Du Perron en de Indische letterkunde

Den Haag 24 november – Museum Meermanno, bijeenkomst E.du Perron Genootschap over de Indische Letteren, met sprekers Kees Snoek, Bert Paasman en Alfred Birney. Foto’s hier te bekijken.
Multatuli, Daum, Kartini, Couperus en du Perron, zomaar een aantal grote namen uit de Indische letterkunde. Wanneer begon de Indische letterkunde en wat valt onder Indische bellettrie? Wordt niet een te groot belang gehecht aan de werken van  bijvoorbeeld Multatuli inplaats van een E. du Perron, die toch meer vanuit het Indisch perspectief schreef?

video

quote du Perron: In ieder geval is waar, dat ik in Holland altijd zo’n beetje de “lastige vreemdeling” bleef. Dat is eigenlik ook wel logies: mijn ouders waren bijna volbloed Fransen en verder “koloniaal patriciaat”, wat weer iets anders is dan hollandse bourgeoisie. Ik ben atavisties Fransman, qua opvoeding indiese jongen, door taal en sommige gewoonten Hollander.

Meer info website EduPG

Dit bericht werd geplaatst in Algemeen, Boeken. Bookmark de permalink .

5 reacties op Du Perron en de Indische letterkunde

    • P.Lemon zegt:

      Toch een opsteker dat we het zo nog niet hadden bekeken…zonder echte ‘genetische worteling’ schrijven auteurs minder authentiek indisch: “De conclusie was, dat du Perron veel meer een Indische jongen was, die in het Indische leven stond. Couperus sprak veel met zijn neef over het indische en Multatuli….die had het voornamelijk over zichzelf….”

  1. eppeson marawasin zegt:

    Bellettrie:
    Traditioneel betekende bellettrie (of de Schone Letteren; Frans belles-lettres) de literaire cultuur in het algemeen. Later is de term verengd tot het deel van de literatuur dat tot de woordkunst kan worden gerekend, ter onderscheiding van meer zakelijke teksten. Een grensgebied is het essay. Kenmerkend voor die bellettrie is dat vorm en stijl van de teksten zeer belangrijk zijn. Het gaat niet alleen om wat er gezegd en geschreven wordt, maar ook om het hoe: mooie, originele, treffende bewoordingen, of juist bewust hard en realistisch taalgebruik, of het introduceren van geheel nieuwe woorden en zinsconstructies, et cetera. Daarbij is een gelaagde structuur van de tekst vaak ook van belang: ‘er staat meer dan er staat’.

    Dat wil overigens niet zeggen dat bellettrie altijd ingewikkeld of hoogdravend hoeft te zijn.

    BRON: Wikipedia

    • eppeson marawasin zegt:

      Bloemlezing is de literaire term voor een verzameling van de mooiste en beste stukken uit poëzie of proza.

      Literair is ‘letterkundig’

      Poëzie is de kunst van het ‘gedichten’ schrijven (geen rijmelarijen)

      Proza is een ‘letterkundige tekst’ bestaande uit lange en korte zinnen

      e.m.

  2. eppeson marawasin zegt:

    Ik heb het filmpje de eerste keer helemaal uitgekeken en afgeluisterd. De keren daarop heb ik het elke keer weer bij tijdsaanduiding 11.14 stopgezet, omdat ik niet ieder keer bewezen wilde zien dat een goed schrijver, geen boeiende spreker hoeft te zijn.

    Zijn boek ‘Land van herkomst’ van E. du Perron heb ik (nog) niet in mijn collectie. Daarentegen wel Yournael van Cyberney van Alfred Birney. Na het college van Prof. Paasman had ik het liever andersom gezien. Toch wel geraakt door het enthousiasme van ing. Mertens heb ik Du Perron’s ‘Indies Memorandum’ in een antiquariaat in Dordrecht op de kop kunnen tikken. Heb er wat doorheen gebladerd. ‘Aankomst op Java’ uiteraard: [CITAAAT] ‘/…/-Toean! Ini ode ketemoe, toean! Ini dië ni! O, verrukkelike, welmenende, dikdoenerige lawaaiïgheid van die bataviase stem! Dat was het welkom van Batavia. [EINDE citaat]
    Bij de inhoudsopgave op blz 321 zag ik staan ‘Notities bij het artikel van Sjahrir’. Ik heb een zwak voor Sjahrir en voor Banda; coïncidentie heet dat geloof ik. Maar goed, bij het lezen had ik toch zoiets van, ’t is misschien handiger om eerst het artikel van Sjahrir onder ogen te hebben. In elk geval ga ik na de verhandeling van Prof. Paasman ‘Indies Memorandum’ opnieuw ter hand nemen en wil ik versneld ‘het land van herkomst’ bekomen. Dan moet ‘De Dubieuzen’ maar even in de wachtkamer. Mocht echter ‘Oost-Indische inkt’ voor een schappelijke prijs in ramsj verkrijgbaar zijn, zal ik het zeker niet laten liggen.

    Birney had het geloof ik 10 minuten over de eerste pagina’s van zijn ‘Yournael van Cyberney’. Ben niet helemaal zeker, want maar één keer gekeken en zijn laatste 5 minuten gingen over E. du Perron (te Indisch voor ‘De Dubieuzen’).

    De bijdrage van Prof. Paasman had ik persoonlijk meer aan. Met o.a. vragen (‘bestaat Indische belleterie’) die Du Perron zich stelde en diens antwoorden en definities.
    1. Wat is koloniale belleterie? Antw.: Het moet handelen over het land Nederlands-Indië; de natuur, de geschiedenis, de samenleving en over personen.
    2. Wie zijn de beoefenaars? Antw.: volbloed Europeanen, halfbloed Europeanen en later heeft Du Perron daar ook ‘inlanders’ aan toegvoegd. Daarmee terugkomend op zijn definitie van ‘Indische belleterie’ als zijnde ‘literatuur in het Nederlands over de Indische samenleving, maar NIET door ‘inlanders’. Later, zoals hiervoor reeds blijkt, is Du Perron daar genuanceerder over gaan denken.
    3. Hoe is de verhouding tot de literatuur van het moederland? Antw.: Het is onderdeel van de Nederlandse literatuur.
    4. Wanneer en waar moeten we ‘koloniale literatuur laten beginnen? Antw. Rond 1600, wanneer de eerste VOC’er de eerste brief naar Holland verstuurt. Anderen menen, dat er pas van ‘koloniale literatuur’ sprake kan zijn na het onstaan van Nederlands-Indië.

    Hierna kwam Alfred Birney aan het woord. Naarmate zijn gefilmde spreektijd vorderde moest ik aan een eerdere bijdrage van Pak Pierre de la Croix op dit topic terugdenken:@ Pierre de la Croix, op 18 oktober 2012 om 20:40 zei: Ja, voor de ware fijnproever. Bij geruchte vernomen dat de inleiding wordt verzorgd door Xaviera Hollander (* Soerabaja, 15 juni 1943), bestsellerschrijfster.@ Dat had voor mij ook wel gemogen, maar dan als tweede spreekster, zeg maar!

    Het wat ongemakkelijke gevoel over de anti-Multatuliaan Birney kwam ik overigens ook tegen in een verslag/sfeerbeschrijving op ‘indonesië.actieforum.com’: [CITAAT] ‘/…/ Paasman heeft uitgebreid verslag gedaan over wat nou koloniale bellettrie is.

    Na een zeer korte pauze (Paasman was, met toestemming, te lang aan het woord geweest) was het de beurt aan Alfred Birney. En omdat hij nog niet had ontbeten, zagen wij hem eerst koekjes knabbelen. Birney belicht Du Perrons plaats in de Indische letterkunde in relatie tot andere Indische schrijvers, zoals Multatuli, Daum en Couperus. Maar voordat het zover is, verhaalt hij over van der Heijden die in 1991 in een uitzending van de VPRO op de radio klaagde dat hij niet het boekengeschenk had mogen schrijven. Het jaar daarna mocht van der Heijden het boekenweekgeschenk schrijven, terwijl het thema ’t Prachtig rijk van Insulinde – Nederlands Indië was…..

    Via het tijdschrijft Nusantara, Multatuli, Haasse, Couperus, weer Multatuli (een deel van het publiek begint een beetje te morren) kwam ook du Perron aan bod. De conclusie was, dat du Perron veel meer een Indische jongen was, die in het Indische leven stond. Couperus sprak veel met zijn neef over het indische en Multatuli….die had het voornamelijk over zichzelf….

    Veel tijd kreeg Birney niet, want het was tijd voor de borrel en om 17.00 uur sloot het museum, en dan moesten wij er ook uit. [EINDE citaat]

    e.m.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.