Nationaal Historisch Museum – Tempo Doeloe

Over het algemeen kwamen de ‘Indo’s’ goed terecht in Nederland. Toch bleef er in de Hollandse regen iets knagen. Er ontstond onder de Indische Nederlanders en hun kinderen een cultuur van heimwee en een verlangen naar de tempo doeloe #oude tijd# in Indië. De Indische cultuur kreeg weer aandacht. Zo werd begonnen met de organisatie van de Pasar Malam Besar, een jaarlijkse markt waar de Indische cultuur en de herinnering aan vroeger centraal staat.   Nationaal Historisch Museum – Tempo Doeloe.

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

6 Responses to Nationaal Historisch Museum – Tempo Doeloe

  1. P.Lemon schreef:

    Dat de doorsnee hollander moeite heeft met het plaatsen van de indische gemeenschap destijds in de bonte samenstelling van volkeren in de gordel van smaragd, wordt duidelijk door de gegeven aanduidingen : “in Indië geboren blanke Nederlanders; Indonesiërs die niet achter konden of wilden blijven; de Indiërs moesten zich zo snel mogelijk aanpassen en Indische Nederlanders leven eigenlijk in twee werelden”. Zonder kennis vd betekenis achter de woorden blanda, totok, indo, inlander, javaan, ambonees enz, enz. veralgemeniseert de europese nederlander dus al gauw de ‘teruggekeerde’ tropische medeburgers tot ex-indonesiërs, die hun geboortegrond niet los kunnen laten en hun heimwee daarom cultiveren. Dat dit maar voor delen van de 1e en volgende generatie(s) opgaat en zij zo hun eigen particuliere reden daarvoor hebben, zal de niet ingewijde ‘kaaskop’ misschien wel altijd ontgaan.

  2. Peter van den Broek schreef:

    Het is toch wel opmerkelijk als het Historisch Museum over Indie heeft dan ze overvallen wordt aan dementie grenzende vorm van Alzheimer.. Het geleuter over tempo doeloe en heimwee doet mijn broek gevaarlijk zakken want de studiose heikneuter vergeet door chronische vergeetachtigheid achtervolgd dat voor de Indischen een weg terug niet mogelijk was, want Indie bestond niet meer.Dus wat heimwee.

    Daarnaast is het Museum schielijk ontgaan dat de 1ste Pasar Malam uit financiele noodzaak werd georganiseerd. Later ontwikkelden Mary Bruekel-Beiten en Tjalie Robinson samen het idee voor een reunie, een beurs , een cultureel festival en een eetfestijn ineen. Dit staat tenminste in de biografie over Tjalie Robinson (blz 397) . Het Historisch museum maakt zich dan wel onsterfelijk belachelijk dit evenement aan te prijzen als markt van tempo doeloe en heimwee. Ik neem aan dat ze door vergeetachtigheid dit evenement nooit hebben bezocht om hun beweringen te staven, maar daar is het museum ook niet voor.

    Als de Minister wil bezuinigen op musea dan is het Historisch Museum de uitgelezen kandidaat, Dit ook om verder hersenlbeschadiging bij het personeel te voorkomen.

    Ik zal ook een deemoedige email schrijven aan het museum

  3. Boeroeng schreef:

    Boeroengpikirans 8-6-2009
    “Help! We zijn vernostalgieseerd”

    Misschien komt het cliché van nostalgie ook voort uit gekrenkt nationale ego of verwerping van kolonialisme en dat nog verder praten over Indië niet kon deugen . Misschien ook is het een overdrevenheid in betrokkenheid met het ballingschap van de Indische Nederlanders en Molukkers. In de trant van : allemaal zielige mensen vol heimwee . Of is die overdrevenheid een poging de dreiging van vreemde oosterlingen in het land te bezweren. En dan is het onschuldigmaken van die culturen (Indisch en Moluks) een andere drift dan een nationale vlucht voor het koloniale verleden zoals Lizzy van Leeuwen in het boek Ons Indisch Erfgoed leek te willen zeggen: Die samenleving had behoefte aan een onschuldig, gezellig en lekker etende Indische cultuur En daar past ook het slachtofferschap van grote heimwee bij.

  4. Pierre de la Croix schreef:

    Als ik denk aan de velen van de eerste generatie Indische Nederlanders die ik persoonlijk heb gekend, dan klopt de quote van het NHM ten dele, d.w.z. niet voor hun kinderen die hier werden geboren of op zeer jonge leeftijd arriveerden.

    Het heimwee naar de geboortegrond en “toen froeher voor de oorlog” werd weliswaar niet altijd en zeker niet luidruchtig door de 1ste generatie uitgedragen, maar het was altijd aanwezig, het zou ze nooit verlaten. Het leven daar en toen was kennelijk té mooi geweest om te vergeten. Daarbij komt natuurlijk dat alles in de herinnering mooier wordt naar mate de tijd verstrijkt.

    Voor de “domme Hollander” die de Indische Nederlander van de buitenkant observeerde werd dat verlangen zichtbaar, hoorbaar en ruikbaar in de muziek (lang voor de Indorock waren bandjes als “Bintang Sinar” met heimweeliedjes op de radio te beluisteren), de Pasar Malam, blaadjes als Tong-Tong, cabaretier-zangers als Ben Snijders (wie kent hem nog?), schrijvers als Si Tjalie en, last but not least, het eten en de trasiluchtjes die op de Noordzeewind dreven. Die “domme Hollander” kon met de beste wil van de wereld niet anders dan denken dat de Indische Nederlander heimwee had en het liefst in de tijdmachine zou willen stappen voor een enkele reis naar “tempo doeloe”.

    Natuurlijk kunnen mijn persoonlijke bevindingen t.a.v. de eerste generatie niet representatief worden geacht voor de hele groep. Toch denk ik dat persoonlijke ervaringen van anderen en resultaten van enig wetenschappelijk onderbouwd onderzoek in de zelfde richting zullen wijzen.

    De Indootjes van de volgende generaties lijken mij grosso modo niet of nauwelijks gebukt te gaan onder de last van ongeneeslijk heimwee naar Indië. Het lijkt mij logisch, heimwee is toch per definitie verlangen naar iets wat je ooit zelf hebt gehad en gewaardeerd, maar dat verloren is geraakt, “door omstandigheden”.

    Pak Pierre

  5. Boeroeng schreef:

    quote NHM

    Er ontstond onder de Indische Nederlanders en hun kinderen een cultuur van heimwee en een verlangen naar de tempo doeloe

    Is dat wel zo ?
    Het komt me zo stereotyperend over .
    Mijn ouders, ooms en tantes waren helemaal niet zo vol heimwee en verlangen naar vroeger.
    Men had wel heimwee, die men wegdrong, maar dat was niet ‘cult’
    En zeker niet bij hun kinderen.
    Wat wel ‘cult’ was, was andere Indischen opzoeken , de band verstevigen o.a. door te praten over Indië, de eigen culturele dingetjes doen.

    Ik vind het best wel een groffe uitglijer van het NHM dit zo te schrijven.
    Zij pretenderen de Nederlandse geschiedenis te kennen en te vertellen.
    Maar ze reproduceren eerder het Hollands onbegrip.
    Of moet ik maar eens wat groffer zijn: Hollandse domheid.

Laat een reactie achter op Pierre de la Croix Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *