Blake en Mortimer getekend door Peter van Dongen

FD :
De stripklassieker ‘De avonturen van Blake en Mortimer’ behoort in België tot de hoge cultuur. Het nieuwste album werd getekend door Amsterdammer Peter van Dongen.
Peter van Dongen zet zijn doorleefde bruine tas op een stoel en haalt een dikke stapel papier tevoorschijn. Daartussen zitten storyboards, potloodtekeningen en het stripalbum waarop veel liefhebbers lang hebben gewacht. Drie jaar achtereen werkte de tekenaar met ziel en zaligheid aan dit album. ‘Een race tegen de tijd’, vertelt Van Dongen. ‘Je moet er veel voor laten. Zeven dagen per week, minimaal tien uur per dag. Amper vakanties.’

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

3 Responses to Blake en Mortimer getekend door Peter van Dongen

  1. Ray Zijlstra schreef:

    https://www.petitie24.nl/petitie/6201/

    Ray Zijlstra M 06 4194 8635

  2. Inpassen - van den Broek schreef:

    Citaat Peter van Dongen: “Daar kwam wat Amsterdamse lef bij kijken, geeft de tekenaar aan. ‘Ik ben indo, maar heb geen Indische bescheidenheid. Ze wisten wie ik was, maar ze belden niet. Toen hebben we zelf actie”

    Deze uitspraak is een uitstekend voorbeeld van hoe nieuwe generaties Indische Nederlanders (Indo’s of Euraziaten) omgaan met hun culturele erfgoed. Peter van Dongen erkent dat er zoiets bestaat als “Indische bescheidenheid”. Door te zeggen: “Ik ben indo, maar heb geen Indische bescheidenheid”, geeft hij aan dat hij de culturele (Indo) blauwdruk kent (het afwachten, niet willen opvallen, bescheiden zijn), maar dat hij er bewust voor heeft gekozen om daarvan af te wijken. Hij verbreekt hier de traditionele aanpassingscultuur van de “stille generatie”.

    Een kenmerk van de traditionele Indische bescheidenheid is het wachten op een uitnodiging of erkenning van buitenaf (sic). Men dringt zich niet op. “Ze wisten wie ik was, maar ze belden niet.” In een traditionele Indische context zou men dit mogelijk hebben geaccepteerd als een teken dat het blijkbaar niet zo had moeten zijn (een vorm van gelatenheid uitlopend in Soedah, Laat maar?). Door “zelf actie te ondernemen”, initiatief te tonen, gebruikt hij de Amsterdamse directheid om de Indische terughoudendheid te doorbreken. Dit is een vorm van emancipatie: hij eist zijn plek op aan tafel in plaats van te wachten tot hij gevraagd wordt.

    Interessant is dat hij weliswaar de bescheidenheid afwijst in zijn handelen maar dat zijn werk zoals Rampokan, de strip ligt opengeslagen op tafel, juist diep verbonden is met die Indische wereld. Zijn “lef” is een instrument om een verhaal te kunnen vertellen. Het album Rampokan gaat immers over de complexe, vaak verzwegen periode van de dekolonisatie (1945-1949).

    Zijn uitspraak laat het samensmelten zien van twee werelden:
    • Indisch: De passie voor de geschiedenis van de archipel en de verfijning in het tekenwerk.
    • Nederlands/Amsterdams: De assertiviteit om zakelijk succesvol te zijn.

    Indische bescheidenheid is in de Nederlandse werkcultuur een valkuil. De tekenaar heeft dit doorzien. Hij begrijpt dat je in de Nederlandse maatschappij je eigen succes moet regisseren. Zijn “Amsterdamse lef”,maar ook zijn moed en doorzettingsvermogen, is de motor die ervoor zorgt dat zijn “Indische talent” gezien wordt.

    De uitspraak past in de context van de tweede (en derde Tussen-Wal-En-Schip) generatie die de positieve elementen van hun cultuur (zoals de passie voor de historie PvdB) behouden, maar de belemmerende elementen (zoals de neiging tot onzichtbaarheid) actief van zich afschudden. Het is een voorbeeld van hoe men ‘Indisch-zijn’ moderniseert.

    • Pierre H. de la Croix schreef:

      Inpassen – van den Broek schreef 10 januari 2026 om 08:57 onder meer: “Citaat Peter van Dongen: “Daar kwam wat Amsterdamse lef bij kijken, geeft de tekenaar aan. ‘Ik ben indo, maar heb geen Indische bescheidenheid”.

      Het lijkt mij logisch dat Indo’s in de diaspora, naar mate zij generatie na generatie leven in een andere cultuur dan de cultuur die bij hen paste in het oude Nederlands Indië, zich voegen naar de dominante cultuur van hun nieuwe omgeving.

      Waar bescheidenheid, hormat, schaamte, deugden waren in de ene cultuur, zijn assertiviteit en directheid dominante waarden om te overleven in de andere.

      Wat sommige jongere generaties in hun adoptie van assertiviteit en directheid wel eens vergeten is, dat die waarden in het normale verkeer tussen mensen ook in de nieuwe cultuur moeten worden gemanifesteerd op een eerlijke en respectvolle manier, zonder de ander te kwetsen of agressief te zijn.

      Sommige Indo’s hebben in hun omarming van assertiviteit het element van bescheidenheid en fatsoen als deugd geheel afgeschaft.

      Jammer. Die Indo’s maken dat ik mij schaam Indo en Indisch te zijn.

Reacties zijn gesloten.