
Barangkali setan, toean? (Misschien een geest, meneer?)
Het grote huis in het district Cheribon, eigendom van opa en oma van den Broek (ouders van mijn moeder), telde ook zogenaamde bijgebouwen, waarin diverse kamers waren gebouwd. Lees verder.
De schrijver is René Persijn





















































Prachtig zo’n verhaal over een huisgeest in tempo doeloe.
Ik woonde in Semarang ook in zo’n huis als door Renée Persijn beschreven: Er was het hoofdgebouw en daarachter in carré de “bijgebouwen”, met in het midden een binnentuin, waar de was te drogen hing, de kippen scharrelden en ik als klein kind speelde met de kinderen van de Javaanse inwonende bedienden.
Vanuit de achtergalerij van het hoofdgebouw gezien rechts “het paviljoen” waar onze Manus van Alles Pak Diroen en zijn vrouw baboe Soepi met hun 7 kinderen woonden, dan de mandikamer met mandibak en europees toilet doedoek, tenslotte de mandikamer met waterput, mandibak en kakoes djongkok voor het gezin van de bedienden.
Vanuit de achtergalerij gezien links de zijmuur van de garage, dan nog 2 kamers waar in de oorlog logé’s woonden en de wasplaats voor de baboe tjoetji bij de 2de waterput.
Beide benen van het carré werden verbonden door van rechts naar links nog een europese kakoes doedoek, de goedang, de dapoer en een houten bouwsel dat als nachtverblijf voor de kippen diende.
’s Avonds en ’s nachts was het in dat ver van het hoofdgebouw gelegen been van het carré aardedonker en geen van de kinderen van de bedienden, noch ik, waagde zich er zo maar, omdat Pak Diroen er stellig van overtuigd was dat boven het kippenverblijf een sètan of momok woonde, die hij op gezette tijden “djalok gedang” (ik wil pisang) hoorde roepen. Zo werd om de sètan gunstig te stemmen ook wel eens een sisir pisang bij het kippenhok geofferd die de volgende ochtend inderdaad was verdwenen …..
Bij mijn tante vertoonde zich regelmatig een echte geest, naar men zei die van een Arabier die lang geleden op de plaats van het huis was begraven. De geest manifesteerde zich als schim voor de ramen. De vele honden van tante sloegen dan aan, liepen eerst naar buiten en deinsden vervolgens achteruit het huis in, nekharen overeind, tanden bloot en oortjes naar achteren van angst. In het huis hing vervolgens een sterke kambinglucht.
Mijn tante was hoofd van de School met den Bijbel en hoorde dus niet aan sètans te geloven en zeker niet aan kwade, maar ze moest erkennen dat in haar huis iets gebeurde wat zij niet kon verklaren.
Over Persijns geproken: Bekende Indische familienaam, ook in Semarang woonden Persijns. Een lagere school vriendje heette Sjors Persijn, van het prothestantse weeshuis.
Pak Pierre
Tja, meestal is zien pas geloven…zag een tijd terug dit filmverslag,
Geesten interviewen in Jakarta
In de Indonesische cultuur is spiritualiteit doodnormaal. Helderziende journalist Agus Siswanto werkt voor het populaire’Misteri’-magazine, een tijdschrift dat bovennatuurlijke onderwerpen ‘onderzoekt’. Jamal ging met hem mee naar de koloniale begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Jakarta, om te ontdekken of er op die plek nog altijd Nederlandse geesten rondwaren.
http://www.metropolistv.nl/nl/landen/indonesie/geesten-interviewen-in-jakarta
Ik heb de heer Persijn een mail gestuurd.
In Zijn blog komt de straat waar wij gewoond hebben en waar mijn moeder voor de oorlog heft gewoond. Ook heeft de heer Persijn op dezelfde school in Jakarta (CAS) gezeten als mijn zus en ik. Mijn zus is ook maar één jaar jonger dan hij.
Ook wij zijn in 1956 met de Oranje naar Nederland gegaan, toch komt mij de naam Persijn niet bekend voor, misschien herkent de heer Persijn ons wel…….