Nederland bekritiseert Japan

Nederland heeft in de VN-Mensenrechtenraad stevige kritiek geuit op Japan vanwege de manier waarop Tokio omgaat met het troostmeisjesverleden, een eufemisme voor seksslavernij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met deze kritiek keert Nederland zich ook tegen oppositieleider en voormalig premier Shinzo Abe, die in september nog opriep een eerder excuus van de Japanse regering over het troostmeisjesverleden van tafel te vegen. Trouw

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

20 Responses to Nederland bekritiseert Japan

  1. bo keller schreef:

    Hoe dan ook Pak Pierre ze noemden zich zelf geen ”manisé”
    .
    Mss.met googlen op te sporen.de lotgevallen van de Marechaussees die zich pas overgaven na 1jaar guerillastrijd en wel in 1943.

    Wat ik van weet is dit ;De vrouwen in de Padang gevangenis -hel
    (oct.1943)hoorden in ’t nederlands gegeven commando’s .en zagen
    een Knil afd.(kleine) geheel bewapend de gevangenis inmarcherend
    waarbij de Jap.wacht het geweer presenteerde en daarna… ..niets meer over deze militairen hoorden , spoorloos verdwenen.

    Wel geruchten en vermoedens maar deze Knil eenheid is verdwenen.

    sibo

  2. bo keller schreef:

    Pak Pierre nmi geen verbastering,maar een ander wijsje uit Tempo Doeloe
    Mvg Bo

    • Pierre de la Croix schreef:

      Toch niet Bo. Ik ben gaan googelen. Diverse bronnen over de Atjehoorlog bieden een link tussen “marechaussee”, “ma(r)sose” en “manise”, o.m. het boek “De hongertocht” van Szekely-Lulofs, naar het relaas van onderluitenant Nutter die de onfortuinlijke patrouille leidde.

      Het onderstaande komt uit een artikel in het tijdschrift “Mars et historia”, 13de jaargang nr. 5, getiteld “Uit het dagboek van luitenant Donck” over de oprichting van het Korps Marechaussee te Atjeh, van de hand van kolonel Heshusius:

      “Overigens had het korps uitsluitend inheemse en geen Europese korporaals en manschappen. Van de sergeanten (i.e. de allerbelangrijkste commandanten, namelijk zij die een brigade onder bevel hadden) was … Europees en …. niet-Europees.
      Bij het verschijnen van marechaussee sloeg de vijand de schrik op het lijf. ‘Masosé’ noemde men hen. De marechaussee zelf sprak over ‘manisé’.

      Pak Pierre

  3. bo keller schreef:

    HEAR !!! HEAR !!! HEAR !!!
    Het bovenstaand Kampverhaal heb ik niet van Horen Zeggen of uit
    aanbevolen Lees Boekjes van pasar malam oid.!
    HEAR!!! HEAR!!! HEAR !!!
    siBO

    • eppeson marawasin schreef:

      Excuus voor de spraakverwarring meneer Keller. Om het goed te maken:

      Naik toeroen goenoeng
      Masoek kaloear rimba,
      Mamboeroe moesoeh
      Thari bekas marsosé

      e.m.

      • bo keller schreef:

        Senapang pendek -klewang pandjang
        ja itoe ……. Anak Marasòsee
        siBo

      • Pierre de la Croix schreef:

        “Hear, hear” en daarbij klop ik – waarschijnlijk eveneens op z’n Brits – ook nog met mijn vingerknokkels op mijn bureautje. Grote bijval dus, Paks Eppeson en Bo.

        Pak Pierre

        P.S.: Werd “marsosé” ook niet nog meer verbasterd tot “manisé” of was dat iets anders?

        P.

  4. bo keller schreef:

    In het vrouwenkamp”Missiecomplex” te Padang (W-Sumatra) stonden honderden vrouwen 6á8 rijen dik ,waarvan velen zich bewapenen met stukken hout, om de ”uitverkorenen” heen .
    Ze(dames) waren WOEST en gingen het gevecht aan met de Jap en hulpjes om hun ”meisjes” {één honderttal] uit hun klauwen te houden.
    In m’n ogen, werd als wraak het vrouwenkamp ontruimd en de ± 2000
    vrouwen en kinderen de gevangenis ingemikt.
    Waar het stront de uit de beerputten liep, een HEL, liggen op stenen britsen -opgepropt – met alleen twee waterputten en open wc’s.
    De meisjes,die daarna en onder valse voorspiegelingen in een bus zaten molesteerden onder het rijden, naar …… de chauffeur. Met nagels en haarspelden verweerden zij zich en toen de Japanse pooier gevlucht was kwamen de meisjes onder veel gejubel en triomfantelijk de gevangenis ”’hel”weer binnen.
    Het moreel van de vrouwen was hoog en mag geprezen worden.

    • eppeson marawasin schreef:

      @Het moreel van de vrouwen was hoog en mag geprezen worden.@

      HEAR!! … HEAR!!!

      e.m.

      • eppeson marawasin schreef:

        Mijn fout:

        “Hear, hear” is een Engelstalige uitdrukking van bevestiging of instemming.

        e.m.

    • Boeroeng schreef:

      Bo,

      Ik ken dit verhaal niet, Niet uit familiekring en ook niet gelezen ergens.
      Je moet het zo gedetailleerd mogelijk opschrijven.
      En dan een kopie geven aan Bronbeek en het Indisch herinneringscentrum . En op het internet zetten . Dat kunnen we doen via deze site.

      Boeroeng

      • bo keller schreef:

        Boeroeng,Deze dames hadden nog meer eergevoel nl., door het weigeren om katoen te ontpitten voor de Nip.
        Niettegenstaande het Kamp er ”suker” mee kon verdienen
        Ik had toen er wel aan meegewerkt om een lepel extra pap naar binnen te werken.
        En nu moet ik wel een BOEK van NIOD aanhalen en het boek
        van L. Lanzing.,dat ook aanwezig en veilig opgeborgen is in Bronbeek.
        Dan een persoonlijke vraag zijn Theo en Frans nog in leven,wel wat jonger maar ook dit hebben ze persoonlijk meegemaakt in okt/nov 1943 in het Kamp ,de Gevangenis en het openlucht kamp”Bangkinang.”
        Mvg siBo

        l

      • Pierre de la Croix schreef:

        Ik weet niet meer waar en wanneer en ik weet ook niet meer in welk kamp het zich heeft afgespeeld, maar ik heb “het” (of “een”?) verhaal van dappere vrouwen die zich met succes hebben verzet tegen het aftransporteren van die geselecteerde meisjes, eerder gelezen.

        Volgens mijn vader, die het gedrag van de Japanners tijdens zijn krijgsgevangenschap in Birma/Siam onder het patjollen door goed heeft kunnen observeren, waren zij wispelturig, onberekenbaar. De ene keer kon je voor een klein vergrijp ongenadig worden afgerammeld en nog meer, de andere keer kwam je er voor een grotere zonde vanaf met een grijns en een waarschuwende vinger. Misschien geldt ook voor hen dat “de Japanner” niet bestaat en dat er onder de dappere Ridders van Bushido niet alleen veel binatangs, maar ook “goede” mensen waren.

        Hoe het ook zij, die Japanners uit het verhaal van Bo hadden hun plannen met de meisjes natuurlijk gewoon met veel geweld kunnen doordrijven. Zij deden dat niet, ook al namen zij daarna wraak op die onverzettelijke en moedige moeders en andere vrouwen, zeer waarschijnlijk om nog iets van hun gezicht te redden.

        Over het algemeen hebben de vrouwen in de kampen daden van moed, beleid en trouw begaan waarvoor zij, naar mijn mening, na de oorlog geen of veel te weinig erkenning hebben gekregen, ook niet (altijd) van hun eigen echtgenoten.

        Tenslotte moge ik, als het iets toevoegt aan “Indopride”, Boeroeng’s opmerking bevestigen dat mevrouw Jan Ruff – O’Herne “van gemengde afkomst” is, c.q. een Indo-Europese. Pa O’herne werkte voor de oorlog op de suikerfabriek Tjepiring nabij het plaatsje Kendal, waar Jan opgroeide en waar ik, na de oorlog, vaak logeerde bij een familie die de O’herne’s goed heeft gekend. Eén van de meisjes uit die familie heeft in Kendal nog met een andere in Nederland beroemd geworden Indo, oud bisschop Bär, toen nog gewoon Ronnie Bär, in de 5de klas van de lagere school gezeten.

        Pak Pierre

  5. Ed Vos schreef:

    Nou das ook toevallig Pak Eppeson (wat die Japanse wreedheden betreft) . Ik was gisteren bij de Slegte , en las daar passages uit onderstaand boek. Daar las ik dat de Japanners zich ook te buiten gingen aan kanibalisme. Ja, dat las ik goed.. Daarbij vonden de soldaten, eea vond plaats op Nieuw-guinea, het vlees van australiers het lekkerst

    http://www.bol.com/nl/p/verschrikkingen-in-het-verre-oosten/1001004001573777/

    • eppeson marawasin schreef:

      @Daarbij vonden de soldaten, eea vond plaats op Nieuw-guinea, het vlees van australiers het lekkerst@

      Ja, en het bijzondere is dat ze het deden terwijl er gewoon sprake was van voldoende voorraden rijst en eten in blik. Dus de vraag is
      waarom ze zich dan toch tegoed deden aan mensenvlees. Overigens lijkt me witte vis ook lekkerder dan bruinvis.

      e.m.

      • Ed Vos schreef:

        Wat ik me van de passages kan herinneren was dat deze voorraden op Nieuw-Guinea er juist niet waren.
        De Japanners moesten strijden tot de dood er op volgde, en niet van de honger omkomen.
        In zo’n geval kun je dus van alles eten van apen tot slangen. Maar mensenvlees?
        Het schijnt dat er sprake was van een georganiseerd kanibalisme.

        Maar goed, ik zal dat boek maar eens kopen om de passages nog eens rustig door te lezen.

      • eppeson marawasin schreef:

        U hebt gelijk over het kannibalisme van die uitgehongerde Japanners, daarom was er dus die verbazing dat ze zich er ook aan overgaven, terwijl er wel te eten was (rijst, blik).

        e.m.

  6. eppeson marawasin schreef:

    Jan Ruff:
    ‘Op een dag kwam er een legertruck met hoge Japans officieren in het kamp en wij dachten: “O. alweer een inspectie.” Maar dit keer moesten alle meisjes vanaf zeventien jaar in een rij gaan staan – en we werden zeer achterdochtig. Alle meisjes gingen dus in een rij staan en we hadden meteen in de gaten dat er iets vreselijks ging gebeuren. Ze liepen op en neer, op en neer, en keken naar onze benen en naar ons gezicht. Toen kregen sommige meisjes te horen dat ze terug konden gaan en de rij werd steeds korter. Ze zaten te lachen naar elkaar en tilden onze kin op en uiteindelijk stonden er nog tien meisjes in de rij en daar was ik er één van. We waren vreselijk bang.’ De uitgekozen meisjes kregen te horen dat ze een koffertje moesten pakken en werden daarna meegenomen naar een vrachtwagen die stond te wachten bij de ingang van het kamp. ‘Wij dachten dat we misschien moesten gaan werken in een fabriek of zoiets. Maar we kregen argwaan omdat ze alleen jonge meisjes wilden – vooral de moeders waren erg bang.’

    Samen met de andere jonge vrouwen werd ze naar een groot huis in koloniale stijl gebracht. ‘We kregen te horen dat we in dit huis waren voor het seksuele plezier van de Japanse militairen.’ De jonge Nederlandse vrouwen kregen allemaal een Japanse naam. Er werd een foto van hen gemaakt, die werd uitgestald op de veranda van het huis. De kwellingen van de ‘openingsavond’ staan voor altijd in mijn lichaam gegrift’, aldus Jan Ruff.

    Nadat ze deze kwellingen drie maanden lang had ondergaan werden Jan Ruff en de andere Nederlandse vrouwen plotseling uit het huis gehaald: ‘Om de een of andere reden waar we nooit achter zijn gekomen, kregen we te horen dat we onze tassen moesten inpakken en werden we naar een andere kamp gebracht in Batavia. Daar kwamen we terecht in een vrouwenkamp, maar de Japanners hielden ons altijd apart van de andere vrouwen. Ze wilden niet dat iemand erachter kwam wat er met ons was gebeurd. En de andere vrouwen in het kamp dachten dat wij het allemaal vrijwillig hadden gedaan. Ze dachten dat wij in bordelen voor de Japanners gewerkt hadden om meer eten te krijgen te en noemden ons “hoeren”. Dat was vreselijk. En de Japanners zeiden dat als we hierover met iemand zouden praten ze ons zouden vermoorden en onze familie ook. Dus hielden we onze mond en daar begon mijn zwijgen – niet erover durven praten.

    Pas in 1992 – bijna vijftig jaar nadat de misdaden hadden plaatsgevonden – besloot Jan Ruff de wereld te vertellen wat ze tijdens de oorlog had meegemaakt. Toen werd ik het eerste Europese “troostmeisje” dat haar mond opendeed. En toen ik in Tokio de andere troostmeisjes zag, toen ik oog in oog kwam te staan met de Koreaanse, de Chinese, de Taiwanese en Filipijnse troostmeisjes, omhelsden we elkaar en drukten ons tegen elkaar aan, omdat wij wisten hoe het geweest was. Niemand weet dat – alleen wij. En toen ik de andere troostvrouwen uit Azië tegen me aandrukte was het alsof er plotseling een last van mijn schouders viel. Wij konden elkaar helen. Wij waren de enigen die het begrepen, omdat je niet kunt beschrijven – dat gevoel. Ja, dat was een zeer helend moment.’

    BEKNOPTE SAMENVATTING van het hoofdstuk ‘In Japanse Gevangenschap’ uit het boek: ‘Verschrikkingen in het Verre Oosten [Japanse wreedheden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog] van Laurence Rees – ISBN 90 5875 047 7

    e.m.

    • Boeroeng schreef:

      Mevrouw Jan Ruff, geboren O’Herne

      Niet te zien aan haar , maar van gemengde afkomst.
      Zie o.a. dit: https://indisch4ever.nu/2007/02/16/troostmeisje/

      • eppeson marawasin schreef:

        In het eerder genoemde boek op blz. 85 staat ook een afbeelding van mw Ruff op jongere leeftijd afgedrukt. Daarop is voor kenners wel te zien dat ze van gemengde afkomst is.

        Overigens een prachtige zwart-wit foto, die door het spel tussen licht en donker een filmische 30er-jaren sfeer ademt.

        e.m.

Laat een reactie achter op Pierre de la Croix Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *