Een Rots in de branding.
Hij Heette Tom Zeeman en was van origine een zeeman.
Fors donkerblonde man, Hollander, smal gezicht een grote donkerblonde snor en een humorvolle man.
Hij woonde dicht bij de grote winkelstraat kota Radja waar mijn ouders heel vaak boodschappen gingen doen.
De onderlinge verbondenheid, wat en waarom eigenlijk?
Was van het weekend eens aan het kijken bij mijn oude Edese stadsgenoten, een klein dorpje op de Veluwe, eens garnizoensstadje en nu een volwaardige stad. Ik zeg nadrukkelijk, mijn oude Edese stadgenoten want ik woon inmiddels niet meer in Ede, al jaren niet meer.
Het was een benefiet voor het anak asuh gebeuren en ik was er om met mijn vrienden te zijn, oude en nieuwe wel te verstaan. Zo rond mij heen kijkend, ontwaarde ik de oude bekenden waarvan er vele een verandering hebben ondergaan in uiterlijk maar dat waren er niet veel, de meeste waren nog altijd zoals ik ze enkele jaren geleden heb ontmoet.
Ik denk dat Indische mensen iets langer jong blijven van uiterlijk, althans wel veel moet ik zeggen en dat komt gewoon door de nasi goreng en bami. Of is dat chinees eten? Nou ja de temp en tahu dan.
lees beide verhalen op onderstaande link.
Een Rots in de branding.
Hij Heette Tom Zeeman en was van origine een zeeman.
Forst donkerblonde man, Hollander, smal gezicht een grote donkerblonde snor en een humorvolle man.
Hij woonde dicht bij de grote winkelstraat kota Radja waar mijn ouders heel vaak boodschappen gingen doen.
Het terrein waar hij woonde was een werf voor allerlei jachten en grote motorboten, blijkbaar was de man van beroep een opzichter en heel vaak nam hij ons mee de zee op om de pieren te controleren die ver voor de haven Tandjong priok lagen.
Een sensatie voor mij als jongen die geboeid is van alles wat leeft en vooral de tropische zee, helder tot op de bodem als je een eind van de kust vandaan bent. Ik kon uren turen naar de diepte waar de makrelen in grote aantallen aan de oppervlakte zwommen en daaronder krioelde het van kleine gekleurde visjes en ook grote kwallen die pompend zich een weg door het water voortbewegen.
Heel opzichtig en prachtig die grote bolvormige witte kwallen met de venijnige giftige slierten aan hun bol.
Het leken net pasrasollen die open en dicht geklapt werden. Lijkt mooi, maar als je toevallig in de buurt van ze kwam en in aanraking kwam met de slierten kon je er gedegen last van krijgen, afhankelijk van jouw weerstand kon je er heel erg ziek van worden.
Oom Tom, want zo heette hij voor ons kinderen, in Indie was ieder bekende een Oom of Tante, woonde in een klein eenvoudig huisje aan het einde van het terrein. Geen luxe, een gebouwtje uit steen met een dak met rode pannen, niet groter dan ik nu schat 5 x 5 meter. Daarin was dus alles inbegrepen, een slaapkamer, keuken etc.
Oom Tom zat nooit binnen, hij en zijn Indonesische vrouw zaten altijd buiten, een paar versleten tafeltjes en stoelen moesten ons als gasten dienen om te zitten en eten, want eten koken kon zijn Indonesische vrouw als de beste. Zo mooi eenvoudig en toch heel gezellig. Oom Tom was hier gelukkig. De man was altijd in een goed humeur, lachte aanstekelijk en had een plagerig uiterlijk, ondeugend de wereld inkijkende, alsof het allemaal een grap was. Hij plaagde je ook altijd en je wist dat hij je uitdaagde. Hij was de vrolijkheid zelf.
Oom Tom hield ook van Dieren, hij had een aantal kippen, een paar katten en hond en een kaketoe, een mooie papagaai, wit met gele kuif.
Deze kon praten, en hij gedroeg zich vaak als een clown, danste heen en weer en zette zijn gele kuifje recht op, ondertussen enkele niet keurige woordjes schreeuwend. Dat heeft zijn baasje hem geleerd. Hij kon ook echt zijn baasje nadoen.
Oom Tom had een eigenaardigheid dat hij vaak Het is een RRRRRRampzegt, met de Hollandse R die naklinkt.
Dat deed dus de kaketoe hem na maar dan met een hel stemmetje. Ik was gelijk aan hem gehecht, en iedere keer als ik op bezoek was moest ik met hem aan de gang.
Het heeft even geduurd voor hij mij accepteerde want de eerste keer haalde hij fel naar mij uit, overigens zonder echt door te bijten want dan kon ik wel eens een vingertje minder hebben. Hij liet even merken dat hij met respect behandeld wilde worden. Ik heb wat met dieren en ben nog nooit ernstig gebeten.
Als kind verzamelde ik alle slangen die ik tegen kwam tot schrik en afschuw van mijn moeder, die ze gelijk liet afmaken, waar ik dan heel boos van werd. Ik ben nog nooit gebeten, wat voor een het ook was, daarbij waren hele giftige bij, dat wist ik als onbevangen kind niet. Ze waren mijn vriendjes en de leuke oogjes keken mij altijd aan alsof ze glimlachen. Een slang is wijs en kan heel bedenkelijk kijken. Ernstig, en het was alsof ze mij wijze woorden toefluisterden. Ook zit er een soort gelatenheid in de blik van de slang. Zoiets van, aanvaard het lot zoals het jou toekomt en probeer ermee om te gaan. Probeer met wat je bent door het leven te gaan. Dat hoorde ik in sissende fluisterende toon als kind, al wist ik toen de wijze betekenis er niet van.
Heel erg vond ik dan dat men zo in paniek raakte en mijn pas verworven vriendje om zeep hielp.
De slang heeft heel mijn leven lang een bijzondere plaats in mijn hart ingenomen. Het is een wezen die ondanks zijn handicap zonder poten en ondanks zijn angstig uiterlijk zich goed weet te redden. Een wijs voorbeeld toch?
Oom Tom brengt ons vaak buitengaats ver van de kust waar hij zijn werkterrein had en op een keer waren wij door een storm wat verdwaald, de boot had motorpech en dreigde te kapseizen, we gingen stuurloos de kust op af.
Het was zeer angstig om het mee te maken, de eens zo mooie en rustig kabbelende zee was in toorn veranderd. De golven konden verschrikkelijk beuken en vooral toen de boot op een rots, die een eindje (1. Meter ongeveer) boven water uit stak. Daar knalde de boot tegen aan den bleef vast zitten. De rots was slecht een klein deel van een rif die ver de zee in liep. Complete paniek bij de Indonesische medewerkers van hem. Die riepen alsmaar dat ze niet uit de boot durven te stappen om hem vlot te duwen. Er waren niet alleen haaien, maar op de bodem zag je ook heel veel zee-egels met hun zwarte vlijmscherpe giftige doornen. Als je erop trapte werd heel erg ziek.
De witte bodem van het rif was goed te zien en was ca 1.50 diep. Intussen schommelde de boot heen en weer en dreigde te kapseizen.
Ik kon niet goed zwemmen dus vroeg mij af hoe ik mij eruit zou kunnen redden, je bent dan heel bang.
Na heel veel gevloek en getier van de Indonesische medewerkers stapte oom Tom de boot uit en begon te duwen, hij had van die zware laarzen aan dus had van de egels geen last. Het lukte en wij kwamen vrij. Ondertussen was een collega boot van het zelfde bedrijf in de buurt en die nam ons op sleeptouw.
Wat mij bij blijft is de rust van de dwaze Holander die met een Indonesische vrouw zo eenvoudig leeft en de idiote aanstekelijke humor tijdens de paniek, keer op keer roepend het is een RRRRRRRRRamp.
Oom Tom, ik zal hem niet meer kunnen vergeten, heb hem nooit meer terug gezien, hij bleef in Indonesi.
Mijn rots in die branding van die dag en ook nu nog. Voor het zelfde geld was hij weggespoeld en hadden wij het nooit kunnen overleven. De javazee staat bekend om de ongevallen met haaien.
Ja, dat zou een RRRRRRRRRamp geweest zijn. Oom Tom bedankt.
============================
De onderlinge verbondenheid, wat en waarom eigenlijk?
Was van het weekend eens aan het kijken bij mijn oude Edese stadsgenoten, een klein dorpje op de Veluwe, eens garnizoensstadje en nu een volwaardige stad. Ik zeg nadrukkelijk, mijn oude Edese stadgenoten want ik woon inmiddels niet meer in Ede, al jaren niet meer. Het was een benefiet voor het anak asuh gebeuren en ik was er om met mijn vrienden te zijn, oude en nieuwe wel te verstaan.
Zo rond mij heen kijkend, ontwaarde ik de oude bekenden waarvan er vele een verandering hebben ondergaan in uiterlijk maar dat waren er niet veel, de meeste waren nog altijd zoals ik ze enkele jaren geleden heb ontmoet. Ik denk dat Indische mensen iets langer jong blijven van uiterlijk, althans wel veel moet ik zeggen en dat komt gewoon door de nasi goreng en bami.Of is dat chinees eten? Nou ja de temp en tahu dan. Er waren ook de maffe figuren die altijd weer opvallend blijven met hun toch wel opvallend gedrag, toen en nu, dus ook niets veranderd. Ik kijk rond en zie dat er veel derde en vierde generatie Indische mensen waren tussen natuurlijk ook heel veel Nederlandse mensen, zo hoort dat ook. Er was muziek en een goede cateraar en dat verbindt, zeker weten. Ook de partners waarvan sommige Hollandse mannen waren en sommige Hollandse vrouwen. Ook die zijn helemaal in dit cultuurtje opgenomen. Vele Nederlandse vrienden en kennissen zie ik dan ook als soortgenoten, als dit multicultureel als voorbeeld mag dienen en het de naam broeder en zusterschap mag hebben ben ik een gelukkige man.
Wat is er niet beter dan dat wij, van uit onze afkomst, die zo nauw met het Nederlandse is verbonden, met de autochtonen een volk kunnen zijn? Dat is mooi toch? Want wij zijn geen vreemdelingen die de taal en gewoontes niet kennen en een inburgerings cursus moeten volgen. Je zou bijna zeggen dat op deze kumpulans de Nederlanders verindischt zijn. Want als het op eten en dansen aankomt, zijn zij het actiefste. Zeker op gebied van de potjo potjo en linedancing. Of zijn de indos verhollandscht?
Wat mij opvalt, is dat de diverse generaties aanwezig waren en dat is iets wat ik keer op keer tegenkom op kumpulans, en allerlei andere culturele manifestaties. Men zoekt elkaar toch op en het is niet zozeer voor de muziek alleen, het gaan om het samenzijn blijkbaar. Ook de personen die niet zo Indisch willen lijken zie je in feite heel veel aanwezig zijn. Het is alsof een soort veilig gevoel van herkenning en ook verbondenheid de oorzaak moet zijn en is. Op manifestaties en demonstraties zie je ze niet veel, want dat is openbaar en de indo is van zichzelf schuw en heeft een hekel aan het openbaar tonen van de emoties, maar heeft ook mogelijk moeite met het kenbaar maken van zijn misnoegen naar openbare lichamen, zoals overheid en overheidsorganen, blijkbaar. Ik weet het niet en dat heb ik niet voldoende onderzocht, wat ik nu denkt te weten is gewoon gevoelsmatig en aan de hand van wat mijn ouders en anderen van hun generatie hadden, namelijk respect voor hen, die het voor het zeggen hebben. Ze hebben zich gewoon teveel gehouden aan allerlei regels die in hun beleving ontegenzeggelijk gelden. Ook al is die regelgeving bewust misleidend en zijn en waren zij zelf het slachtoffer ervan, neen, de regelgeving zegt dat het zo moet en zo doen wij het.
Anarchisme is een begrip wat niet in het Indische cultuurtje thuishoort. Dus waarom protesteren? En zeker niet demonstreren want stel je voor dat jouw baas je ziet of pietje of klaasje die van belang is. Het benauwde ingetogen karakter van de oude indos is hun vaak fataal geworden, makkelijk te manipuleren en makkelijk opzij te schuiven. Als het in naam van de koningin of gezaghebbers gaat zullen er weinig protesteren. Rang en stand zijn vaak een heilig item in de Indische gemeenschap. Als je iets hebt bereikt dan verdien je het respect en ben je geloofwaardig etc. Vaak is er ook binnen de Indische gezinnen verschil tussen de kinderen die wat hebben kunnen bereiken en die, die niet succesvol zijn. Men pronkt ook graag met diegenen die wat zijn en iets maatschappelijk hebben bereikt. Maar voor de minder succesvolle is er vaak weinig begrip. In de Indische cultuur gelden vaak alleen de succes stories en wordt heel makkelijk aangenomen dat je gewoon succesvol moet zijn. Vergeten wordt daarbij dat succesvol zijn een gevolg is van het lot. Niet iedereen is bestemd om succesvol te zijn. Stel je voor dat iedereen dat is, dan zou onze wereld niet leefbaar meer zijn. Ik ken het uit mijn eigen gezins en familie cultuur en zie dat ook bij anderen van onze gemeenschap.
Ik denk dus dat dat de oorzaak kan zijn dat er altijd weinig te verwachten is van een massale opkomst bij manifestaties en demonstraties. Gelukkig dat de nakomelingen meer de Hollandse mond gaan erven en Hollands mondig gaan worden, wat dat betreft hebben wij nakomende generaties ons aangepast. Echter in tegenstelling tot de vreemde culturen die nu hier in ons land zijn, en die van het begin al een grote mond hebben en daardoor meer voor elkaar krijgen, moeten wij als Indische mensen nog heel veel leren en is de assimilatie op dat gebied achterwege gebleven. Maar bij kumpulans of Indische culturele manifestaties zie je de verbondenheid wel. Heel duidelijk zelfs.
De vraag aan het begin gesteld wat en waarom eigenlijk, is nooit te beantwoorden. Als je aan de eerste de beste indo de vraag stelt of hij of zij zich echt verbonden voelt met de gemeenschap zul je 40% het horen beamen en de andere 60% heeft allerlei motieven om zich daarvan afgezonderd te voelen. Er is altijd wel iets wat hun verschillend maak van de andere, en dat is ook INDO.
Albert van prehn (ICM moderator) 16 november 2009



















































