Op 13 oktober vertelt Tom Rebel in de concertzaal van de Nieuwe Veste in Breda Indische verhalen, vrij verteld naar de verhalenbundels Tjies en Tjoek van Vincent Mahieu.De verhalen geven een goed beeld van het leven van de Indische Nederlanders in het voormalig Nederlands-Indië. Ze zijn zowel tragisch als humoristisch, precies als het leven. Tom Rebel verluchtigt zijn verhalen met toepasselijke lichtbeelden. Lees verder .
-
...........𝓘𝓷𝓭𝓲𝓼𝓬𝓱𝟒𝓮𝓿𝓮𝓻
Berichten van het heden, maar ook uit het verleden -

- en


Indische Soos -

Recente reacties
- Apartheid 4 – van den Broek op Koloniale beeldvorming in de klas
- bungtolol op Koloniale beeldvorming in de klas
- Pierre H. de la Croix op Koloniale beeldvorming in de klas
- Gerard op Koloniale beeldvorming in de klas
- Apartheid 3 – van den Broek op Koloniale beeldvorming in de klas
- E Hoekstra op De Uitlaat
- Boeroeng op Negentiende-eeuwse schilder Jan Toorop blijkt ‘van kleur’
- Bruinbakken 1 – van den Broek op Negentiende-eeuwse schilder Jan Toorop blijkt ‘van kleur’
- Indo journalisten 1 – van den Broek op In 1878 eist Arnold Snackey recht voor de sinjo
- Charley klop op Mail
- Pierre H. de la Croix op Koloniale beeldvorming in de klas
- Pierre H. de la Croix op Koloniale beeldvorming in de klas
- Pierre H. de la Croix op Koloniale beeldvorming in de klas
- apartheid 2 - van den Broek op Koloniale beeldvorming in de klas
- Gerard op Koloniale beeldvorming in de klas
Archief
- Het archief van Indisch4ever
is best wel te filmen !!
...................
...................
.......... Bekijk ook
de archipelsite
met honderden topics.
Zoekt en gij zult vinden. ! Categorieën
Zoeken op deze weblog
Meest recente berichten : Het gebeurde ergens in de Indonesische archipel
-
Thomson
Nassauschool Soerabaja
Depok
Wie is deze familie
Wolff
Tankbataljon Bandoeng 1939
Is de bruid Günther?
Wilde en Waldeck
Brouwer en Hagen
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Kerst 1930 a/b Baloeroan naar Indië
XXXXXXXXXXXXXX
Bertha Lammerts van Bueren-de WitXXXXXXXXXX zwieten 214
Bisch
!!!!!!!!!!!
Detachement Verbruiksmagazijn,
Hollandia
van Hall
Smith
Emy Augustina
Detajongens
von Stietz
de Bar
Soerabayaschool ca 1953
Wie zijn dit ?
Damwijk
Klein
IJsselmuiden
van Braam
Zuiderkruis
Foto
Koster
Versteegh
Baume
Falck
Boutmy
Otto
oma Eugenie Henriette Smith
Meliezer-Andes
christelijk lyceum bandoeng
christelijk lyceum bandoeng
Saini Feekes
Mendes da Costa
Anthonijsz
Bromostraat
Wie?
Tambaksari/Soerabaja-1946
Ornek
van Dijk
.Haacke-von Liebenstein
Theuvenet
Sollaart
Berger-de Vries
Foto's gemaakt door Henrij Beingsick
Augustine Samson-Abels
Samson
Huygens
Hartman
Otto en Winsser
Marianne Gilles Hetarie
Constance en Pauline
Versteegh
Lotje Blanken
Charlotte Hooper
John Rhemrev
Schultze
W.A. Goutier
Otto-Winsser
Bastiaans
Verhoeff
Beisenherz
Stobbe
Wendt-van Namen
Harbord
Pillis-Reijneke
Nitalessy-Papilaja
Reijneke
Oertel-Damwijk
Bruidspaar te Semarang
Daniel
Krijgsman
van Dun
Ubbens en van der Spek
Kuhr
Oertel
Nijenhuis-Eschweiler
Wie ben je
Philippi-Hanssens
Tarenskeen-Anthonijsz
Hoorn-Dubbelman
Mendes da Costa
Palembang
Deze slideshow vereist JavaScript.





































bo keller zegt:
10 oktober 2014 om 12:31
Over welk jaar hebben we het en over wie?
De Indo of totok ambtenaar-leraren -handelaren of Militairen .
===============================================================
Als ik mag schatten(kira kira) tussen 1920-1942 .
Tussen 1942-1945 werden de Totoks(ook Indo’s , maar niet zo erg zichtbaar) in de Japanse kampen geinterneerd.
Hoe het na 1945-1949 in NOI gebeurde is mss anders geworden door de poltieke verhoudingen.
Wel werden de oude “scheidingslijnen” mee genomen naar Nederland door de nwe repatrianten.
Dat hoorde ik van die “oudjes” , een HBS kan ook Hogere Bandungan School zijn , het noemen van sekolah djongkok (desa school/of ongko loro school) is een grappige manier om mensen tot bepaalde groep te benoemen .
Over hoe goed je uitspraak moet zijn , hoor ik zelf van mijn (inheemse) ouders.
Hun bhs hollans moet zuiver overkomen zonder djedar djedoer .
Vraag maar aan een goed oplettende oud leerling uit Semarang hoe setreng Juf Kolmus was .
http://www.dbnl.org/tekst/_ind004199401_01/_ind004199401_01_0005.php
“Ma Hinse, de moeder van Toos, geregeld in het geheim met haar Indische vriendinnen Toetie, Doeng, Dòng, Non, Toet, Prul en Ming om geld kaartspeelt, snoept en rookt op speel-feesten waar ‘vrijwel geen Hollandsch gesproken’ werd: ‘men bepaalde zich tot een week soort Indo-Nederlandsch, dat het midden hield tusschen Bataviaasch passer-Maleisch en Hollandsch-Inlandsche-schooI-Hollandsch’ (p. 63) “.
————————————————————————————————————–
Lekker gesellig maen tjekie(?) en gaan bledar bledoeren , mss ook sirih kauwen ?
En roepen of als ken een beetje deftiger door een kleine handbelletje te gojang2-en ( roepen is een beetje ordinair) , seh Idjem (baboe dalem) itu Non( nonna) Dong maoe tambah kopi , en goreng lagi ubi of pisang.
Idjem, antwoorde : Ja Non Besar, geen Meprau zeggen, want Ma Hinse werd froeher groot gebracht door Idjem.
@Boeroeng. Feitelijk groeide je in in Indië al meertalig op…de inheemse plaatselijke of streektaal, het nederlands of een ander europese taal plus je eigen dagelijkse mengtaaltje. En op dat laatste werd neergekeken en ook de spot mee gedreven. Onterecht volgens taalkundigen.
Cit: ” Zo herinnert zich de dichter G.J. Resink, in 1911 in Yogyakarta geboren, de taalnorm waaronder hij opgroeide: ‘goed Nederlands en goed Javaans, maar geen “Petjo” en geen “Indisch spreken”’.3 Er was, zoals Kousbroek heeft opgemerkt, een geweldige druk op de Indische gemeenschap ‘om zich te conformeren naar het model van de autochtone Nederlander’,4 speciaal ook op taalgebied: ‘perfecte beheersing van het Nederlands was in Indië het belangrijkste middel om vooruit te komen in de Maatschappij; het was verder een vorm van distinctie’.5 ‘Indische fouten’ werden dan ook krachtig bestreden, met adviezen als: ‘Een zuivere uitspraak van het Nederlands kan men alleen verkrijgen door goed te luisteren naar beschaafde lieden, voor wie het Nederlands de moedertaal is.
…in het feitelijk taalonderzoek dient toch primair gelet te worden op het wetenschappelijk belang van de problemen waarvoor een mengtaal als het Indisch-Nederlands ons stelt. Dit cruciale uitgangspunt is reeds in 1913 geformuleerd door de taalkundige Van Ginneken, die zich, tegenover de heersende afwijzing van ‘bastaardtaaltjes’ als het Indisch-Nederlands, stelde op het standpunt van de taalgeleerde, ‘die wil zoeken naar de diepere oorzaken van de wisselingen, en de onderlinge afwijkingen der talen en tongvallen
“perfecte beheersing van het Nederlands” Dat vind ik niet alleen voor Indië, maar zeker ook voor Nederland zelf!
Anoniem was ik.
P.Lemon zegt:
8 oktober 2014 om 15:54
Feitelijk groeide je in in Indië al meertalig op…de inheemse plaatselijke of streektaal, het nederlands of een ander europese taal plus je eigen dagelijkse mengtaaltje. En op dat laatste werd neergekeken en ook de spot mee gedreven. Onterecht volgens taalkundigen.
=======================================
Het is waar dat de Indo’s opgroeit in een maatschappij met verschillende culturen.
Er werd verschillende talen gesproken, moederstaal (Nederlands en plaatselijk=streektaal) , schooltaal ( van “Ongko Loro” school tot HBS) , mengtaal (straattaal of “Paser Maleis” ).
Het gaat niet dat men verschillende talen gebruiken maar wel hoe goed ze het gebruiken /beheersen , echt geleerd te hebben .
Zuiver Nederlands, zuiver Bhs Melayu, zuiver Javaans of Sundanees etc.
En niet een soort tjampoer adoek taal.
Terecht of onterecht, het werd wel neer gekeken als je een tjampoer adoek of gado gado taal gebruikte.
Orthopedagogen adviseren expatriates en emigranten hun kinderen EEN taal goed te leren en thuis niet overgaan op een bargoens van moedertaal en de taal van het al dan niet tijdelijke woonland.
Ikzelf prijs me gelukkig dat ik van jongs af inderdaad ben opgegroeid met 3 talen, het Nederlands, Maleis en (Laag)Javaans, waarbij in huis en op school consequent Nederlands werd gesproken en onderwezen.
Ik heb van die multiculturele en multitalige achtergrond veel profijt gehad in mijn leven.
Ten rechte schrijft Pak Surya dat op een tjampoer adoektaal altijd wordt neergekeken. Tja … waarom eigenlijk. Taal is taal en hoort als communicatiemiddel effectief te zijn in een bepaalde omgeving.
En in die effectiviteit zit hem geloof ik de kneep. Wie de taal van de heersende elite niet spreekt heeft achterstand. Ook al is die taal van de elite een tjampoer adoek taal en een dialect uit een bepaalde streek. In ons geval (Nederlands) een mengsel van Germaans met de laatste tijd veel Angelsaksisch, Grieks, Latijn, wat Hebreeuws, beetje Maleis en nog wat zwerfwoorden uit andere talen, het geheel uitgesproken als in de betere kringen van Haarlem, zo heb ik mij laten vertellen.
Pak Pierre
Over welk jaar hebben we het en over wie?
De Indo of totok ambtenaar-leraren -handelaren of Militairen .
Vooroorlogse ,waar wel een standen verschil was.
Gedurende Oorlog, alles wat een beetje naar Nederlands riekt
was buiten gesloten.
Na de oorlog de meeste geschoolde totoks terug naar Nederland
Indo families door de gehele archipel verspreidt.
Nou mijn eenvoudige vraag , Wie keek op wie neer.?
Dan had je nog de aankomst in Nederland ,ik verstond mijn
eigen kind niet meer met haar Zeeuwse uitspraak..Laat
staan de eerste contacten met Nederlanders.hier in Nederland.
siBo
Ik zie – naast de verschillen – wel overeenkomsten tussen petjok en de huidige slang zoals te horen in de Nederlandse grote steden. Beide hadden/hebben een woordenschat afkomstig uit verschillende talen, werden/worden voornamelijk gebruikt als straattaal en op beide werd/wordt neergekeken door de goegemeente. Zowel petjok als de huidige straattaal zijn zeer krachtig in plastische uitdrukkingen en daarmee uitermate geschikt om de snoeverijen van de jago’s van vroeger en nu vorm te geven.
Ik ben geen taalkundige, maar ik vraag me af of er wel zoiets bestond als een eenduidig petjok. De straattaal van Batavia zal, zo denk ik, toch anders zijn geweest dan die van Surabaya of Midden-Java. Daarbij, zo stel ik me voor, zal de taal over de tijd heen zijn veranderd. Er waren geen geschreven standaarden waaraan de taal of talen konden worden gespiegeld
Voor de oorlog en daarna in Nw.Guinea en ook later
in Nederland werd de omgekeerde taal gesproken.
en om het moeilijker te maken daarbij ook maleise
woorden in verwerkt.
de Indo’s zijn en blijven een apart volkje.Gelukkig .
siBo
De Petjok van si Tjalie en zijn sobats straatslijpers verschilt wel met de bhs “Gaul” van bij voorbeeld de Amsterdams(Mokkums) Maroc .
In het verhaal van Josephine ( si Djos of ergens las ik si Pientje) lees je ook dat si Peng (VinCENT) verder was gegroeid .
Hij was een beetje perlehen om samen met si Djos naar de bios te gaan.
Daarom is zijn Piekerans en zijn verzamelwerk (van Vincent Mahieu) een must have boek voor de Indo’s.
In het boek Petjoh van Richard Cress kan men lezen wat en de plaats wat Petjoh is , in Semarang heb je een totok onderwijsinspecteur die een soort Petjok introduceerde Javindo.
De “verboden taal” .
Waarom verboden ?
Omdat het not done was om het te gebruiken.
http://www.nrc.nl/handelsblad/van/1990/augustus/27/de-indo-cultuur-van-rozenstroop-bapao-en-petjok-6939103
Mas Rob zegt:
8 oktober 2014 om 04:41
Ik ben geen taalkundige, maar ik vraag me af of er wel zoiets bestond als een eenduidig petjok. De straattaal van Batavia zal, zo denk ik, toch anders zijn geweest dan die van Surabaya of Midden-Java. Daarbij, zo stel ik me voor, zal de taal over de tijd heen zijn veranderd.
————————————————————————————————————-
Als men over Petjok praat , dan heeft men over de Petjok van si Tjalie , van sijn sobats , van de straatsslijpers (hidalgo’s) in Betawi.
Thuis ken niet , krijg je gaplok van je ouweheer.
Het is duur genoeg om je zoons / en dochters naar de HBS te sturen.
De rest is een afgeleide van versie Tjalie , zie Javindo .
Omdat de bhs “Gaul” =straattaal van de Indo uit Betawi kwam , kan men het bijna overal gebruiken.
Dat geldt ook voor de Bhs Gaul van anak Betawi-Djakarta-Jakarta.
Je ziet hier 3 perioden , Betawi, Djakarta en Jakarta .
Zelfs Jakarta heb je veel perioden en soorten gebruikers .
Kan je ook bijna overal gebruiken, ik kan mijn beperkte bhs gaul Djakarta ( t/m jaren 70) in 2014 nog steeds gebruiken , alleen val ik door de mand als ik oudere termen gebruik.
En dat gaat waarschijnlijk over een periode van af de eerte decenia van de 20ste eeuw tot ongeveer 1950 (maximum).
Ik deng dat oude ervaringsdeskundigen uit die tijd het kan beamen.
Ajo, peh, tjang , pertel het aan de jonkies .
“maar ik vraag me af of er wel zoiets bestond als een eenduidig petjok.” Ja, dat vraag ik mij ook af. Zowel in Vlaanderen als in Zeeland heeft/had elk dorp ook zijn eigen taaltje. Maar er is ook verschil tussen het petjok dat je normaal gebruikte, en het taaltje dat tante Lien gebruikt. Nog veel mooier vind ik het taaltje dat je in Nederland nu nog wel hoort, normaal Nederlands met hier en daar een accentje (kun je niet eens petjok noemen) waar je ineens van opkijkt. Als je in Zeeland in een winkel bent gebeurt dat ook met een Zeeuws accent.
Een eenduidig Nederlands bestaat ook niet Al die dialecten die er zijn.
En dan heb je het ABN die met een andere tongval of accentje kan worden gesproken.
In reactie op de opmerkingen van Mas Rob denk ik dat er geen eenduidig, dus “standaard” petjok in NOI heeft bestaan. De mengtaal ontwikkelde zich plaatselijk waar contact was tussen het Nederlands en de lokale taal.
Uit eigen ervaring als straatslijper weet ik dat het “petjok” (of wat er voor door moest gaan, want wat was eigenlijk “zuiver petjok”?) wat ik in Semarang op straat met mijn vriendjes sprak anders luidde en een andere inheemse woordenschat had dan b.v. het Bataviaans “petjok”, wat een uit Batavia geïmporteerd vriendje sprak. Ook kan het zijn dat de hoeveelheid Maleis of andere inheemse taal in het Petjok samenhing met de sociale klasse van de petjokspreker, oftewel hoe dichter bij de kampong, hoe meer inheems in de taal. Simpel, ik bedoel er niets denigrerends mee.
Mijn moeder, die een groot deel van haar lagere schooltijd op Makassar had gesleten (Pa was er havenmeester) sprak van een “Indisch” (het woord “petjok” kwam niet over haar lippen) dat Makassaars zangerig klonk met inheemse woorden die op klinkers eindigden, zoals in het Italiaans.
Mogelijk dat er zich ooit uit de lokale petjoks een heuse standaardtaal zou hebben ontwikkeld zoals het “Afrikaans” van de Boeren aan de Kaap, het Sranantongo in Suriname en Papiamentu op de Antillen (Benedenwinds), maar de voorwaarden waren er niet naar.
Betwijfeld moet immers worden of het “Petjok” ooit tegen de verdrukking van de dominante talen Nederlands en Indonesisch zou kunnen ingroeien en zou kunnen evolueren van tweederangs taaltje van de lagere klassen tot volwassen en gerespecteerde taal van een hele bevolkingsgroep in de archipel.
De twijfel zal eeuwig blijven, want met de exodus en verspreiding van petjoksprekers na WO II was hun taal ten dode opgeschreven en vooreerst verbannen naar huiskamers en zaaltjes, waar de Tante Lien’s en Ricky Risolesen van deze wereld er hun geld mee verdienen.
Adoeh kasian, maar niet dramatisch.
Tenslotte moge ik n.a.v. de opmerkingen van Pak Boeroeng van 7 en 8 dezer opmerken dat ik het gewoon heb gevonden dat de hoger opgeleide Indo’s als Tjalie zich in het normale verkeer bedienden van het ABN, met Indisch accent en met Indische, c.q. Maleise woordjes er tussen door maar dat ze onderling, als het ergens gezellig was, overgingen op de omgangstaal die zij in hun jonge jaren in NOI praatten. Als generatie satoesetengah betrapte ik mijzelf er ook op dat ik in gezelschap van 1ste generatie Indo’s als vanzelf “Indischer” ging praten dan in een normale = Nederlandse omgeving.
Onder autochtone Nederlanders is het niet anders. In militaire dienst sliep ik als De la Croix alfabetisch lexicografisch tussen de 2 Limburgse jongens Crijns en Frijns in. Voertaal op de kamer was standaard Nederlands, maar als de heren over mij en mijn bed heen tot laat in de nacht communiceerden, dan was het in het voor mij bijna onverstaanbare dialect van Schimmert (uitgesproken “Sjimmert”) en Beek-Elslo.
Ik heb ook met enig vermaak gevolgd hoe Adrie Duijvestein, bekend en spraakmakend politicus van socialistischen huize, in zijn uitspraak evolueerde van Schilderswijk Hagenees naar bijna Benoordenhouts Haags Nederlands. Ongetwijfeld zal bij Adrie in brede familiekring de taal van Haagse Harrie voertaal zijn. Het zijn dus niet alleen de Indo Boengs die zich in hun taalgebruik als boenglons gedragen.
Pak Pierre
@ Boeroeng .
Waarom naar achteren zeggen als je naar de Ka(kh)us moet ?
Voor zover ik weet zijn de kakus in Ollanda bijna altijd aan de voorkant van het huis zit , naast de pintu.(
Het kakhuis was achter op het erf bij veel Indisch-Nederlandse huizen voor de oorlog.
En vroeger was het kakhuis ook in Nederland een hokje buiten. En nog niet eens zo heel erg vroeger. Mijn Zeeuws meisje kende het nog. Ik dacht dat het buiten was omdat de tonnetjes nogal geurden, en waarschijnlijk ook voor de hygiënische scheiding van het woonhuis.
En “buiten” was vaak boven de sloot. Daar zwommen de dikste vissen en aan de oevers groeiden de mooiste tomaten en andere groenten, wier zaden door de mens via zijn kakhuis waren verspreid. Kringloop.
Overigens, dankzij de VOC hebben het Singalees van Ceylon (nu Sri Lanka) en het Maleis een aantal woorden gemeen, waaronder “Kakus”.
De Portugezen verrijkten zowel het Singalees als het Maleis met woorden als sepatu, bendera, sabon.
Pak Pierre
Dat tikkeltje overdreven Indisch praten, petjok.. …..is dat niet een cult onder de Indische Nederlanders?
Was het voor de oorlog ook zo. ? Was het toen ook al een verzet tegen de verhollandsing?
Eigenlijk moet een anthropoloog dit uitdiepen…
Waarom werd het praten van Tante Lien wel en niet gewaardeerd in Indische kringen
Ben ook benieuwd wat een Orang Pinter (antropoloog) zegt .
Wat ik weet uit waarneming en sommige boeken/artikelen is het een soort protest om een “verboden” (*) taal ( in Indonesisch is het Bhs Gaul=omgangstaal) te gebruiken.
In die tijd willen/proberen de niet Totoks vaak gelijk gesteld / gezien worden als een Totok met de beheersing van de echte Alg. Beschaafd Nederlands .
Het was not done om Petjok te spreken.
Het jedar jedur ( medok) / verkeerde intonatie etc was een natuurlijk gegeven , mee gekregen met je genen.
Het is logisch dat vele Indo’s met goede opleiding en vorming door hun ouders/school werd verboden om de Petjoh (Indisch Nederlands) te gebruiken, omdat ze schamen .
Bang dat je door anderen in bepaalde hok werd geinstopt.
Zoals not done was om Maleis te spreken ( de taal van de inheemsen, van de baboes djongos en kebons ).
Tjsa dat krijg je nou als je alles uit boeken
moet plukken.
Zoals not done was om Maleis te spreken etc.
welke taal benut je om met je inheemse familie te
praten, Grieks misschien ?
en met de Mantri of gewoon een voorbijganger in
het Frans omdat Maleis de taal van de
baboes djongos en kebon is.
En konden al die Totoks de echte Alg. Beschaafd Nederlands .
beheersen .
Succes met Uw Boekoe verhaaltjes
siBo
Ik heb al eerder (met trots) geschreven dat ik de grote Tjalie één keer, als 15 of 16 jarige knaap, in levenden lijve heb gezien en horen spreken, op het toneel van een Haagse zaal waar de Bond van Oud Steurtjes (BOS) de verjaardag van “Pa” vierde.
Tjalie sprak zoals hij in zijn “Piekerans van een straatslijper” schreef en de Oud Steurtjes spraken net zo. Ze waren zichzelf, natuurlijk. Er werd gelachen om Tjalie’s grappen, niet om zijn accent of “overdreven” Indisch gepraat. Dat viel niemand op.
Net als Tjalie op het toneel en de Steurtjes in de zaal sprak ik ook met mijn Indo-vriendjes in de niet al te deftige Semarangse benedenstad waar ik woonde. Ik was me er even later in Den Haag niet van bewust dat Tjalie zijn Indisch aandikte om lollig te zijn. Het was wel een Indisch dat bij mij thuis niet werd gesproken, maar ja, Pa en stiefma waren allebei schoolmeesters. Different breed.
Ik geloof niet dat het “Indisch praten” in diverse gradaties voor de oorlog een protest was tegen de verhollandsing. Integendeel, het was in die tijd toch zaak voor een iegelijk die geen totok was om zo zuiver mogelijk Nederlands te praten, welke pogingen bij een aantal uitslovers ontaardden in onnatuurlijk “brouwen” (bchouwen) om de natuurlijke rollende “R” te verdoezelen.
In de naoorlogse diaspora was alles anders. Uitzonderingen daar gelaten waren de Indische Nederlanders over het algemeen toch maatschappelijk geaccepteerd en werden ze gezien als waardevolle medeburgers. Indorockers braken door en werden door heel het volk op handen gedragen. In het kielzog van hun populariteit hoefde men nog minder bang te zijn dat een al dan niet zwaar Indisch accent schadelijk zou zijn voor loopbaan en reputatie.
In de zeventiger jaren v.d.v.e. kwam “De Stille Kracht” met veel “Indisch” op TV en even later dan tante Lien. Er waren Indo’s die het prachtig vonden en hun witte buren aanmoedigden eens naar haar sketches te kijken, “want zo gaat het er bij ons aan toe”. Er waren ook Indo’s die zich schaamden, want Nederland moest niet denken dat ze zo waren en spraken als tante Lien en haar gezelschap.
Tja … een geleerd antropoloog zou na gedegen studie tot deze conclusie zijn gekomen: Indo’s zijn net als alle andere mensen.
Pak Pierre
Tjalie begon als onderwijzer. Hem werd natuurlijk op de kweekschool geleerd dat hij het ABN moest spreken. Het goede voorbeeld geven.
Net zoals zijn petjoh-schrijven verschilt van zijn ABN-schrijven… zo zal hij in het dagelijks leven ook verschillend spreken.
Naar mijn idee was zijn taal het ABN op zun indisch…mét accent, mét maleise woorden.
Ik denk dat je laatste conclusie helemaal klopt.
Van lieverlee waren in de vriendenkring van mijn pa en stiefma veel Indische onderwijzers. Zij spraken als het Nederlandse kofschip, maar onder elkaar en vooral als het gezellig werd waren het de Indische jongens en meisjes die Indisch praatten als toen froeherrr op lagere school, MULO, HBS en kweekschool.
Pak Pierre
ok…. dus petjoh of nederlands op zun indisch spreken voor de gezelligheid.. .. samen lachen over de ‘verboden taal’ . Dat bedoel ik met ‘cult’
Het was niet bewust afzetten tegen verhollandisering, maar wel met zelfspot de eigen gemengdheid ‘vieren’. ? Zo komt het me wel over. Ook als jonkie heb ik wel het een en ander meegekregen
Pierre de la Croix zegt:
7 oktober 2014 om 23:19
Het was wel een Indisch dat bij mij thuis niet werd gesproken, maar ja, Pa en stiefma waren allebei schoolmeesters. Different breed.
———————————————————-
Nah , itu dia.
Mijn Inheemse ouders (beiden van 1915) waren ook Guru HIS-ex HIK Batavia-Bandung , zoals mijn opa leraar HIS Tasikmalaya of mijn overgrootvader leraar Sunda -Bhs Melayu ( geen Maleis !)bij de HIK Batavia.
Hun djedar djedoer uitspraak werd ook afgeleerd, saya djuga moet ABN spreken als 3de taal toen ik nog klein was .
Had niet geholpen , payah dese.
@Boeroeng ” Indisch praten, petjok.. …..is dat niet een cult onder de Indische Nederlanders?”
Het is ‘antropologisch’ gezien geen gebroken Nederlands maar een zelfstandige mengtaal van een min of meer gesloten gemeenschap.
“De Indo-Europeaan en in het bijzonder de ‘kleine Indo’ is naar 2 kanten onderscheiden: van de Europeaan èn van de Indonesiër, al staat hij meestal door zijn vroegere leefwijze dichter bij de hem omringende bevolking dan de Europeaan ooit vermoed heeft. Hij is Europeaan voor de wet, maar hij onderscheidt zich in uiterlijk en innerlijk van de totok, de ‘echte’Hollander. In de eerste plaats door zijn huidskleur met alle overgangen tussen blank en bruin, door zijn Indisch accent, door te spreken op een andere, zangeriger toonhoogte en met een andere stembuiging, door een afwijkend taalgebruik waarin vele Indonesische woorden ( Javaans, Maleis, Soendanees of welke andere Indonesische taal) binnengedrongen zijn, met de veelvuldige, zo karakteristieke klanknabootsingen. Deze taal van de Indo, in het bijzonder van de ‘kleine Indo, heeft niets met gebroken Nederlands te maken : ze is of was een zelfstandige mengtaal van een min of meer gesloten gemeenschap Tjalie kende de taal van de ‘kleine Indo’, het petjoek zoals het genoemd werd heel goed, maar hij zelf schreef een zeer zuiver Nederlands…
Net zomin als we van het Indisch kunnen spreken, omdat er zoveel gradaties in zitten afhankelijk van afkomst en sociale status, van stad of platteland(binnenland zei men in Indië), net zomin zijn alle Indo’s in karakter en gedrag onder één noemer te brengen.
http://books.google.nl/books?id=xfq9AAAAQBAJ&pg=PT538&lpg=PT538&dq=spreken+met+een+indisch+accent&source=bl&ots=MMWAvUL9qx&sig=r25F-9lvRuR2YNdhqwsdF846T2E&hl=nl&sa=X&ei=Gmk0VNG4OojLaIC0gugP&redir_esc=y#v=onepage&q=spreken%20met%20een%20indisch%20accent&f=false
“Ook de taal was gemengd. ‘Djalan maar, chauffeur, misi ada banjak timpo!’ Vergelijkbaar met hoe de tweede generatie Marokkaanse meisje Nederlands en Marrokaans door elkaar gebruiken.”
———————————————————————————————————————
Ken niet ah, vergelijking is een beetje pintjang.
De bahasa Betawi/Maleis van si Tjalie is een ratjetoe van X aantal leenwoorden van Arabisch, Portugees, Sunda , Javaans , Tjina , Nederlands Indisch etc .
Voorbeeld :
Lailah , hoe toh dese, waarom mijn sepatu niet disemir .
Nmm. gaat het niet om het aantal ”leenwoorden”
maar het gaat om het Indisch accent.
Het klinkt anders zo cemplang ,wat kinderachtig of zo iets.
siBo
# Hoewel zijn Indische tijd al lang achter hem ligt, spreekt hij nog steeds met het kenmerkende accent van de Indische Nederlanders.#