We noemden elkaar pinda

We noemden elkaar pinda, iedere Indo werd een pinda. Zelfs Indo’s met ergens een verre neef die een betjak bestuurde in Surabaya en die gewoon blond haar en blauwe ogen hadden. Zij hadden ogenschijnlijk nooit een pan nasi goreng van dichtbij gezien, maar ze waren pinda’s. ‘t Was een bepaalde mate van uitsloven. Wat we eigenlijk deden, is de angel halen uit een woord dat óóit tegen ons werd gebruikt in geheel andere context. Lees verder

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

15 reacties op We noemden elkaar pinda

  1. Arthur Olive zegt:

    Het gebruik om een scheldwoord aan te nemen als je eigen is al eeuwen oud.
    Christenen was in het begin een scheldwoord dat door de volgers van Christus werd aangenomen.
    Die naam wordt echter alleen 3 keer gebruikt in de bijbel.
    Zo ook met het leger eenheid Andjing Nicca gedurende de “Politionele Acties”
    De meeste scheldnamen worden echter niet geadopteerd als een badge of honour door degenen die uitgescholden worden.
    Ik kan moeilijk geloven dat Indos, pinda genoemd willen worden.

    • Pierre de la Croix zegt:

      “Ik kan moeilijk geloven dat Indos, pinda genoemd willen worden”.

      Ach, waarom niet Pak Arthur. Pinda, Blauwe, Rijstepikker, ik zeg het van mijzelf ook wel eens in blank gezelschap als het zo in de kraam te pas komt.

      Toen ik het met de hofmeester van een Esso tanker op een accoordje had gegooid om wat meer “blauwe hap” op het menu te krijgen, mede omdat er nogal wat Indische jongens op de boot werkten, werden we allebei door de kapitein op de vingers getikt omdat hij van zijn mooie schip geen “rijstepikkersboot” wilde maken. Hij bedoelde het vriendelijk, was niet per se anti Indo.

      En was er in onze jeugd niet een jongensboek, van J.B. Schuil als ik mij goed herinner, dat “De Katjangs” heette en ging over de avonturen van 2 Indische jongens in Nederland, lang voor de Grote Volksverhuizing? Ik heb ervan gesmuld en zag “Katjang” niet als scheldwoord.

      Kortom, ik heb er geen moeite mee om “Pinda” te worden genoemd in een samenleving waar “Pinda” als regel niet wordt geassocieerd met een bevolkingsgroep die een slechte reputatie heeft en/of die stelselmatig wordt gediscrimineerd.

      Pak Pierre

      • Arthur Olive zegt:

        Pak Pierre,misschien zit ik hier in een bubble wat betreft de interacties van de Indos onder elkaar.
        Ik ken geen Indos hier die choice words voor elkaar hebben zoals pinda of blauwe.
        De Amerikaan die hier geboren is heeft ze ook niet, de meesten weten niet eens dat we Indos zijn of waar we vandaan komen en hebben er ook geen interesse in. Het heeft daarom goed geholpen met de integratie. De tweede generatie verstaat nog wel Nederlands maar heeft moeite met het spreken en de derde generatie als een geheel heeft geen interesse in hun background, misschien later als ze ouder worden.

    • Jan A.Somers zegt:

      Is het verkeerd gebruikte Andjing Nica voor legereenheden van het KNIL niet uitgevonden door de Indonesiërs en als geuzennaam overgenomen? De NICA was een civiele organisatie en geen leger. Het probleem was dat het militair gezag (o.a. SEAC) bestond uit militairen en die wilden alleen praten met andere militairen. Geen probleem, de eerste NICA-mensen werden gerecruteerd uit KNIL-lers in Australië. De verwarring is dus begrijpelijk, maar was niet bevorderlijk voor de contacten met Indonesische bestuursambtenaren.

      • Arthur Olive zegt:

        Pak Somers, Vogens het boek “Andjing Nica Bataljon (KNIL) in Nederlands-Indie (1945-1950)” is het scheldwoord Andjing Nica (Nica Honden) ontstaan door de Indonesische radio Jogja. Het woord Nica werd vereenzelvigd met alles wat Nederlands was volgens Sjoerd Lapre de schrijver. Zie bldz.16

    • Pierre de la Croix zegt:

      NICA stond voor “Netherlands Indies Civil Administration”, de organisatie om direct na de Japanse capitulatie het Nederlandse gezag in Indië tot gelding te brengen.

      Het 5de infanterie bataljon KNIL kreeg de scheld- en later erenaam Andjing NICA (honden van de NICA, oftewel het Nederlandse gouvernement).

      Citaat uit het boek “Andjing NICA in Nederlands Indië 1945 – 1950” van wijlen Sjoerd Lapré, RMWO 4, over de ontstaansgeschiedenis:

      Uniek was het feit dat Infanterie V in de frontlijn is ontstaan, in die chaotische tijd (bedoeld wordt de “bersiap” – Pak Pierre) als eenheid optredend teneide orde te scheppen en weerlozen beschermen, daadwerkelijk uit nood geboren.

      De vele jonge jongens die nog nooit een wapen in handen hadden gehad en zich nu kwamen aanmelden, teneinde aan dat gezagsvacuüm het hoofd te bieden, waren dus de Indische oorlogsvrijwilligers.

      In het begin bestond de bewapening uit knuppels, later uit gestolen en veroverde wapens, totdat de aanvoer ervan op normale wijze kon geschieden. Tijdens de vele schermutselingen beten onze mannen en jongens zó fel van zich af, dat de extremisten hen uitscholden voor Andjing NICA.

      Deze scheldnaam werd later erenaam en het bataljonsembleem ontstond: Een in rood uitgevoerde grauwende hondenkop, uitgevoerd op een zwarte achtergrond.

      Einde citaat

      Pak Pierre

      • bo keller zegt:

        In Bandoeng vond de oprichting plaats van ’t 5º inf.Knilbat plaats en de scheldnaam tot bat.naam.
        Nmi werd deze naam al gebezigd voor de toen (BERSIAP) optredende jonge mannen van Ambonese en Indo afkomst in Batavia en Bandoeng.
        Niet alleen over de radio maar zelf een ”bede” van de Indonesische leiders aan het Engelsbestuur om de Ambonese
        ”Andjing Nica’s” op te pakken en naar Ambon te verplaatsen.Dit nadat Sjahir of Hatta uit hun voertuigen werden gehaald.
        Een smeekbede uit het Hollandse belaagde vrouwenkamp voorkwam dit.daar ”blanken”gemolesteerd werden en deze”donker gekleurde” personen hen beschermden en niemand anders.
        Hierna werd een Ned. detachement mariniers = bhu=. toegestaan om orde op zaken te stellen in Batavia.
        siBo

      • Pierre de la Croix zegt:

        Dat kan allemaal wel kloppen, Pak Bo.

        Ome Sjoerd Lapré schrijft echter niets over Batavia als bakermat van het bataljon. Volgens zijn boek lagen de “roots” van KNIL Bataljon V “Andjing NICA” in het Tjihapitkamp in Bandoeng, waar Indische jongens met hulp van Ambonezen en Menadonezen knokploegen hadden gevormd om het ongebreidelde moorden van de pemoeda’s het hoofd te kunnen bieden. De militairen onder Brits bevel die de burgerbevolking moesten beschermen bleken daartoe niet of onvoldoende in staat. Wellicht hadden de Britten, c.q. de onder hun bevel staande Indiërs, weinig zin om zich in de strijd te mengen.

        Pak Pierre

      • Jan A.Somers zegt:

        Dus toch een geuzennaam.
        Wat in Londen de regering in ballingschap werd genoemd, was in Australië de NICA, een soort Indische regering in ballingschap. De Engelse terminologie was niet bijzonder, Eerst MacArthur, later Mountbatten waren nu eenmaal Engelssprekend.
        Voor andjing NICA heb ik nog een andere ontstaanslegende gehoord. Het Nederlandse civiele bestuur oefende gezag uit met het militaire KNIL. Dat waren dan de (militaire) bloedhonden die door het (civiele) bestuur werden gebruikt.

  2. ronaldo zegt:

    totaal geen moeite mee, wordt zelfs regelmatig op de voetbalclub pinda genoemd. Als ik dan met mn zoon de kantine binnenstapt, roepen ze ook wel eens, daar komen de blue diamonds, of ook een veelgehoorde kreet..bamilip..in de zomer kwam ik met een rose poloshirt binnen en een paar gasten riepen, hee Lonny..ik dacht, ow ze bedoelen mn kookkunsten, maar helaas…ach, ik zie er de lol wel van in…zo zijn er een paar 020-fans bij ons en als we dan verder gaan, vraag ik hun..noem 2 nog levende legendes op, die in de kuip hebben gespeeld..van Hanegem en Cruijf, wordt dan het antwoord..en noem nou 2 uit de arena.. dan kom je bij gerard en gordon…:)..en zo wordt t dan vaak nog lang en gezellig, met die pinda’s…

    • bo keller zegt:

      Ini bijna bedtijd, ik heb ’t niet over de oprichting v/h.5ºBat,maar het aanduiden van vermeende Blanda-helpers (geweld) in Batavia,want ook daar was wat aan de hand geweest.
      En dan naar Pulau kapuk.
      siBo

      • Pierre de la Croix zegt:

        OK Bo, ik was ook al ngantoek. De jaren gaan tellen.

        Maar gek dat die Pemoeda’s niet op de gedachte zijn gekomen om die (vermeende) verraders gewoon NSB-ers te noemen.

        Pak Pierre

  3. bokeller zegt:

    De lokroep pinda doet me als oudje totaal niets. Hierbij denk ik wel aan de Chinese zeeman,die ver voor de oorlog zich in leven hield door aan de Nederlanders alhier pinda’s te slijten en de naam ”pindaman”kreeg.
    In het vm.Ned.Indië werden de Indo’s door vriend en vijand -Témpé-genoemd naar onze kleurverscheidenheid van licht tot donker cokelat.
    Tegen de blanke nyo werd ”gading” gebezigd, ook wel tegen de Hollanders,
    die we liever met -TO- aanduiden.
    Bezie de témpé goreng en jangan lupa ook proevenja. Gurih !
    De témpé hoort er gewoon bij.
    siBo

    • Pierre de la Croix zegt:

      Tja Pak Bo …. ik herinner mij dat ik – als onnozele burger – nog een excercitieles van een peloton (of “bak” heette dat geloof ik bij de gemarineerde haringen) heb ontregeld.

      Dat kwam zo. De Marine behield zich het recht voor alle jongens van 18 jaar of ouder die de zeevaartscholen bevolkten ook te keuren voor dienst bij de vloot. Zo kreeg ik als 18 jarige, reeds algemeen goedgekeurd voor dienst bij land- en luchtmacht, een eervolle uitnodiging om mij in de marinekazerne in Voorschoten te melden voor een tweedaagse medische en psychologische test.

      Daar stond ik dan de eerste dag met nog een groepje slungels van zeevaartscholen uit het hele land te wachten op wat komen ging en te kijken naar een groep excercerende matrozen, met heweer over de schouder, onder wie nogal wat Indische jongens. Ik weet niet meer waarom, maar ik riep ineens hard “témpééé” en prompt keken zij die zich aangesproken voelden om, met als gevolg een kleine chaos in de gelederen en een vloekende korporaal der mariniers die de leiding over de excercitie had.

      Gelukkig stond ik (nog) niet onder de krijgstucht. Toen ik bijna 6 jaar later alsnog als zeemilicien in dienst moest heb ik toch maar overplaatsing aangevraagd naar de landmacht, niet alleen vanwege het meisje, maar voor alle zekerheid. Misschien liep er in het marine opleidingscentrum nog een korporaal der mariniers rond met een goed geheugen.

      Overigens … die pindachinees. Het zou best kunnen zijn dat “we” aan hem onze scheld- en later geuzennaam “pinda” te danken hebben. Want de Chinese zeelieden, meestal stokers, die door de crisis van de dertiger jaren v.d.v.e. aan Nederlandse wal waren geraakt, stonden inderdaad op de straathoeken pinda’s te verkopen, hun waar aanprijzend met wat in Nederlandse oren klonk als “pnda, pinda, lekkaa, lekkaa” (toen nog niet met “sambalbij”). Die Chinezen werden dus “pindachinees” en aangezien in Nederlandse ogen een Chinees en Indo niet zo veel van elkaar verschilden zal de Indo voorgoed met die naam zijn “besmet”.

      Pak Pierre

  4. Jeroen zegt:

    Ik had gereageerd op die website maar dat is blijkbaar weggehaald.
    Ik vind het stom wanneer mensen elkaar telkens afspreken op hun afkomst. Daarbij hoor ik dat woord vrijwel altijd met iets er voor: stomme pinda, of, hij moet normaal doen hij is gewoon een pinda.
    Klinkt in mijn oren als zelfdenigrerend.

    Dat Afro-Amerikanen zichzelf soms nigga noemen zie ik als een fase. Het zelfrespect is groeiende alleen het vooral laagopgeleid deel is nog niet zo ver.
    In het oude Batavia scholden Aziaten, Mardijkers, Indo-Europeanen en Europeanen elkaar de huid vol. Indo’s waren hoerenkinderen, vrije Mardijkse vrouwen hoeren enz. Natuurlijk heb je dan een periode van “nananan het kan me niets schelen, dan ben ik toch een hoerenkind”. Maar diep van binnen vind je toch dat jij en je soortgenoten minderwaardig zijn hoe hard je het ook probeert weg te relativeren.
    Maar Indo-Europeanen hebben sindsdien hard gewerkt aan hun zelfrespect, hoewel ze daarbij soms ook naar beneden trapten en logen over hun afkomst (prinses hier prinses daar).
    Ze kozen er voor om Indo-Europeaan of Indische Nederlander genoemd te worden en deden hun best om serieus genomen te worden.
    Indo-Europeanen zoals Zaalberg en Douwes Dekker, Tjalie Robinson, Sjoerd Lapre en vele Indische mannen en vrouwen hebben hard gevochten voor de rechten van de Indo-Europeanen/Indische-Nederlander. Ze wensten serieus genomen te worden.

    Moeten we hun verdiensten maar vergeten en ons laten aanspreken met Pinda?
    Oke af en toe als grap, prima, maar het moet geen gewoonte worden zoals onder sommige Afro-Amerikanen. Hoe denken we dan ooit serieus genomen te worden?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.