Het Verhaal van Indie in Bronbeek

Verschenen in het decembernummer van Museumvisie, door Rogier Ormeling.

Onder je huid    Het Verhaal van Indie in Bronbeek
In 1859 schonk koning Willem III zijn Arnhemse landgoed Bronbeek, inclusief villa, aan de staat. Voorwaarde was dat er een tehuis voor oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger werd gebouwd. Dat werd in 1863 geopend. Nu wonen er nog maximaal vijftig oud-beroepsmilitairen uit de hele krijgsmacht. Souvenirs van bewoners vormdende basis van Museum Bronbeek waar vooral de militaire historie van Nederlands-Indi wordt belicht. Op het landgoed is ook het Indisch Herinneringscentrum (IHCB) gevestigd, dat de geschiedenis van Nederlands-Indie en Indonesie tracht levend te houden.In een nieuwe, permanente overzichtstentoonstelling, een coproductie van tehuis, museum en IHCB, komen de civiele en sociale geschiedenis van onze voormalige kolonie samen.

Op de trap naar de expositie word je verwelkomd door een woelige zee, die hoog opspat tegen het schip van waaruit gefilmd is. Alsof je je ook op het dek bevindt. Onder de passagiers aan boord heerst een luchtige sfeer, zo laten fotos zien. Niet vanwege de frisse zeewind, zo blijkt. Direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Pacific, twee dagen na de Japanse capitulatie, roept Soekarno de onafhankelijke Republik Indonesia uit. Filmbeelden en schots en scheef naast en over elkaar geplakte fotos geven een impressie van deze explosieve tijd. Een Indonesische menigte loopt te hoop rondom een krantenkop: Merdeka (onafhankelijkheid) Officieren van het Britse leger, dat tijdelijk het commando over Indi voert, buigen zich met Japanners over een landkaart. Pemoedas, revolutionaire Indonesische jongeren, vullen het gezagsvacum. Jagend op Nederlandse kolonisten en Indo-Europeanen proberen ze de onafhankelijkheid met geweld af te dwingen. Bersiap! Wees gereed
Aan hun strijdkreet ontleent deze gewelddadige periode zijn naam. Rode Kruiswagens evacueren genterneerden uit Japanse kampen. Indo-Europeanen zijn op weg naar nieuwe, ditmaal republikeinse interneringskampen. De nachtmerrie van de oorlog is nog lang niet voorbij. Brits-Indische troepen en vrijheidstrijders leveren zware gevechten om Soerabaja. Duizenden verliezen hun leven. Dan kun je inderdaad beter op een boot naar Holland zitten.
Hoe schaamtevol
Het verhaal van Nederlands-Indi eindigde met geweld en begon daar ook mee. Dankzij musketten en kanonnen, nu bijna onschuldig in een vitrine, veroverde de VOC commercile onderneming n zeeleger handelsposten en monopolies op specerijenhandel. Oorlog en diplomatie wisselden elkaar af, want zonder bondgenoten ging het niet.
Vanaf de verovering in 1619 ontwikkelde Batavia zich tot het economische hart van de Compagnie. De hoofdstad kende in 1679 een gemleerde bevolkingsamenstelling, zo toont een demografisch schema. Een minderheid van zon 2.000 Hollanders, Chinezen en Javanen, en 16.000 Aziatische slaven. Hollandse vrouwen ontbraken.
Ook dat droeg bij aan de totstandkoming van de multiculturele samenleving, al woonden de bevolkingsgroepen, voor zover mogelijk, in gesegregeerde wijken.

Het verhaal van Nederlands-Indi eindigde voor velen met geweld en begon daar ook mee.
Na het failliet van de VOC eigende de Nederlandse Staat zich Indi toe en vestigde er vanaf 1816 een koloniaal bestuur, inclusief wetten en belastingen. Dit riep zoveel weerstand op dat prins Diponegoro in 1825 een guerrillaoorlog ontketende. Helaas vermeldt de A-tekst niet dat hij als reactie op het kolonialisme ook de jihad predikte tegen de christelijke overheersers. Toen die de Java-oorlog
in 1830 in hun voordeel hadden beslist, voerden ze het beruchte Cultuurstelsel in. Javaanse boeren moesten voortaan een vijfde van hun land met koffie en suiker bebouwen. Een vitrine toont de weg van de plantage naar de kruidenier in het thuisland. Aan de keurige ladekasten viel de twijfelachtige herkomst van de koopwaar niet af te lezen.

Rond 1850 ontstond in Nederland evenwel een discussie over het Cultuurstelsel, dat later tot de Ethische Politiek zou leiden. Multatuli publiceerde zijn Max Havelaar. De discussie verscherpte toen Nederland in 1873 een imperialistische veroveringsoorlog begon tegen het onafhankelijke sultanaat Atjeh. Zelfs KNILmilitairen reageerden kritisch. In een gensceneerd audiofragment spreekt een luitenant-generaal over de nimmer gevenaarde wreedheid van het leger.
Heel subtiel is het onopvallend in de zaalwand weggemoffelde kastje met een knop die nieuwsgierig maakt. Hoe schaamtevol: het kastje bevat de eresabel van generaal Van Heutsz! Na dik twintig jaar en ten koste van vele mensenlevens en een geruneerde Indische economie wordt de oorlog in 1904 dan toch gewonnen.  Pas toen bereikte de kolonie zijn imperiale omvang, zo is te zien op een serie wandkaarten.

Zwanger van verzet
Zaal drie belicht het koloniale rijk van 1914-1942. Met fotos van rubberboombasten beplakte zuilen roepen de sfeer van een donker woud op. Langs de wand levensgrote prints van een rubberplantage met blanke opzichters en bedrukte koelies. Beelden die onder je huid kruipen en zwanger lijken van broeiend verzet. Filmopnamen van Batavia tonen een kosmopolitische stad, vol Amerikaanse autos, trams en veel blanke fietsers. In 1930 woonden in Indi behalve 59 miljoen Indonesirs 240.000 Europeanen, onder wie steeds meer Nederlandse vrouwen, wat segregatie in de hand werkte.

De Ethische Politiek bracht beter onderwijs voor iedereen maar versterkte ook het Indonesische zelfbewustzijn. Nationalistische partijen schoten uit de grond, al trad de koloniale overheid daar hard tegen op. Vergeefse repressie, oordeelde een criticus: Regenwurmen kun je wel door midden hakken, maar je houdt er twee over.
Ook de nieuwe mogendheid Japan inspireerde de nationalisten. Aanvankelijk nam de Nederlandse regering nog krijgshaftig de wapenen op tegen het keizerrijk. Maar zodra Japan Nederlands-Indi binnenviel, bleek het KNIL geen partij.

Verrassend innovatief is de zaal over de bezetting 42-45. Meerdere vitrines zijn geheel verzonken in de vloer met bamboeparket. Oudere bezoekers zullen het bukken misschien een bezwaar vinden.
De Japanners zetten de Indische samenleving op haar kop. Nederlanders en ook Indo-Europeanen verdwenen uit het openbare leven. KNIL-soldaten en burgers werden genterneerd in kampen. Indonesirs namen hun banen in. Tegelijkertijd kwamen er maar liefst 300.000 Indonesische dwangarbeiders om.

Vitrines met uniformen en wapens van Japanse bewakers en persoonlijke getuigenissen van gevangenen in de vorm van audio- en geschreven teksten, voorwerpen en tekeningen maken de
verschrikking invoelbaar.
Bij elke uitvaart dacht je aan het vreten dat vrij kwam
Als de VS boven Hiroshima en Nagasaki het licht van duizend zonnen doen schijnen, komt de bevrijding in zicht. Veel genterneerden mogen de kampen echter nog niet verlaten. Sinds de onafhankelijkheidsproclamatie is het buiten te gevaarlijk. De VS dragen het Indische commando over aan de Britten, maar die kunnen niet overal tegelijk zijn. Tijdens de Bersiapperiode zijn moordpartijen en gijzelingen aan de orde van de dag.

Miniscreen in bureaulade
Vanaf eind 1945 arriveren Nederlandse troepen om de koloniale orde te herstellen. Getuige een foto van een massa lijken bij een kampong maakt kapitein Westerling op Zuid-Celebes door standrechterlijke executies korte metten met het verzet. Ooggetuigen vertellen over een ander bloedbad, in 1947, in Rawagedeh waar Nederlandse militairen honderden mannen
doodschieten.
Beide politionele acties komen tot leven in persoonlijke verhalen van zowel Nederlandse soldaten als vrijheidsstrijders. Maar ook de andere kant van de oorlog komt aan bod: uiteindelijk trouwt een Hollandse militair met het Indische meisje van de Rode-Kruispost.
In Nederland werden de 300.000 gerepatrieerden bepaald niet met open armen ontvangen. Dat inspireerde de tentoonstellingsontwerpers tot een briljante vondst: de een na laatste zaal werd herschapen tot een kantoor van de Dienst
Repatriring. Compleet met dossierkasten, bureaus, typemachines, telefoons en formulieren. Alsof de kraan in n moment van tropisch warm naar koud is gezet. Op een miniscreen in een geopende bureaulade wordt een filmverslag van de repatriring getoond. Langs de wanden hangen passagierslijsten.
Ten slotte is er nog een filmloop: protesten tegen de Japanse keizer Hirohito tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1971.
Indische sterren als Anneke Grnloh; Wieteke van Dort als tante
Lien. De onthulling van het Indisch monument in 1988 door Beatrix. En als apotheose minister Bot (Buitenlandse Zaken), die aankondigt op 17 augustus 2005 in Indonesi aanwezig te zijn bij de herdenking van 60 jaar onafhankelijkheid. Tsja, het werd tijd.
Oef, wat een tentoonstelling. Natuurlijk komen niet alle aspecten (voldoende) aan bod. Bovendien verdrinkt de toeschouwer soms in een multimediale vloed aan audiofragmenten. Alsof men vergeten is dat ook stilte een medium is om contact met het verleden te maken. Maar de symbiose tussen het militaire verhaal van het museum en het civiele van het Herinneringscentrum werkt goed. De vele vitrines met wapens en uniformen doen recht aan de gewelddadige kant van het verhaal. Maar vooral de meervoudige perspectieven en de heldere hoofdlijn waarmee deze complexe geschiedenis is neergezet, verdienen lof.

Nu kun je hier aan je kleinkinderen uitleggen waar je vandaan komt.
We wilden belichten dat de Indische gemeenschap in Nederland niet uit de lucht is komen vallen. Bronbeek is ook een Indisch herinneringscentrum en dus bij uitstek geschikt om te laten zien dat daar een hele geschiedenis bij hoort. Nu kun je hier aan je kleinkinderen uitleggen waar je vandaan komt. Bovendien vormt deze expo een mooi uitgangspunt voor wisseltentoonstellingen, bijeenkomsten en lezingen over gerelateerde themas, zegt Margaret Leidelmeijer, een van de samenstellers. Natuurlijk is Het Verhaal van Indi niet slechts bestemd voor de miljoen Indische Nederlanders. Ook de overige Nederlanders mogen best eens in de spiegel van hun eigen koloniale geschiedenis kijken. Al was het alleen maar om degenen die de islam met het kwaad identificeren, eraan te herinneren dat Nederland zon 350 jaar lang Indonesi koloniseerde.
Een land dat momenteel de grootste moslimbevolking ter wereld telt.

Rogier Ormeling.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

21 reacties op Het Verhaal van Indie in Bronbeek

  1. Boeroeng zegt:

    Goed geschreven stuk !

  2. Jan Somers zegt:

    Op de expositie heb ik veel diep weggezonken herinneringen opnieuw kunnen downloaden! Er is veel materiaal aan de vergetelheid ontrukt! De laden met spulletjes vind ik een goed idee, de vitrines op de grond vind ik minder goed te zien. Wel ben ik bang dat bezoekers die van niets weten (de ervaringsdeskundigen sterven uit!) hier de weg zoek raken. Misschien voor deze mensen een geschreven leidraad?
    Wat ik mis zijn de massagraven met bersiapslachtoffers op de erevelden van de Oorlogsgravenstichting. Ook heb ik geen foto gezien van lijken in de kali, maar misschien heb ik die foto’s (in een collage?) gemist. De Nederlandse militairen (nu Indiveteranen) kwamen volgens mij niet eind 1945 in Indi aan maar pas half maart 1946, wel hebben uit krijgsgevangenschap terugekeerde KNILmilitairen in de tussentijd goed werk verricht, vaak op eigen initiatief.
    Dat de VOC etnische bevolkingsgroepen onderbracht in aparte wijken met een eigen bestuur, rechtspraak, godsdienstvrijheid in eigen kring e.d., was heel normaal: exterritorialiteit van groepen vreemdelingen was een verschijnsel dat in grote delen van de wereld een bijna universeel aspect van het toenmalige volkenrecht vertegenwoordigde. In Nederland was in die tijd de Schotse gemeenschap in Veere daar een schoolvoorbeeld van. En vandaag aan de dag wonen expats meestal ook in gesloten resorts.
    Alles bij elkaar: een bijzondere expositie!!!

  3. Boeroeng zegt:

    Toch een opmerking..
    Ergens staat:
    “… Nederlanders en ook Indo-Europeanen verdwenen uit het openbare leven. KNIL-soldaten en burgers werden genterneerd in kampen…. ”
    Is dat de omschrijving van de schrijver wat hij begreep van de expositie (of los daarvan uit de literatuur) of maakt de expositie ergens inderdaad een onderscheid tussen Nederlanders en Indo-Europeanen ?
    Zoals het er nu staat word er een voor de lezer een verwarrend en misplaatst onderscheid gemaakt.
    Indo-Europeanen worden tot niet-Nederlanders verklaard, terwijl 70% van de Nederlanders indo was.

  4. sigeblek zegt:

    Ik vraag me af of VOC vanaf het begin een zelfstandige particuliere handelsonderneming was ?
    Hoe kan een handelsonderneming failliet gaan als haar asset ( Nederlands Oost Indie) van een onschatbare waarde was ?Ik denk dat er een verschil was tussen de migrantenwijken in USA en andere landen waar bevolkingsgroepen ” automatisch” bij elkaar wonen ( vrijwillig) en de verschillende wijken in NOI en in het bijzonder in Batavia en omgeving.
    De migranten werden express uit elkaar gehouden zodat ze makkelijker beheersbaar zijn voor de Nederlanders.
    Dan kunnen ze makkelijker tegen elkaar uitgespeeld worden , zelfs de Bandanezen die bijna uitgeroeid werden door de Slachter van Banda (JPC) werden ingezet als soldaten van de Compagnie.
    Na de bijna uitroeiing van Bandanese bevolking werden 600 overlevenden naar Batavia meegenomen .
    Later kwamen ze in dienst bij de Compagnie.

  5. Rogier Ormeling zegt:

    Bij deze wil ik even reageren op de reacties op mijn recensie over de
    expo Het Verhaal van Indi.
    De heer Somers schrijft dat hij geen foto’s van de lijken heeft gezien
    in de kali. Een
    tentoonstelling samenstellen betekent ook steeds weer keuzes maken en de
    makers hebben ervoor gekozen
    foto’s van lijken in de kali weg te laten.’Omdat we de expo zo weinig
    mogelijk wilden sensationaliseren’ aldus een van de samenstellers Margaret
    Leidelmeijer. Daarin kan ik mij vinden, temeer daar men door weglating
    van verschrikkelijke beelden er vaak juist in slaagt deze in de verbeelding
    van de kijker op te roepen. Dit principe werd bijvoorbeeld ook zeer
    succesvol gehanteerd door de Franse cineast
    Claude Lanzmann, in Shoah, zijn bekende 9 uur durende documentaire over
    de holocaust.
    Overigens hangt er op het Verhaal van Indi wel een foto van een massa
    lijken in een rijstveld: slachtoffers van een patrouille van kapitein Westerling.
    Maar zoals ik al min of meer schreef, niet alles komt aan bod. Ook Jan
    Pieterszoon Coen en de genocide op de Bandanezen niet.
    Toch blijf ik bij mijn positieve beoordeling van deze expo die met veel
    aandacht in elkaar is gezet. Bovendien is de expo niet af, hij zal de
    komende jaren worden uitgebreid, hiaten worden opgevuld.
    De heer Somers schrijft: ‘De Nederlandse militairen (nu Indiveteranen)
    kwamen volgens mij niet eind 1945 in Indi aan maar pas
    half maart 1946’ Inderdaad vrijwel alle Nederlandse militairen kwamen
    pas eind 1945 in Indi, echter: n bataljon mariniers
    had reeds in december 1945 kans gezien in Batavia te ontschepen.
    Ook nog een opmerking over de reactie van Boeroeng Met zijn
    scherpzinnige Blauwvogeloog merkt hij terecht op dat het op de
    expo gemaakte onderscheid tussen Nederlanders en Indo-Europeanen
    eigenlijk niet klopt. Indo-Europeanen waren immers ook
    Nederlanders. De tentoonstellingmakers hebben hierover lang gedubt en toch
    besloten dit onderscheid te maken. En wel op gronden van van het feit dat
    Nederlands-Indie een raciale samenleving was, waarbinnen in etnische categorieen
    werd gedacht.
    Ten slotte dank ik een ieder voor de interessante reacties op mijn stuk.
    Rogier Ormeling

  6. Boeroeng zegt:

    Dankjewel Rogier voor je antwoord.
    Het onderscheid maken tussen totok-europeanen en indo-europeanen is het onderscheid erkennen.. Dat verschil is een gegeven en was ook een gegeven in maatschappelijk opzicht.
    Maar “het verhaal van Indi” vertellen is ook vertellen dat 70% van de Nederlanders gemengd was en ook vertellen dat toen en nu er de neiging is om indo’s uit te sluiten van het Nederlanderschap.
    Die eeuwige strijd van de indo’s … hoort zeer zeker bij het verhaal van Nederlanders te Indi..
    Ik weet niet of de expositie dit expliciet duidelijk maakt of dat ergens door een onduidelijke tekst het idee bevestigd wordt dat indo’s er niet bij horen.
    Juist het Indische Herinneringscentrum moet hier extra kien op zijn dat niet wederom ‘het verhaal van Indi” vertelt wordt vanuit / kripoet wordt door het neerlandocentrisch perspectief… dwz bekeken vanuit het moederland en de moederlanders incluis de misvattingen en onwetendheden.
    Zie artikelenserie ‘het verdriet van de indo’

  7. Rogier Ormeling zegt:

    Beste mensen,
    Nog twee punten. In mijn reactie was een vergissing geslopen. Het grootste deel van de eerste lichtingen Nederlandse militairen arriveerden in maart, maar in december 1945 had dus al een kleine voorhoede in de vorm van een marine bataljon kans gezien aan wal te gaan.
    Wat betreft Boeroeng’s reactie
    Het verhaal van Indie wordt zoals ik in mijn artikel schreef verteld vanuit meervoudige perspectieven,
    alle bevolkingsgroepen komen in vele getuigenissen aan het woord. Dat was ook de uitdrukkelijke opzet van de makers, die zoals Margaret Leidelmeijer en Wim Manuhutu zelf indo zijn.
    Anders had ik ook nooit een positieve recensie kunnen schrijven. Maar gaat het zelf zien en vergeet niet de woorden van Jago in Shakespeare’s Othello: ‘I am nothing if not critical.’
    Margaret Leidelmeijer mailde mij nog: “Om het verhaal duidelijk te maken kun je niet anders dan soms onderscheid maken tussen deze twee verschillende groepen. Indo-Europeanen werden door de Japanners toch in eerste instantie als Aziaten gezien. Hierdoor werden ze anders behandeld dan de volbloed Europeanen. Al was dit niet weer overal het geval. Bijna alle Indo-Europese mannen zijn genterneerd
    en ook veel Indo-Europese vrouwen en kinderen, maar weer niet allemaal, dit verschilde per eiland en regio.”
    groetend Rogier en ook komend jaar weer veel leesgenot toegewenst op deze fraaie site!

  8. Peter van den Broek zegt:

    Ik kan niet laten weer over die tentoonstelling te schrijven en nu over de kritische recensie.
    Het is overdonderend hoe innovatief zaal 4 over de bezetting 42-45 is . Meerdere vitrines zijn geheel verzonken in de vloer met bamboeparket. Het doet me sprekend denken aan grafzerken en de samenstellers laten dat met enig gevoel voor humor passen bij de periode de 42-45. In sommige grafzerken zijn voorwerpen bvb 3 samoeraizwaarden geplaatst waarbij de onzin en plaats der dingen me totaal ontgaat. Dat is wel bij meer van die dingen op de tentoonstelling het geval . Al diep bukkend loop ik plotseling tegen een levensgrote foto van een Japanse oorlogsvlag en een japanse gevechtvliegtuig, een Mitsubishi A6M Zero zo te zien. Ik draai me om naar de zaal en zie plotseling dat alle bezoekers onbewust buigen voor de Japanse vlag. L’histoire se repte zeg ik aan mijn bejaarde moeder die diep buigend de zaal op komt. 67 jaar geleden heeft ze hetzelfde gedaan en zo te zien baart oefening kunst, met een vloeiende beweging buigt zij van de ene naar de andere kist. Als er zo lang gedubt wordt over het onderscheid Nederlanders en Indo-Europeanen, dan kan ik me indenken dat de tentoonstellingsamenstellers heel lang hebben nagedacht om dit hilarisch , ik zal zeggen IHC-effect te bereiken.
    Ik raak aan de praat met een vriendelijke en intelligente Indischman die het IHC-effect ook heeft opgemerkt. Het blijkt een ervaren en zeer belezen man te zijn die me rondleidt over de tentoonstelling en regimenten van fouten aanwijst , zoals bvb uniformsamenstelling. Een dilettant die daar op let, maar wij zijn maar bij het IHC. Eigenwijs zoals hij is, maar daar herken ik me in heeft hij daarover een opmerking bij de IHC gemaakt maar dat was aan dovemansoren gezegd. Hij zei dat die van het IHC uitgaan van beter ten hele gekeerd dan ten halve gedwaald.
    Als mijn moeder wil, ga ik volgende keer weer naar zo’n tentoonstelling, want van een tolol leer je dubbel.

  9. Rogier Ormeling zegt:

    Beste Peter,
    Alles gaat voorbij, behalve het verleden. Het is heel pijnlijk dat uw moeder het bezoek aan de Japanse zaal heeft ervaren als een herbeleving van haar ervaringen in het Jappenkamp. In mijn recensie, had ik oorspronkelijk geschreven: Al zullen oudere bezoekers dit vermoedelijk wel een bezwaar vinden. Pas door jullie reactie ontdekte ik dat de Museumvisie-eindredactie, het woord vermoedelijk had veranderd in misschien’. En dat, terwijl tussen beide woorden nogal een verschil aan nuance zit. Zo gaat dat: eindredacties hebben de neiging om voor zichzelf werk te verschaffen en ook te corrigeren wanneer dat onnodig is. Hoe het ook zij: ondanks de verrassende innovatie, kon ik mij dus wel vinden in de kritiek op de in vloer verzonken vitrines. Mijn kritische noten heb ik tijdens mijn bezoek aan de expo ook mondeling aan de makers overgebracht. Ook heb ik Wim Manuhutu,een van de tentoonstellingmakers, attent gemaakt op je reactie. Wel wil ik nog opmerken dat in deze Japanse zaal de verschrikkingen van de Japanse bezetting, van ondermeer de kampen en de aanleg van de Pakan baroe-doodspoorweg door middel van allerlei getuigenissen onmiskenbaar aan de orde wordt gesteld. Al zullen de Japanse bewakers toen wellicht in die verkeerde veronderstelling geleefd hebben: niet iedere buiging is een eerbetoon.
    R

  10. Boeroeng zegt:

    Er zit wel een nuanceverschil tussen ‘mischien’ en ‘vermoedelijk’ in deze context
    ‘misschien’ ervaar ik als gematigder… afgezwakt… een eufemisme.
    Interessant is het.. waarom iemand dat woord verving ?
    Ervaarde hij/zij dat woord dan t hard gesteld ?
    Is de associatie met buigen voor de Jap een taboe voor hem, dan wel haar ?
    Is er nog een andere reden die ik zo niet kan vermoeden?
    Euhhh… nee… ik weet niet waarom en ik kan dus vermoedelijk niet te hard oordelen….
    … of moet ik ‘misschien’ schrijven ?

  11. Noordin zegt:

    Rogier Ormeling | vrijdag, 24 december 2010 om 17:33
    “Margaret Leidelmeijer mailde mij nog: “Om het verhaal duidelijk te maken kun je niet anders dan soms onderscheid maken tussen deze twee verschillende groepen. Indo-Europeanen werden door de Japanners toch in eerste instantie als Aziaten gezien. Hierdoor werden ze anders behandeld dan de volbloed Europeanen. Al was dit niet weer overal het geval”
    Ze werden zo gezien omdat de Japanners niet bekend waren met zo’n soort groep mengelingen.Het is logisch dat ze dachten dat het gewoon Aziaten zijn.Tot dat ze kennis maakte met de gevoelsleven en de culturele indentiteit van de Indo’s, en dat was niet zo Aziatisch/Indonesisch.
    Om te bepalen wie een Indo-Europeaan was,is niet altijd even makkelijk.De lijn tussen totoks en Indo’s was niet altijd zo even duidelijk.
    De Indo-Europeanen maakte een belangrijk onderdeel uit van de koloniale Nederlandse samenleving, zoals wat Boeroeng eerder zei.
    Het zien als een Nederlandse(Nederlands-Indisch)subgroep komt dichterbij de waarheid dan als 2 verschillende groepen.
    Nog iets klein.
    Nederland heeft de archipel niet 350 jaar gekoloniseerd.Ze waren wel 350 jaar aanwezig maar niet gekoloniseerd.Dat is geleidelijk gegaan.De Molukken mogelijk wel.
    “opzet van de makers, die zoals Margaret Leidelmeijer en Wim Manuhutu zelf indo zijn”
    Moet wel zeggen dat Manuhutu een echte Molukse en geen Europese naam is.
    Ik zeg niet dat hij geen Indo-Europeaan kan zijn, ik weet ook niets van zijn familie, dus kan weing zeggen.

  12. Jan Somers zegt:

    Japan had de Nanyo voor ogen, daar pasten de volbloed Nederlanders niet in. Deze werden dus, voor zover de oorlog nog niet was gewonnen, voorlopig uit de samenleving gehaald. De Indo-Europeanen werden gezien als in het land zelf geboren. Via het jus soli hadden die dus de nationaliteit van de grond waar ze waren geboren en mochten dus binnen de Nanyo blijven. Veel landen hebben dat stelsel, bijvoorbeeld ook Engeland. Volgens Sjahrir waren wij landskinderen, wij mochten dus blijven. Mijn inlogcode in Indonesi is: saya lahir disini, ik ben hier geboren. Je bent dan meteen geaccepteerd, je hoort bij de familie. Voor de oorlog hadden wij een Engelse buurvrouw, voor een bevalling ging ze naar Singapore. Dat was handig, haar kind had vanzelf de Engelse nationaliteit.

  13. Bo Keller zegt:

    Schaamtevol en met onderhuidkruipende gevoelens heeft Bo, de recensie lezer, inzage gekregen van het verhaal van Indi, geplaatst door Rogier Ormeling de dato 23 december 2010.
    Deze Indoman van huis uit met de leeftijd van 82+ en reeds meer dan 20 (twintig) jaren officieel aangesteld als museumgids van het KTOMM Bronbeek te Arnhem, schaamt zich de ogen, net nog gerestaureerd en heel duur, uit zijn kop. Dit na het lezen van de voortreffelijke geschreven recensie door Rogier Ormeling.
    Vele jaren genteresseerde bezoekers verkeerd voorgelicht, zoals het nu blijkt.
    Neem Batavia, nu pas weet ik waar het ligt. Schande en dan de geweren van de blanke kolonisators bestemd voor links handige. Zie de dure levensgrote afbeeldingen in zaal 1, 2 & 3 in het museum.
    Misschien zijn dit krijgslisten van de blanke overheersers. Wie weet! Nog sterker, als zijnde oud gediende van het KNIL altijd verkondigd. Ja, zelfs door mij. Fout Fout Fout. Gedragen klewang op de linker heup moet zijn rechts opzij van het lichaam gedragen.
    Trouwens, maar goed ook dat de klewang niet te zien is. Ik zou misschien de verleiding niet kunnen weerstaan om mijn toen opgedane kundigheid hierop te vertellen.
    Nee, dan de in ruime mate tentoongestelde Samoerais en de diep onderhuids voelende mythische erecode. Kippenvel krijg je ervan. Even tussendoor, eens kwam een met een Samoerai behangen persoon met karate leuzen mij toeroepend tegemoet. Gelukkig voor mij met een gunstige afloop en ik heb zijn Samoerai even in handen gehad. Wat een onderhuidkruipende gevoelens. Dacht eerst dat het luizenbeten waren, weet het nu beter.
    Het idee om de levensgrote foto van Generaal van Heutsz en zijn staf gemoedsvol de andere kant uit te laten kijken, is geniaal! Jammer dat hij ook zo de markante persoonlijkheid uitstraalt. Een Atjehknoop opleggen, het helpt.
    Oei, vergat ik bijna nog de beleefde en zeer edele vorm van het buigen, nu nog in Japan en ook toen in het door hen bezette landen zoals Korea, Mantsjoerije, Taiwan, stukje China, dat als hoogste respect betuiging wordt beschouwd.
    Persoonlijk heb ik 3 jaar dagelijks en nog kosteloos ook, priv onderricht hierin gehad. Nou helemaal kosteloos weer niet, het kostte de godenzonen wel wat inspanning hoor! Zie daarvoor in zaal 4 het tentoongestelde gebit, dat me aan zon dagelijkse instructie doet denken. Wat een leertijd was dat.
    Voor mijn doen helaas allemaal achteraf toch veel profijt van gehad. Alleen mijn mep-, trap- en smijttechniek was niet-je-van-het. Kan beter!
    Hierin dit museum is het anders aangepakt, heel subtiel, bijna Japans. Namelijk de bezoekers van zaal 4 het hoofd en lichaam te laten buigen voor de op kamerbreedte aanwezige landssymbool en de toen moderne jachtbommenwerper van Mitsubitjsu, door de voorwerpen heel, heel laag tentoon te stellen en klein letter schrift te gebruiken.
    Heel edel allemaal en met succes. De bezoeker kruipt bijna de hele zaal door en maar buigen.
    Ja, dan een van mijn verhalen over de troostmeisjes, helemaal niet waar. Ik zag het niet goed. Deze meisjes werden juist getroost door de Japanse militairen. Fout Fout Fout.
    Ook van de Japanse Kempei Tai een verkeerde voorstelling gehad, ook fout dus. Lees het en bezie de foto: gered door de Kempei Tai.
    Daar sta je dan na al die jaren met een bek vol kunsttanden, ogen uit de kop en schaamtevol de laatste grijze haren naar voren kammend.
    Door Uw onnavolgbare recensie van het verhaal van Indi wil ik U voordragen aan, naar ik hoop, bestaande van Kertas Ppr met op het blanke blazoen de welverdiende remsporen met als opschrift 23-12-2010 erop
    Hier past slechts een woord voor Bo!

  14. Rogier Ormeling zegt:

    Vandaag kreeg ik uw reactie onder ogen. Als ik het eind goed begrijp
    beschouwt u mijn recensie als WC-papier.
    Dat staat u volledig vrij, al is het geen argument. Wat pijnlijk
    duidelijk wordt is dat u de expositie ervaart als een diepe
    vernedering, als een hernieuwing van het onnoemelijke leed dat u door de
    Japanners is aangedaan. In feite verwijt u tentoonstellingmakers en
    vormgevers een groot gebrek aan empathie. Maar heeft u die kritiek ook
    geformuleerd tegenover de makers, tegenover het Indisch
    Herinneringscentrum en Bronbeek? Het lijkt me, zeker met uw
    achtergrond, uiterst schrijnend om als gids te fungeren bij een
    tentoonstelling die volgens u een huldeblijk is aan de Japanners en
    slechts zout in de oude wond strooit.
    beste groet Rogier Ormeling

  15. Bo Keller zegt:

    Oei, wat een ravage heb ik aangericht met de reactie op de recensie: het verhaal etc.
    Bijvoorbeeld mijn idee dat de recensie zoiets is als WC papier. Goed lezen, dong. Er staat: na het lezen van de voortreffelijk geschreven recensie door., wat is hier verkeerd aan. Leed, het woord komt er helemaal niet in voor. Wel weet ik nu Batavia te vinden. Dat is toch geen leed. Dan het geleerde van de Japanners, dat had ik even vergeten. Dai Nippon in plaats van Japanners. Zal het echt niet meer doen. Alleen is het mij tot nu toe niet duidelijk waarom ik en velen met mij afgezonderd werden.
    Wel goed beveiligd, dag en nacht, dan vrij kost en inwoning op het platte laaand, tegen een minimale bijdrage aan Nippons inzet voor ,, Azi voor de Aziaten,,. Misschien moet , dank U , er bij, dus bij deze.
    Even een zijstap. Na de tweede Wereldoorlog op Rijkskosten drie maal in het

  16. Bo Keller zegt:

    In bovenstaand stuk is het volgende weg gevallen. Begin: Even een zijstap. Na de tweede Wereldoorlog op Rijkskosten drie maal in het <land van de Rijzende Zon geweest. Sorry, 4 maal. In 1962 nog een keer, maar heel kort. Alles bij inbegrepen: vliegreis retour, hotels, Nederlandse Ambassade, uitstapjes, Nagasaki gezien, etc. Model gebogen, ik laat me niet kennen. Ook Indo vrouwen bezocht die met hun Nippon echtgenoot en kinderen daar woonden. Waren nog verre familieleden. De Ginza afgestruind, Sindjuku onveilig gemaakt. Voorlopig even genoeg, ja. .. Terug naar zaal 2
    BO

  17. Bo Keller zegt:

    Sorry voor technische storing in de vorige twee stukken. Hieronder het stuk wat in de eerste post geplaatst moet worden na:”Even een zijstap. Na de tweede Wereldoorlog op Rijkskosten drie maal in het” (regel 13) Dit wordt aangevuld met onderstaand stuk:
    land van de Rijzende Zon geweest. Sorry, 4 maal. In 1962 nog een keer, maar heel kort. Alles bij inbegrepen: vliegreis retour, hotels, Nederlandse Ambassade, uitstapjes, Nagasaki gezien, etc. Model gebogen, ik laat me niet kennen. Ook Indo vrouwen bezocht die met hun Nippon echtgenoot en kinderen daar woonden. Waren nog verre familieleden. De Ginza afgestruind, Sindjuku onveilig gemaakt. Voorlopig even genoeg, ja.

  18. Bo Keller zegt:

    Indo Europeanen waren immers ook Nederlanders..ZO. ZO !!!!!!
    Stel, stel dat een bekende piskijkeren rattenkeutel proever een oordeel geeft inzake de lichamelijke en of geestelijke gesteldheid van een aanzienlijk, maar niet zon prettig persoon en hem daarna nog medicijnen aansmeert. Het bedroevend resultaat zal vroeg of laat merkbaar zijn. Stel, nogmaals stel dat zon persoon met daarbij nog behept met weinig empathie en een goed en leesbare visie geeft over een zeer gevoelig onderwerp, o.a. de Indo. Wat zal het resultaat daarvan zijn? Ter verduidelijking: deze mensen, neem het me niet kwalijk, noem ik in het algemeen gemengdbloedigen. Ik heb hierover zoveel namen gehoord, nl. Indisch-Nederlands, Indisch-Indoeuropeaan, Blauwe-Half dit en dat, Halve Indonesier-Indier, etc. zelfs door een staflid van het Museum Bronbeek: Bastaard. Soms ook londoh-gading bole tjet temp, allemaal verwarrend. Dus vanaf nu Indo, het ras waarin ik mijzelf herken, waren al eeuwenlang in Indi aanwezig, ja zelfs al voor de komst van de VOC in Indonesi , toen nog een verzameling van Aziatische eilanden. Met eigen koninkrijkjes en bestuurders.
    De Indo is ontstaan door een mengeling van vele rassen buiten hun schuld als er een schuldvraag is. Kortom door niet Indonesiers verwekt bij inheemse dames en ook hier weer vanuit heel veel Indonesische volkeren. Dus echt tjampoer adoek en door al die eeuwen heen weer gemengd en niet alleen te Batavia, maar van Sabang tot Merauke is ook een bekende vrijheidsleuze. Werd een groot INDOSTAN opgebouwd. Soms met streekeigen tradities, een eigen,aardig taaltje en tongval en om het nog verwarrender te maken, al dan niet voorzien van een Europees of Aziatisch en/of gemengd uiterlijk. En n.m.i. het grote struikelblok geweest bij onze aankomst, dachten we, in ons Vaderland. AANPASSEN was de eerste kreet. Waren wij dan toch geen Nederlanders? En hadden wij op de boot Nederlands geleerd. En het loopt toch wel lekkerder op schoenen dan op blote voeten. Maar de overtocht was tot de laatste cent terugbetaald. Jaren en jaren later toch nog een beetje compensatie voor de dan nog levenden. Het Gebaar naar mijns inziens: het gekrakeel, maar dat is een ander verhaal. U wilt niet weten wat mij voor de voeten werd gegooid. Om het fatsoenlijk te houden van uitbuiter tot moordenaar. Lijdzaam en schaamtevol, maar wel met onderhuidse gevoelens het over me heen laten gaan. Veel achtergebleven Indos die of afgewezen en of op advies van diverse overheidsbronnen en kerkelijke instanties, de stap niet wilden of konden maken , leven nu in grote armoede in ons moederland Indonesi.Ik zelf en velen met mij waren geen erkende Nederlanders: dus nu weer niet. Grote paniek,wat nu, eerst wel en nu weer niet en de verplichte aanmelding en de aanwezigheid bij de Nederlandse vreemdelingendienst, let wel, netjes blijven anders uitzetting of de status van Statenloos. De geijkte vragen waren: hoe komt het dat je zo blank bent? ( mijn voordeel ). Mijn antwoord luidde: Neer (meneer) ik bij volle maan gemaakt, ja (dit nadeel). Ik maakte toen grapjes om deze zeer strenge gezagdrager te amuseren met het verhaal, dat mijn jongere broer in de natte moessonregens was verwekt, waarop hij hierop voortbordurend zei: Hij huilt zeker altijd. Fout-fout-fout, zei ik , bij ons Indos, na regen komt altijd zonneschijn weet u. Wederom werd de erkenning uitgesteld: te Indisch dese Tji. De volgende vragen moest je nauwgezet beantwoorden, behalve bij een, die mij altijd nu nog is bijgebleven. Hoe kom je aan de Europese naam. Dat is niet moeilijk; wij Indos zijn door, met of zonder toestemming van de Nederlandse regering, door deze vermenging van volkeren voor eeuwig verbonden aan de Europese namen van mannelijke voorouders. Maar ook bij deze vermenging dient er ook een Aziatische vrouw beschikbaar te zijnen onthoud dit en voor altijd. Van deze Aziatische moederhebben wij haar Aziatisch eigen fijngevoeligheid, gerfd, die heel vaak de dikhuidigheid van de andere zijde afschermde. Ook weiger ik haar oer moeder te noemen, ze zit mij en vele Indo;s nog dicht op het hart. Zo aangepast ben ik toch nog niet.Hiermede wil ik de recensie schrijvers over het toenmalig Nederlands grondgebied Indi op het hart drukken: 1. Geef die oude dode leeuw geen trap na.
    2. Houdt rekening met de gevoelens van de nu nog levenden.
    Ook hier past er een woord voor..Bo!!!!!!!!

  19. Peter van den Broek zegt:

    Als ik zo de “kritische” opmerkingen van Rogier O. lees dan plaatst hij de ervaringen van Bo Keller en van mijn moeder onder de postmoderne persoonlijke ervaringen maar hij zegt niks over het buigen in de zaal in de richting van die schitterende Nippon oorlogsvlag. Hij gaat daar totaal aan voorbij en het schijnt dat hij dat totaal niet gezien heeft maar dat kan ik van zo’n kritische toeschouwer nauwelijks geloven. Of hij is een volledig randdebiel of hij heeft van alles verstand behalve van tentoonstellingen.
    Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat Roger O. zich op een verschrikkelijke manier wil inlikken bij de tentoonstellingmakers. Anders had hij over dat buigen de makers toch wat harder aangepakt. maar Rogiertje doet dat niet maar valt wat mensen met schijn argumenten lastig, ikzlef heb van zijn geschrijf weinig begrepen maar ik woon danook al veel te lang in het buitenland. Het valt me op dat er in NL niet al te kritisch en tegen het Museum Bronbeek, IHC in het bijzonder helemaal niet kritisch mag worden geschreven alsof het eigen nest, de eiegen kaste niet bevuild mag worden. en daar beschuldig ik Rogiertje van.
    En dan leutert Rogiertje door over een paar futiele woorden vermoedelijk/misschien dat alleen maar aangeeft dat Rogiertje de rechte weg volledig is kwijtgeraakt, ja dan begin ik toch wel plaatsvervangende medelijden te krijgen met onze dieptreurige Rogiertje O.
    En dan zeikt hij Bo nog even af, dat vind ik van onze naoorlogse verzetsheld R.O. wel dapper, ik citeer:
    “Bronbeek? Het lijkt me, zeker met uw
    achtergrond (BO), uiterst schrijnend om als gids te fungeren bij een tentoonstelling die volgens u een huldeblijk is aan de Japanners en
    slechts zout in de oude wond strooit”.
    Je trekt het weer op het persoonlijke vlak alsof de kritiek van Bo plots geen waarde meer heeft, maar ga eens in op de kritiek van Bo, gebruik eens de door jou veelgeroemde arfgumenten, ik heb daarvan helaas niets daarvan gemerktbij jou, maar at niet is, kan nog komen tolol??? Wat wil jij eigenlijk met die nietszeggende opmerking vertellen, is het een waardeoordeel of bladvulling.
    Rogier O. , ik zou maar wat respect voor zo’n man tonen (typisch Indisch), want die heeft in de oorlog meer meegemaakt dan dat jij ooit in 4 mieserige levens mag meemaken. Wat deed jouw vader trouwens in de oorlog??
    Nou Rogier O. Ik hoop dat het de laatste keer is dat je wat over een Indische tentoonstelling schrijft, jou geschrijf is hemelsschrijend, ik kan maar weinig dingen aanwijzen die zoveel onbenul in zoveel regels tonen. Hopelijk vat je dit niet persoonlijk op.
    Niet al te Beste groet Peter van den Broek (niet anoniem)

  20. Noordin zegt:

    Peter van den Broek: “Hopelijk vat je dit niet persoonlijk op”
    Dan had u liever niet zo moeten reageren….hahaha
    Bo Keller: “zelfs door een staflid van het Museum Bronbeek: Bastaard”
    Echt waar?Weet u ook de naam van deze staflid?
    Zulke mensen moet je eigenlijk meteen aanpakken.
    Ik vind dat er soms te vaak over Indo’s wordt gelopen, of dat ze juist in een bepaalde hoek worden gedrukt.
    Ik vind Indo’s moeten echt vaker van zich later horen.
    Waneer men moet spreken dan is het vaak stil, maar waneer er actie wordt ondernomen, dan was het juist niet nodig….hmmmmmm
    Aan de ene kant kan ik begrijpen waarom er bastaard wordt gezegt, maar dat vind ik erg ongepast en ook vaak kwetsend…Zo’n koloniale mentaliteit moet je proberen op een juiste manier aantepakken/te breken.

  21. Rogier Ormeling zegt:

    Beste Peter van de Broek, Pas vandaag las ik uw tekst. Ik wil mijn enthousiasme niet onder stoelen of banken steken. Wat een verheven stijl! Zo genuanceerd en raak en vol steekhoudende argumenten. Wat een verademing vergeleken met die diarree aan rancune die veel internetsites bevuilt. Iemand als u hoeft anderen niet tot uw niveau te verlagen. Dat is onmogelijk daarvoor staat u veel te hoogU hoeft
    uw toevlucht niet te zoeken tot adhominems en verkleinwoordjes om uw opponenten aan
    te duiden Heel bijzonder dat u ook de raad ter harte nam van Amenemope de toezichthouder van de
    Egyptische Graanschuur die al plusminus 1300 voor Christus schreef.
    Proceed caurtiously before an opponent
    Sleep on it before speaking.
    Ook klinkt Confucius in uw tekst door: Een goed strijder is niet woedend.
    Ja, u lijkt mij zeer vertrouwd met de voornaamste les van alle grote vechtsporten namelijk dat het in eerste instantie om zelfbeheersing gaat en minder om de beheersing van de ander.
    Daarom buig ik diep voor u ik kus het bamboeparket waarop u ooit gelopen heeft.
    O Grote Grote Broek

Reacties zijn gesloten.