Ja, een reisje naar Madura

gastpikirans_oud

gila2_1 
100% Gila is zijn nickname op het internet. Hij is 21 jaar, moderator op Indoweb en studeert te Leiden Asianstudies “Talen en Culturen van Zuidoost-Azi” met als hoofdvak Indonesi. Vorig jaar publiceerden we zijn reisverhalen uit Indonesie en ook dit jaar was hij te Java in juli en augustus. Inmiddels is hij  terug in ons kouwe kikkerland.   In de rechterkolom is hij ‘de Singer’ op de pasar malam te Den Haag.
.

Bangkalan, 13 Augustus

Vroeg in de ochtend werd ik opgehaald, vandaag gingen we naar het eiland Madura. Het zal in niet veel hoofden opkomen om dit eiland te bezoeken. Zelfs de meeste bewoners van het Oost-Javaanse vasteland zijn er, ondanks dat het minder dan een uur varen is, nog nooit geweest. Toeristen toch al niet, die gaan liever naar Bali omdat ze van andere toeristen hebben gehoord dat dat leuk is. Een andere reden is wellicht dat de Madurezen de naam hebben agressief en streng Islamitisch te zijn. Wat waren tot nu toe mijn eigen ervaringen met dit volk van handelaren, zeelui, sateverkopers en huurmoordenaars? De meeste Madurezen wonen tegenwoordig verspreid over Oost-Java en slechts een minderheid is op het hete en onvruchtbare moedereiland achtergebleven. Wanneer men Pasuruan en Situbondo binnenrijdt wordt het meteen duidelijk dat men Madurees territorium betreedt. Dit is te zien aan de vele huizen met een graf in de voortuin. De Madurezen hebben namelijk de gewoonte hun dooien zo veel mogelijk in het zicht te begraven wanneer die om het leven zijn gekomen als gevolg van eerwraak. Zo wordt de familie er 24 uur per dag aan herinnerd dat er nog een rekening te vereffenen valt met de dader, zijn nageslacht, familie- en eventueel vriendenkring. Is dit eenmaal ten uitvoer gebracht, dan zal de andere familie op hun beurt ook weer een graf in de voortuin plaatsen en is de cirkel weer rond. Dit culturele aspect leeft nog heel erg onder deze bevolkingsgroep. Men is dus geneigd te denken dat het om een nors, niet al te vrolijk volkje gaat. Zeker als je al die chagrijnige koppen in het verder erg mooie Jember ziet denk je, zouden die mensen ooit lachen in het leven? Reden genoeg dus voor mij om eens een kijkje te nemen op het eiland zelf.

De tweebaansweg Mojokerto-Surabaya die we namen stond er om bekend dat de mensen er rijden als imbecielen, nou dat wil heel wat zeggen in Indonesi, met al die (zelf)moordenaars op de wegen. Het begon al goed toen we achter een vrachtwagen terechtkwamen waar met grote plonsen een gevaarlijk goedje uit lekte, de dampen sisten er vanaf dus ik denk zoutzuur ofzo. Remmen was onmogelijk vanwege de Toyota vlak achter ons, dus we stonden voor het dilemma levend smelten of de vrachtwagen inhalen met het risico n of meer onschuldige medeweggebruikers frontaal te rammen. Ik zag mijn begrafenisstoet al voor me, een legertje huilende vrouwen erin, op weg naar de Tugu Pahlawan in Surabaya om me aldaar in ere bij te zetten. Gelukkig is het zo ver niet gekomen anders had ik dit ook nooit kunnen schrijven want de vrachtwagen-met-de-lekkende-container nam de afslag Krian waar wij rechtdoor naar Surabaya gingen. Toen de weg van een twee- in een vierbaansweg veranderde kwamen we schuin achter een Kijang met aanhanger te rijden waar ook al zoiets smerigs uitdruppelde. Aangezien dit soort voertuigen vaak voor het transport van (pluim)vee wordt gebruikt, dacht ik: blijkbaar is dat gore, onhyginische eten van hier zelfs de dieren te veel geworden en loopt dat arme grut nu allemaal tegelijk leeg daar in die aanhanger, hierbij terugdenkende aan mijn eigen voedselvergiftiginkje van vorige week waar ik ook bijna in gebleven ben. De waarheid was echter smeriger, toen we de Kijang voorbij reden bleek er in de aanhanger een vent van rond de dertig in zijn eigen drek te drijven.

Toen we de afslag Tanjung Perak namen, de haven van Surabaya, werd de weg een stuk rustiger. Een laatste autowrak, zo te zien een Kijang die tevergeefs had geprobeerd een vrachtauto van de weg te rammen, herinnerde ons eraan dat we ons nog in de buurt van deze Achterlijke Snelweg bevonden. Daarna was het alsof we een reis terug in de tijd maakten, de haven van Surabaya wordt al eeuwen lang druk bezocht door de handelslui en vissersvolken van de archipel. De eerder genoemde Madurezen met hun vlerkprauwen, Buginezen en Makassaren met hun pinisis en natuurlijk allerlei ongure smokkeltypes met zonnebrillen en veel goud. Het was niet moeilijk om mij in 1945 te wanen, net op het moment dat een bij sommigen erg bekende arek Suroboyo met een zwart jasje en een baju belang, die heel toevallig dezelfde naam draagt als ik, de beroemde woorden sprak: Nu is het genoeg geweest, we schoppen die belandas eruit!. Daarna heeft er heel wat bloed gevloeid in deze contreien. Al mijmerend hierover reden we de ferry binnen die ons naar Madura bracht. Er bestaan plannen om een brug tussen Madura en Surabaya te maken, maar die zijn er al sinds de jaren 70 en plannen blijven in Indonesi meestal plannen. Daarnaast willen de Madurezen het eigenlijk niet omdat ze niet zo op pottenkijkers zijn gesteld. Voorlopig dus maar met de boot, te midden van vrolijke, naar huis terugkerende Madurezen en een enkele kotsende Javaan. In tegenstelling tot hun Madurese broeders, worden de meeste Javanen al misselijk als ze een boot zien. Het duurde niet lang of we voeren de haven Kamal binnen, daarna vol gas naar Bangkalan. Nou zijn deze twee plaatsen nog niet het echte Madura, je zou het als voorsteden van Surabaya kunnen zien. Het echte Madura in al haar schoonheid begint pas wanneer Bangkalan eenmaal achter de horizon ligt.

Met volle vaart reden we langs de vele mas- en tabaksvelden, nagestaard door de typische, ietwat lichtbruine runderen die worden gebruikt voor de traditionele stierenraces en -gevechten. Op grote delen van Madura is de elektriciteit nog niet doorgedrongen. Men heeft daar sinds eeuwen een heel inventief systeem van straatverlichting bedacht, namelijk bamboestokken die diep in de gasrijke bodem worden gestoken. Het gas gaat vervolgens via de holle bamboestengel naar boven en dan hoeft er alleen nog maar een vlammetje bij. Een lantaarnpaal van moeder natuur. De trotse Madurezen geven je graag een rondleiding in de verzengende hitte, daarna kan je nog rujak of soto van ze krijgen en vertellen ze enthousiast wat er nog meer op hun eiland te beleven is. Wat een verschil met Yogyakarta of Bali, die lui komen hun bed niet uit zonder te janken over kontribusi, komisi en natuurlijk korupsi maar over die laatste mag niet gesproken worden. Al met al blijkt er in Madura een stuk meer te doen dan ik tijd heb. Een bezoek aan dit eiland is echt de moeite waard, zeker voor degenen die van een uitdaging houden. Bereid je wel goed voor, want luxe dingen zijn in het binnenland niet te krijgen en communicatie is vaak onmogelijk, tenzij men Madurees spreekt hetgeen naar ik heb vernomen erg moeilijk is. Ook kan je vreselijk verdwalen op dit snikhete en moeilijk begaanbare eiland dat op de kaart slechts een onbenullig stipje is. Dat heet avontuur!

Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

9 Responses to Ja, een reisje naar Madura

  1. Paul schreef:

    Hoi Gila,
    Leuk dat je bemerkt hebt dat Madura echt de moeite waard is en de bevolking er aardig is. Ik kom ruim 25 jaar op Madura om te trainen en heb het eiland in mijn hart gesloten.
    groet Paul

  2. g.e.davelaar schreef:

    ik kom vrij regelmatig op madura . bij familie van mijn vriendin .het is een speciaal eiland,maar een heel eigen leefwijze. ze proberen wel zo veel mogelijk van je te profiteren. de taal is soms met hande en voeten.ook al ken je een beetje bahasa indonesia. pas je zo veel mogelijk aan, en je hebt een fijne tijd daar.

    • Jan A. Somers schreef:

      Mijn Oma was een Madoerese. Dus geen Javaanse! Dat maakt verschil. Zouden die bersiappers daarom misschien een hekel aan haar hebben gehad.

      • Pierre de la Croix schreef:

        Tja … zou zo maar kunnen. Van Javanen in Semarang hoorde ik dat de “wong Madoeroh” heetgebakerde messentrekkers waren.

        No offense ….

        Pak Pierre

  3. Sandra Djawie schreef:

    een leuk stukje om te lezen.. er komen vele herinneringen te boven als ik dit lees.. mijn familie heb ik teruggevonden op Madura.. via de kerbau pasar die op dat moment in volle gang was.. eenmaal mijn achternaam uitgesproken werd ik een busje ingeladen door ‘familie’ en kwam ik bij mijn tante terecht (zus van mijn vader)..
    een geweldige ervaring.. kan niet anders zeggen!!!

  4. Blauwvogeltje schreef:

    Hi Gila,
    Welkom terug in negeri belanda.
    Het stikt hier van de belanda’s, maar ze zijn wel okeee hoor… zelfs de huurmoordenaars doen niet altijd rot..
    Mijn oma was geboren te Bangkalan, maar vermoedelijk was dat op een kazerneterrein in 1882..
    Nog eens… veel dank voor je verhalen !!
    Er komt er nog een over een paar dagen..

  5. sigeblek schreef:

    ” Komunikasi is vaak onmogelijk , tenzij men madurees spreekt”
    kennen ze daar geen Indonesisch ?

  6. Nelly schreef:

    thnx Tom,dat was weer een”gepepert’stukkie seh.ben weer met je meegereden hoor naar Madura,over de “snelweg”in de stinkende dampen van de”lekkende’vrachtwagens.
    Ondanks je angstaanjagende beschrijving in het begin,begrijp ik dat je een geweldige tijd hebt gehad in Madura.

Laat een reactie achter op Sandra Djawie Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *