Jan Eijkelboom
Bij een waringin lagen wij te wachten, / ik weet niet meer waarop, / waarschijnlijk / op wat toen de vijand werd genoemd, / ik weet niet meer waarom.
Dit is de eerste strofe van het gedicht Voorval op Java in Kippevleugels. Het was ook opgenomen in de bundel Het krijgsbedrijf (2000), die daarnaast vier verhalen bevatte. bron
Recente reacties
- Cynthia Volkerink op Jappenkamp Kampili
- E scchilder op Sum&Sam , nieuw foodmerk
- Gerard op Indo-spel over cultuur én onderdrukking: ‘Je wordt dwangarbeider, sla een beurt over’ –
- Boeroeng op Indo-spel over cultuur én onderdrukking: ‘Je wordt dwangarbeider, sla een beurt over’ –
- Gerard de Boer op John Luyke Roskott
- Pierre H. de la Croix op Zij waren zeebaboes
- Pierre H. de la Croix op Negentiende-eeuwse schilder Jan Toorop blijkt ‘van kleur’
- Boeroeng op John Luyke Roskott
- Gerard op Negentiende-eeuwse schilder Jan Toorop blijkt ‘van kleur’
- Boeroeng op Negentiende-eeuwse schilder Jan Toorop blijkt ‘van kleur’
- Gerard de Boer op John Luyke Roskott
- Apartheid 4 – van den Broek op Koloniale beeldvorming in de klas
- bungtolol op Koloniale beeldvorming in de klas
- Pierre H. de la Croix op Koloniale beeldvorming in de klas
- Gerard op Koloniale beeldvorming in de klas
Archief
- Het archief van Indisch4ever
is best wel te filmen !!
...................
...................
.......... Bekijk ook
de archipelsite
met honderden topics.
Zoekt en gij zult vinden. ! Categorieën
Zoeken op deze weblog
Meest recente berichten : Het gebeurde ergens in de Indonesische archipel
-
Thomson
Nassauschool Soerabaja
Depok
Wie is deze familie
Wolff
Tankbataljon Bandoeng 1939
Is de bruid Günther?
Wilde en Waldeck
Brouwer en Hagen
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Kerst 1930 a/b Baloeroan naar Indië
XXXXXXXXXXXXXX
Bertha Lammerts van Bueren-de WitXXXXXXXXXX zwieten 214
Bisch
!!!!!!!!!!!
Detachement Verbruiksmagazijn,
Hollandia
van Hall
Smith
Emy Augustina
Detajongens
von Stietz
de Bar
Soerabayaschool ca 1953
Wie zijn dit ?
Damwijk
Klein
IJsselmuiden
van Braam
Zuiderkruis
Foto
Koster
Versteegh
Baume
Falck
Boutmy
Otto
oma Eugenie Henriette Smith
Meliezer-Andes
christelijk lyceum bandoeng
christelijk lyceum bandoeng
Saini Feekes
Mendes da Costa
Anthonijsz
Bromostraat
Wie?
Tambaksari/Soerabaja-1946
Ornek
van Dijk
.Haacke-von Liebenstein
Theuvenet
Sollaart
Berger-de Vries
Foto's gemaakt door Henrij Beingsick
Augustine Samson-Abels
Samson
Huygens
Hartman
Otto en Winsser
Marianne Gilles Hetarie
Constance en Pauline
Versteegh
Lotje Blanken
Charlotte Hooper
John Rhemrev
Schultze
W.A. Goutier
Otto-Winsser
Bastiaans
Verhoeff
Beisenherz
Stobbe
Wendt-van Namen
Harbord
Pillis-Reijneke
Nitalessy-Papilaja
Reijneke
Oertel-Damwijk
Bruidspaar te Semarang
Daniel
Krijgsman
van Dun
Ubbens en van der Spek
Kuhr
Oertel
Nijenhuis-Eschweiler
Wie ben je
Philippi-Hanssens
Tarenskeen-Anthonijsz
Hoorn-Dubbelman
Mendes da Costa
Palembang
Deze slideshow vereist JavaScript.







































Aanleiding tot deze bijdrage ‘out of the blue’ is dochterlief. Kwam er gisteren achter dat ze voor vandaag 3 gedichten uit de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’ van de Dordtenaar Jan Eijkelboom moest analyseren met de hele reutemeteut d’rop en d’raan; van rijmschema en stijlfiguren –toen ‘repetitio’ langs kwam, kon ik een glimlach onderdrukken- tot aan het gebruik van metrum en ritme.
Omdat ik zowel Dordrecht als Jan Eijkelboom een beetje ken, was ik een liefhebbend klankbord. Natuurlijk heb ik me niet opgedrongen ‘Io non sono Romano’.*** Maar ik wist van Eijkelbooms religieuze achtergrond, diens deelname –op 21-jarige leeftijd- aan de Politionele Acties (Agresi Militer Belanda) en zijn gevecht tegen de drank.
Ach … ’n keer een avondje geen televisie, kan verder geen kwaad. ‘k Werd weer even jong; maar ook met gemengde gevoelens. De frustratie van taalachterstand kwam ook weer boven (figuurlijk taalgebruik en beperkte vocabulaire). Gôh, wat waren sommigen op de middelbare school, met name de meisjes toch ongekend goed in ‘tekstverklaring’ bij proza en poëzie. Toen hadden wij jongens nog geen internet, gelukkig nu wel.
***vrij naar de Galliër Obelix …
http://meandermagazine.net/wp/2012/12/rond-liep-ik-in-een-gouden-nevel/
Bol.com recensie: Wat blijft komt nooit terug – Jan Eijkelboom – Grote Lijsters Wolters-Noordhoff – ISBN 9001554806
De dichter Eijkelboom heet een raadselachtig verschijnsel in de Nederlandse poezie, omdat hij pas op vijftigjarige leeftijd verzen is gaan schrijven, kunstcriticus is geweest, free-lance journalist en voorlichtingsambtenaar van Dordrecht. Hij heeft ook als vertaler zijn sporen verdiend. Het dichterschap van de auteur is buiten kijf en evident. Ook deze verrassend gevarieerde bundel bewijst zijn meesterschap. Hij heeft duidelijk een voorkeur voor Engelse poezie en dan speciaal voor W.B. Yeats en voor Emily Dickinson (van wie hij hier zes vertalingen brengt). Er is veel eenzaamheid in Eijkelboom’s poezie, veel wanhoop, veel afrekening met het verleden, veel vlucht in alcohol en relativerende humor. Op speelse wijze keert hij bekende citaten en uitdrukkingen om, zodat ze in een verrassend licht komen te staan. (NBD|Biblion recensie, L. van den Ham.)
De gekozen gedichten:
1. Inferno [Nel mezzo del camin di nostra vita]; -zie link hierboven-
2. Moeilijk moment en
3. Gered.
MOEILIJK MOMENT
Net als ik op ’t café-toilet
in de verschoten spiegel kijk
barst er een bloedrivier
mijn oogbal binnen.
Ook wordt het ademen beperkt:
de refusal is nog aan ’t werk.
Toch weet ik in mijn ademnood
dat het maar even duurt,
dan kan het weer beginnen,
de zoete levensdood.
De stortbak heet Silentium.
Grijs bovenlicht zakt om mij heen.
Een vrede buiten kijf
vult mij, die net niet stierf,
van top tot teen.
GERED
Op een nacht lag ik wakker en hoorde
mijn hart niet meer slaan.
Ik ging dood dus niet uitverkoren
of wedergeboren. Ontdaan
dacht ik: voor eeuwig verloren.
Ik had, als ik kon, wel op willen staan
maar waarom zou ik mijn ouders storen?
Het was gedaan, het was gedaan.
‘k viel in slaap onder stil geschrei,
was bevreemd toen het ochtend werd.
angst begon later te tanen,
vooral toen de meester eens zei:
bekeringen gaan gepaard met tranen.
Ik had gehuild, was dus gered.
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 27 februari 2008)
http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/de-vijand-bleef-onzichtbaar
— Geniet van deze laatste zonnige dinsdag in oktober …
e.m.