Levende Herinneringen

levendeherinneringen

Getuigen gezocht
Voor het project Levende Herinneringen zoeken wij personen die willen vertellen over hun herinneringen aan hun verblijf in Nederlands-Indie en hun migratie naar Nederland. Deze herinneringen willen wij vastleggen in video-interviews..
…. zoeken wij personen die anderen willen interviewen over hun herinneringen aan hun verblijf in Nederlands-Indie en hun migratie naar Nederland.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

6 Responses to Levende Herinneringen

  1. ine bosman-janse schreef:

    Na de capitulatie van Ned.Indi,mijn vader was al opgepakt,moesten wij ons huis uit.
    Wij kwamen terecht met verschillende andere families in een oud Indisch huis op palen met bilik op de vloeren. Tjipellang 50 bij mijnheer Bouillon.
    Onze djongos Atjim en zijn vrouw Baboe Isah gingen met ons mee. Zij gingen altijd met ons mee ook als mijn vader overgeplaatst werd en na het verlof van mijn ouders in Holland kwamen ze weer bij ons. Zelf hadden ze tot hun verdriet geen kinderen. Voor mijn broer en mij hoorden ze bij het gezin.
    Zij waren er dus ook bij toen op Tjipellang 50 het bericht kwam dat we ons over twee dagen moesten melden bij het klooster in Sukabumie met een koffertje dat we zelf konden dragen. De vrouwen raakten helemaal ontredderd en van streek, niemand wist wat ons te wachten stond. Tjim ,zo noemden wij Atjim altijd, heeft toen al die verslagen vrouwen toegesproken.Hij had de theedoek die hij altijd over zijn arm droeg afgedaan
    waarmee hij aangaf dat hij nu niet in functie was.
    Hij zei hun dat als ze zo in paniek waren de Jap ze al overwonnen had,hij zei hun dat het er nu op aan kwam sterk te zijn en elkaar te steunen,zich te realiseren dat ze de zorg voor hun kinderen hadden dat ze rustig meosten nadenken over wat hun te doen stond. En hij zei hun dat de oorlog eens voorbij zou zijn en dat ze vertrouwen moesten hebben in HEM die hij ALLAH en zij GOD noemden maar die n en dezelfde is
    Zijn toespraak maakte diepe indruk iereen bedankte hem en gaf hem een hand. Tjim pakte zijn theedoek weer op en legde hem over zijn arm.
    Ik was geweldig trots op hem,onze Tjim. Hij zijn vrouw, baboe, en ook onze kebon Apeng hebben ons met alles geholpen. Later in kamp Kares zijn ze ons, toen dat nog kon, komen opzoeken. Ze brachten een heleboel pisang mee. Dolgelukkig waren we ze weer te zien. Daarna hebben we ze nooit meer terug gezien
    Ine Bosman-Janse

  2. dr. paul schneiders schreef:

    Graag zou ik in contact komen met iemand uit het voormalige Indie die in Bussum heeft gewoond. Dit in verband met een geschiedenis van Bussum die ik aan het schrijven ben. Het zou mij bij voorkeur gaan om een persoon die in 1945 of 1946 in Bussum heeft gewoond. Bij voorbaat dank voor Uw reactie.

  3. Hartelijk dank voor uw openhartige reactie. Kijkt u eens op http://www.levendeherinneringen.nl en mocht u belangstelling hebben of meer informatie willen over het project dan zou ik u die kunnen geven.
    met vriendelijke groet,
    Gerhard

  4. Leonora Dijkgraaf-Lokkers schreef:

    Lees mijn boek “Wat Nooit Slijt”. Daarin staat precies hoe en wat er gebeurd is, tot aan NU toe.
    Met originele foto’s van veel kampen.
    Succes ermee!
    Nora Dijkgraaf-Lokkers

  5. Blauwvogeltje schreef:

    Meis,
    Bedankt voor je verhaal..
    Sommige mensen kunnen makkelijk hun verhaal vertellen, voor anderen is het een hele emotionele klus.

  6. Meis Mahler schreef:

    ALS IK MIJN OGEN DICHT DOE
    Als ik mijn ogen dicht doe
    en in mijn spiegel kijk
    zie ik een landschap
    in een schijn van rode gloed
    een ondergaande zon
    maar er vloeit ook bloed
    nu ver bij me vandaan
    lang geleden ben ik er weggegaan.
    Sommige beelden zijn niet te wissen
    hoe in een vredig landschap
    (jong zette ik er mijn eerste stap)
    vele tinten groen me fascineren
    waar ik mijn ogen niet van af kan keren
    waar geuren binnendringen
    om nooit te vergeten.
    Dat landschap werd verstoord
    bange geluiden werden gehoord.
    Toch je blijft verbonden
    al zou je de vele wonden
    niet meer willen voelen.
    Dat landschap innig geliefd
    en mee verbonden
    is een deel van de wereld
    in mijn spiegel
    maar het lijkt zich te vergroten
    naarmate ik ouder word.
    Meis M.
    ======================
    Het is wonderlijk hoe een leven verloopt, althans het verwondert mij het leven op deze aardkloot waar je je mee verbonden voelt, op de ene plek meer dan op een andere plek.
    Op vele plekken heb ik gewoond in de Gordel van Smaragd – zo mooi gezegd ja .
    Zo voelde ik het ook voordat de oorlog uitbrak. Het was toen nog zorgeloos. Als ik in Pati
    -een van de plekken- buiten speelde kon ik lang naar een oendor oendor kijken, soms ving ik een mier en deed die in het kuiltje en maar kijken Ik speelde veel alleen, een meisje met 4 oudere broers.
    Van Semarang waar oma woonde , heb ik plaatjes in mijn hoofd. In Malang ben ik ook geweest, maar veel herinner ik me niet daarvan. Solo nog een plek. De ergste plek was Surabaja, waarvan oorlogsherinneringen me soms nog steeds achtervolgen , overdag niet, alleen in mijn slaap. Ondanks dat we met velen waren toen, twee families in een huis in de Kleine Kalongan redden we het, al vonden er vele gebeurtenissen plaats.
    Een buitenkampkind was ik. Later hoorde ik dat onze naam de oorzaak was dat we buiten het kamp gebleven zijn in de oorlog, wat ook niet veilig was, naar het bleek.
    Toen mijn oma stierf ging ik met mijn ouders( mijn broers moesten thuis blijven ik weet niet waarom) in een geblindeerde trein naar Semarang. De tomatensoep met sagoballetjes zal ik nooit vergeten! Netzomin als de sirene die afging toen de oorlog uitbrak.( Nog steeds heb ik moeite ermee als in het begin van de maand de sirene afgaat.)
    De bombardementen- we moesten dan met een stuk gummie( je ging er van kokken) in de mond onder het ijzeren bed kruipen-; de angst, telkens weer die angst die je hart deed verschrompelen, de Kepandjenkerk vlak bij ons werd getroffen, dat was nog eens een fik!; mijn vader die door de kempetai werd opgehaald en blauwgeslagen terug kwam, hij maakte na de oorlog een nog heftiger gebeurtenis mee; ga je een keer met je moeder mee , was je blij dat je even niet opgesloten was, tref je een vrouw die in elkaar getrapt werd door de Jap daar ze niet diep genoeg gebogen had, mijn moeder deed haar hand voor mijn ogen, maar niet op mijn oren; nieuwsgierig was ik als kind, maar toen ik stiekum op de veranda door het gedek gluurde begreep ik niet waarom dat er een opgezwollen naakte dode man door de straat gesleept werd; nadat de oorlog met de Jap ge-eindigd was, kwamen de kampmensen die het overleefd hadden terug, ik zag al die gezwollen kinderbuikjes, dat had ik niet , ik was mooi een plank.
    Na de bevrijding die voor ons geen bevrijding was , begon de volgende ellende.
    Mijn vader werd opgepakt door de Indonesir( mijn verstopte oudste broer hebben ze niet gevonden) en weggevoerd, hij heeft wonderwel de slachting overleefd, werd daarna een zwaar gefrustreerde man.
    De angst voor de Gurkha”s zat er bij mij diep in.
    Blanke vrouwen werden verkracht, mijn moeder verstopte zich nadat we ge-evacueerd waren midden in de nacht Met een vrachtwagen gingen we naar ik weet niet waar.
    Terug in Surabaja dacht mijn moeder dat mijn vader overleden was en zij boekte voor een enkele reis naar Nieuw Zeeland.. We zaten al op een vrachtschuit toen mijn vader op de kade stond. Hij mocht niet aan boord en wij niet van boord. Toen zijn zijn medekampmensen ook op de kade gaan staan en uiteindelijk gingen wij van boord ook het kamp in.
    Het eten was niet te eten water waarin darmen dreven, want die dunne darmen waren erg voeedzaam kreeg ik te horen.Gebakken mier ( larons) was ook smerig vond ik.
    Eindelijk weer terug in Surabaja betrokken we een leegstaand huis, dat ging zo in die dagen.
    Nog steeds een nieuwsgierig kind zijnde , ging ik op onderzoek uit. De lucht was onbeschrijflijk, in een van kamers vond ik een dode soldaat waar de maden zich tegoed aan deden. Lang kon ik niet kijken. De kamer werd schoongemaakt met carbol.
    Twee engelse soldaten kwamen regelmatig bij ons thuis en ik moest nazeggen wat zij zeiden.
    Ik kreeg een boek met een tingeltangel erin. Old MacDonald had a farm .
    Die soldaten waren jaren niet meer thuis geweest hoorde ik.
    Omdat de situatie onhoudbaar was geworden voor ons gezin, boekte mijn vader die bij de BPM werkte een reis naar Holland. We vertrokken alleen met de kleren aan ons lijf.
    De zeereis met de Tabinta duurde 40 dagen en aan boord was er niets te doen, behalve reddingsoefeningen , dan ging er een sirene af. Een dag heeft het schip stil moeten liggen voor een operatie die een van mijn broers moest ondergaan.
    In PortSaid meerden we aan. Met een bus gingen we naar een kale loods waar een orkestje speelde , echt belachelijk vond ik dat, we kregen kleren van de bedeling. Ik een wafel-winterjas waar de wind zo doorheen blies, ondergoed, kousen, twee jurken en schoenen.
    Verder ging de reis. De WillemRuis haalde ons in. Die had storm in de Golf van Biskaje, toen wij er kwamen was de zee spiegelglad of het zo moest zijn, de Tabinta had een storm niet aangekund. We kwamen in Rotterdam aan op een troosteloze dag. Het was koud en guur april 1946. Ik was al een poos ziek.
    We ( met ons zevenen) gingen naar DenHaag waar familie voor twee kamers hadden gezorgd , we woonden in bij een weduwe. In die tijd was er nog geen opvang.
    Twee jaren stress, grote problemen, mijn zwaar getraumatiseerde vader die bijna een moord had gepleegd, gelukkig sloot de betreffende man zich op in een kamer, de politie kwam er aan te pas en mijn moeder wist hem uiteindelijk te kalmeren.De BPM heeft mijn vader ontslagen daar hij niet meer terug wilde gaan naar Indonesi. Hij verloor er zijn pensioen mee. Hij kreeg pas na twee jaar werk! De problemen stapelden zich op. Over opvoeden hoef ik het niet te hebben. Het gezin kon geen hecht gezin worden.
    Ik was bijna 9 jaar naar toen ik voor het eerst naar school ging. Wist ook niet hoe een school er uit zag! Het was een moeilijke tijd, want we waren niet welkom, zeker niet in een tijd van voedselschaarste. Zowel thuis als buiten werd het overleven voor me. En dat heb ik gedaan.
    Meis M.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *