Peanutparty

gastpikirans by Katjang

26 mei 2009  *PeanutParty* [737]

Mensen vragen vaak aan me waar de Indische cultuur volgens mij om draait. Ze willen weten wat er dan zo anders is in ‘mijn’ cultuur in vergelijking met die van ‘hun’. Meestal begin ik een verhaal af te steken over de botol cebok -zoek maar op op wikipedia- de jappenkampen, gastvrijheid en de koekjestrommel, spiritualiteit, de repatriering, pedis -zoek ook maar op- eten en iedereen die oom en tante is.

Toen de film van Marion Bloem ‘Ver van familie’ uitkwam dacht ik: kan ik mijn vrienden in twee uur duidelijk maken wat ‘mijn’ cultuur dan precies is. Maar helaas: mevrouw Bloem maakte van de Indische cultuur een cultuur die niet mijn cultuur was. Als dat Indische was, wat was ik dan? Niet haar Indisch in elk geval. Dus wat moest ik nu doen? Ik moest mijn twee beste vrienden toch een keer uitleggen waarom ik altijd te veel eten kook en waarom er een fles water op het toilet staat.

“Kwobje en Kwabje, maandag gaan jullie met mij naar de pasar in Den Haag.” “Oh ok? We gaan naar het pindafeest? Ok! Let’s have some peanutfun!”

Aangekomen in de pindatent is het eerste wat de dame bij de kassa zegt: “hee, ben je daar weer??” De blik die mijn vriend werpt zegt: “jullie kennen mekaar ook allemaal he?” In de volgende honderd meter komen we alleen maar etende mensen tegen. De ogen van mijn vriendin zeggen: “eten jullie echt zoveel als jij zei?” We hobbelen langs wat kraampjes met houtsnijwerk en T-shirts met opdrukken: ‘aduh Indo deze!’ en ‘onze taal is indogewikkeld’. Mijn vrienden staan er eventjes naar te kijken en concluderen dat ‘ze-schromen-niet-om-zichzelf-als-Indo-te-profileren’. Even later lopen we langs de paranormale stands. Of mijn vrienden een reading willen? “Nee dankje, daar zijn we denk ik iets te nuchter voor” luidt het antwoord. In het Indonesiepaviljoen worden we doodgegooid met batik. “Oh ja, dat tafellaken van je moeder is ook batik he?” “En die rok waarmee jij altijd op gala’s verschijnt ook toch?”

Achteraf geevalueerd valt het voorgenoemde allemaal nog wel mee als het gaat om rare blikken en vooroordelen. Het valt allemaal reuze mee als ik het vergelijk met de Eetwijken waar ik ze hierna mee naar toe nam. Daar gebeurde het volgende:

Ik duw tjendol en kelapa muda -zoek maar op- en kue lapis -zoek ook maar op- in de handen van mijn gasten. Ze kijken elkaar aan alsof ze voorwerpen van ‘out of space’  die elk moment kunnen ontploffen in hun handen houden. “Goh.. Die kleur he..? Is dat wel normaal?” “Ja ja, das volledig normaal,” antwoord ik met een geruststellend gezicht. Ik merk dat mijn gasten onrustig worden. “Dus dit moeten we eten?” “Ja, dit kun je gewoon eten hoor! Hartstikke lekker!” probeer ik enthousiasmerend. Ik word zenuwachtig van het Indische dametje wat zojuist met veel moeite de tjendol en kelapa muda voor ons heeft gemaakt. Ze staat naar ons te kijken en vraagt zich af waar mijn vrienden mee bezig zijn. Beiden nemen uiteindelijk voorzichtig een muizehapje van hun vermeende molotovcocktail, bang dat ze elk moment dood neer kunnen vallen. “Het drilt!!” “Jullie gebruiken wel erg veel suiker en kokos he??”
In een poging ze te kalmeren zet ik ze neer aan de SateBar. Dit kennen ze wel. “Mag ik een portie sate ayam, kambing en babi van je?” Kwobje en Kwabje halen opgelucht adem als de stokjes met vlees voor hun neus worden neergezet. “Maar, wat is die donkere versie dan?” Het meisje van de SateBar kijkt me aan met een vragende blik. Geitensate. Hoe ga ik dit vertellen? “Dat is geitensate..” zeg ik voorzichtig “..en dat is ketjapsaus. Lekker zoet.” “Zoet zoet, ja het zou eens niet zoet zijn..” Ik trek ze weg bij de SateBar waar het meisje nog steeds met verbazing staat te kijken. Ik duw ze naar een tafeltje bij een ander eetstandje en bestel nog even bakso en een nasi rames. Waarom het allemaal zo pittig is? Waarom zitter er overal pepers in? Als toetje serveer ik klepon. “Weer van die mierzoete kokosmeuk!”

Met hun broek op de vreetstand hobbelen mijn vriendjes naar de uitgang van de pindatent, terug naar het centraal station van onze hoofdstad -regeringsstad. “Dus het gaat bij jullie echt alleen maar om eten he?”

Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

4 Responses to Peanutparty

  1. Blauwvogeltje schreef:

    In Indonesi zul je vooral veel ‘Indonesisch’ vinden, misschien is dat ook wel verhelderend.
    Maar is dat dan ook Indisch ?

  2. Carmen schreef:

    Wat het “indisch zijn” is, weet ik eigenlijk nog niet. Maar alleszins anders als gewoon “wit/blank”.
    Het is voor mij een gevoel, van idd iets ingewikkelds en aan de andere kant, gewoon makkelijk(er).
    Ik hoop het in september te ontdekken, want dan ga ik 3 wk. naar Indonesie.

  3. kantjil schreef:

    Met stille trom zijn ze hier gekomen,
    alleen bekend en geliefd om hun eten, muziek,de pasar en God zal het weten,
    Met stille trom vertrekken de ouderen weer
    om te dromen van weleer…

  4. Nelly schreef:

    ey pindakabouter, “tante” hier 🙂
    en wat vond jijzelf van de pasar dit jaar? Was dit cht de conclusie van je vrienden, over dat eten?
    Indisch is idd best ingewikkeld hoor, wat voor de 1 indisch is, herkennen vele andrn misschien helemaal niet. film van Marion was voor mij bijv. hl indisch, ik kan bijna alle situaties uit die film, plaatsen in mijn familie.
    leuk stuk xxxx makasih!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *