Satehyo “Ayo luitjes, jullie blijven toch eten?”
De woorden van mijn moeder, als er onverwachts bezoek kwam. Men moest en zou blijven eten. In ons Indische huis in Den Haag, waar de geur van verse kruiden, uien, knoflook en trassi overheerste. Als kleine jongen keek ik altijd over haar schouder. Ik mocht haar helpen en ik mocht proeven. Tussendoor keek ik in haar receptenschrift, met recepten die zij van haar moeder had doorgekregen. Naast het koken wat ik van mijn moeder leerde, leerde ik het gastheerschap bij restaurant Tampat Senang. Een eerste klas Indonesisch restaurant aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag.






















































