2 mrt Mijn oma’s waren njai’s

Persbericht :
Benefietvoorstelling : Mijn oma’s waren njai’s
Op zondag 2 maart vertelt Nico van Asdonck (1957) over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië. Om deze geschiedenis uit te leggen, maakt hij gebruik van foto’s, live muziek’, leuke en minder leuke verhalen van zijn ouders en eigen ervaringen bij zijn eerste reis naar het land van zijn ouders.
De voorstelling begint met een foto-expositie van personen die een link hebben met Nederlands-Indie/Indonesie. De foto’s zijn gemaakt door Gijs Possel (Linschoten).
Het eerste gedeelte gaat over de koloniale periode, de Japanse bezetting en de bersiap-periode.
Tijdens de pauze zijn er Indisch/Molukse snacks te koop, die gemaakt zijn door leden van de Torenpleinkerk. Na de pauze vertelt Ghislaine Messercola-Frans het verhaal van haar Molukse ouders en zingt het prachtige Adzalku.
Het tweede gedeelte gaat over het leven van zijn ouders in Nederland (Driebergen en Oudewater). Nico is zelf geboren in Oudewater en laat zien wat zijn
Indische achtergronden voor invloed heeft gehad op zijn leven. Hierbij wordt hij begeleid door het Combo Tjampoer, bestaande uit zijn gezin aangevulde met neven en goede vrienden/vriendnnen. De voorstelling is geschikt voor mensen, die een band hebben met Nederlands-Indië, maar ook voor jongeren die willen weten wat hun ouders, opa’s en oma’s mee hebben gemaakt.
De toegang van de benefietvoorstelling is gratis en ter plekke kunt u en gift doen voor de Torenpleinkerk.
Reserveren is aanbevolen : n.van.asdonck@gmail.com 
Zondag 2 maart, 15.00 uur, Torenpleinkerk, Schoolstraat 5 in Vleuten

Dit bericht werd geplaatst in agenda - evenementen. Bookmark de permalink .

9 Responses to 2 mrt Mijn oma’s waren njai’s

  1. correctie Peter van de Broek schreef:

    Nog even voor sluitingstijd:

    A) Onzetaal.nl: Vraag; Is het boude uitspraken of boute uitspraken? Antwoord:Zowel boude als boute is juist

    B) Taaladvies.net: Het antwoord op al uw vragen over taal
    Vraag: Is het een boute of een boude bewering?
    Antwoord: Beide vormen zijn mogelijk.
    Toelichting
    Het grondwoord luidt boud en wordt met een d gespeld. Op grond hiervan zou je de verbuiging boude mogen verwachten. Naast deze oorspronkelijke vorm is echter, in uitspraak en in spelling, ook boute in gebruik gekomen. De woordenboeken geven beide verbuigingen zonder de nieuwe vorm af te keuren. Wel raden wij aan beide vormen niet door elkaar te gebruiken.

    Zie ook
    Bijdehande / bijdehante
    Relaxede / relaxte

    En de uitsmijter komt als laatste: Van Dale Uitgever

    C) Van Dale Uitgevers https://www.vandale.nl › nederlands › betekenis › boud
    boud (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1vol zelfvertrouwen; = stoutmoedig: een boude (of: boute) bewering. Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken

    Dat heb je er van als je je blind staart op oude Van Dale woordenboeken en het verband met de taal niet wilt begrijpen. Hangt samen met de Europese basisopleiding in Nederlands-Indie

    • Mister Bule schreef:

      Wat Peter weer probeert te begraven is dit:
      “ Naast deze oorspronkelijke vorm is echter, in uitspraak en in spelling, ook boute in gebruik gekomen.”

      Ook ik, net als Pierre, heb altijd geleerd dat het boude is. Het feit dat vele mensen -zoals Peter- het foutief gebruikten, zorgde ervoor dat dit in het taalgebruik werd opgenomen.

      Ik zal nog een voorbeeld geven: Gijzelaar. Dit heeft zich door het foutieve gebruik van gijzelnemer in gegijzelde ontwikkeld. Cf. het populaire lied van Het Goede Doel. Een ander voorbeeld is de letter ‘y’ of ‘ij’, met de termen lange of korte ei. Of het meervoud datums. Of het germanisme meerdere en het absurde woord verdriedubbelen. 🤦🏼‍♂️

  2. eruditie en Peter van den Broek schreef:

    “Een dichtbeschreven pagina met verwijzingen naar literatuur”? Wat mag ik me daarbij voor te stellen of stelt het niets voor?
    De VanDale-isten dienen hun klassiekers van de Indische literatuur te kennen en primaire bronnen raadplegen, in plaats van alleen hun eigen ‘bijbel te raadplegen. Het laatste getuigt immers van hun ‘belezenheid’, een latente vorm van indolentie.

    Want welke volbloed Indo kent niet ‘Soebatten, sarongs en sinjo’s – Indische woorden in het Nederlands’ (1991) ‘van Joop van den Berg (1930-2014), journalist en samensteller van diverse Indische bloemlezingen? Hij onderzocht de exotische woordenschat van het hedendaagse taalgebruik.

    In hoofdstuk IX ‘De Njai van Jan Soldaat: De Inlandse moedertaal’ schrijft hij: ‘De Hollandse Jan, de Njai en hun nakomelingen, de anak kolong, zijn als drie-eenheid de ‘hoofdschuldigen’ voor de verspreiding van al die Indische woorden in onze taal. Later werden zij fors bijgestaan door bedienden: de baboe, de kokki en de tuinjongen, maar daarover later meer.’

    In hetzelfde boek bespreekt Joop van den Berg : De Dikke van Dale – Het indisch woord in onze woordenboeken.
    citaat “Taal heeft nooit iets rechtlijnigs gehad maar laten we de bespiegelingen van taalkundige aard nu verder maar over aan linguïsten”.

    De Vandale-isten zouden het woord ‘eruditie’ eens moeten bestuderen.
    En gebruik vooral geen latijnse termen als men geen klassieke opleiding heeft genoten, zou mijn Italiaanse vrouw zeggen.

    • Pierre H. de la Croix schreef:

      .eruditie en Peter van den Broek zegt 26 februari 2025 om 21:30 0.m.”De Vandale-isten zouden het woord ‘eruditie’ eens moeten bestuderen”.

      Als “Vandalist” ken ik het begrip “erudiet” al langer dan vandaag. Op I4E was wijlen Mr. Dr. Ir. Jan Somers er zo eentje. De heer Van den Broek zou het wel willen zijn, maar is het niet.

      Als de heer Van den Broek een keertje wél in de Van Dale zou hebben gekeken, dan zou hij weten dat “boud” voor “stoutmoedig”, “gedurfd”, met een “d” moet worden geschreven. Misschien zou hij uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid dan ook begrippen hebben opgezocht als “hoffelijkheid”, “beleefdheid”, “welvoeglijkheid”, “etiquette”, “fatsoen”, “bescheidenheid”, “nederigheid”, “empathie” en die dus hebben leren kennen en naar waarde hebben weten te schatten.

      Hij gaat er prat op Officier KMR (Koninklijke Marine Reserve) te zijn geworden, opgeleid aan het KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine). Ik meen te weten dat daar ook aandacht wordt en werd besteed aan goede omgangsvormen, die ook getuigen van respect voor de ander. Wellicht dat de Heer Van den Broek tijdens die lessen net iets anders moest doen of lekker op de bank lag te tidoeren.

    • Gerard Brekelmans schreef:

      Het boek ‘Soebatten, sarongs en sinjo’s, Indische woorden in het Nederlands’’ ??
      Dat boek telt 111 bladzijden met een monoloog over koloniale achtergronden en taalontwikkeling en 3 bladzijden met woorden als voorbeeld van Indische woorden in het Nederlands. Waardeloos boek, omdat het de titel niet waarmaakt.

  3. genealogie en Peter van den Broek schreef:

    “De bewering ‘Mijn oma’s waren Njai’ is een boute bewering.

    Hoe komt Reggie Baay aan zijn verhalen over De Njai? Zijn de door hem beschreven (25?) gevallen wel representatief voor het verschijnsel Njai en hoe heeft hij dat vastgesteld? Welke onderzoeksmethoden heeft hij gebruikt en voldoen deze aan de eisen van wetenschappelijk onderzoek? Wat staat hierover in zijn “Historische” roman? Wie heeft zijn boek “begrijpend” gelezen en kan mijn legitieme vragen onderbouwd beantwoorden?

    Om op beide vragen een gefundeerd antwoord te geven, is genealogisch onderzoek noodzakelijk.
    Mijn Europese=Nederlandse)voorvader van vaderskant stierf in 1806, kort na de invoering van de Burgerlijke Stand in Nederlands-Indië. Hij was getrouwd met een Indische vrouw, destijds aangeduid als ‘mesties’. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zij een njai was. Mijn grootvader van moederskant was gehuwd met een Indonesische ,mijn overgrootvader was netjes getrouwd met een inlandse.

    Maar terug naar de talloze schrijvers over De Njai.
    Als er een Njai als oermoeder is, dan is er logischerwijze een oervader.
    Waarom wordt over de oervader gezwegen?
    Wat voor een man was hij, die in Nederlands-Indië kinderen verwekte, ze erkende wanneer het hem uitkwam, maar werd er ook getrouwd? Hoe werd dit geaccepteerd in de ogenschijnlijk zo “morele” koloniale samenleving? Vaak keerde deze oervader na deze relatie terug naar Nederland, trouwde met een Nederlandse vrouw en stichtte een gezin. Het achtergelaten gezin werd aan hun (nood) lot overgelaten, het pauperdom was hun perspectief

    Wat staat hierover in de literatuur, in zgn “historische” romans over De Njai , die de laatste tijd de markt overspoelen?
    Is het niet hypocriet om alleen de Indische kant van het verhaal te belichten en de Europese (Nederlandse) kant niet kritisch te onderzoeken?

    Waarom blijft dit onderbelicht?
    Is dit ook onderdeel van het ‘Indisch (Ver)zwijgen’?

    Waarom spreken de Robins, de Malus en de Lara’s hier niet over? Zijn Zij bang om hun ‘eigen nest te bevuilen’?”

    • Pierre de la Croix schreef:

      Waarom, waarom, waarom …… Waarom mijn djangkrik kan niet ngerik, waarom …. schiet mij ineens te binnen. Once an Indo, always an Indo.

      Wetenschappelijk onderzoek begint met nieuwsgierigheid, c.q. de beantwoording van een waarom vraag over een verschijnsel.

      “De bewering ‘Mijn oma’s waren Njai’ is een boute bewering” schrijft de heer Van den Broek en laat deze stelling volgen door nogal wat kritische, zo niet bijtende “waaroms”.

      Als de heer Van den Broek bedoelt dat de gewraakte beweringen nogal stoutmoedig, gedurfd zijn, dan zou hij “boude” moeten schrijven, dus met een “d” van Dirk. “Bout” met een “t” van Tinus is van de kip. Ik ga uit dat “boud” met een “d” is bedoeld.

      Aangezien de heer Van den Broek zich blijkens zijn vele bijdragen op deze site gaarne opwerpt als serieus wetenschapsbeoefenaar en streng criticaster van amateurtjes die er met de historische pet naar gooien, ligt het m.i. toch voor de hand dat hij zelf op zoek gaat naar de waarheid over het fenomeen “Njai” en de lezertjes van I4E t.g.t. verrijkt én verblijdt met het resultaat van zijn wetenschappelijke arbeid, c.q. de antwoorden op de vele “waarom vragen” waarmee hij nu worstelt.

      • bungtolol schreef:

        Ja mijn oma was ook een Njai ! Misschien een boute sorry brute sorry boude bewering Maar hoe spreek je nu werkelijk het woord Njai correct uit ? Dat gaat zo un djai ,de N wordt dat un en de jai wordt dan djai .De U is dan geen oe van oelewapper ! 😉😄

      • Pierre de la Croix schreef:

        Van den Broek: “Wat staat hierover in de literatuur, in zgn “historische” romans over De Njai , die de laatste tijd de markt overspoelen?”

        Tja …. wie gerenommeerde, betrouwbare naslagwerken als “niet wetenschappelijk” met groot dédain terzijde schuift, blijft met een hele hoop vragen zitten en loopt aldus het risico, zelf voor Malle Eppie te worden versleten.

        In het Indisch Lexicon, “Indische woorden in de Nederlandse literatuur”, uitgave van het respectabele Van Dale, staat onder het trefwoord “njai” (ook wel “njaai” en “nji”, denk bij het laatste aan de bekende Balinese Nji Polok) bijna 1 (één) pagina dicht beschreven tekst met verwijzingen naar literatuur waarin het woord in allerlei betekenissen en verbanden voorkomt en NIET UITSLUITEND met negatieve connotatie.

        De bevestiging van het laatste kan men ook terugvinden in de modernere Indonesisch – Nederlands woordenboeken van Teeuw en Muh/Ro’ís. Teeuw noemt ook de vrouwelijke vorm: “kiai/kyai”. Wordt in de legende ook de Godin van de Zuidzee Ratoe Loroh Kidoel ook niet “Kyai/Kiai Belorong” genoemd?

        Allemaal flauwekul natuurlijk voor al wie de zuivere wetenschap bedrijft. Gauw terug in de fox hole.

Laat een reactie achter op Pierre H. de la Croix Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *