Het is eigenlijk het verhaal uit een jongensboek. Je moet in oorlogstijd een geheime missie op de Molukken volbrengen, maar je weet de eilanden niet te bereiken. Verder dan de Filippijnen kom je niet. Prins Bernhard stuurt je schriftelijk een steunbewijs. Uiteindelijk weet je een watervliegtuigje te charteren waarmee je in je eentje koers zet naar de door Indonesie bezette Molukken, om daar de RMS-regering een hart onder de riem te steken.
Maar als je dan landt, staan daar met klewangs en geweren gewapende mannen op je te wachten. Een weg terug is er niet. Dus je roept op goed geluk de Molukse strijdkreet en tevens de enige woorden in hun taal die je kent: Mena Muria! En je hoopt vurig dat je juist gegokt hebt. De Nederlandse regering spande zich tot woede van de Molukkers nauwelijks in voor een eigen Molukse staat



















































