over het gebied en de natuur was echter onmisbaar en hun rol als gidsen en dragers kan niet worden overschat. Meijerink was vol lof over de Dajaks, kleine maar oersterke mannen die met gemak 30 kg bagage een dag lang meesjouwden door de jungle. Een behulpzaam en gastvrij volk. De Dajaks waren ooit koppensnellers die dat ritueel lang voor de oorlog al hadden afgezworen. Mijn vader vertelde dat zijn teammaten toch op hun hoede waren voor het koppensnellersinstinct. Iets wat in eeuwen was gegroeid kon best nog sluimeren bij een enkeling dachten ze. Ze hadden echter meer gevaar te duchten van de fauna. Op de oevers moesten ze oppassen voor slangen, apen, tijgers en andere dieren en insecten. Bloedzuigers waren alom aanwezig en werden van benen en armen verwijderd met een spatel of een brandende sigaret. Slapen kon alleen onder een muskietennet. ’s Nachts was de jungle nog angstaanjagender door het luide gekrijs van allerlei dieren. Een brandend kampvuur was nodig om dieren op afstand te houden. Beurtelings werd de wacht gehouden. Alert op alles. Spannend als een jongensboek.
indischiana19

De lichte handvuurwapens zoals pistool, geweer en pistoolmitrailleur waren niet alleen bedoeld voor het jagen op wild maar ook ter bescherming bij eventuele aanvallen door opstandelingen. West-Borneo was in dat opzicht gelukkig een rustig gebied.

Zoals eerder gemeld lijkt het stadje Nangah Pinoh het basiskamp te zijn geweest. De naam Sungai (rivier) Pendjelajan van de visvangstfoto vond ik op slechts één kaart, ongeveer 100 km ten zuidwesten van Nangah Pinoh. Op de foto’s werden jammer genoeg geen andere locaties genoemd. In Nangah Pinoh konden ze bijkomen van de karteringstochten die ze in de regio uitvoerden. Een foto toont een tamelijk groot huis op palen met op de voorgrond een ”tuintafel” met houten banken waarop enkele teamleden gemoedelijk in hun ondergoed zitten. Mannen onder elkaar.

indischiana20

De terugweg kon veel sneller worden afgelegd dan de heenweg omdat het meetwerk gedaan was. Misschien dat er nog een enkele aanvullende meting gedaan moest worden. De voorraden waren natuurlijk ook al aanzienlijk geslonken en er viel dus minder te vervoeren en te sjouwen. Het verval van de rivier richting zee zou verder zorgen voor een snelle vaart. Hoe dat verliep blijft in jungle-nevelen gehuld. Waarschijnlijk minder enerverend dan de heenreis maar wie weet wat er toen toch nog gebeurde. De tijgers, slangen en krokodillen bleven paraat nietwaar? In Pontianak leverden ze de resterende spullen weer in bij het TOPAM magazijn en konden ze omschakelen naar het gewone leven.
De terugreis vanuit Pontianak naar Java kan met een schip, de MAROS van de KPM (Koninklijke Paketvaart Maatschappij) zijn gebeurd. Een van de foto’s – helaas van erg slechte kwaliteit – toont een paar mannen die vanaf een schip kijken. De achterzijde meldt “aan boord van de Maros”. Dat schip blijkt overigens een opmerkelijke oorlogshistorie te hebben. In 1942 is zij tot zinken gebracht door de eigen bemanning om te voorkomen dat de Japanners het schip zouden gebruiken. Hoe erg moet het zijn geweest om je eigen schip tot zinken te brengen. De Japanners besloten het schip te lichten, te repareren en te gebruiken onder een nieuwe naam, de Haruyoshi Maru. Na de oorlog kwam het schip weer terecht bij haar oude eigenaar de KPM en herkreeg haar oorspronkelijke naam.

De teamleden en hun belevenissen doen denken aan het stoere filmpersonage Indiana Jones, die op zoek naar een bijzondere schat – The Lost Ark – allerlei gevaarlijke avonturen beleeft.
Werken, improviseren, jagen op wilde zwijnen, vissen, varen, roeien, lopen, jungle bivaks, eetbare vruchten en planten zoeken, kleren wassen en baden in een rivier met krokodillen. Uitkijken voor slangen, apen, tijgers, spinnen. Bloedzuigers wegschroeien. Reizen met een watervliegtuig, een landingsvaartuig, sloepen en prauwen. Te voet de prauwen en uitrusting dragen door de jungle en over heuvelruggen.
De Verkenners van de Topografische Dienst beleefden Indiana Jones avonturen niet op een film-set maar in het echt. Op zoek naar Triangulatiepunten. Ze beschikten over dezelfde kwaliteiten als de filmheld: lef, doorzettingsvermogen, improvisatievermogen en kennis van allerlei technieken. Wat het filmpersonage echter niet had, dat was de onverwoestbare taaiheid die enkelen van hen tijdens de onmenselijk harde jaren als krijgsgevangene aan de spoorlijn in Birma en Siam hadden ontwikkeld.

Mocht Steven Spielberg een film willen maken over deze expeditie, dan heb ik al een pakkende titel:
Indischiana Jones and the Triangulation Pillars”

 Er zijn ongetwijfeld genoeg (Indisch) Nederlandse acteurs die de rollen willen spelen van deze  Indischiana Jonessen:
indischiana21
Namen zoals vermeld op de achterzijde van de foto’s.
Stoere KNIL militairen die hun zware en avontuurlijke werk deden in dienst van de wetenschap.
In memoriam Ing. J.F. Geuther, Kap. b.d. Kon. Luchtmacht (1922-2004).

Ferry Geuther  20 april 2015

 

Bronnen:

Noot van de auteur:
Dit verhaal is geschreven zonder commerciële doelstelling. Ik heb geprobeerd een zo goed mogelijke reconstructie te maken maar kan niet instaan voor de volledigheid en correctheid van het op enkele punten misschien geromantiseerde verhaal. Mocht u over aanvullende informatie beschikken dan hoor ik dat graag.
Auteur: F.G. Geuther  © april 2015

Schriftelijke toestemming van de auteur is vereist indien u gebruik wilt maken van (delen van) deze publicatie voor verdere openbaarmaking. Voor gebruik van de Wikimedia afbeeldingen zie https://commons.wikimedia.org

Voor een rechtstreekse reactie aan de auteur klik deze link: e-mail >

Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

4 reacties op Indischiana Jones 2

  1. Ferry Geuther zegt:

    Uit interneringskaarten en met informatie van Boeroeng hierbij enkele aanvullende persoonsgegevens:
    Gotlieb is waarschijnlijk Herman Adalbert Gotlieb, geb. 1906, soldaat.
    Aboe is waarschijnlijk Aboe Minoeminardi, geb. 1912 ,soldaat garnizoen W-Borneo.
    F.H. Thieme is vrijwel zeker Frans Hugo Thieme, geb. 1905, Adj. Top. Dienst Bandoeng in 1942.
    Weise is waarschijnlijk Ernst Adalbert Theodore Weise, geb. 1909, soldaat garnizoen W-Borneo.

  2. Jeroen de Graaff zegt:

    Ferry, wat heb je weer iets moois en creatiefs gemaakt. Fijn dat je dit met ons zo wil delen.
    PS: voor mij hoeft Steven Spielberg er geen film van te komen: jouw teksten met foto’s zijn meer dan voldoende!

  3. Ferry zegt:

    Jeroen, hartelijk dank voor dit grote compliment, mijn weekend kan niet meer stuk!

  4. Ferry Geuther zegt:

    Op de derde foto is het nummer van de LCM moeilijk te herkennen. Ik dacht dat het W23 was. Een lezer meldde dat het de M23 was die later hernummerd is tot LCM 503.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.