Brains en Branie:
De Indo-Europese kebaya, ook wel Kebaya Belanda genoemd, is een soort blouse die door Indo-Europese- en Europese vrouwen gedragen werd. De katoenen kebaya liep tot op de heup met aan de randen Nederlands of Belgisch kant. De kebaya werd aan de voorkant met een gesp en gouden of ander ketting vast gemaakt.
Overdag droegen de vrouwen een witte kebaya en in de avond een zwarte variant van zijde.
-
...........𝓘𝓷𝓭𝓲𝓼𝓬𝓱𝟒𝓮𝓿𝓮𝓻
Berichten van het heden, maar ook uit het verleden -

- en


Indische Soos -

Recente reacties
- Boeroeng op In 1878 eist Arnold Snackey recht voor de sinjo
- Indo emancipatie - van den Broek op In 1878 eist Arnold Snackey recht voor de sinjo
- ronmertens op In 1878 eist Arnold Snackey recht voor de sinjo
- Charlene Van Kasteren op Indisch in Beeld
- B. Heijden op Indisch in Beeld
- Boeroeng op Radio Marihati
- Toby de Brouwer op Graven oud-KNIL-Militairen , een petitie
- Boeroeng op Graven oud-KNIL-Militairen , een petitie
- Els marissing op Radio Marihati
- Toby de Brouwer op Graven oud-KNIL-Militairen , een petitie
- Boeroeng op Graven oud-KNIL-Militairen , een petitie
- Ben Dankmeyer op Indisch in Beeld
- Pierre H. de la Croix op Blake en Mortimer getekend door Peter van Dongen
- Ray Zijlstra op Blake en Mortimer getekend door Peter van Dongen
- Inpassen - van den Broek op Blake en Mortimer getekend door Peter van Dongen
Archief
- Het archief van Indisch4ever
is best wel te filmen !!
...................
...................
.......... Bekijk ook
de archipelsite
met honderden topics.
Zoekt en gij zult vinden. ! Categorieën
Zoeken op deze weblog
Meest recente berichten : Het gebeurde ergens in de Indonesische archipel
-
Thomson
Nassauschool Soerabaja
Depok
Wie is deze familie
Wolff
Tankbataljon Bandoeng 1939
Is de bruid Günther?
Wilde en Waldeck
Brouwer en Hagen
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Kerst 1930 a/b Baloeroan naar Indië
XXXXXXXXXXXXXX
Bertha Lammerts van Bueren-de WitXXXXXXXXXX zwieten 214
Bisch
!!!!!!!!!!!
Detachement Verbruiksmagazijn,
Hollandia
van Hall
Smith
Emy Augustina
Detajongens
von Stietz
de Bar
Soerabayaschool ca 1953
Wie zijn dit ?
Damwijk
Klein
IJsselmuiden
van Braam
Zuiderkruis
Foto
Koster
Versteegh
Baume
Falck
Boutmy
Otto
oma Eugenie Henriette Smith
Meliezer-Andes
christelijk lyceum bandoeng
christelijk lyceum bandoeng
Saini Feekes
Mendes da Costa
Anthonijsz
Bromostraat
Wie?
Tambaksari/Soerabaja-1946
Ornek
van Dijk
.Haacke-von Liebenstein
Theuvenet
Sollaart
Berger-de Vries
Foto's gemaakt door Henrij Beingsick
Augustine Samson-Abels
Samson
Huygens
Hartman
Otto en Winsser
Marianne Gilles Hetarie
Constance en Pauline
Versteegh
Lotje Blanken
Charlotte Hooper
John Rhemrev
Schultze
W.A. Goutier
Otto-Winsser
Bastiaans
Verhoeff
Beisenherz
Stobbe
Wendt-van Namen
Harbord
Pillis-Reijneke
Nitalessy-Papilaja
Reijneke
Oertel-Damwijk
Bruidspaar te Semarang
Daniel
Krijgsman
van Dun
Ubbens en van der Spek
Kuhr
Oertel
Nijenhuis-Eschweiler
Wie ben je
Philippi-Hanssens
Tarenskeen-Anthonijsz
Hoorn-Dubbelman
Mendes da Costa
Palembang
Deze slideshow vereist JavaScript.




































Wij moesten eigenlijk niet meer spreken van “Indisch” als onderscheidingsterm tegenover “Hollandsch”. Wij zijn allen Hollanders, of we nu dáár of hiergeboren zijn. De aanvaarding van de Nederlandsche cultuur in haar geheel alléén kan elke scheidingsmuur doen wegvallen, welke een volkomen waardeering daarvan in de vorige eeuw nog in de weg stond.”
Met andere woorden: het compleet aanvaarden van de Nederlandse cultuur werd ook gezien als noodzakelijk in het kader van de emancipatie van de Indo-Europeaan.
Helder en duidelijk, @Mas Rob, wij zijn allen Nederlanders. Hollanders gaat mij iets te ver
Heren Lance&MasRob,sorry maar dit is niet een stelling waar ik achter sta.Wij Indo’s zijn wel enigszins ruimdenkend,maar de Nederlandse bevolking heeft een andere mening,gezien het in hokjes plaatsen van:Autochtonen en Allochtonen en wanneer ze je aanspreken of over de geschiedenis hebben. Ik vind en dat is mijn eigen mening en gevoel:ik heb er in het geheel geen zin om net als de Hollanders te gedragen en te leven.Ik heb me eruit geworsteld uit het z.g.Assimileren,Inburgeren etcetera etcetera na het Contract Pension mentaliteit,trouwens dat zal ik mijn Moeder zaliger verloochenen. De stelling van mijn Ouders:blijf en ben je zelf;Be Proud,maar niet neerkijken op je medemens.
Mvg Jos Crawfurd.
Het was ook niet mijn stelling, Jos. Het was hoe de schrijver Victor Ivo er in de jaren dertig er tegen aan keek. Ik plaatste het om te laten zien dat het streven naar emancipatie voor althans een deel van de indo’s reden was om zich zo Hollands mogelijk voor te doen.
De Indo-Europese schrijver Hans van der Wall (Victor Ido) hield in de dertiger jaren radiovoordrachten voor de NIROM over Indië in “den goeden ouden tijd” die later in twee delen gebundeld werden. Een voordracht ging over de huisvrouw in Indië in de negentiende eeuw. Een gedeelte is aardig om te citeren:
“We zijn genaderd tot het laatste decennium der negentiende eeuw. Nog altijd blijft de sarong-kabaai in eere naast de japon met de tournure oftewel queue de Paris; nog altijd wint de Indische rijsttafel het van de Hollandsche pot. Eerst in de twintigste eeuw zou dit alles veranderen. In het verschiet gloorde reeds de dageraad van het Europeanisme, dat in deze landen meer dan ooit de Nederlandsche cultuur wil doen handhaven en bevorderen. (…) Het vasthouden aan Indische tradities, waar dit niet of niet meer noodig is, belemmert een zuiver Nederlandse cultuur. En toch MOET het daarheen.. Wij moesten eigenlijk niet meer spreken van “Indisch” als onderscheidingsterm tegenover “Hollandsch”. Wij zijn allen Hollanders, of we nu dáár of hiergeboren zijn. De aanvaarding van de Nederlandsche cultuur in haar geheel alléén kan elke scheidingsmuur doen wegvallen, welke een volkomen waardeering daarvan in de vorige eeuw nog in de weg stond.”
Met andere woorden: het compleet aanvaarden van de Nederlandse cultuur werd ook gezien als noodzakelijk in het kader van de emancipatie van de Indo-Europeaan.
Misschien, dat bij de hoger opgeleide Indo (stand !) de sarong/kabaya
uit de kleerkast(en) zijn verdwenen maar in m’n familie niet.
In ± 1939 bij een Pinkster gemeente manifestatie te Padang
liepen vele Indo dames in Sarong/Kabaya en de heren witte
broek (hoogwater) en jas toetoep.
Ik weet dan het ook nog geurde naar de7 wortelkruiden en
de boengga² Tjempaka en de nep kondé van eigen haar.
Tjsa ook dat was onze eigen Indo geschiedenis
siBo
Dat is interessant… Zou Padang anders zijn geweest dan Java?
Het verdwijnen van s.k is ook te wijten aan minstens 3 redenen :
1.de “echte” is altijd duur , vooral de batik en kebaja Belanda .
Omdat het tulis is en veel kantwerk.
Niet iedereen kon het kopen.
2.de nieuwe aanvoer van “vers bloed” uit Nederland .
3. de opmars van housecoat , de voorloper van de huidige huispakken.
De iets jongere en moderne Indische tantes gebruiken vaak housecoats.
Jan Daniël Beijnon was de achterkleinzoon van Elias Jacob Beijnon (1706-1777)
http://www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search.getdetail&id=120083484
“Wat grappig is dat in het huidige Indonesia nog bepaalde ongeschreven regels gelden” In Nederland ook!! Toen ik in Delft aan het afstuderen was kreeg ik al diverse aanbiedingen. Op een van die aanbiedingen, bij PW in Zeeland, moest ik volgens mijn vader (kenner!) niet ingaan. Op vrijdagmiddag kwamen de ingenieurs bij elkaar in café A op de markt, de HTS-ers in café B ook op de markt. Eénmaal per maand ook de dames. De heren mochten in hun dagelijks kloffie, voor de dames gold de (niet beschreven, maar wel bekende) dress-code. Bij mijn promotie golden voor de mannelijke promovendus en paranimfen een rok. Voor de vrouwen geen voorschrift (maar die bestond ongeschreven wel!).
Als ik me niet vergis heb je op Java verschillende soorten kebaja en sarong , die in verschillende gelegenheden werden gebruikt.
Conform de adat en de maatschappelijke stand van de gebruikster of van haar man en in welke gelegenheid.
In de koloniale en feodale samenleving in N.O.I was de kledingvoorschrift echt bindend.
De vrouw van een tani of buruh(“koeli”) zal andere soort kebaja en sarong, vandaar die import van goedkope batik (Vlisco)
Het is belangrijk waar en in welke situatie men het gebruikt, thuis situatie , informele bijeenkomst (familie en vrienden) en formele bijeenkomst.
Sarung en kebaja was eigenlijk een casual kleding, om te relaxen.
De vrouw van de “rijke hadji” droeg andere outfit dan de vrouw van een handelaar of de njai van een Chinees ( Kebaja / batik tjina) of Arabier of Nederlander/Europeaan (kebaja en batik tulis Belanda.).
Bij de adel was het duidelijk afgebakend , van af een eenvoudige Tumenggung , Wedana , Bupathi/Regent met de titel Ario en de naam Ningrat t/m de hof.
Dezelfde zal gelden voor de Indo/Indische Nederlanders.
Daar heb je ook verschillen .
En o wee als men de ongeschreven regels overtreed .
Ik dacht dat Raffles niet zo gecharmeerd was van die “luie” , sirih pruimende Indische dames in sarong en kebaja. .
Hij pleitte voor het gebruikt van meer Europese kleren.
Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen als de dames of njonja besar van de assistent controleur of resident in het openbaar in sarong en kebaja vertoonde.
Zelfs Inlandse vrouwen die een beetje deftig er uit willen zien ( zie diverse foto genomen in foto studio’s met achtergrond van Eifeltoren gaan gekleed in Europese kleren ,compleet met sepatu (aduh, letjet dese) , sokken en jurkje .
Wat grappig is dat in het huidige Indonesia nog bepaalde ongeschreven regels gelden.
De vrouw van een aankomende kepala moet niet beter gekleed zijn dan de vrouw van de kepala of de DirJen( Direktur Jendral) of van de Menteri(Minister).
Helemaal waar. De koloniale samenleving hing van ongeschreven regels aan elkaar. Iedereen hoorde zijn plaats te weten en zich te conformeren aan de heersende mores.
Maar het is goed om die koloniale cultuur te beschouwen als een dynamisch geheel. Wie foto’s van een stad als Batavia of Surabaia uit, zeg, 1900 en 1930 naast elkaar legt, ziet onmiddellijk de grote veranderingen die in een relatief kort tijdsbestek plaatsvonden. Ook de regeltjes en regels, de aannames, de voorkeuren, verwachtingen en inzichten van de koloniale bovenlaag waren aan verandering onderhevig.
Weet iemand misschien wat de titel en schilder zijn van dat schilderij van het meisje met vlecht in kebaja dat op de pagina te zien is in zwartwit? Ik heb het op een forum elders ook al gezien (in kleur), weet niet waar het vandaan komt.
Is een aangehuwde oudtante van me.
Wilhelmina Margaretha Marterus.
Schilderij is gemaakt door Raden Saleh.
Totaal 3 schilderijen gemaakt.
Achternaam is ver-Nederlandsd.
Juist is Marthirus. (Uit Persisch/ Julpha/ Armenia vandaan.)
De Armeense spelling was Marter(o)osian. De vernederlandse spelling is Martherus. Ik weet dit omdat ik een directe nazaat ben van de Marterosian die vanuit Isfahan naar Nederlands Indie is gekomen.
Dank voor de informatie (wat een eer om aangetrouwde familie vereeuwigd te hebben, NB door Raden Saleh).
Sommige online bronnen schrijven het schilderij toe aan Jan Daniël Beynon?
Tja toch eerder Beynon dan Raden Saleh ?
schilderde nl portretten en stillevens
*Jan Daniël Beynon (1830-1877)
Over de kunstenaar
Born in Jakarta in 1830, pupil of the ´Koninklijke Academie´ in Amsterdam. Worked between 1855 and 1877. Painter of landscapes, portraits and still lifes.
http://www.1st-art-gallery.com/jan-daniel-beynon/my-companion.html
en Saleh meer dramatische werken
* Zelfportret Raden Saleh smaakt naar meer
Op de wand ernaast lees ik dat Saleh in 1829 naar Nederland kwam, toen hij 18 was, om zijn talent te ontwikkelen. Toen hij in 1851 weer wegging, kreeg hij de titel ‘Schilder des Konings’ mee. In Den Haag schilderde hij veel oriëntaalse jachtpartijen en dramatische composities
http://www.indisch3.nl/oosterse-taferelen-westerse-stijl/
@CJ Lentze en P. Lemon.Dank voor uw beider antwoord en info.
Het zou best kunnen dat u gelijk heeft, wat betreft wie de werkelijke schilder was. Ik heb mijn info verkregen uit de geërfde (familie)-historische documentatie van de Armeense familie tak.
Wat ik wel zeker weet, is het feit dat Raden Saleh ook een andere gerelateerde Armeense oudtante van me heeft geschilderd (statie portret) en dat was mevr. Mary (Mariam) Arathoon-Manuk (Manukharian 1777-1864) en (gehuwd met Jacob Arathoon 1768-1844) te Batavia. Zij was de zuster van Regina (Takoohi/Taguhi) Manuk (Manukharian)1784-1856 en (oude spinster gebleven) en hun beider enorme erf-vermogen werd geheel aan de (Armeense) gemeenschap te Batavia geschonken.(Kerk Gang Scott en scholengemeenschap opgericht 1855 en gesloten 1878, omdat het Nederlandse Willem III gymnasium leerlingen aan-wegtrok en de Armeniërs zich al hadden vermengd en behoefte was aan puur Nederlands onderwijs).
Het statie portret van Mariam schijnt in het Louvre te hangen. Ik ben er nooit naar wezen kijken.
“In het jaar 1920 werd het verboden voor Europeanen om sarong en kebaya te dragen in het openbaar, het gebruik werd echter in stand gehouden binnenshuis.”
Was er inderdaad een wettelijk verbod in 1920? Ik had altijd gedacht dat door de instroom van Nederlandse vrouwen vanaf het begin van de twintigste eeuw de culturele oriëntatie van de koloniale bovenlaag veranderde. Was het eerst normaal om lokale gebruiken (deels) over te nemen, vanaf die tijd werd de Europese cultuur de norm waar men zich naar richtte.
In 1920 kwam een einde aan de gewoonte om in sommige arbeidscontracten een trouwverbod van enkele jaren op te leggen. Ook dit zal een verdere “Europeanisering” in de hand hebben gewerkt.
Werd deze culturele heroriëntatie bestendigd door wettelijke dwang?
Ik wist niet beter,mijn Oma van Moederskant droeg altijd een kabaja met gouden spelden in plaats van knopen. ZE was te oud om nog naar buiten te gaan en zat elke morgen buiten te wachten op de tukang Soto en ik de bestelling mag doen.Leuke taferelen die nooit meer terug gehaald kunnen worden,wel heel jammer.
Mvg Jos Crawfurd.
Ik weet niets van een verbod! Enkele tantes van mij liepen in de jaren dertig in sarong kabaai. De Indische cultuur veranderde na de eerste wereldoorlog. In Indië kwam veel werkgelegenheid met een grote aantrekkingskracht op totoks. Vanuit Delft en Leiden gingen veel afgestudeerden en gepromoveerden naar Indië. Van belang voor de veranderingen was dat deze mannen meestal al getrouwd waren of alsnog met de handschoen trouwden, waardoor die vrouwen hebben bijgedragenn aan de vernederlandsing van de Indische samenleving.
1. Ik heb veel foto’s gezien van voor de oorlog, doch na 1920, van Indische dames, ook dames die vanwege hun lichte kleurtje voor totok konden doorgaan, in sarong en kabaja. Na de oorlog heb ik zulke dames ook in werkelijkheid zo zien rondlopen, zij het thuis.
Van een verbod op S & K in het openbaar heb ik – als jongen, maar met grote oren – nooit gehoord. Ik zou mij kunnen voorstellen dat de dames zelf de S & K buitenshuis, voor de gang naar de pasar bijvoorbeeld, te onpractisch vonden. Klim als vrouw met sarong maar eens in een Dokkar of Deleman …….
2. Mijn inwonende grootmoeder van moeder’s zijde heb ik niet anders gekend dan in S & K. Maar zij was “zuiver” Javaans-Sumatraans met in de verte een vleugje Tjina. Voor haar wekelijkse gang naar haar man op het kerkop met de bètjak droeg zij een lange, donkere hoog gesloten jurk die tot haar enkels reikte.
Ik heb als poesaka nog één gouden kabajaspeld van haar gekregen – via mijn overleden zuster – met een mooi steentje erin. De andere gouden spelden die zij voor de oorlog van haar weduwenpensioen bij elkaar had gesprokkeld hebben wij als buitenkampers “opgegeten”. De “bevrijding” kwam net op tijd om die ene speld te sparen.
3. Ik heb begin zeventiger jaren v.d.v.e. op het hoofdkantoor van de ABN, erfopvolgster van de Nederlandsche Handelmaatschappij alias “De Pactorij” in Batavia, nog na-oorlogse contracten gezien van jonge boedjangs die voor het eerst naar (toen nog) Indië werden uitgezonden. Daarin stond dat zij in de eerste term van 3 jaar niet mochten huwen.
Die boedjangs van toen trof ik – in die zeventiger jaren – in levenden lijve op het hoofdkantoor in Amsterdam in hoge of hogere posities. De meesten waren gehuwd met Indische vrouwen. Of ze geduldig 3 jaar hadden gewacht tot “het” mocht heb ik ze toen, als beginnende ongeschoolde krullenjongen, niet durven vragen.
Pak Pierre
In Semarang is een dokar en deleman niet bekend.Maar wel een MAJOR Ja toch Pak Pierre?
@MasRob “Was er inderdaad een wettelijk verbod in 1920? Ik had altijd gedacht dat door de instroom van Nederlandse vrouwen vanaf het begin van de twintigste eeuw de culturele oriëntatie van de koloniale bovenlaag veranderd”.
Correct volgens de ethische cultuur ….deze terugblik:
“Europese Vrouwen en Indische kleding”
In Nederlands-Indië was kleding, net als in Europa een verlengstuk van de sociale klasse waarin men zich begaf. Daarnaast was het voor Europeanen vanaf 1920 vooral zaak om niet te ‘verindischen’. / Typisch Indonesische kleding zoals de sarong en de kebaya worden vóór 1920 ook door Nederlanders gedragen. Indonesische of Indo-Europese vrouwen kunnen zich zonder probleem voortbewegen in deze kleding, die overigens in die tijd werd vormgegeven met Europese patronen en ontwerpen. Buiten Java werden de sarong en kebaya door Indo-Europese vrouwen tot 1930 gedragen, maar dan alleen in en rondom het huis. Ondanks het praktische gemak van deze kleding in het tropische klimaat en de kenmerkende schoonheid en verfijning, komt door de Ethische politiek de focus volledig te liggen op de westerse cultuur. Elk zichtbaar verband met de Indonesische cultuur moest worden vermeden. Vanaf 1920 raakte de sarong dan ook volledig uit de gratie. De kleding van de vrouw was gericht op het leven in en rondom het huis en sociale gebeurtenissen die gerelateerd waren aan de sociale positie van de man. Kleding had namelijk de functie van sociale barometer
http://www.vijfeeuwenmigratie.nl/europese-vrouwen-en-indische-kleding
Wat hier niet ter sprake komt is ,dacht ik was de invloed van de
Amerikaanse films en in het bijzonder de danspartijen.
Deze films waren tot in de kleinste plaatsen te bewonderen
en de Indo families dansten er lustig op los zonder sarong/kabaya.
maar in de toen hippe kostuumpjes.
siBo
Ik denk dat dit inderdaad een goed punt is, niet alleen “Nederlandse” culturele waarden, maar ook wat overwoei vanuit Amerika vond in die laatste twee decennia voor de oorlog weerklank.
Wat mee altijd weer opvalt aan die tijd in Nederlands-Indië is het verlangen naar moderniteit en vernieuwing. Ook dat zal hebben meegespeeld: sarong en kabaya waren niet alleen verbonden aan een inferieur geachte cultuur, maar daarnaast ook nog eens hopeloos ouderwets.
http://stichtingtongtong.nl/tropenecht-indische-europese-kleding-in-nederlands-indie/