Mail

Mail 1
Ik zou graag een oproepje willen plaatsen.
Ik, of liever gezegd een neef van mij, zoekt gegevens over de familie van Dulken.
De grootmoeders van mijn neef en ik waren zusters. Mijn grootmoeder heet Emma Josephine van Dulken(meisjesnaam). Geboren 19 februari 1898 te Batavia. Zij trouwde met mijn opa Verhoeff. Scheidde en hertrouwde met opa Kesseler. Met opa Kesseler heeft zij een tijd in Malang , oost Java gewoond. Na de oorlog in Bandoeng/Bandung.
Na de oorlog, in Bandoeng leerde ik mijn neef Peter van der Linde kennen.
De grootmoeder van mijn neef heet Melanie Eleonoor van Dulken en trouwde met Nunnink, dacht ik. Hun dochter, de moeder van mijn neef leerde ik toen kennen als tante Noortje Nunnink.

Nou dachten wij dat er nog een zuster was…ik heb mijn oma vaak horen praten over ene tante Cecile, haar zuster dus. Aangezien er helemaal geen bij ons bekende gegevens zijn, wekte dit onze nieuwsgierigheid op. Wie weet duikt er iets op over deze tante Cecile, wiens naam ik dus wel ken uit summiere verhalen en of ik haar heb gezien op foto’s of in het echt, dat is heel vaag. Want ik was nog maar klein. Zij schijnt een markante vrouw geweest te zijn.

Mail 2
Leuk youtube filmpje:

Mail 3
Hier in California verschijnt een gratis Indonesisch tijdschrift om de twee weken, die een ieder kan oppikken bij vooral restaurants.
Bijna alle artikelen zijn in het Indonesisch, maar af en toe ook een in het engels.
Ik bevestig twee aanhangsels aan deze email.  Media2   en  Media1 .

Mail 4
Hebben jullie hier iets aan? Zo niet: Delete….. Groet van Nynke

Mail 5
Interessante docu over West Papua

Mail 6
Gewoon even ter informatie, wellicht heb je er (ooit) wat aan.
Kijk hier en zie daar

Mail 7
Ik geloof dat er nog iets bij kan op de Bronbeek-agenda (fijn dat jullie alles
bij elkaar hebben gezet; overzichtelijk!) Ik zie nu pas, en klim meteen in de
mail, dat er morgenavond bij omroep MAX,  Ned.2 van 17.05 uur tot 17.55 uur het
programma ‘’Bronbeek 150 jaar’’ komt.

Mail 8
Allen, naar aanleiding van dit
En nu onze indische versie ?  Wie  durft ? in petjoh bv

Vraag aandag. Toen wij komen elkaar tegen direk perliept adoeh seg.
Boleh ketemu en dan wij gaan ergens makan2 buiten op het gras. Als jij wil tussen ons djadi sobat en als langer samboeng vh leven.  Baik tôh.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

30 Responses to Mail

  1. bokeller schreef:

    Kurang rawit nya,ik mis vele bijkomende klanken -lo -si-dé-masak-nah etc
    maar ’t begin is er.
    Laat ’t maar klapperen.!
    siBo

  2. Surya Atmadja schreef:

    Perhal fan tangsi lefen.
    2 njai’s ontmoeten elkaar.
    Njai 1 seh , wah ik hoor jou fen naik pangkat.?
    Njai 2 seh : Iyaa, zijn soldadus alemaal saluir.
    N1 seh , lho kaja heneral .
    N2: niet ah , met ral ral .
    N1 : wat dan? .
    N2, weetniet.
    N1, sersan? .
    N2 Niet so dom jei , met ral
    N1 oooh kopral.?
    N2: Ijaa , kopral ,

    (Foor krom hollands sprekken en shreiven ken je ook bij Pak Surya wesen )

    • P.Lemon schreef:

      Pak S.A. U slaat de spijker op de kop, want generatie 2 en later hebben hun blanda-kant om allerlei redenen naar voren gehaald en bijgeschoold. Zonder keurig ABN kom je er hier ook niet.
      Dit ging natuurlijk ten koste van onze aziatische roots die ergens diep weggestopt werd. Het is ook niet vreemd dat we de ‘kunst’ vd petjoh taal niet meer beheersen, want grammaticaal is het volgens het maleis, javaans cq bahasa of andere streektaal opgebouwd.
      Maar het doet ‘krom’ aan als de ‘maleise’ woorden in de zin 1 op 1 in het nederlands vertaald worden uitgesproken met het streekaccent. Taalkundig klopt de ‘maleise’ zinsbouw echter.
      Het is zoals Beerling samenvat….
      Petjok is, eenvoudig gezegd: Nederlands spreken, maar Maleis denken.
      Tja , om te oefenen missen we onze verloren maleise omgeving en zijn we onze verborgen 2- taligheid kwijtgeraakt 😦 .

      • Pierre de la Croix schreef:

        Nou ….. wij kunnen dus om te beginnen bij Pak Surya in de leer, voor de juiste uitspraak en de Maleise grammatica.

        Ik neem wel pisang gorèng mee.

        Pak Pierre

  3. P.Lemon schreef:

    @Pak Pierre “Overigens zou ik voor mijn eigen stichting best een lezing willen bijwonen van mensen als Professor J.W. de Vries, “kenner van het Petjok”. Ik heb niet eerder van hem gehoord, maar dat ligt natuurlijk aan mij.”

    Mogelijk dat u bij deze liefhebber (Beerling) terecht kunt…?

    http://www.tjaberawit.com/petjok-a-geluidsfragmenten.html

    Petjok is, eenvoudig gezegd: Nederlands spreken, maar Maleis denken (Zie ook de pagina Petjok toen en nu).
    ‘Tjalie is de grote schrijver van Indonesia en Nederland samen in onze petjo taal.’ Dat zegt Ventje. In Looijens ‘vertaling’ in het Nederlands luidt het:‘Tjalie is de beste schrijver van Indonesië en Nederland samen in onze taal ‘Petjo.’ Ziet ú het verschil?
    Hollanders kunnen dat niet zoals Tjalie Robinson dat kan, beaamt Nono. Ook andere Indië/’Indonesia’ zaken kunnen anderen niet zo beschrijven.‘Adoeh nog niet de achterbuurten van Jakarta (!), nog niet de passer (!), nog niet de flora en de fauna-nja van Indië, de kleine man overal in Indië…’
    Adoeh! Zo goed Nederlands praat een kleine boeng helemaal niet. Die praat Petjok. Petjok is echt totaal iets anders. ‘Flora en fauna-nja’, apa itoe!

    Mopje:

    Perhippenis…

    Letnanheneraal Simon Tabrak, óók Indo deze en dan als al oud hij haat dood bijna. Dis in de hospitaal ister aalsmoesnir nyang haat bidden met gem. En toen aalsmoesnir hij prahen aan Simon Tabrak: ‘Wil je perheven jou pijanden?’ ‘Kèn niet ah’, letnanheneraal Simon Tabrak hij seh ‘wan isterniét pijan, ek al doodschiéten al die lij immers!’

    Dane Beerling is beeldend kunstenaar en publicist, maar hij behoort ook tot het ‘uitstervend’ ras van vertellers, Indische vertellers. Hij is een eigentijdse verteller van verhalen met een Indische achtergrond. Verder houdt hij lezingen over en in Petjok en over Indische cultuur in het algemeen. Bij hem gaan ernst en luim hand in hand. …

    INFORMATIE OPTREDEN
    Wilt u dat Dane Beerling bij u zijn voordrachten houdt, klik dan op ‘contact’ in het linker of bovenmenu.

    • Pierre de la Croix schreef:

      Dank voor uw reactie, Pak Lemon. Ik ga die geluidsfragmenten nog eens op mijn gemak beluisteren.

      Als ik uw leuke mopje “Perhippenis” aandachtig lees, dan bekruipt mij nu het gevoel dat ik niet weet of ik met een “echte” Petjoktekst te maken heb of met “gewoon” krom Nederlands dat je overal in de Indische archipel in allerlei gradaties kon horen.

      Het soort Nederlands van het mopje heb ik in mijn Semarangse jeugd nl. zo vaak gehoord van een willekeurige anderstalige pak ‘m beet Ambonees, Javaan, Timorees, Batak, op school of op straat of thuis.

      Misschien dat de professor licht over mijn duisternis kan doen schijnen.

      Pak Pierre

      • Pierre de la Croix schreef:

        P.S.: @ Pak Lemon schreef als laatste:

        “INFORMATIE OPTREDEN
        Wilt u dat Dane Beerling bij u zijn voordrachten houdt, klik dan op ‘contact’ in het linker of bovenmenu”.

        Als andere lezertjes van I4E geïnteresseerd zijn in een voordracht van de professor of Dane Beerling met discussie na afloop en dit op I4E kenbaar maken, dan zouden we gezamenlijk wat kunnen optuigen.

        Ben benieuwd.

        Pak Pierre

  4. bokeller schreef:

    Ajoh Pak Pierre ,M’n dag kenniet kapot.

    • Surya Atmadja schreef:

      Pak Pierre , leuk verhalennja .
      Masa blaas haar bil, ken toh niet, niup haar bil.

      Emangnja ajam (een chick ) , moetwel hier pertellen waarom blazen ?
      Coba , pertel aan de jonkis waarom bilnja moet gesebul worden.

      • Pierre de la Croix schreef:

        Tja Pak Surya, ik heb niet voor alles wat ik weet een verklaring.

        @ Pak Surya:

        Het was nu eenmaal zo dat een perkoetoet of andere pechvogel in de bil werd geblazen als die setengah mati uit de boom was gevallen, PLOK. Dat deden de oudere jongens en mannen, dat deden de kleinere monjets als ik dus ook. No questions asked, zo hoorde het.

        Natuurlijk knapten de meeste boeroengs, na te zijn getroffen door een steen of windbukskogeltje, niet meer op, ondanks veel geblaas.

        Maar goed, nu ik er over nadenk, dat blazen zou kunnen zijn afgeleid van Genesis Nomor Satoe (in de koran staat het misschien ook, maar ik weet niet in welke soera), waar staat dat de Heer Adam, de eerste mens, kneedde uit klei en hem vervolgens de eerste adem inblies (Adam kon later zelf zijn laatste adem uitblazen).

        Maar als groot kenner van de Indonesische geschiedenis weet u misschien van een legende over een Javaanse prins, héél lang geleden, die rijdend door het bos een beeldschone prinses levenloos aantrof en toen, ten einde raad …..

        Ik houd op met dromen en ga lekker slapen op de water balé-balé.

        Pak Pierre

  5. CJ Lentze schreef:

    Over mail 8… Mijn indruk is juist dat Petjok en straattaal veel van elkaar weg hebben, wat betreft functie en vorm. Een woordenschat die afkomstig is uit verschillende talen, een vereenvoudigde grammatica… Ik zou zelfs zeggen dat de straattaal uit de Randstad van nu het equivalent is van wat Petjok ooit in Indië is geweest.

    Of je je daarin romantisch kunt uitdrukken op Valentijnsdag hangt ook af van de ontvangende partij. Ik moet nu wel denken aan de mop die op Dane Beerlings site staat, over de regenworm die een andere regenworm tegenkomt: “Niet gek ik, alleen jij so mooi, ja? Daarom ik perliep, ik so gemes met jou.” Waarop de ‘andere’ regenworm zegt: “Apa perliep? Ik jouw eihen ahterkan immers!”
    (Dat mopje kennen ze overigens ook in Friesland. In het Fries, niet in het Petjok.)

    • Pierre de la Croix schreef:

      @ Mas Lentze,

      Petjok was een omgangstaal. Alhoewel het niveau van “Pidgin” ontstegen bleef de woordenschat beperkt tot wat men in het leven van alledag nodig had om met elkaar te communiceren. Ik zou bijna zeggen: Wie de lagere school met Nederlands als voertaal in het oude Indië “met goed gevolg” had doorlopen (veel meer dus dan “doorgelopen”), sprak al geen Petjok meer.

      Indische jongetjes zoals ik uit de benedenstad van Semarang (middenklasse, niet de deftigste buurt) bedienden zich van iets wat Petjok zou kunnen worden genoemd, maar wee ons gebeente als wij er thuis mee aankwamen. Ik heb volwassen Indo’s uit de omgeving van mijn ouders eigenlijk nooit écht Petjok horen spreken. Velen doorspekten hun djedarrr-djedorrr uitgesproken Nederlandse zinnen met Javaanse of Maleise (stop)woorden, maar dan heb je n.m.m. nog geen “petjok”.

      Ik ben geen taalwetenschapper (wat ben ik eigenlijk wel?), maar ik zou de straattaal van nu in Nederland toch niet met Petjok willen vergelijken, omdat ze niet door een hele bevolkingsgroep (jong en oud, man en vrouw) wordt gesproken, maar slechts door de jeugd en dan nog een bepaald soort jeugd. Ik kan mij ook voorstellen dat van die jeugd meer jongens dan meisjes zich van de gangbare straattaal bedienen, aangezien deze toch sterk de nevenfunctie heeft van het uitstralen van masculiene stoerheid, het laten horen dat je een alfajongetje bent of tenminste serieus candidaat.

      Of iets romantisch in de oren klinkt of niet is een kwestie van gewoonte en gewenning. Van de voorbeelden anno 14 februari 2013 die Pak Eppeson geeft zou ik mij in mijn tijd niet hebben bediend, omdat de meisjes in mijn tijd daarvan absoluut geen rooie oortjes zouden hebben gekregen.

      Pak Pierre

      • bokeller schreef:

        Heeft ’t petjok ook niet een ietje-pietske met het Indo accent te
        maken en dat is(was) maar aan weinigen nu voorbehouden.

      • Pierre de la Croix schreef:

        Over romantiek aan de “ahterkan” (“nèng boerie” in het laag Javaans) geschreven.

        Mij schiet ineens het volgende verhaal te binnen, dat waar moet zijn gebeurd in een vooroorlogse bioscoop in Semarang.

        Om het verhaal te begrijpen moet de 2de, 3de, enz. generatie weten dat het – althans in Semarang – de gewoonte was om vogeltjes die uit een boom of uit de lucht waren gekatapuld en halfdood werden opgeraapt, hard in het achterwerk te blazen om ze weer tot leven te wekken.

        Welnu, in die Semarangse bioscoop, oude Amerikaanse film, misschien nog “stom”, de heldin krijgt een naar bericht en valt in zwijm, gelukkig in de armen van de held. Op dat moment schreeuwt een Indo voorin de zaal, de goedkope “klas kambing”:

        “BLAAS HAARRRR BIL!”.

        Tja …. once upon a time in the East.

        Pak Pierre

      • Pierre de la Croix schreef:

        Bo Keller, op 17 februari 2013 om 12:19 zei:

        “Heeft ‘t petjok ook niet een ietje-pietske met het Indo accent te
        maken en dat is(was) maar aan weinigen nu voorbehouden”.

        Ik zou zeggen Pak Bo, dat “petjok” en “djedarrr-djedorr” onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Helaas heeft het petjok zich niet verder kunnen ontwikkelen tot een “standaard petjok” met standaard uitspraak, zodat het origineel Semarangs Petjok altijd anders zal blijven klinken dan het Bataviaans, enz.

        Wat Tante Lien en Ricky R. ten gehore brengen is niet echt, hoe zeer ze ook hun best doen, zeg maar zoals wijlen Willy Alberti, in het Amsterdamse telefoonboek nader aangeduid met “Tenore Napolitano”, in de jaren vijftig-zestig v.d.v.e. zijn Italiaanse liedjes ten gehore bracht.

        Ricordate Marcelino …….

        Pak Pierre

      • Surya Atmadja schreef:

        Ik ben 100% eens met de inhoud van wat Pak P schreef.
        Ik woonde 2 jaren bij iemand v.d oudere gen Indo(kesatu) , kende hun kennissenkringook goed .
        Sommigen alleen maar met mss lagere school of iets meer en ULO . Ze spreken geen Petjoh .Wel Indisch Nederlands,

        Petjoh is afkomstig uit het woord Petjoek, een Javaanse benaming van een bruine Indische aalscholver .
        Roorda van Eisinga schreef e.e.a over Nederlandse taal in N.O.I
        Iemand anders schreef over een “dieventaal” .
        (bepaalde soort jeugd volgens P.P)
        Zie ook wat P.J Veth schreef over het gebrek van kennis bij de Europese BB-er.Dus geschoolde mensen .
        Hoe zit het dan met de doorsnee Orang Totok en Orang Indo ?
        Toen maakte men verschil tussen “Hoog-Maleis” en “Laag Maleis”, buiten de treektalen en Paser Maleis.

        In 1846-1849 werden de kinderen toevertrouwd aan bedienden ,onder het spreeken van eene onzuivere verbasterde taal.

      • P.Lemon schreef:

        Met de schrijver van deze oproep kun je het tochniet oneens zijn:

        “Waar zijn ze, de Indische instituties die met de mond belijden dat ze het hun taak achten het Indisch erfgoed te bewaren en te ontwikkelen? Waar zijn de plekken op de honderden “pasar malams” en de andere z.g. kumpulans voor de presentatie van Petjok? Het is het meest Indische uit onze voormalige kolonie, meer zelfs dan Indisch eten.
        Petjok is de taal van Indo’s, maar soms ook de taal van totoks (heel vroeger).

        Aan onze kant staat Prof. J. W. de Vries, kenner van Petjok, en ook hij is bezorgd over het verdwijnen ervan. Hij stelde in 1991 voor de Studiedagen Indische Nederlanders het volgende:
        “(…) zolang de Indische Nederlanders zich bewust blijven van een eigen identiteit, trots blijven op de eigen etniciteit, en bovendien een specifiek taalgebruik onlosmakelijk verbonden achten met de eigen culturele etniciteit, zal de groepstaal zich kunnen handhaven. Mijn bezorgdheid komt veeleer voort uit het gebrek aan taalkundige belangstelling. Het is nodig dat het taalgebruik van de Indische Nederlanders grondig wordt bestudeerd, en zo gauw mogelijk, want anders zou het wel eens te laat kunnen zijn.” Tot zover De Vries.
        Ik deel zijn bezorgdheid, maar vind het gebrek aan belangstelling voor Petjok bij de Indische Nederlanders zelf minstens even zorgelijk. Nog erger is het sneren, niet zelden door Indo’s zelf, in de richting van hen die er voor pleiten dat Petjok wordt onderzocht ontwikkeld. Het kan nauwelijks dommer.
        Nota bene: Petjok is hét bindmiddel van de Indische cultuur, hét voertuig als het ware waarmee die cultuur ‘zichtbaar’
        kan worden gemaakt en ontwikkelt kan worden. Red dat monument en maak er weer een levend organisme van. Petjok, een taal met Indische cultuurgeschiedenis die, als we dat willen, voortgezet kan worden en ontwikkeld. We slaan zo misschien meerdere vliegen in één klap. Bezoek optredens in Petjok yang èh, niet als is flauwekil tierlijk. Ayo lees boeken over Petjok, er zijn er vele. Ga ook te rade bijvoorbeeld bij de Universiteit van Leiden. Kijk ook op de pagina Petjok van dé Indische site http://www.tjaberawit.com/kunst-a-literatuur/71-indo-rap.html

      • Pierre de la Croix schreef:

        Nou Pak Lemon, ik hoop niet dat ik de indruk heb gewekt te hebben “gesneerd” op het Petjok en de Petjoksprekers. Ik heb slechts geprobeerd een nuchtere analyse te geven van wat zich in mijn omgeving met en over Petjok heeft afgespeeld.

        Met respect, men kan ijveren voor het behoud van het Petjok, maar ik ben ervan overtuigd dat men dan zal trekken aan een dood paard.

        Want leuk of niet, het Petjok werd in zijn natuurlijke omgeving (Nederlands Indië) al door de elite en alles wat dolgraag tot die elite wilde behoren verguisd als een taaltje van de eenvoudige boengs. Ook de van huis uit Petjoksprekers wilden, als je diep in hun hart keek, niets liever dan dat hun kinderen door een betere opleiding goed Nederlands zouden leren spreken, geen goed Petjok.

        Met deze mindset kwamen de Petjoksprekers en niet Petjoksprekers uit Indië/Indonesia in Nederland terecht, met gevolg dat hun kinderen en kleinkinderen geen belang stelden in Petjok en daartoe ook niet werden aangemoedigd.

        Ik ben dus bang dat het Petjok, indien het zal voortbestaan, de zelfde weg opgaat als andere talen die hun nut in een veranderende wereld hebben verloren of net als het Esperanto, nooit hebben kunnen bewijzen; het zal verworden tot hobbytaal voor een kleine groep idealisten.

        Ook Indische entertainers als Tante Lien en Ricky R. dragen er niet aan bij het Petjok aanvaard te krijgen als serieuze omgangstaal, zij bezigen de taal immers uitsluitend om anderen ermee te vermaken.

        Overigens zou ik voor mijn eigen stichting best een lezing willen bijwonen van mensen als Professor J.W. de Vries, “kenner van het Petjok”. Ik heb niet eerder van hem gehoord, maar dat ligt natuurlijk aan mij.

        Misschien leuk om een koempoelan te organiseren en Pak De Pries uit te nodigen voor een voordracht, met boeiende discussie en natuurlijk lekkerrrr tjak na afloop. Dat laatste behoort ook tot “Indisch erfgoed”, toch?.

        Als die koempoelan maar niet in Delft plaats vindt.

        Pak Pierre

      • CJ Lentze schreef:

        Pak Pierre, bedankt voor die toelichting.

  6. eppeson marawasin schreef:

    @Mail 2@: Het had een leuk filmpje kunnen zijn. Van een goed betaalde professional mag je toch op zijn minst een degelijke voorbereiding verwachten: ‘irriTAND’

    @Mail 3@: Aanhangsel ‘media2’ verhaalt niet echt van positieve ervaringen in Indonesië. Kan er zelf niet over oordelen. Da’s meer het terrein van de heren Pak Vos en Pak Surya Atmadja.

    @Mail 6 (klik hier)@: Bevat denk ik geen onbekende feiten voor Pak Pierre over de Cityplanning van Semarang!

    @Mail 8@: Tja! Overigens Petjoh op basis van ‘versie 2013’ zal niet meevallen. Check it out: ‘Over Valentijn en taalverloedering’ (BRON: Metro, Geplaatst 2013-02-14 om 08:21)
    14 februari 1913. /…../
    14 februari 1946. /…../
    14 februari 1973. Jij tegen mijn borst geklemd, samen bij de bijeenkomst van de sosjalistiese partij. Dat lijkt mij fantasties! Maar laten we ook gaan piknikken en daarna met de trem naar het variejeeteeteater. Samen onderweg giegullen om alles wat wij zien. Is dat niet vurrukkelluk?

    14 februari 2003. Joehoe! Lekker toppertje van me! Echt het einde vind ik jou. Helemaal leuk ook! Ja, ik vind jou toppie joppie!!!!!

    14 februari 2013. Hee chickie. Wazzup? Kwil lekker chillen met jou. Beetje choken, weet je, beetje skappa worden. Samen loesoe gaan, mattie 4 life. Deal?

    @14 februari 2013.@ NO DEAL!!! Doe mij dan toch maar zoiets als ‘Kampong’ [Kepada adikkoe jang manis] van drs G. Kamphuis (1906).

    KAMPONG
    Tussen Palembang en Lahat
    Ligt een kampong loom te dromen,
    Spiegelend in het trage stromen
    Van water naar de verre stad.

    De hoge pisangkruinen staan
    Uitgeknipt in spitse lijnen.
    Paalhuizen zie ‘k sidderend deinen
    In ’t beeld, als schepen er langs gaan.

    Daar is Tji Moena zich aan ’t baden,
    Zwaait haar sarong over ’t hoofd.
    Schouders rond, door zon gestoofd,
    Doen weelden, subaquarisch, raden.

    De groene oeverbossen zwijgen,
    Dicht, gesloten onder ’t vuur:
    De harde zon, die uur na uur
    Leven vernietigt en doet stijgen.

    De prauwen schommelen nog wat,
    Als ik ben voorbij gevaren –
    Lang blijf ‘k naar die kampong staren
    Tussen Palembang en Lahat.

    G. Kamphuis

    • Hans Boers schreef:

      ad Mail 6 bij de link “zie daar”

      Op pagina 208 (in zoekmachine invullen pag 225) noot 134 wordt door de auteur verwezen naar het feit, dat Tan de eerste majoor was in 1829 in Indië.

      Is niet geheel juist, aangezien in de Bataviasche Courant 22 maart 1824 hij al genoemd werd (met naam en titel) in een rechtszaak tussen hem (als leverancier van opium) en de destijds legitieme monopolie houder van de opiumpacht (zoals wettelijk door de Resident van Semarang aangesteld 1820-1826) inzake een levering van opium ter waarde van guldens 222.000,–

      Het geschil betrof niet betaalde rekeningen aan Tan, omdat Tan geen opium leverde uit India, zoals contractueel gewenst (door de Ned.Indische regering) en zich daarmede niet aan zijn contractuele verplichtingen hield, maar Chinese opium leverde.

      De Nederlands Indische regering had namelijk als stelregel, dat de opium uit India diende te komen, aangezien de Chinese kwaliteit minder was.

      Tan is trouwens op 27 okt 1833 gestorven na een ziekbed van bijna 8 maanden. Zie de overlijdens advertentie geplaatst door zijn zoon Tan Hongijan gedateerd 28 okt 1833 te Semarang.

      • Jan A. Somers schreef:

        Ons aller JPC had in Batavia al een Kapitein Chinees aangesteld: “waertoe by de voornaemste Chinesen uyt alle haere naem voorgedragen is eenen genaempt Bencon”. Dit was een gangbare regeling van exterritorialiteit, beginnend in Europa en het Midden-Oosten.

  7. P.Lemon schreef:

    Mail.6
    Moest dit toch er even uitlichten: totok-chinezen?

    VAN KOELIES, KLONTONGS EN KAPITEINS
    Het beeld van de Chinezen in Indisch-Nederlands literair proza
    1880-1950 463 pagina’s Proefschrift

    Author W.W. Dharmowijono Faculty of Humanities

    Tijdens de Japanse tijd werden Europeanen (behalve Duitsers) in kampen opgesloten. Ook vooraanstaande Chinezen en Chinezen die gehuwd waren metNederlanders of gelijkgesteld waren met Europeanen werden opgepakt. Chinezen die eerst met trots hun Europese namen droegen en Marie, Willem en Karel heetten, namen hun Chinese namen weer aan. In het kamp in Tjimahi, West-Java, waren 542 Chinezen geïnterneerd.
    Chinezen moesten zich laten registreren. Tegen betaling van 50 gulden kregen ze een kaart die ze altijd bij zich moesten houden als bewijs dat ze trouw hadden gezworen aan Japan en op een lijst van geregistreerde vreemdelingen stonden. Vanaf 1 mei 1944
    hoefden de Chinezen en Indo-Europeanen geen registratiegeld meer te betalen, want ze werden niet meer als vreemdelingen beschouwd. Dit gold later ook voor de Arabieren.283
    De Japanners merkten al vlug dat ze de Chinezen nodig hadden om de economie te doen draaien. Om de steun van de Chinezen te krijgen stichtten ze een vereniging die ze Hua Ch‟iao Tsung-Hui (verder HCTH) noemden.284 In alle grote steden op Java werd een
    HCTH opgericht. De vereniging organiseerde sociale activiteiten. De HCTH van Bandung gaf steun aan Chinezen, door bijvoorbeeld dekens, kleding en medicijnen te verstrekken aan Chinezen die in het kamp te Tjimahi zaten. Daarnaast werkte de HCTH
    ook op het gebied van de handel.
    Hoewel dit heel zelden ter sprake komt, waren er groepen Chinezen die ondergronds verzet organiseerden dat tot doel had militaire installaties van de Japanners te saboteren. Een van de verzetsorganisaties was de geheime dienst Chungking, die als
    volledige naam Chung Yang Hai Wei Thing Chin had. Haar hoofdkwartier was in Malang en ze werd geleid door Yap Bo Chin. Haar 8000 leden waren verspreid over heel Java en Madura. De vereniging had twee radiozenders waarmee ze contact legde met de Chinese regering in Chungking. Helaas was er, hoewel de vereniging 400 Indonesische leden telde, geen samenwerking met de Indonesische verzetsorganisaties. In mei 1942
    hadden arrestaties van de pro-Chungking Chinezen plaats maar de leider, Yap Bo Chin kon zich in veiligheid stellen.
    Naast de pro-Chungking organisatie, waarvan de meeste leden totok-Chinezen waren, bestonden ook nog ondergrondse verzetsorganisaties van peranakans die samenwerkten met Nederlanders, vooral aan het begin van de Japanse bezetting. In
    Jakarta had de organisatie „Piet van Dam‟ haar hoofdkwartier in Toko Beng en in Bogor in Toko Peng. Eind december 1942 werd deze organisatie opgedoekt door de Japanners
    en haar leiders opgepakt en onthoofd door de Kempetai.

    • Surya Atmadja schreef:

      *m.b.t mail 6
      Pak Lemon schreef : Moest dit toch er even uitlichten: totok-chinezen?
      —————————————————————————————-
      De Orang Tjina werd toen onderverdeeld in Tjina Totok=Singke ( nieuw import met Chinese nationaliteit).
      Tjina Peranakan ( de babah’s ) die al eeuwen in Ned.Oost Indie wonen.
      Sommige peranakans zijn zo “verinlands” en qua uiterlijk niet meer te onderscheiden van de oorspronkelijke bewoners( bumiputera of pribumi) .
      De peranakans kan men soms alleen onderscheiden als ze toevallig hun Chinese namen behouden .
      Volgen Chinese wetten , zijn de peranakans nog steeds Chinezen op basis van ius sanguinis( ?) principes.Die mogelijkheid werd in 1955 door Chou En Lai en Pres.Soekarno beeindigt, men moet kiezen tussen Indonesisch te zijn of Chinees.
      Resultaat vele Chinezen werd toen uitgewezen naar China.
      Een complete drama.
      Bij grote rellen en na de omwenteling van 1965* zie bij vele Chinese winkeliers in Dakarta op eens Taiwanese vlaggen wapperen.
      Dus men heeft toen 2 nationaliteiten :
      a. Indonesisch als ze de Chinese hadden verworpen=zie 1955 , of Chinese .Dan zijn ze buitenlander, moet verblijf en werkvergunning vragen.
      b. Toen bleek dat sommigen ook Taiwanese nationaliteit hebben.
      Soms bestaat de kans dat ze een Singaporese paspoort hebben.

      Men kan de Chinese situatie min of meer vergelijken met de Totoks ( Baren, en Gasten- Blijvers ) en de Indische Nederlanders

      *m.b.t mail 3 (reactie van Pak E.M)
      1.Wat de Amrikise schrijfster schreef( moelek bahasa England) kan ik kort zijn .
      Flauwekul om de Amrikeense situatie 1 op 1 te vergeleken met Indonesia.
      Blijf gewoon in je eigen land , krijgt je geen cultuurschok als je in aanraking komt met NIET Amrikianen .
      2.In Amriki (U.S of A) heb je veel Indonesiers met Chinese achtergrond.
      Die geboren en getogen zijn in Indonesia ( niet Nederlands Indie).
      Daarnaast heb je ook studenten of andere wetenschappers/uitgezonden krachten die de Indonesische nationaliteit nog hebben.

  8. Boeroeng schreef:

    Over Mail 1:
    Ik vond een C.Jongenburger die werkte bij de Bataafsche Petroleum My te Tjepoe. Hij was ca 1908 gehuwd met M.C. Van Dulken.
    Die M.C. kan zijn Marie Cécile van Dulken geboren 14 nov 1889 te Indramajoe.?
    In 1929 woonden zij nog te Tjepoe. In 1931 te Balikpapan .
    Daarna komen ze niet meer voor op de Indische adreslijsten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *