Het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk


In het Stadsmuseum Harderwijk is vanaf woensdag een tentoonstelling te zien over het Koloniaal Werfdepot waar tussen 1814 en 1909 soldaten werden opgeleid voor hun dienst in Nederlands-Indië. Historiek.net.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

86 reacties op Het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk

  1. Boeroeng zegt:

    Dus dat was de binnenplaats !!!
    Ik heb 3 voorvaderen die daar gelopen, gemarcheerd en gedrild moeten hebben.
    Of deed men gewoon rondhangen en wat roken, in afwachting van de verscheping ? Hangsoldaten.
    Hoeveel I4E-lezers hebben een voorvader die daar rondliep ?
    30% … 50% van de lezers ?

    • Anoniem zegt:

      Ja ,dat was de binnenplaats is nu een bloementuin.Al met al een bezoek waard wel met een kundige gids,anders verandert ’t verhaal in het ”gootgat” van Europa.

      • bokeller zegt:

        Boeroeng, opeens anoniem geworden,hoe dat ken ?
        siBo

      • Boeroeng zegt:

        Bo, meer mensen hebben daar last van,
        Ineens heeft het systeem de naam verwijderd.
        Maar….

        Jongemannen , met veel poen van de bonus, zin in drinken en vrouwen.
        Waarvan sommigen avonturistisch, of lastig waren in het miljeu wat ze ontvluchten
        Met tientallen hangen ze rond in het dorp.
        Dan kreeg je toch toestanden ?

        okeee… lezers doe mee met de poll rechtsboven

    • Pierre de la Croix zegt:

      Voor zover ik weet heb ik geen voorvader die er rondliep.

      Met enige opwinding herkende ik die poort en dat stukje binnenplaats wel. Dat moet de Oranje Nassau kazerne zijn geweest, Smeepoortstraat 8, waar in mijn tijd de School Militaire Inlichtingendienst (SMID) was gevestigd. Daar heb ik in de periode november 1964 – november 1965 rondgelopen en dingen geleerd die toen vreselijk geheim waren, als basis voor mijn verdere militaire leven. Nooit geweten dat die plaats ooit vertrekpunt was geweest voor de “kolonialen”.

      Over rondhangen in dat oude stadje gesproken. Daar hadden mijn lotgenoten en ik niet zo veel tijd voor, want we moesten hard studeren. Wie echter in het weekend de wacht had en op zondag vertier zocht kwam bedrogen uit. Niets te doen. De autochtone jeugd liep rondjes om de nabijgelegen kerk: De meisjes links om, de jongens rechts om en als ze elkaar tegenkwamen werden contacten gelegd, want het bleef gelukkig niet altijd zondag …..

      Pas een jaar geleden teruggeweest op de plaats delict, om te constateren dat alles tegen de vlakte was gegooid.

      Niets is voor eeuwig ……

      Pak Pierre

      • Boeroeng zegt:

        De meeste soldaten en sergeants moesten zich daar inschrijven en verzamelen. Natuurlijk waren er ook officieren gelegerd die deze eenheden naar Indië moest leiden.
        Maar ik dacht dat veel officieren niet vanuit Harderwijk naar Indië vertrokken. Ik weet niet hoe dat zat. Misschien dat Bo meer weet ?

        Harderwijk had van het begin af een slechte reputatie: het ‘gootgat of riool van Europa’ werd het genoemd, waar maatschappelijke verschoppelingen uit alle windstreken in minder dan geen tijd hun handgeld er doorheen joegen. En dan ging het, zeker in periodes waarin er grote behoefte aan vrijwilligers was (bijvoorbeeld tijdens de Atjehoorlog), niet om kleine bedragen. In 1870 was het handgeld opgelopen tot ƒ 300, in die tijd het jaarsalaris van een arbeider. Het waren gouden tijden voor kroegen en bordelen, maar een gruwel in de ogen van de overwegend streng-christelijke inwoners van Harderwijk

        http://nl.wikipedia.org/wiki/Koloniaal_Werfdepot
        Als ik deze link leest heette het in de 19e eeuw al Oranje Nassau Kazerne

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ik kan mij zo voorstellen dat officieren hun opleiding elders (hadden) genoten en dat het depot uitsluitend was bestemd voor de mannen die als Jan Fuselier naar de Oost gingen. Daar konden zij dan door de rangen opstijgen naar spandri (soldaat 1ste klasse), brigadier (korporaal), sergeant en nog hoger, hoewel de grotere hoogten slechts voor weinigen waren weggelegd. Onder meer Pak Visker beschrijft die gang zo mooi in zijn boekje “Totok in Tjimahi”.

        In het Kröller Müller Museum in Otterloo hangt een voor mij indrukwekkend schilderij, ik meen van één van de Israëlsen, van een contingent vertrekkende kolonialen, tamboer voorop. Zo moet het werkelijk zijn geweest. Gaat dat zien! Overigens, in het zelfde museum valt ook één echte De la Croix te bezichtigen, een kleintje. Een grotere kon zelfs mevrouw Kröller niet betalen.

        Pak Pierre

      • si Bo zegt:

        Jammer dat sectie stiekem toen alleen de boze Iwans uitplozen en aan de kolonialen weinig of geen aandacht schonken.
        Zie wat Pak ex-stiekem over zijn aanwezigheid aldaar verteld”Studeren”
        En dat is volgens mij een vergeten hfdst.,de last dat de burgerij wel ondervonden(wel geld mee verdienden)was nmi.van de [ loslopende] toekomstige soldaten ,die alvast door de kastelijns ,pension dames en anderen letterlijk werden uitgebuit.
        Zat je in de kazerne dan heerste de -militaire tucht- en dat waren geen grapjes.Het transport naar de havens bijv. ging onder gewapende geleide.
        Ja, het avontuur lonkte en daar deden ze wel hun best voor.Teruggaan
        betekende in veel gevallen bittere armoe.Ook in Harderwijk
        siBo.

      • Boeroeng zegt:

        Pierre… je bedoelt ‘transport der kolonialen’ van isaac israels
        Dit is een uitsnede:

        • Boeroeng zegt:

          Dit schilderij hangt nu in het Kröller Muller.
          Zie de foto..
          1x niet raaien wiens hoofd daar staat uitgestald
          http://www.buitenbeeldinbeeld.nl/KrollerMuller/Altorf.htm

        • Pierre de la Croix zegt:

          Ha…. achter-achter-achter neef Jan de Schilder.

          Dan moet ik maar weer eens gaan kijken. Vorig jaar lente voor het laatst geweest. Toen was zijn kepala er nog niet.

          Dat schilderij van Isaac Israëls blijft bovendien boeien, iedere keer als ik het zie.

          Restaurant tip voor na het museum: Carnegie’s Cottage, vrijwel “om de hoek”. Mooie, zeg maar knusse veranda en terras met riant uitzicht op een stukje eindeloze heide, nu misschien een beetje terbakar oftewel gosong oftewel angoes.

          Pak Pierre

      • Pierre de la Croix zegt:

        Tja Pak Bo, ook ik ben als boedjang heel wat traktement (in mijn tijd al “wedde” geheten) aan de plaatselijke kastelein kwijt geraakt. En aan mooie Madelein natuurlijk, zijn blonde dochter, de lieveling van het hele regiment (ken jij het hele liedje nog?).

        In mijn tijd stikte het op de SMID nog van ex KNIL en ex OVW mannetjes (ex NEFIS), maar ik heb niemand horen spreken over de vorige bewoners, de Kolonialen. Indië was verloren, iedereen gefocust op een ander Oosten, achter het gordijn.

        Pak Pierre

      • Pierre de la Croix zegt:

        Ja Pak Boeroeng, dat is ‘m. Prachtig, prachtig! Net niet te zien is rechts op het grote schilderij, overduidelijk een moedertje, dat wanhopig probeert haar zoon te overreden uit te treden, niet te gaan.

        Pak Pierre

      • Jan A. Somers zegt:

        In 1955 op de SMID veel geleerd. o.a. In 9 maanden Russisch!

      • Pierre de la Croix zegt:

        Toen ook al uit volle borst gezongen uit “Pjèseniek” * onder begeesterende leiding van Madame Koezmienskaja * ?

        Pak Pierre

        * Best mogelijk fonetisch opgeschreven, want geen cyrillisch toetsenbord.

    • H J Anbthonijsz zegt:

      Boeroeng,
      Ja, mijn grootvader ( vader van mijn moeder) is vanuit dit wervingsdepot naar Indië vertrokken. Geboren te Wittenbergh (Pruisen) 11-01-1840 en overleden in Bandoeng (java) 18-04-1840. Hij was Adjudant-Onder-Officier bij het Oost Indisch Leger.

      • H J Anbthonijsz zegt:

        Correctie: mijn opa is overleden 18-04-1902.

        • Huib zegt:

          Mijn betovergrootvader Josef Otto, geb. in Helsheim (Fr) heeft als 15 jarige jongen bij het Franse garde Lansiers in Italie gevochten en de Russische veldtocht onder Napoleon meegemaakt.
          Daarna aan de geallieerde kant de slag in Waterloo. Nog niet genoeg gevochten, want hij ging via het koloniaal depot Harderwijk naar Java waar hij zich onderscheidde in o.m. de Java oorlog en op ca 50 jarige leeftijd naar Amsterdam repatrieerde in de rang van commissaris generaal.
          Hij hertrouwde met Catharina Breukelaar en zijn zoon Willem Hendrik Otto getr. met Hillegonda Romeyn trok met zijn gezin w.o. mijn opa Willem Hendrik Jr. ook naar Indie voor een baan bij de stoomgasmij Semarang en daarna de stoomtrein maatschappij.
          Na overlijden van zij vrouw Hillegonda hertrouwde overgrootvader met een juffrouw Young en ging terug naar Den Haag.
          Al zijn kinderen uit het eerste huwelijk bleven in Indie en zijn daar overleden
          Ook mijn opa.

          Huib

        • Pierre de la Croix zegt:

          Machtig mooi deze familie “Geschichten”. Wie is er nou niet van Dietschen bloed?

          En ook: Had Nederland zijn macht in Indië kunnen uitbreiden en consolideren zonder Duitsers?

          Pak Pierre

  2. Siem Boon zegt:

    Maak er een poll van, Boeroeng, leuk. En dat je dan kan kiezen voor 0, 1, 2, 3 etc. voorvaderen. (Ik twee, voor zover ik weet.)

  3. Chris zegt:

    Vanaf 1890 was het ook mogelijk via de Koloniale Reserve te Nijmegen dienst te nemen bij het KNIL. Een voorvader die bij het KNIL diende hoeft dus niet noodzakelijk in Harderwijk rondgelopen te hebben.

  4. Boeroeng zegt:

    Tot heden 18 stemmen op de werfdepotpoll .
    1/3 van de meedoenende lezers geeft aan voorvaders te hebben die naar Indië gingen als militair via Harderwijk
    Zat ik er toch niet zo ver naast met mijn inschatting van 30 tot 50 %

    Mensen, vul de poll in. Het is toch belangrijk de uitkomst te weten.
    Impliciet zegt het wat over de voorgeschiedenis van de hele groep Indische Nederlanders.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Ik heb net het boek “Totok in Tjimahi” van Dick Visker dichtgeslagen. Uit. Habis. Het is geen literair hoogstandje. Toch zal het dagen duren, voor ik gewend ben aan de leegte, die dit boek achterlaat.

      Als ik het goed heb leeft Dick nog. Hij moet dan tot de laatste vooroorlogse lichtingen “kolonialen” hebben behoord die uit Nijmegen scheep zijn gegaan naar Indië. In zijn inleiding (pag. 8) schrijft hij: “Weet u nog? Ze kwamen destijds via de Koloniale Reserve te Nijmegen naar de Oost. Dat was een erg moeilijke stap voor de meesten; gelukkig wisten zij zich voortreffelijk aan te passen, want ze werden echt niet in de watten gelegd”.

      In zijn hele boek getuigt Dick van zijn aanpassing, die uitgroeide tot liefde voor het tangsileven en het land waar hij diende. Vol sympathie schrijft hij over de bevolking, zijn inheemse collega’s en een speciaal hoofdstuk wijdt hij aan “Indische jongens, onze vrienden”.

      In zijn slotwoord schrijft Dick blij te zijn dat hij zijn aarzeling heeft overwonnen om zijn geschiedenis op papier te zetten.
      Ik citeer “……vooral omdat ik heb gemerkt dat het nuttig is, dat deze feiten niet in de vergetelheid raken. Er zijn immers al zoveel verkeerde voorstellingen gegeven, sommige zelfs opzettelijk, om afbreuk te doen aan onze koloniale geschiedenis en om de mensen die er aan bouwden, de kolonialen, in een ongunstig daglicht te stellen” en even verder ” …… het zou te betreuren zijn indien deze groep van onze allerbeste landgenoten als onbekenden de historie in zouden gaan”.

      Mede door het boek van Dick Visker denk ik dat vele tientallen, zo niet honderd of meer “Indische” familienamen afkomstig zijn van kolonialen die na hun diensttijd niet meer terug wilden naar patria, huwden of al waren gehuwd met Indonesische of Indische meisjes en bruin kroost verwekten. Dick moet daar meer van weten, want is hij niet de grondlegger van het IFA, het Indisch Familie Archief, waarin alle Indische familienamen zijn geboekt?

      Ik zou alle Indo-Europese lezertjes willen adjak: Duik nog eens diep in je familiegeschiedenis. Doe mee aan die poll. Het is geen schande om af te stammen van een “koloniaal”.

      Wat mij zelf betreft weet ik het niet zeker. De De la Croix’ (tenminste eentje) kwamen met de VOC binnen in de 2de helft van de 18de eeuw. Geen kolonialen dus. Mijn opa Bonjer was een aangespoelde zeeman. De Tooropjes en Hendriksen uit oma’s lijn misschien? Denk van niet, die waren er al voor de eerste kolonialen de archipel binnen marcheerden. De Pragers dan. Mijn overgrootmoeder was een Prager. De Pragers kwamen uit het Rijnland, de buurt van het huidige Krefeld. Oeps ….. vandaar ben je via de A 57 zo in Nijmegen.
      Dus wie weet ……… was de Autobahn er toen al?

      Pak Pierre

      • Boeroeng zegt:

        Pierre,
        Je stamvader Prager: http://nl.wikipedia.org/wiki/Franciscus_Fredericus_Prager
        ———————-

        Abraham Toorop scheepte in op het schip de “Amstel­veen” als bemanningslid met als functie busschieter (kanonnier). Het schip vertrok op 05-05-1762 vanuit Texel richting Batavia in Nederlands Indië

        aldus de Tooropgenealogie: http://www.toorop.biz/Genealogy.htm

        ———————————

        Dick Visker is op hoge leeftijd en woont in Raffy te Breda.
        Zie deze gastpikirans

      • Pierre de la Croix zegt:

        Doeh … Pak Boeroeng,

        Jij weet ook meteen in welke lobangs jij moet zoeken om iets te vinden. Formidabel!

        Mijn krijgshaftige voorkomen komt dus van 2 kanten: Van die Ofiicier MWO en die busschieter, maar beiden als zodanig geen “koloniaal”. Die “poll” moet ik dus (voorlopig?) aan mij voorbij laten gaan.

        Verder is het m.i. heel goed dat je die gastpikiran over Dick Visker uit de vergetelheid hebt gehaald. Hij verdient het.

        Ik wens hem, laatste der kolonialen, nog een lange, mooie oude dag in goede gezondheid in Raffy.

        Pak Pierre

    • Pierre de la Croix zegt:

      Underneath the lantern,
      by the barrack gate
      Darling I remember,
      the way you used to wait ……

      Pak Pierre

    • Pierre de la Croix zegt:

      Leuke plaatjes overigens, die van de oude ONK. Nauwelijks veranderd toen ik er was, zo’n halve eeuw later.

      Alleen fotootjes maken was er niet bij, ook niet bij de poort. Waarschijnlijk hadden de Sowjets ergens aan de overkant van het straatje een permanente observatiepost en wisten zij precies wie de poort in en uitging, maar wie van ons in of om de kazerne met een fototoestel rondliep riskeerde heel wat.

      Gek genoeg hadden we van de welzijnszorg op de kazerne wel een “doka” (voor de jongste generatie: “donkere kamer” om films te ontwikkelen en fotoafdrukken te maken, niet te verwarren met de “dark rooms” van tegenwoordig) en een amateur zendstation. Van beiden heb ik dankbaar gebruik gemaakt.

      Pak Pierre

      • Jan A. Somers zegt:

        Ik weet niet wanneer u daar zat. Zelf zat ik na mijn opleiding reserve-officier in 1955-1957 in ’t Harde als S3 bij de 108e afd. veldartillerie. Ik had weinig te doen, dus ik mocht naar de SMID voor een cursus Russisch. In ’t Harde mocht ik vrij fotograferen, ik wist wat mocht en niet mocht. Dat laatste was niet veel, de Russen wisten toch alles al. Alleen in Duitsland moesten we in ülsen/Soltau vlak bij de grens radiostilte betrachten. Maar daar deden wij niet vaak aan mee. De veldlijnen waren slecht, en de Russen wisten toch al dat wij er zaten en kenden onze procedures. Nooit problemen mee gehad. Mijn foto’s zijn later alle gescand en nu in het artilleriemuseum Legerplaats Oldenbroek op de Knobbel.
        Ook in ’t Harde was een goed uitgeruste doka, die heb ik een tijd lang beheerd. Je kon er ook allerlei gecertificeerde burgeropleidingen volgen, ik heb daar lassen en meubelmaken geleerd. Mijn timmerwerkstuk was een kinderledikantje en commode. Mijn kinderen, mijn kleinkinderen en mijn achterkleinkinderen hebben daar gebruik van gemaakt.

      • eppeson marawasin zegt:

        Dank u wel meneer De la Croix. Ik ben u en de uwen wel blijven volgen hoor. Neem dit topic; ‘k heb geleerd, gelachen en genoten. Prachtige bijdragen. Maar ja, om te reageren; er gaan helaas maar 86400 seconden in een etmaal ;-).

        En eigenlijk wil ik alles wel weten. Onmogelijk. Daarom probeer ik wel sites als Javapost en Indisch4ever als het even kan toch wel dagelijks te volgen. En van de Salatiga-site heb ik alvast twee BI-links in mijn favorieten gezet voor later. In mijn moedertaal ben ik een analfabeet.

        Waar anderen kunnen terugkijken op een bewogen leven met een vijvervol levenservaring en eruditie, ben ik eigenlijk pas aan mijn kennisreis begonnen.

        Nooit te oud om te leren! Ik heb hier goede leermeesters. Mijn vader, toch altijd DE Ambonese KNIL-sergeant gebleven was de eerste.

        e.m.

      • Pierre de la Croix zegt:

        @ Waarde Pak Somers,

        Hartelijk dank voor uw reactie. Ik heb van november 1964 tot november 1965 een tweetal opleidingen gevolgd op de SMID in de ONK. Die lange opleidingstijd was ongebruikelijk, maar ik had als nieuwbakken KVV-er nog even de tijd en was bestemd voor een operationeel onderdeel dat nog alleen op papier bestond. Men had met mij dus geen haast.

        Als onderdeel van mijn opleiding heb ik niet zoals u de cursus tolk/vertaler Russisch gevolgd. Ik heb wel het cyrillische alfabet vlot leren lezen en schrijven, de structuur en grammatica van de Russische taal leren doorgronden en mij alle militaire uitdrukkingen, scheldwoorden, kletspraatjes, rangen en standen, namen van legeronderdelen en materieel, enz., in het Russisch eigen moeten maken.

        Het kan zijn dat in uw tijd op de SMID v.w.b. de “security” de touwtjes nog niet strak waren aangetrokken. Zo maar een fotootje maken op de kazerne werd in mijn tijd echt niet op prijs gesteld en iemand die in een Harderwijks café wat al te loslippig was stond de volgende dag bij de commandant op het matje. Er werd dus door een onzichtbare macht op ons gelet.

        Aangezien ik als vaandrig de opleiding volgde hoefde ik niet op de ONK te slapen, maar in het officiershotel op Kranenburg, voorbij de Jan van Nassau. Op de ONK werden de chambrees nog verwarmd met oude potkachels, het kon er ’s winters bitter koud zijn.

        Tja … lang, lang ist’s her. Wie is nu onze vijand?

        Overigens zeer prettige herinneringen overgehouden aan die oude gezellige ONK en ook aan de tijd er na, bij het “echte” werk.

        Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          Ik heb deze naam nooit geweten. Ik geloof ook niet dat wij het zo spannend vonden. Gewoon cursussen over stukjes van het soldatenvak.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Nou … daar heb je mij een groot plezier mee gedaan, Pak Boeroeng. Had die uitzending anders gemist.

          Veel kwam weer boven, ook het zingen op vrijdagmiddag. In mijn tijd was dat onder leiding van Madame K., een Oekraïnse lerares met een nogal schelle stem. Het gerucht ging dat haar cursisten door de mand vielen omdat zij hun Russisch spraken met Oekraïns accent. Dat had niemand van ons in de gaten.

          De geïnterviewden in het programma waren alle “Tassisten”, inderdaad de jongens (geen meisjes in die tijd) die in 8 maanden tijd werden opgeleid tot tolk/vertaler, zoals dat in omfloerste inlichtingentaal heette.

          Er werden op die school nog andere kunstjes onderwezen, waar het Russisch geen hoofdvak was. Zo’n meer gevarieerde opleiding volgde ik. Jongens van mijn klas moesten van Madame K. bij het vrijdagse zingen uit de “Pecenik” altijd achteraan staan, omdat wij meer neurieden en murmelden dan de woorden correct uitspreken. Maar ook ik ken nog delen van liedjes uit mijn hoofd die ik wel eens zing voor mijn cursisten Nederlandse taal en cultuur van Russischen huize, tot hun verbazing.

          Tja … leuk. En inderdaad Pak Somers, heel Harderwijk wist geloof ik wel wat er im großen und ganzen achter die geblindeerde kazernemuren midden in dat mooie stadje plaats vond, maar het woord “spion” of “spionnenschool” kwam bij geen van ons over de lippen. Dat moesten we stevig onder de pet houden.

          Pak Pierre

        • Jan A. Somers zegt:

          Dat zingen hoort bij de taalcursus. In Harderwijk deed ik alleen lezen. Toen ik op de TU een cursus Russisch deed, moesten we ook zingen. Daar leer je uitspraak en klemtoon mee.
          Ik was toen niet intern in Harderwijk. Ik was bij de parate hap in ‘T Harde, Artillerie Schietkamp Oldenbroek en had avondcursussen. Na mijn trouwen woonden we ook even in Harderwijk, Smeepoortstraat, vlak bij de SMID.

  5. bo keller zegt:

    Op deze leuke foto’s toch ontdekt .dat de broekzakken toen werden gebruikt waarvoor ze bestemd waren.nl. Om je knuisten warm te houden en je broek op te houden.Dit alles verviel door de uitvinding van de brétéls en het naaizakje op de man.

  6. Chris zegt:

    Vraag me af hoeveel tegenwoordige Indonesiers afstammen van deze Harderwijkgangers, misschien wel zonder dat zij het zelf weten..

    • Boeroeng zegt:

      100.000? misschien meer? Geen idee.
      Het verhaal van de soldaat die kindje maakt en dan moeder en kind in de steek laat is zo’n archetype met een traumatisch randje. En die emotie werkt te grote inschattingen in de hand?
      Ik denk wel eens dat het niet-erkendzijntrauma (zie de Stille Kracht. Resident Oudijck had een zoon in de kampong)in het Indonesisch gevoelen samenvalt met het niet-erkendzijn door Nederland ansich in de rechten van Indonesiërs en bewoners te Indië. Datzelfde niet-erkennengevoel leeft nog steeds bijv inzake de Indische kwestie.

      Het is natuurlijk wel te veel gebeurd dat Europese vaders moeder en kind verlieten, net zoals nu veel vaders het contact met de kinderen verliezen na een scheiding.
      Maar er is weinig feitelijk onderzoek geweest hierover, zover ik weet.
      En hoe deskundig deskundigen ook zijn, hun inschattingen kunnen er toch flink naast zitten.
      Het is toch allereerst een taak van Indonesische demografen om de wortels van de eigen bevolking in kaart te brengen.
      Ooit zal men die Europese afkomst wel grondiger onderzoeken. Dat wel

      ————–
      for now…. de poll laat nog steeds zien dat 40% van de deelnemers voorvaderen had die via Harderwijk naar Indië gingen.
      Er zijn ook voorvaderen die officier waren en die gingen meestal niet via Harderwijk.

      • bo keller zegt:

        Buiten ”dat verlaten”! is, dat de koloniaal gewoon doodging op ziekbed of krijg en dan niet uitvlakken de enorme afstanden bij overplaatsingen.
        Dan bestond ook nog het verbod om te huwen en doorlichting van goed en zedelijk gedrag ( vrouw) .
        De ouderen onder ons hadden dit beslist van nabij meegemaakt,zelfs geruime tijd na de oorlog kwam dit nog voor.

      • Jan A. Somers zegt:

        Met dat ‘echten’ is er misschien nog een probleem. Mijn moeder kon op de onderneming niet naar school en ging vanaf haar zesde bij de nonnen op kostschool. Daarvoor moest zij worden geëcht. Dat was voor haar normaal, dat hoorde gewoon bij het leven, net als dopen. Maar ik heb van meerdere mensen gehoord dat daarover liever niet wordt gesproken. Als je wordt geëcht geef je meteen aan dat je moeder niet getrouwd was, en ‘inlands’ is. Dat kon je zo al zien, maar daar praat je niet over. Misschien weten veel mensen uit Indië niet eens dat hun (meestal) moeder is geëcht.

      • eppeson marawasin zegt:

        Een vraag:

        De kinderen die voor 29-12-1949 in Nederlands-Indië zijn verwekt en daarna in Indonesië zijn geboren, zijn dus niet meer volgens het Nederlands recht ‘geëcht’ kunnen worden? Of toch wel?

        e.m.

      • Jan A. Somers zegt:

        Echten kan altijd, maar ik ken de huidige procedure niet. Ik denk niet dat 29-12 1949 een probleem geeft, maar je moet wel trouwpapieren laten zien (die je dus niet hebt) en een bewijs van in leven zijn van dat kind. Het lijkt mij niet verstandig dit na te vragen bij de gewone burgerlijke stand, dat zullen ze nooit snappen. Er is een website rijksoverheid.nl waar je misschien kan vragen.

    • Surya Atmadja zegt:

      Als het waar is dat in de loop der jaren bijna 150.000 naar den Oosten gingen zullen er op zijn minst tussen 150-300.000 nakomelingen of meer , al dan niet erkend .
      Het was ook bekend dat bij verplaatsingen naar buitengewesten de vrouw en eventueel kinderen soms achtergelaten worden.
      Dus antwoord op Chris vraag : Banyak juga( redelijk veel).

  7. Ed Vos zegt:

    Aangezien ik een website beheer over Salatiga wil ik niet achterblijven..in dit topic:

    Een van de beroemde soldaten die aldaar gelegerd waren was Arthur Rimbaud

    Rimbaud was (dus) niet de enige Fransman die besloot om als huurling dienst te nemen in het Nederlands-Indische leger. De premie van 300 gulden trok natuurlijk ook andere Fransen aan en had ook zijn aantrekkingskracht op veel randfiguren in Europa. Deze 300 gulden was gelijk aan het jaarloon van een arbeider.

    De Franse dagbladen waren niet te spreken over de wervingsacties der Hollanders.
    Men goot hun potentiele recruten vol met drank, probeerden hen met prostituees te verleiden en hen werd verteld van het paradijselijk leven in de archipel.

    Na een keuring in Rotterdam vertrok Rimbaud naar Harderwijk, die in die dagen bekend stond als de gootsteen van Europa vanwege het grote aantal bordelen, bars en cafe’s. De prostituees moesten om het half jaar worden vervangen om te voorkomen dat de soldaten aan de een of andere geslachtsziekte gingen lijden. Het incident met de prostituee waarin Rimbaud verwikkeld raakte is hier reeds genoemd.

    Uiteindelijk na drie orgiastische weken vertrekt Rimbaud met de Prins van Oranje van uit den Helder naar Batavia. Maar gedurende de reis werd het de soldaten duidelijker wat hen op o.a. Sumatra — de Atjeh-oorlog — te wachten stond.

    Het Indische leger verkeerde in een zeer zorgwekkende staat, veel soldaten leden aan infectieziekten, een kwart had last van een geslachtsziekte en voorts leden velen nog aan de gevolgen van het verblijf in Harderwijk: drank en vrouwen.

    Rimbaud werd ingedeeld bij de infanteristen in Salatiga, zodat hij kon doorvaren naar Salatiga. Daar in Salatiga wachtte de soldaten een andere verrassing, die van de opium die door de plaatselijke Chinezen in grote hoeveelheden werd verkocht.

    Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat al tijdens de reis naar Bativia Rimbaud op andere gedachten kwam en hij zijn besluit tot desertie toen reeds had genomen..

    Het verhaal wil dat hij na de mis in de kerk op 15 augustus 1876 niet meer op het appel verscheen.

    • Boeroeng zegt:

      De Franse dagbladen waren niet te spreken over de wervingsacties der Hollanders.
      Men goot hun potentiele recruten vol met drank, probeerden hen met prostituees te verleiden..

      Dit lijkt me overdreven. Ik denk niet dat de legerleiding te Harderwijk dit beleid hadden. Het zullen best wel brave christelijke officieren geweest zijn.
      apropos…. Wat waren de toestanden rond het Franse vreemdelingenlegioen ?

      Nu heb ik 3 voorvaderen die kwamen via Harderwijk. 1 overleed na een paar jaar Indië. 2 bleven tientallen jaren, dronken een dagelijkse neut, maar verlieten vrouw en kinderen niet.
      De eerste werd 88 jaar en stierf te Sumatra. De tweede werd 75 jaar en overleed in het jappenkamp.

      • Ed Vos zegt:

        Beste boeroeng, ik kan er niets aan doen dat de Fransen problemen hadden met het werven van soldaten ten koste van hun eigen legertje

        http://www.stadsmuseum-harderwijk.nl/werfdepot.php

      • Surya Atmadja zegt:

        Het schijnt( katanya) dat er veel mensen worden geronseld die het moeilijk hadden( schulden, gezocht worden door politie etc), vandaar dat het ook een negatieve bijnaam kreeg als de” goot” van Europa( veel vreemdelingen) .
        Je kan ook afvragen waarom deze passage staat :
        ” .Het transport naar de havens bijv. ging onder gewapende geleide.”

        Over de niet erkende anak kolongs die naar hun kampungsmoeders weggestuurd werden hoor je vaak schrijnende verhalen .
        En zeker als je als een half bule moet rondlopen tussen je “bruine”dorpsgenoten.

    • Loekie zegt:

      Die geslachtsziekten en zo… in hoeverre zouden die van invloed zijn geweest op de (psychische) structuur van het nageslacht, i.c. de Indo??

      • eppeson marawasin zegt:

        Wadoeh … verleidelijk deze. Een ‘inkoppertje’ hoor. Maar uit respect laat ik deze kans voorbij gaan.
        Peace Bro …

        e.m.

        • Pierre de la Croix zegt:

          Ja, anders wordt het topic getoetoep en wacht u excommunicatie.

          Pak Pierre

        • bo keller zegt:

          Het Koloniale werfdepot had meer bekende Kolonialen
          oa Miskende Bekende Frans Killinger
          De naam Killinger zal altijd verbonden zijn met het Killinger-komplot.
          Frans Pavel Vaclav Killinger werd geboren in Hongarije in 1876 en stierf zestig jaar later in 1936.
          Een man met een hunkering naar militarisme zoals in dit artikel zal blijken.
          In 1894 nam hij voor het eerst dienst in zijn geboorteland Hongarije. In die dagen hoorde het land tot het Oostenrijks-Hongaarse koninkrijk, geregeerd door de Habsburgse monarchie.
          Later zou dit koninkrijk de oorzaak zijn voor de eerste wereldoorlog, maar enkele jaren nadat Killinger dienst nam in het Hongaarse leger, werd hij al ontslagen.

          Frans Killinger pakte zijn spullen en vertrok richting Zwitserland en Duitsland.
          Zijn plan was om naar Transvaal te vertrekken.
          Transvaal en Oranje Vrijstaat waren twee gebieden in Zuid Afrika waar Boeren woonden. Het waren Nederlandse kolonisten die na de overname door Engeland een eigen vrijstaat gesticht hadden. Dit leidde tot twee Boerenoorlogen.

          Killinger wilde meevechten in Transvaal, maar werd te Hamburg in Duitsland opgepakt. Hij wist echter in Nederland terecht te komen.
          Hier kwam hij in Harderwijk in het Koloniaal Werfdepot.
          Dit werd ook het riool van Europa genoemd en niet zonder reden. Het was het belangrijkste werfdepot voor de KNIL, een koloniaal leger wat met name in Atjeh (Indonesië), oorlog voerde. Alleen de maatschappelijke verschoppelingen werden hiernaartoe gestuurd.
          Frans Killinger bleek echter te goed voor het riool.
          Hij werd afgekeurd voor de KNIL, maar hij mocht wel dienen in Suriname.

          Op 18 december 1899 kwam hij aan in Suriname.
          In 1904 had hij het al tot inspecteur van politie gebracht in Paramaribo
          Vanaf dit moment nam de geschiedenis een minder conformistische koers.
          Frans Killinger besloot om dictator te worden.

          Hij zou van Suriname een vrijstaat maken met een opmerkelijk agendapunt.
          De gasfabriek te Paramaribo zou niet gebouwd worden.
          In die tijd had de Nederlandsch Indische Gasmaatschappij een concessie
          gekregen voor de levering van stadsgas in Paramaribo.
          Hiervoor was een gasfabriek noodzakelijk en met de bouw hiervan werd dat zelfde jaar nog begonnen.
          Killinger had andere ideeën. Hij vond dat de stad zijn elektriciteit
          moest worden opgewekt door een waterkrachtcentrale.
          Ook wilde hij de wijd verspreidde corruptie aanpakken en uitbannen.
          Hij wilde de volledige macht bij de politie leggen.

          Bij zijn plannen rekende hij op steun op de arme inlandse bevolking, met name de arbeiders van Brits-Indische afkomst.
          Op één van zijn verlofperiodes ging hij naar Europa en besprak zijn plannen met enkele geldschieters.
          In deze periode werd ook de gasfabriek voltooid.

          Terug in Suriname vond Frans Killinger zijn weerklank bij zes andere avonturiers en gezamenlijk bedachten ze een samenzwering.
          Het plan was eenvoudig. Men zou de wapenvoorraden op het hoofdbureau van de politie innemen.
          Daarnaast zou het telegraafkantoor en de kazerne van Fort Zeelandia bezet worden.
          De gouverneur van Suriname zou gevangen genomen worden en dan zou het Killinger-komplot geklaard zijn.
          Ze beseften dat er meer manschappen nodig waren, dan het groepje van zes en daarom werden medestanders gezocht die wilden samenzweren.
          Hier ging het plan mis. Op 14 mei 1910 werd de samenzwering door een voormalige politiebeambte verraden. Deze oud-politiebeambte genaamd Schoonhoven was betrokken
          bij de voorbereiding van de samenzwering, maar hij wist niet waar het om ging.
          Daarom vroeg hij advies bij pater Walle, een redemptorist (een katholieke orde), die erop aandrong om naar de procureur-generaal te gaan.

          In 1911 vond de rechtszitting plaats. Alle zeven verdachten kregen het doodsvonnis te horen. Echter werd hen gratie verleend, waarbij de straf werd omgezet in gevangenisstraf, variërend van twee tot vijf jaar.
          Frans Killinger werd naar Nederland overgebracht waar hij de volle vijf jaar in detentie bleef.
          Wegens goed gedrag kwam Killinger al in 1914 vrij en vertrok hij naar Turkije.
          Daar nam hij dienst in het Turkse leger alwaar hij overleed in 1936.

          siBo

        • Pierre de la Croix zegt:

          Killinger – nomen est omen?

          Zo ja, wat zou de hobby van Kissinger zijn geweest?

          Pak Pierre

      • bo keller zegt:

        Morbid Anatomy: The Museo Roca, The Parade of Monsters, and …
        http://morbidanatomy.blogspot.com/2014/03/the-museo-roca-parade-of-monsters-and.html
        siBo

  8. Ed Vos zegt:

    Heel goed dat er nu eens een expositie wordt gehouden over 1 der zwarte pagina’s uit de indische geschiedenis

    Voor de liefhebber:
    M. Bossenbroek, Volk voor Indië. De werving van Europese militairen voor de Nederlandse
    koloniale dienst 1814-1909 (Dissertatie RU Leiden 1992; Amsterdam: Van Soeren & Co, 1992,
    399 blz., ƒ65,-, ISBN 90 6881 022 7).

  9. Surya Atmadja zegt:

    Echten kan altijd , ook achteraf .
    Dat gebeurde zo vaak.
    Na 1945 maar voor 1949 kan het mss problemen geven.
    Is Indonesia al merdeka of nog steeds Nederlands ?
    Iedereen die geboren zijn van Indonesische ouders en moeder ( als vader onbekend zijn) wordt als Indonesier gezien.
    Dus moet de Indonesische moeder wel meewerken dat haar kind geecht wordt door een buitenlander .
    En zeker als het kind nog minderjarig is (toen was het onder 21 jaar)

  10. @Pak Pierre en Boeroeng: Wat betreft Stamvader Franciscus Frederik Prager. Zijn ouders waren: Johannes Lodewijk Prager gehuwd met Maria Elisabeth Repelius.

    Stamvader Franciscus Frederik Prager was gehuwd met Francina Johanna van Laren.(Haar ouders waren: Pieter Matthijs van Laren – uitgezonden predikant gehuwd met Margaretha Johanna van der Bank).

    Uit dit huwelijk ONDER ANDERE (Er waren meerdere kinderen) Wilhelmina Ottoline Prager gehuwd met Leonard Bernard Thaarup van Tienen en een andere dochter Elisabeth Margaretha Prager gehuwd Herman Nicolaas Bennebroek Evertz. Ook nog een zoon Pieter Herman Prager gehuwd met Dieuwke Witteveen. Uit huwelijk van deze laatst genoemden is ONDER ANDERE voortgekomen Sytske Prager gehuwd met Jacob Gijsbert De Hoop Scheffer, enzovoorts hieruit voortvloeiende nog meer kinderen De Hoop Scheffer. Waaronder ook de heden ten dage bekende politicus.

    Kinderen uit het huwelijk van Leonard Bernard en Wilhelimina Ottoline waren gehuwd met kinderen uit familie Selleger en Doppler.

    Een broer Francina Johanna van Laren (die gehuwd was met stamvader Fransiscus Frederik Prager) was Pieter Matthijs van Laren (vernoemd naar zijn vader) en deze broer Pieter Matthijs van Laren was gehuwd met Louisa Elisabeth Johannes. (Zij was dochter van Helena Jacoba Herwigh die gehuwd was Joseph Johannes Amir ten rechte genaamd Hovsep Hovhannes Amirkhiant Amirkhiants. Helena Jacoba Herwigh was dochter van Johan Friedrich Daniel Herwigh hoofdchirurgij van Semarang Ziekenhuis en oorspronkelijk uit Massenhausen Duitsland….. Hovsep was rechtmatige laatste afstammeling van Bagratouni vorst Hovsep uit wat tegenwoordig Nogorno Karabakh heet ook wel genoemd Artsakh en gelegen in Azerbeijan Kaukakus.)

    Pak Pierre, als u interesse heeft in de VOLLEDIGE stamreeks, dan kunt u via Boeroeng mij benaderen. (Hij heeft mijn adresgegevens.) Ik zal ze dan met genoegen u overhandigen.

    Met vr. groeten / Gerard Eneaologie.

    • Pierre de la Croix zegt:

      Waarde heer Gerard Enealogie,

      Hartelijk dank voor uw exposé van de Pragers. Een groot deel is mij bekend, maar ik heb nog geen tijd gehad om alles te vergelijken met de gegevens die ik heb, want in beslag genomen door een logé.

      En dan te bedenken dat ik in mijn HBS tijd in Den Haag heimelijk verliefd ben geweest op een meisje Prager, in onwetendheid. Gelukkig ging een ander er met haar van door.

      Ik neem binnenkort graag contact met u op (via Pak Boeroeng).

      Pak Pierre

  11. Boeroeng zegt:

    32 deelnemers aan de poll
    44% zegt een voorvader te hebben die via Harderwijk als soldaat naar Indië kwam.
    Hoe moet je dat cijfer duiden?
    Mensen die wel een voorvader hebben die neigen eerder tot deelname aan de poll , dus die groep komt te hoog uit ?
    85 /90 % van de I4E-lezers zijn van Indische komaf.
    Kun je zeggen dat zowat 40% van de Indische nazaten een voorvader heeft via Harderwijk ?

    • Jan A. Somers zegt:

      Ik heb meegedaan aan de poll! 40% lijkt mij verschrikkelijk hoog. Is ook moeilijk terug te rekenen, hoeveel van die ‘Harderwijkers’ hebben het vaker gedaan? Maar er waren waarschijnlijk ook nette jongens bij?

    • eppeson marawasin zegt:

      Meneer Somers lijkt 40% verschrikkelijk hoog, maar het maakt mij daardoor wel nieuwsgierig naar het ‘waaruit’ of ‘hoe’ de aanvulling tot 100% is opgebouwd (ambtenaren?,handelaren?, wat dies meer zij?).

    • Surya Atmadja zegt:

      32 deelnemers van X duizend I4E ?
      Dat er veel nazaten van de bijna 150.000 ex Harderwijkers tussen de latere ongeveer 240.000 geemigreerde Indische Nederlanders zal waar zijn .
      Vroeger kon men men naar den Oost als je de route Harderwijk , of als matroos van VOC .
      Uitgezonderd (onder)koopmannen .

    • Pierre de la Croix zegt:

      Tja …. Si Maurice Andjing zou gruwen van de aanpak van deze “poll”.

      Om te beginnen: Weten wij hoeveel Indo’s I4E min of meer regelmatig volgen en zo ja, of die populatie representatief is voor de hele Indische gemeenschap? Als de laatste vraag ook met “ja” kan worden beantwoord, dan loont het misschien de moeite om serieus met de peiling verder te gaan. In het ontkennende geval moeten we het maar houden op een aardigheidje,

      Pak Pierre

      • Boeroeng zegt:

        Je moet dit soort internetpolls als een aardigheidje beschouwen .
        Afhankelijk van de poll kun je het wel zien als ruwweg representatief voor de vaste I4E-lezers en een soort indicatie hoe mogelijk de hele groep Indische Nederlanders ( al dan niet met hun niet Indische nazaten) zou denken.
        Er zijn teveel onzekerheden natuurlijk.
        Maar vanuit mijn ervaring met Indische stambomen zei ik zomaar 30 tot 50%… Niet hoger dan 50 denk ik.
        Yet…volgen de tussenstanden wel mijn nattvingerwerkvoorspelling.
        Toch doorzetten met de poll.. Het is een indicatie die vragen oproept.
        En dat heeft wel nut.

      • Pierre de la Croix zegt:

        @ Pak Boeroeng,

        Ik heb net als Johan Cruijf overal een mening over, in de meeste gevallen niet gehinderd door enige kennis. Je bent dus gewaarschuwd als je het navolgende leest:

        Als je het leuk en zelfs nuttig vindt om verder te gaan met het onderzoek, dan zou je misschien kunnen uitgaan van navolgende gegevens die ergens in oude archieven bewaard moeten zijn gebleven:

        (1) Het aantal kolonialen dat via Harderwijk (en later Nijmegen) naar de Oost is gedirigeerd
        (2) De namen van deze kolonialen, geboortedata en plaatsen
        (3) De periode waarvoor zij hadden getekend

        Als je ervan mag uitgaan dat de meeste kolonialen jonge, gezonde, heterosexuele mannen zijn geweest en dat zij in hun vrije tijd standaard niet met betrouwbare voorbehoedsmiddelen de liefde bedreven, dan kan je met de informatie over feitelijke aantallen en (gemiddelde) diensttijd in de Oost al ruw berekenen hoeveel kinderen een koloniaal gemiddeld in zijn diensttijd zou kunnen hebben verwekt bij een, naar wij ook kunnen aannemen gezonde, jonge inlandse of indo-europese vrouw.
        Met dat gegeven in de hand heb je opnieuw de natte vinger nodig om in te schatten, hoeveel van die kinderen “wettig” waren, d.w.z. als zodanig opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van NOI. De kinderen die niet uit een wettige verbintenis waren geboren of niet op andere wijze door Pa Koloniaal als de zijne waren erkend, verdwenen immers geruisloos in de anonimiteit.

        Deze benadering levert een geschat aantal wettige (erkende) kinderen op, als eerste onderzoeksresultaat.

        Voor de slagroom op de taart kan je nog gaan kijken welke van de gevonden namen van de uitgezonden kolonialen ook voorkomen in de archieven van het IFA en mogelijk andere relevante bronnen, o.m. je eigen genealogische archieven. Het aantal “hits” en “links” kan ondersteunend bewijs opleveren voor de juistheid van het gevonden getal uit oefening 1.

        Nogmaals, dit is zo maar een wild fantasietje …….

        Pak Pierre

      • Boeroeng zegt:

        puffff Pierre… 2 jaar werk voor de liefhebber.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Tja Pak Boeroeng,

        Je moet wat over hebben voor de wetenschap.

        Een deskundige wees mij er overigens op dat de viriliteit van die gezonde jonge mannen van rijk’s wege wel eens stelselmatig kon zijn onderdrukt door de kamfer die, volgens aanhoudende hardnekkige geruchten binnen KNIL-kringen, door de militaire rantsoenen werd gemengd. Zo zou een Europees KNIL soldaat al van verre te herkennen zijn aan de frisse geur van mottenballen die om hem heen hing.

        Bij de statistische uitwerking van je hypothesen t.a.v. de geboorten van kleine wettige Indootjes zou je de finale uitkomst dus nog dienen te corrigeren voor de factor “kamfer”. Gokkie: Deviatie – 30 %?

        Pak Pierre

      • Boeroeng zegt:

        P.P. deviatie..
        Ik herinner me die term uit de lessen statistiek.
        Nog zo’n gouwe ouwe : mediaan…

        Voortschrijdend gemiddelde.

      • Pierre de la Croix zegt:

        Voortschrijdend gemiddelde mag je toch alleen maar toepassen in combinatie met voortschrijdend inzicht?

        PP

  12. David zegt:

    En als er dan toch van alles wordt berekend, dan ook met een natte vinger aangeven hoeveel Inlanders met de bajonet zijn gedood door die viriele heterosexuele mannen uit Harderwijk en Nijmegen….

    • Pierre de la Croix zegt:

      De natte vinger geeft aan: They made love, not war.

      • eppeson marawasin zegt:

        Ah … vandaar. Dacht al, want ook zonder toepassing van de chikwadraattoets voor onafhankelijkheid kan het in elk geval nooit meer zijn, bij lange na niet zelfs (X²-toetsingsgrootheid buiten beschouwing gelaten) dan onder de opkomst van Soeharto.

        Welterusten!

        e.m.

  13. Boeroeng zegt:

    Bijna 80 mensen deden mee aan de poll en ongeveer de helft heeft voorvaders die als militair via Harderwijk naar Indië gingen.
    Ook al ligt het aantal te hoog voor de hele groep Indische Nederlanders, het blijft opmerkelijk.

  14. Chris zegt:

    Vindt het aantal helemaal niet hoog en vrij logisch. Wat is er zo opmerkelijk aan, Boeroeng?

    • Boeroeng zegt:

      Ik had het minder dan 50% verwacht … eerder 40 %.
      Maar dan nog. Als dit procentage representatief is voor de groep Indische Nederlanders dan is het nog opmerkelijk, afgezet tegen de weinige aandacht voor deze herkomst.
      Ik ben met dit feitje opgegroeid. Met een vader, opa, overgrootvader en overovergrootvader als soldaat .

  15. Chris zegt:

    Is het redelijk om te stellen dat het merendeel van de Hollanders (en andere Europeanen) naar de Oost ging als militair? En dat deze een avontuurtje( al dan niet langdurig) met een lokale dame niet uit de weg gingen ? Dan lijkt het me vrij logisch dat zij tevens verantwoordelijk zijn voor een groot aantal nazaten. Mss is er een soort van schaamte om van een ‘’Harderwijkganger’’ af te stammen, deze hadden immers niet de beste reputatie, maar niet iedere Indische-Nederlander komt van een rijke planter, gouverneur, hoge ambtenaar en een prinses uit de kraton van Solo.

  16. Boeroeng zegt:

    Militairen die tussen 1814 en 1909 naar Nederlands-Indië gingen, kregen in Harderwijk een voorbereiding van zo’n zes weken op het Koloniaal Werfdepot.
    Alleen al tussen 1855 en 1894 vertrokken vanuit Harderwijk 73.000 militairen. Van hen was overigens slechts 45.000 man van Nederlandse komaf. De rest kwam uit andere delen van Europa.

    http://www.refdag.nl/nieuws/binnenland/militair_verleden_herleeft_in_harderwijk_1_658048

    interesting, very very….
    Bijna 40% was niet Nederlands.
    Het Nederlands vreemdelingenlegioen.
    Bij een woord als vreemdelingelegioen moet ik denken aan een Lauren-Hardy-film. Teleurgesteld in de liefde nemen ze dienst in het Franse vreemdelingenlegioen.
    Ze wilden ‘vergeten’ .

  17. bokeller zegt:

    Woordvoerder Sandor Giesen, kijkt wel heel ver terug in ’t verleden en slaat daarbij de naoorlogse (2e WO) ±30jarige periode wel over.
    Toen stonden ook duizenden militairen paraat aan de ”moderne” waterlinie in GELDERLAND vnl.met afsluiting vd.rivieren –verlaagde wegen– ingegraven tanks- extradijken- zoetwater kanaal ed.
    Ook hier werd gewacht [gewaakt] op de ellende die niet kwam.

  18. waluparmo zegt:

    Volgens de historicus Pieter Hagen was Hardewijk de centrale post vande VOC om mensen naar Indie tezende bestaande uit ex misdadigers( dieven en moordenaars) maar ook mensen me vuile ziekten en dergelijke.

    • Boeroeng zegt:

      Het koloniale werfdepot te Harderwijk werd pas ingesteld na de ontbinding van de VOC.
      En idd was ‘een vlucht’ naar Indië een weg uit, voor wie door de politie gezocht.
      Ook bekend dat te Harderwijk er veel alcohol genuttigd was door de wachtende soldaten.
      Dronken werd er gevochten. etc . Publieke vrouwen gingen naar Harderwijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.