Opsporing en beoordeling van anti-Japanse activiteiten

historiek,net:
japvlagbrandBij de herovering van Nederlands-Indië vonden vele zware veldslagen plaats, met aan beide kanten duizenden doden. Zo niet bij de inname van Hollandia, Nieuw-Guinea, op 18 april 1944, toen ongeveer 15 duizend Japanners zich volkomen lieten verrassen. Misschien was het juist dit verrassingselement dat er toe leidde dat allerlei documenten werden aangetroffen die anders mogelijk zouden zijn vernietigd. Eén van deze documenten was wel zeer bijzonder: een gestencild rapport van bijna 400 pagina´s over het anti-Japanse verzet op Java. De Amerikanen haastten zich het te vertalen.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

3 Responses to Opsporing en beoordeling van anti-Japanse activiteiten

  1. Peter van den Broek schreef:

    Dr dominante beeldvorming over het Verzet in Nederlands-Indië is voornamelijk bepaald door de zienswijze van Prof. dr. L. de Jong over het zogenaamde Hollandia-rapport. Dit Japanse rapport over het anti-Japanse verzet op Java werd tijdens de herovering van Nieuw-Guinea in Hollandia gevonden, vandaar de naam.

    De Jong stelt in zijn standaardwerk vast dat het Japanse rapport getuigt van enorme achterdocht. De Japanners zagen overal verzet en vervolgden zowel reële als fictieve illegale activiteiten. De Japanners, met name de Kempeitai of Kenpeitai, worden hier geframed als een bende irrationele psychopaten met paranoïde neigingen. In Nederland was dat met de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst SD anders, die vervolgeden op rationale en gedisciplineerde wijze louter reële illegale activiteite!

    Immertzeel van Javapost voegt hieraan toe:”Verdachten werden op beestachtige wijze gemarteld totdat zij ‘bekenden’. Uiteindelijk werden zo hele netwerken opgerold van personen die elkaar weliswaar kenden, maar die naar OBJECTIEVE maatstaven gezien misschien niet veel meer hadden gedaan dan ‘onschuldige boodschappen uitwisselen’. “Verzetsdeelnemers anders dan in Nederland onderhielden geen radioverbinding met de buitenwereld,” aldus B. Immertzeel.

    De vraag is hoe dr. L. de Jong de informatie uit het Hollandia-rapport heeft geverifieerd. Is hij afgegaan op psychologie van de koude grond, gebaseerd op racistische vooroordelen?

    Op basis van recent onderzoek naar getuigenverklaringen van overlevenden van het Indisch Verzet die te vinden zijn in zowel het Nationaal Archief, de Oorlogsgravenstichting als in het NIOD, kan de organisatie van verzetsgroepen en de relatie tussen deze verzetsgroepen worden gereconstrueerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er wel degelijk sprake was van een uitgebreid netwerk, met name in Soerabaja en omgeving. Niet alleen werden ‘onschuldige’ boodschappen uitgewisseld, maar nu blijkt dat de een verzetsgroep uit Malang vuurpijlen leverde aan een Verzetsgroep (Corsica) in Soerabaja . Die werden gebruikt bij drie geallieerde nachtbombardementen. Deze groepen j hebben in 1943 en 1944 een substantiele bijdrage geleverd schade toe te brengen aan het Japanse militaire apparaat in Soerabaja

    Anders dan wat tot nu toe wordt beweerd, was er wel degelijk sprake van regelmatige radioverbindingen met de buitenwereld, met de Geallieerden in Australië. Neem nou het voorbeeld van de Braataffaire. Tot nu toe was onduidelijk waarom juist de “Braat” machinefabriek op Ngael, in de industriewijk van Soerabaja, medio 1944 door de Geallieerden op klaarlichte dag werd gebombardeerd. Maar Braat machinefabriek, zowel in Ngagel als in Oedjoeng, hield zich wel degelijk bezig met oorlogsproductie. Het inlichtingennetwerk in Soerabaja (verzetsgroep Corsica) ) had deze informatie aan de Geallieerden in Australie doorgegeven en daarom werd de Braat machinefabriek gebombardeerd, dat lijkt me wel logisch.

    Verbazingwekkend is dat bovengenoemde informatie na de oorlog al bekend was in Nederland. In het boek “Nederlands-Indië onder Japanse bezetting” uit 1960 (dus 20 jaar na de oorlog) wordt bovenstaande informatie gegeven, gebaseerd op primaire documenten (getuigenissen) uit de Indische Collectie (IC 400) van het NIOD!!!!!

    Het is dan ook onbegrijpelijk dat deze informatie tot nu toe niet bij de beoordeling van anti-Japanse activiteiten in Nederlands-Indië (1942-1945) is betrokken. Vooringenomenheid (bias) van geschiedkundige onderzoekers mag zeker niet worden uitgesloten.

    Geschiedenis wordt niet herschreven, geschiedenis wordt beschreven op basis van methodisch onderzoek naar tot nu toe onbekende of niet-gepubliceerde bronnen.

  2. DP Tick schreef:

    L.S.; Ja,er zijn best wel enige rebellies geweest overal inde Gordel v Smaragd,doch de grootste rebellis,of would-be rebellies waren op de Sangir en Talaud eilanden en in W-Borneo.Beiden nogal pro-Oranje ge biden.Japan begon in 1944 steeds meer te verliezen en werd wat paranoia.Als gevolg daarban meenden ze voorbeelden te moeten stellen.Bijna alle radjas en sultans v die 2 gebiden,veel royals,veel elite v Maleise,Chinese en ook veel Europese kunne werden onthoofd,na vaak flink gemarteld te zijn.Het verbaasd mij nog steeds,dat deze trouwe mensen nog nooit met een boek geeerd zijn.Japan vermioede dus bij een aantal vorsten en elite opkomende verzet en scheerde allen over een kam,doch vrijwel alle vorsten moesten eraan geloeven,veel volwassen prinss uit hun nabijheid en veel elite.Een afstammeling vd Sambas sultans,de heer N van Balgooy uit Emmen schreef over deze zaken in W Borneo een klein maar boeiend boekje geheten “de Genocide vd intelliegentia v W Borneo(de hele maatschappel;ijke bovenlaag daar was letterlijk wefggekapt).Het zou mooi zijn,dat er ooit eens ten minste een documentaire over deze 2 schrijnende gevallen zouden kunnen worden gemaakt.

    Ik ken alle vorstenhuizen v beide regios(13 in W Borneo en 7 in de Sangir-Talaud eilanden.

    Dank U.

    Hoogachtend:
    DP Tick

Laat een reactie achter op DP Tick Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *