Het Nationaal Monument op de Dam heeft voor mensen met een Indische achtergrond speciale betekenis, ontdekt .
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data75243881-c404ab.jpg)
FOTO PETER VAN ZOEST / ANP
Onder de 22 meter hoge pyloon van het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam staan afgelopen zondag drie leden van de ceremoniële erewacht in KNIL-uniform, in de houding met hun klewangs, korte Indische sabels, voor de neus. Er zijn bloemenkransen voor gevallenen en familieleden spreken over het noodlot dat hun geliefden heeft getroffen. Rond het Nationaal Monument zitten zo’n tweehonderdvijftig mensen op klapstoeltjes bij de alternatieve 15 augustus-herdenking, op deze plek vandaag voor de tweede keer georganiseerd door de Stichting Het Indisch Platform 2.0 en Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp.
Terwijl in Den Haag bij het Indisch Monument het inmiddels traditionele ritueel plaatsvindt waarbij wordt stilgestaan bij de Japanse capitulatie in 1945, zitten hier veel mensen die nog een appeltje te schillen hebben met de overheid. Bijvoorbeeld omdat de staat nooit is overgegaan tot het uitkeren van achterstallige salarissen (backpay) aan ambtenaren en militairen die in de kolonie Nederlands-Indië door de Japanse bezetters tussen 8 december 1941 en 15 augustus 1945 werden opgesloten of gedood. En terwijl in Den Haag de herdenking stopt bij de doden die tot 1945 in de Tweede Wereldoorlog vielen, gaat het in Amsterdam over „onze families die tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Bersiap en Dekolonisatie omkwamen (1942-1949)”. NRC
Java Post: In haar artikel ‘Van Indonesische urn tot Indisch monument: vijftig jaar Nederlandse herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in Azië’ deed Elsbeth Locher-Scholten in 1999 verslag van de Nederlandse herinneringen aan de oorlog in Nederlands-Indië en de uitbeelding daarvan in monumenten. Eén van deze monumenten is het nationaal monument op de Dam in Amsterdam.



















































