Het Indisch Kaartenhuis, deel 9
Door Kees Schepel
Columnist Kees Schepel volgt de ontwikkelingen rond het Indisch Huis op de voet en schrijft er sinds 2004 een column over in tijdschrift Archipel. In het septembernummer verschijnt de 9e aflevering. Een voorpublicatie dus.
(27-30 juli 2009, La Ribardire, Athis de lOrne, Normandi)
Hier, gezeten op de biologisch verantwoorde camping in Normandi, begroet ik de langs mij lopende buurman. Hij is nogal donker van huid, zeer in tegenstelling tot mijzelf (te weinig zonneschijn dit jaar, mijnheer!). Maar daar staat tegenover dat mijn vrouw weer veel getinter is dan die van hem. Hij is Frans, wij niet, maar multicultureel zijn we allemaal, en onze kinderen proberen we het beste van alle werelden mee te geven.
Zou de buurman in zijn caravan wel eens nadenken over iets als een martinikaans kaartenhuis, denkt U? Ik heb het hem niet gevraagd, evenmin als hij mij vroeg wat ik zoal doe in dit leven. Tempo dahoeloe, chr voisin! Les temps perdus! Dat verdomde koloniale verleden
Hoe namelijk, vrienden, vriendinnen, ooms en tantes, kunnen wij ooit een serieus Indisch Herinneringscentrum helpen opzetten als wij niet eerst daar over, over dat koloniale verleden, met elkaar (later met de anderen) in het reine komen? Met name over de raciale gelaagdheid, maar ook over belangrijke kwesties als wie nou van huis uit het meeste fatsoen heeft, wie ja zegt maar nee bedoelt, of Wilders nou echt een Indische moeder heeft, of gewoon over de vraag wie nou de botol tjebok hanteert en wie de vaardigheid daartoe verloren is dan wel nooit bezeten heeft.
Pas als men het enigszins eens kan worden over de vraag wie en wat er nou Indisch is, over de kwestie of en zo ja wat er dan aan Indisch te delen is, als we kortom openlijk en bereid tot enigerlei vorm van kwetsbaarheid klaar zijn te bespreken wat of dat steeds maar verzwegen Indische Erfgoed nou eigenlijk is, pas dan kan er open en vrij, onbevooroordeeld en zonder nepotistische bijgedachten, gewerkt worden aan de fundamenten van dat Indisch Herinneringscentrum.
De oorlog, en onze gevallenen herdenken en herinneren is natuurlijk van belang, maar zeg nou zelf: in onze gedachten het hele jaar door en op 15 augustus en op 4/5 mei in collectieve zin doen we dat toch al?
Een Indisch Herinneringscentrum moet meer worden. Een plek vol leven, aanzettend tot een chronische denkaanval. De Indische cultuur is een levende cultuur, en een Indisch Herinneringscentrum behoort dat leven erin te houden.
Het kan en mag niet weer zo zijn dat vriendje A vriendje B aanstelt om op de toko te passen. Dat is de dood wederom in de pot leggen, met als onherroepelijke uitkomst weer een ex-politicus die mag vaststellen dat B onverantwoord met de centjes is omgegaan, maar helaas: geld weg en B kan niet vervolgd worden.
En wat staat er dus te gebeuren? Men is uitgenodigd te solliciteren naar de functie van directeur van het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek. De lijst met vereiste competenties is alleen zodanig van lengte en inhoud dat ieder weldenkend mens direct afhaakt. Te meer daar uit die lijst inhoudelijk vooral vrij weinig is op te maken. Men wordt geacht in deze tijden van crisis een middelgrote multinational te kunnen leiden, maar enige kennis over de te verkopen handel is niet gevraagd. Sterker nog, het aanwezige personeel weet van niets, en de noodzakelijke software is ook nog niet in huis. En dus, het zou mij althans niet verbazen, vraagt dadelijk vriendje A toch vriendje B.
Voila, dan maar zonder uitnodiging en nog geheel gratis ook, hierbij een solo-brainstorm vanuit de appelboomgaard alhier. En nu op naar de volgende calvados!




















































