Op 10 september loopt de termijn af waarbinnen nabestaanden van Indonesiërs die standrechtelijk door Nederlandse militairen zijn geëxecuteerd tijdens de zogeheten Politionele Acties tussen 1946-’49, een verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen
Een opiniestuk van Jeffrey Pondaag, Harry van Bommel, Tineke Bennema.
Recente reacties
- Arthur Fickel op Mail
- Gerard op Mail
- fortunatelyraspberry84c9bc95eb op Mail
- René Bodoux op Mail
- Arthur Fickel op Mail
- Jan Tousaint op Mail
- Moslim 2 - van den Broek op Biografie over Generaal Eenoog, de held van het volk en de koning
- KNIL 2 - van den Broek op Elke foto heeft zijn verhaal
- ellen op Biografie over Generaal Eenoog, de held van het volk en de koning
- Pierre H. de la Croix op Biografie over Generaal Eenoog, de held van het volk en de koning
- Pierre H. de la Croix op Elke foto heeft zijn verhaal
- Moslim 1 - van den Broek op Biografie over Generaal Eenoog, de held van het volk en de koning
- KNIL 1 - van den Broek op Elke foto heeft zijn verhaal
- Boeroeng op Elke foto heeft zijn verhaal
- Pierre H. de la Croix op Biografie over Generaal Eenoog, de held van het volk en de koning
Archief
- Het archief van Indisch4ever
is best wel te filmen !!
...................
...................
.......... Bekijk ook
de archipelsite
met honderden topics.
Zoekt en gij zult vinden. ! Categorieën
Zoeken op deze weblog
Meest recente berichten : Het gebeurde ergens in de Indonesische archipel
-
Thomson
Nassauschool Soerabaja
Depok
Wie is deze familie
Wolff
Tankbataljon Bandoeng 1939
Is de bruid Günther?
Wilde en Waldeck
Brouwer en Hagen
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXXX
Kerst 1930 a/b Baloeroan naar Indië
XXXXXXXXXXXXXX
Bertha Lammerts van Bueren-de WitXXXXXXXXXX zwieten 214
Bisch
!!!!!!!!!!!
Detachement Verbruiksmagazijn,
Hollandia
van Hall
Smith
Emy Augustina
Detajongens
von Stietz
de Bar
Soerabayaschool ca 1953
Wie zijn dit ?
Damwijk
Klein
IJsselmuiden
van Braam
Zuiderkruis
Foto
Koster
Versteegh
Baume
Falck
Boutmy
Otto
oma Eugenie Henriette Smith
Meliezer-Andes
christelijk lyceum bandoeng
christelijk lyceum bandoeng
Saini Feekes
Mendes da Costa
Anthonijsz
Bromostraat
Wie?
Tambaksari/Soerabaja-1946
Ornek
van Dijk
.Haacke-von Liebenstein
Theuvenet
Sollaart
Berger-de Vries
Foto's gemaakt door Henrij Beingsick
Augustine Samson-Abels
Samson
Huygens
Hartman
Otto en Winsser
Marianne Gilles Hetarie
Constance en Pauline
Versteegh
Lotje Blanken
Charlotte Hooper
John Rhemrev
Schultze
W.A. Goutier
Otto-Winsser
Bastiaans
Verhoeff
Beisenherz
Stobbe
Wendt-van Namen
Harbord
Pillis-Reijneke
Nitalessy-Papilaja
Reijneke
Oertel-Damwijk
Bruidspaar te Semarang
Daniel
Krijgsman
van Dun
Ubbens en van der Spek
Kuhr
Oertel
Nijenhuis-Eschweiler
Wie ben je
Philippi-Hanssens
Tarenskeen-Anthonijsz
Hoorn-Dubbelman
Mendes da Costa
Palembang
Deze slideshow vereist JavaScript.







































@Bapak Bo Keller zegt: 17 juli 2015 om 19:28@
— I salute You Sir. Respect !!! Elke keer weer als ik u naam lees, moet ik als vanzelfsprekend aan Sawa Loento denken (en aan Durian;) Andersom ook trouwens. Anderen zullen dat misschien weer hebben met Padang of Nihas; zelfs bij rendang wellicht. Op Java doen ze er trouwens gula bij.
Oh … over Suikerfeest gesproken, voor onze moslim volgers en lezers alsnog: “Selamat Hari Raya Puasa”.
e.m.
@Pak Hans Boers zegt: 16 juli 2015 om 05:37 Eindelijk weer…. welkom.@
— Dag Pak Boers, terima kasih. Zag onlangs nog een mooie foto van uw nicht Dolly. 🙂
@Indorein zegt: 16 juli 2015 om 11:37 /…/Gaat u weer “ten strijde” op dit forum? Ben benieuwd.@
–Ah, the Voice of St. Michael’s Body. Dacht dat ‘ons’ San Reemer dat al was. Nee, niet meer ”ten strijde”. Hoeft ook niet met een wijze goeroe als mr dr ir J.A. Somers als leermeester.
@Pak Pierre de la Croix zegt: 16 juli 2015 om 12:35 Heil, zusters en broeders! De aarde heeft E.M. terug. .@
— Dag meneer De la Croix … I wasn’t spirited away (mooie titel voor een Japanse manga). Allleen maar 1.‘bosen’ –klinkt niet echt als Bose®- & 2.busy busy busy.
1. Hoe vaak ik niet een gedesavoueerd gesprek onder ogen heb gehad; dat wilt u niet weten.
En hoe vaak anderen eerst maar eens MOETEN uitleggen dit, verklaren dat, toelichten zus atau ophelderen zo; dat wilt u ook niet weten.
Of hoe vaak een niet-bindend verdrag telkenmale heilig wordt verkaard. “Goed, goed, alles goed! Maar… de Papoea wordt mishandeld!” ;-(
Heb daarentegen wel steeds genoten van de met argumenten omklede, wars van idioterie, cynisme en sarcasme weldoordachte bijdragen en relevante bronaanduidingen van sophisticated reageerders zoals daar zijn meneer Somers, Ibu Ellen, MasRob, Bapak Keller, de Paks Pierre en Lemon; kon ook erg genieten van de Javaanse hoffelijkheid van Pak Surya Atmadja. Ach, gelukkig teveel om op te noemen …
2.Dochterlief heeft inmiddels haar Atheneum-diploma op zak. Ze gaat (op uw advies;) geen Communicatiewetenschappen studeren, maar de bachelorsopleiding Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de UU volgen. Godezijdank heeft ze de selectie aan de poort doorstaan en behoorde ze bij het selecte clubje ‘negentig’ van de 250 aanmeldingen. ‘Godezijdank’, dat vinden vader en moeder dus. Ja, want ze had alles al voorbereid om als ‘tussenjaar’ vrijwilligerswerk in Zuid-Afrika te gaan doen. Bijna 19 jaar al, maar ‘anak mas’ nog ketjil toch … (Als je b*tch wil chillen;)
Ben zelf van 1950 en dus ‘tahun ini’ gecontacteerd door de SVB en in mijn geval het ABP. Hoef slechts 3 maanden gebruik te maken van de voedselbank.
Met het ingaan van de grote zomer-schoolvakantie heb ik ook definitief de deur naar mijn betaalde werkplek achter mij dichtgetrokken. De collegiale lofuitingen waren niet van de lucht. Dacht nog ‘dit kan niet waar zijn; dat ben ik niet! Ik leef nog … ‘
In plaats van opgeschoten pubers wordt het nu op basis van vrijwiligheid 4x in de week laaggeletterde autochtonen en anderstalige Nederlands-tweede-taalleerders. Je bent jong en je wilt wat! Het ABCD-MODEL VAN NEUNER is voor mij evenwel nieuw. Nooit te oud om te leren!
Heb voor zover ik mezelf kan de beoordelen geen rugzakje met een onverwerkt verleden en ouderlijke trauma’s. Frustraties en irritaties? Misschien … Wilde dochterlief voor haar profielwerkstuk –PWS- zachtkens pushen naar onderwerpen als ‘KNIL’, ‘RMS’ en/of ‘Molukkers in Nederland’. Maar ze koos uiteindelijk voor ‘Apartheid’. Wat overigens géén Nederlands export-artikel is, zoals zonder verdere onderbouwing weleens door die of gene op I4E wordt gesuggereerd.
Wel een feestjaar 2015. Alweer vijfentwintig jaar lief en leed met liefhebbende echtgenote!
@dhr. Van den Broek zegt: 16 juli 2015 om 14:35 /../Ik heb het niet zo ver geschopt.@
— Volhouden maar. Blijven schoppen! Kickass … 😉
Zo, nu eerst een tjendol …
e.m.
Ach heer EM ( bijna nog “vertypt” door er Kwadraat aan te plakken en een “C”, alhoewel het wat mij betreft het kwadraat wel mag, want uw bijdrage was weer “je van het”….)
Ik wil u graag feliciteren met uw dochter’s succes en moge zij haar toekomstige studie goed en succesvol afronden. Tja, die Apartheid…. daar is veel over te lezen in de Nationale Archieven van Suid Afrika en zowaar ook nog iets over “gedwongen verhuizingen” van inwoners uit de Molukken naar de Kaapse Violen tuinen, die niet door een Nederlands exportbedrijf “verhandeld” werden maar slechts “getransporteerd”, uiteraard onder zachte dwang van een sjambok/tjamboek/ of iets dergelijks.
En wat u zelve betreft: Het zal even wennen zijn die “vrije” tijd voor de klas te spenderen, maar daar zal u best wel geen moeite mee hebben en zeker niet indien u “steun” ontvangt van Neuner en het alfabet.
Tja, het verwondert me enigszins dat u toch nog recentelijk mijn nicht op de foto heeft gezien, aangezien zij de laatste tijden zich heeft teruggetrokken, volgens de mij bekende berichten. Maar ik vermoed, dat haar laatste “make-up” operatie dan toch geslaagd is en zij derhalve weer iets toonbaarder zich durft te vertonen voor de camera, waarmede…
….. ik dan dit off-topic “geklets” afsluit op het draadje “Verruim….” en daarmee letterlijk zeer verruimd bezig ben geweest. Mijn excuses voor het off-topic gaan aan de andere lezers.
Ik ben blij dat u er weer bent.
Ach … voor aangenaam en vruchtbaar verpozen mag – wat mij betreft, maar ik ben niet de baas – wel off topic worden gegaan.
Gefeliciteerd EM met het bereiken van uw bejaardenstatus en het daarmee – binnen afzienbare tijd – binnenhalen van de fel begeerde AOW. Natuurlijk ook mijn gelukwensen met uw “zilveren”. Ik dacht dat ik een laatbloeiertje was, maar ik heb er nu toch al ruim 45 huwelijksjaren opzitten, met de zelfde, in eerste echt.
Ik vind het ook leuk u te mogen begroeten als collega vrijwilliger voor het onderwijs in de Nederlandse taal en cultuur aan “anderstaligen”. Ik zit al 6 jaar in de business, met veel genoegen.
Dat u op een gegeven moment “bosen” was en op I4E uitgekeken kan ik ook heel goed begrijpen. Ik heb zelf “times out” genomen. Het zou zo veel gezelliger kunnen zijn op deze site.
Maar goed … als het moedervlekje niet groter wordt .,..
Pak Pierre
Bij deze woorden sluit ik me graag aan. Gefeliciteerd en goed om weer wat van je te horen!
. Pak Eppeson Marawasin
Eerst het Welkom dan de Tjendol.
http://tse1.mm.bing.net/th?&id=JN.OauEd9tVMw17b5f9j7o7WQ&w=300&h=300&c=0&pid=1.9&rs=0&p=0
siBo
Blij, blij, blij. (bis)!
Heer de la Croix: oog om oog, tand om tand … dat gold vroeger en sindsdien hebben wij Mensenrechten.
mevr Zegveld dient als advocaat beoordeeld te worden , maar daar hebben de Bersiapadepten wel schijt aan. Daarom worden de Berslapslachtoffers in een hoek gedrukt, waar ze niet uitkomen, niet eigen schuld maar wel dikke bult.
Een hoe staat het met die gevleugelde (niet letterlijk opvatten AUB, maar is hier wel van toepassing) uitspraak van U??
Hr de laCroix: kunt U uitleggen wat in concreto betekent ” in bepaalde oorlogssituaties de uitvoering van standrecht is te billijken” rekening houdend met de Wet oorlogsstrafrecht , Uw uitspraak lijkt mij wel erg vaag! en van redenen ontbloot.!!!!.
Ik zat tijden mijn dienstplicht op het KIM in de vakgroep Militair Recht en Economie en ik dacht dat men daar een genuanceerde mening over had, het hoofd van de vakgroep zat later bij het Hoger Militair Gerechtshof, maar ik kan me vergissen. Ik kan uw vraag natrekken want de toenmalige docent Internationaal Recht (ook dienstplichtige) is nu Ambassadeur in Venezuela, die weet het zeker. Ik heb het niet zo ver geschopt.
Excuses meneer Van den Broek, mijn antwoord op bovenstaand stukje van u is door een vreemde speling van het lot onder de reactie van meneer Indorein terecht gekomen. Het is dus even zoeken geblazen voor u.
Pak Pierre
Wij (geen m.p.) gaan NUL spelen.
Ik herhaal de vraag aan dhr de la Croix : wat betekent volgens U in concreto (grieks of latijn) “in bepaalde oorlogssituaties de uitvoering van standrecht is te billijken”?
Excusez voor mijn onzorgvuldig woordgebruik: vraag moet zijn uitspraak of andersom!!!!. Deze uitspraak is al met de post op weg naar Venuzuela. Hopelijk ben ik voor Uw begrip nu duidelijk
Ik dacht maar ik kan het verkeerd hebben dat zonder proces doodschieten van onschuldige burgers DOOR militairen ook als oorlogsmisdaad betiteld wordt, kijk maar naar Rawagede. . Ik heb voor alle zekerheid weer de hulp nodig van Prof. Zegveld, zij schijnt een expert te zijn op dat gebied. Wat lees ik, ze heeft een research over ……..Colonial crimes and reparations………By Prof. Liesbeth Zegveld. Reparations…..dat klinkt als muziek en geld in de oren!!!!!!!ik denk dat U , maar U niet alleen , de aangewezen persoon bent voor zoiets.
Waarde heer Van den Broek,
Al uw vitriool hebt u nu op mij gericht, omdat ik in een reactie – die van 16 dezer, 1247 uur – heb geschreven “overigens ben ik van mening dat in bepaalde oorlogssituaties de uitvoering van standrecht is te billijken”. Leest u dit in de goedheid uws harten a.u.b. nog eens goed en dan ook de voorgaande alinea. Blijkt daaruit dat ik fervent voorstander ben van “standrecht” en “oog om oog, tand om tand”? Over het laatste gesproken: Die gevechtsinstructie stamt geloof ik uit oud-testamentische tijden en was juist uitgevaardigd om excessen te voorkomen; men mocht niet meer tanden en ogen van de tegenpartij nemen dan er door die tegenpartij waren genomen.
U hebt mij aangeraden “goed op uw woorden te passen”. Ik zou in de spiegelbeeldsituatie (geen juridische term!) u willen aanraden mijn woorden goed te lezen en af te wegen en niet meteen met grof geschut in de hoogste klapperboom te klimmen, zoals u gewend bent te doen.
Mijn antwoorden op uw vragen en opmerkingen liggen besloten in mijn antwoord aan de heer Indorein (16 dezer, 1608 uur) en in de bijdrage van de zeer achtbare heer Mr. Dr. Ir. J. Somers (16 dezer, 1713 uur). U kunt zich vrijelijk aan de wijsheid van de heer Somers laven. Ik heb er niets aan toe te voegen.
Misschien verwacht u dan nog een reactie van mij op navolgende opmerking van u: ” …….mevr Zegveld dient als advocaat beoordeeld te worden , maar daar hebben de Bersiapadepten wel schijt aan”.
Nou, nou, meneer Van den Broek, u daalt in uw taalgebruik steeds verder af naar het ooit door u zo verketterde Botol Tjebok Niveau. Wat is in u, officier KMR, gevaren en wat en wie zijn “bersiapadepten”?
Zeer tot uw geruststelling doe ik niet anders dan mevrouw Zegveld beoordelen als advocaat. Ik weet nl. niets van haar persoonlijke leven. Mijn indruk van mevrouw Zegveld als advocaat is helaas niet vleiend. Ik vind haar een advocaat van kwaaie zaken. Ik zal natuurlijk niet schrijven dat ik “schijt” aan haar heb. Tot zo’n woordkeuze zal ik mij niet verlagen.
Wellicht komt er nog post voor u uit Venezuela. Ik ga eerst maar lekker slapen.
Pak Pierre
Spiegelbeeldsituatie is geen juridisch begrip maar aangezien het argument vaak wordt gebruikt, wil ik er kort op ingaan.
argument: “Slachtoffers van zinloos excessief geweld zonder vorm van proces, gepleegd aan Indonesische kant.” Hierbij wordt gemakshalve buiten beschouwing gelaten dat Nederlandse Militairen onschuldige slachtoffers zonder vorm van proces hebben geëxecuteerd. Uiteindelijk zijn de bevelvoerende officieren en Nederlandse politici verantwoordelijk. Daar ligt een duidelijk verschil tussen Indonesische en Nederlandse slachtoffers. Over de Nederlandse handelswijze wordt gauw een verbinding gelegd met SS-Sonderkommando’s, die in het Oosten beestachtig hebben huisgehouden. Dus van een moreel gelijk kunnen wij Nederlanders niet spreken. Dan is een beroep op een spiegelbeeldsituatie geen voordelige optie, integendeel.
Dan nalatigheid, onbehoorlijk bestuur, verantwoordelijkheid van de Indonesische Staat. De Bersiapslachtoffers vielen gelijk na WO2 in en wanordelijke periode. Hoe de zeggenschap of Effective Control (volkenrechtelijk begrip) over een bepaald gebied te bepalen en daaruit de verantwoordelijkheid van de Indonesische Staat af te leiden schijnt volgens U een peuleschil te zijn dus wat let U een klacht bij de indonesische Staat in te dienen.
Ezel: in een ander onderwerp kwam ezelsbruggetje voor, ik hoorde van uw kant geen opmerkingen, maar dat is ook een zegswijze. Misschien dient U het als Ricky Risolles in het laatste Moessonnummer op te vatten. …”Lhò, U bedoelt: op zwart zaad zitten!. “ach je bent belazerd! Ik ga daar niet op zitten. …….Maar als U mijn zin verder dan heb ik het over een ander ras. Dus pas op mijn woorden dat die niet verkeerd worden uitgelegd alhoewel. Soms is dubbelzinnigheid niet te vermijden.
Al met al manoevreren Bersiapslachtoffers danwel hun adepten zich in een doodlopende straat, Sackgasse zeggen de Duitsers treffend. Na 70 jaar mag wel eens tot een kritische zelfbezinning komen en een balans opmaken. Ik denk dat we het in de richting van de mensenrechten dienen te zoeken. ik ben al wat gaan lezen een verbinding leggend met Mevr. Zegveld, in Nederland de expert op het gebied van de mensenrechten.
Ik lees over haar
Prof. Liesbeth Zegveld (1970) has been appointed professor of War Reparations at the University of Amsterdam’s (UvA) Faculty of Law.
Liesbeth Zegveld specialises in legal redress for war victims. Her research centres around international humanitarian law (law of war), with a special focus on reparations for war victims. She will be establishing a Center for War Reparations at the UvA.
Net de persoon die ik nodig heb. ik hou U op de hoogte van mijn vordering aangaande Law of War.
Waarde heer Van den Broek,
Ik heb het idee dat uw bovenstaand stukje een reactie is op wat ik eerder heb geschreven. Ik ben hoog vereerd dat u aandacht aan mij schenkt en zal mijn best doen u een waardig antwoord te schrijven.
Voor alle duidelijkheid maar weer: Ik schrijf over wat me zo te binnen schiet. Recht uit het boze hart, zo gezegd. Dat probeer ik te doen in helder gangbaar Nederlands, af en toe een beetje archaïsch en soms gemengd met wat Pasar Maleis, Javaans of Petjok, als dat zo uitkomt. Ik hoef niet per se gelijk te hebben. Als ik lezertjes aan het denken heb gezet of heb vermaakt, dan ben ik al zeer tevreden.
Ik doe ook geen poging om van mijn schrijfsels juridisch hecht onderbouwde stukjes te maken. Dus als ik schrijf over “spiegelbeeldsituatie” of “standrecht” dan vertrouw ik er op dat belangstellende lezertjes begrijpen wat ik bedoel in de toepasselijke context en als dat niet zo is, dan zijn er nog altijd verklarende woordenboeken – en misschien ook de Wikipedia’s van deze wereld – die duidelijkheid kunnen scheppen.
Als ik dus de aandacht vestig op de “spiegelbeeldsituatie” van gepleegde excessen aan Nederlandse kant van de oorlog tegen de Indonesiërs, t.w. de meedogenloze en wrede moordpartijen van Indonesiërs op weerloze burgers, mannen vrouwen en kinderen, ook van eigen volk, dan wil ik daarmee slechts aangeven dat iedere medaille 2 kanten heeft en dat men niet alleen verontwaardigd naar 1 kant moet kijken.
Wat u betreft, zo begrijp ik, gelden in de vergelijking excessen Nederland vs. Indonesia de minst verzachtende omstandigheden voor Nederland. Dat vind ik weer niet.
U schrijft t.a.v. die verzachtende omstandigheden: “Over de Nederlandse handelswijze wordt gauw een verbinding gelegd met SS-Sonderkommando’s, die in het Oosten beestachtig hebben huisgehouden. Dus van een moreel gelijk kunnen wij Nederlanders niet spreken”. Wat is dat nu voor argument? In het woordje “dus” waarmee uw 2de zin begint ligt DUS besloten dat het volstrekt JUIST is dat een verbinding wordt gelegd tussen het gedrag van Nederlandse militairen in Indonesia en dat van de SS-Sonderkommando’s in Oost Europa in WO 2. Van een geleerd en belezen man als u had ik zo’n conclusie uit het ongerijmde niet verwacht.
Als ik kritiek heb op de Indonesische staat die n.m.m. niet doet wat een staat primair zou moeten doen, t.w. zorgen voor het welzijn van haar burgers, dan raad u mij aan die staat voor de kadi te dagen. U hebt onverbloemd kritiek op bijna alles wat beweegt op deze site. Waarom grossiert u dan niet tevens met dagvaardingen?
Van een geleerd en belezen man als u had ik ook niet verwacht dat u Ricky Risolles zou lezen en citeren. Ik dacht dat u “Botol Tjebok” humor zo verafschuwde.
Verder moet ik goed op uw woorden passen en die niet verkeerd uitleggen. Maar meneer Van den Broek, u bent in uw erudiete betogen voor gewone mensen als ik vaak niet te volgen. Zelfs schrandere lezertjes als de heer Eppeson Marawasin – die ik hier erg mis – hebben dat meerdere malen van u geconstateerd. Misschien wilt u mij dus tegemoet komen en overgaan tot eenvoudiger en duidelijker taal, zodat ik uw belangrijke boodschappen niet meer verkeerd uitleg.
Tja …. en dan mevrouw Zegveld. Last but not least. Ik ben blij voor u dat zij de vrouw is die u net nodig hebt, ik neem aan in puur zakelijk opzicht. Het verbaast mij ook niet. Maar u hoeft mij niet op de hoogte te houden van uw “vordering aangaande Law of War” hoor. Ik zal er toch niets van begrijpen.
Pak Pierre
“Hoorde ik mijn naan noEMen?”
Spiegelbeeld ‘k kan je haten
Want je geeft geen dag terug
Waarom gaan toch die jaren
Als je jong bent zo vlug
‘k Ben wel jong maar er is toch al zoveel herinnering
Spiegelbeeld uit al die jaren
Vergeet ik geen ding
“Je m’apelle E.M. …. Enchanté !”
Hear Jerusalem bells a-ringing
Roman cavalry choirs are singing
Be my mirror, my sword and shield
My missionaries in a foreign field
For some reason I can’t explain
I know St Peter won’t call my name
Never an honest word
But that was when I ruled the world***
***refrein ‘Viva la vida’- Coldplay
I’ll be back après
• le déluge
• djam ketimoen
• Somers in Zeeland
Kruis;ridderlijk uw voorkeur door 🙂
e.m.
Eindelijk weer…. welkom.
@: “I know St Peter won’t call my name”:
Goh meneer EM, dacht dat Petrus dat intussen wel had gedaan, zolang niets meer van u vernomen. Gaat u weer “ten strijde” op dit forum? Ben benieuwd.
Heil, zusters en broeders! De aarde heeft E.M. terug. .
Pak Pierre
Eindelijk!!!!!!
Ergens hierboven wordt ‘standrecht’ genoemd. Dat is een juridisch begrip wat (geloof ik) vaak in relatie tot franc-tireurs wordt gebruikt.
De heer P. van den Broek vond, zo las ik ergens van hem, dat “standrecht” geen juridisch begrip is. Misschien bedoelt hij dat onze wet het standrecht niet kent.
Maar goed ook, want Pan Dale zegt over “standrecht” onder meer: “Executie waaraan geen (duidelijke) rechtsgang is voorafgegaan”.
Overigens ben ik van mening dat in bepaalde oorlogssituaties de uitvoering van standrecht is te billijken.
Pak Pierre
““Executie waaraan geen (duidelijke) rechtsgang is voorafgegaan”. ” Inderdaad,. daarom zult u het ook niet vinden in wetboeken, maar ook niet (dacht ik) in het gangbare volken(oorlogs) recht. Maar best wel een juridisch begrip, ik denk dat elke jurist het ergens in zijn/haar geheugen heeft zitten. In mijn (aftakelend) geheugen had dit alleen te maken met franc-tireurs En volgens datzelfde geheugen heb ik er alleen over gelezen in verhalen uit de Spaanse burgeroorlog. Dat lijkt me ook logisch, in een burgeroorlog strijden ook burgers, tegen het reguliere leger. En burgers zijn dan meestal niet herkenbaar als militairen. En volgens het oude(?) oorlogs’recht’ vindt een oorlog plaats tussen militairen. Een schietende militair, ‘vermomd’ als burger, is dan niet netjes. Vertaal dat eens naar Indië! Ik ben niet zo bekend in het oorlogsrecht, dat is nog moeilijker dan volkenrecht. Angstige mensen in chaotische situaties. Humaniteit? Mensenrechten? Ja, eigenlijk moet dat wel, maar verplaats je jezelf in die situaties. Moeilijk hoor.
EXECUTIES TIJDENS DE MEIDAGEN VAN 1940 ZEVENTIEN GEVALLEN, WAARIN MILITAIREN EN/OF BURGERS ZONDER VORM VAN PROCES ZIJN DOODGESCHOTEN.
http://www.grebbeberg.nl/forum.php?page=forum_discussiegroep&item=6206&group=10&p=12
siBo
@: “in bepaalde oorlogssituaties de uitvoering van standrecht is te billijken”:
Inderdaad, van uit militair oogpunt effectief; mogelijke acties in de toekomst worden zo wellicht onderdrukt c.q. voorkomen. De angst regeert. Ook als represaille maatregel vrijwel direct effectief, het geeft een (tijdelijk) gevoel van zoete wraak (“get even”).
Van uit humaan standpunt echter verwerpelijk. Immers, er is geen juridische, morele grond voor. Ook het gegeven dat vaak onschuldigen worden geëxecuteerd, maakt standrecht inhumaan.
Vaak zie je dat jaren later er door nabestaanden alsnog gerechtigheid wordt gezocht voor dergelijke standrechtelijke acties.
Wij kennen een zekere mw. professor mr. Zegveld, die zoiets met succes voert voor haar belanghebbenden.
Nou … als u mijn vraag kunt natrekken – welke vraag? – dan hoef ik die niet meer te beantwoorden. Toch?
Ik hoor wel van u na uw telefoontje met Venezuela.
Pak Pierre
Ach meneer Indorein,
“Vanuit humaan oogpunt echter verwerpelijk” schrijft u. Maar humaniteit is ver te zoeken in een (guerilla) oorlog. Wat doe je met de man die je hebt gepakt maar die jou en je kameraden net nog in een hinderlaag had gelokt waardoor 3 van je beste vrienden het leven lieten – door een trekbom voor je ogen in stukjes de lucht ingegaan en weer neergedwarreld? Read him his rights en wacht op OM en rechter?
Ik wed dat mevrouw Zegveld nog nooit zelf in een oorlogs- c.q. gevechtssituatie is terecht gekomen. Comfortabel achter een bureau gezeten met de wetboeken in de hand is het gemakkelijk (ver)oordelen van/over wat in een oorlog is geschied. Lekker zwart-wit denken. Nuanceren hoeft niet. Gemakkelijk om een beschaafde rechtsstaat aan te klagen. Ook – of vooral – je eigen rechtsstaat.
Pak Pierre
Gelukkig maak ik mij niet druk over verantwoordelijkheden m.b.t.de bersiap en rechten van nabestaanden. Ik houd mijn hand niet op voor het in ontvangst nemen van mijn rechten, een paar schamele Euro’s. Alles op een rijtje houden is al moeilijk genoeg.
“Zo hebben Bersiapnabestaanden en aanhangers zichzelf in een hoek gemanoeuvreerd, eigen schuld …dikke bult.” Ik denk niet dat de Indische gemeenschap in Nederland zich in welke hoek dan ook heeft gemanoeuvreerd. Zij hebben niets gedaan. En zo zijn er helemaal geen bersiapslachtoffers.
Het antwoord is eigenlijk al gegeven, maar ik kan me vergissen. Als de geachte Heer de la Croix het vonnis over de Rawagede-zaak nalees dan worden zijn vragen in deze al beantwoord. In deze Burgelijke Rechtspraak laat de Rechter, passieve rol, de bewijzen toe. Vraag 1, de inlandse bevolking is naar Islam maar naar Adatrecht getrouwd, dus daarin heeft de Advocaat aanknopingspunten gezocht en gevonden. Vraag 2 Gen. Spoor bespreekt de zaak Rawagede aangaande de rol van de Majoor met de Procureur-Generaal in Ned. Indie. Tevens heeft de Commissie van Goede Diensten van de VeiligheidsRaad het optreden van het Ned. leger in Rawagede onderzocht. Mevr. de advocaat heeft aannemelijk gemaakt dat de mannen van de weduwen door Nederlandse Militairen werden gedood, zonder vorm van proces . ik heb al gezegd dat standrecht geen recht is.
Als dhr de la Croix daar niet mee eens is dan dient hij zich te beklagen bij de Landsadvocaat, de man heeft zijn werk niet goed gedaan, deze advocaat heeft om over geld te praten zeker een tarief van € 300/uur, daar is het gezeur over het tarief van de advocaat Mevr. Zegveld niets bij vergeleken. De Landsadvocaat is ook niet in beroep gegaan tegen het vonnis van de Rechtbank, volgens sommigen ook fout. Gaat U zich maar beklagen bij de landsadvocaat. Dhr Ponjaard heeft groot gelijk en zal elke Rechtzaak winnen want hij heeft het recht aan zijn zijde. Hij wil best anders maar hij verwacht een Gebaar van Nederlandse zijde. Zolang dat dat er niet is , gaat hij gerust door. Niemand op de Indische sites, is daar op ingegaan, maar ik denk dat zij zijn filosofie niet willen of kunnen begrijpen. Ik ga zijn interviews maar weer lezen, daar leer ik wel hoe ik multi-cultureel kan overleven.
Dhr Lemon en de la Croix hebben het niet over de claims van de Bersiapslachtoffers maar over die van andere, niet-Nederlandse slachtoffers en dan gaat men weliswaar niet over lijken maar wordt wel heel laatdunkend over de inlandse bevolking uitgelaten
-corruptie-analfabeet- kritiek op uitspraak van een Ned. rechter etc geven meer de indruk dat door-en-door reactionaire kolonialen bezig zijn. Dat zal hun zaak, hoe danook rechtvaardig, geen goed doen.
Het lijkt mij meer dat kritiek wordt geuit omdat men geen voldoende argumenten heeft voor zijn eigen zaak. Voor de Bersiapslachtoffers en hun nabestaanden is het dieptreurig wel haast tragisch geen Recht te kunnen halen bij de Indonesische of Nederlandse Staat, zij hadden op het cruciale moment geen Rechtszekerheid maar dat wil niet zeggen dat geen Recht gevraagd kan worden.
Dan dienen we van optiek (paradigma) te veranderen want er is wel een uitweg en wel de weg van de Mensenrechten, Onze fundamentele Rechten.
Ik weet daar eigenlijk weinig van af, het is een onderwerp wat pas laat onder de aandacht is gekomen. Maar er is in Nederland 1 persoon die er wel veel over weet en zich daar voor meer dan 100% inzet, de geachte prof. Zegveld, die ook nog eens succesvol advocaat schijnt te zijn.
En dan hebben we een serieus probleem. In de Bersiapdiscussies zijn karrenvrachten fecaliën over deze persoon uitgestort . Zijzelf heeft eens gezegd dat zij geen andere partij in dezelfde zaak kan dienen, maar ik meen me te herinneren dat zij wel Molukkers in hun strijd wil helpen (Wijster of zo). Maar zij is wel zodanig advocaat om een uitvlucht te verzinnen. daar komt nog bij dat ze volgens Bersiapadapten teveel geld kost.
Zo hebben Bersiapnabestaanden en aanhangers zichzelf in een hoek gemanoeuvreerd, eigen schuld …dikke bult. Let U de volgende keer op de discussietechniek…. er wordt begonnen over de Bersiapslachtoffers en binnen no-time wordt gesproken over Indonesische slachtoffers van de excessen….een ezel stoot zich geen 2 keer tegen dezelfde steen maar hier hebben we het over een ander ras.
Interview met J. Pondaag –
Ach meneer Van den Broek, ik merk het weer: U hebt een veel en veel groter denkraam dan ik. Ik was ook helemaal vergeten op de discussietechniek te letten. Maar dit thema gaat toch over “Nabestaanden slachtoffers politionele acties”? Daarmee is begonnen en het lijkt me niet onredelijk dat dan de aandacht ook wordt gevestigd op de spiegelbeeldsituatie, de slachtoffers van zinloos excessief geweld zonder vorm van proces, gepleegd aan Indonesische kant.
Tja … en dan uw opmerking over die ezel die zich – in het gemeen – niet 2 x stoot aan de zelfde steen. Zo die wijze opmerking van u ook op mij betrekking heeft, dan moge ik u de vermaningen van Pak Boeroeng in herinnering brengen, inhoudende dat allen op deze site, dus ook u en zelfs de pseudonieme zondaars, de bal moeten spelen en al spelende de bal niet in het gezicht van de persoon mogen schoppen. Pas op, u ligt er zo uit of anders wordt het topic afgesloten, wat ik wel zeer zou betreuren.
Pak Pierre
Het duizelt me een beetje. Dat zal vast komen door mijn ongeletterdheid. Toch probeer ik te begrijpen:
a) Heeft de miljardenstroom van Indonesia richting NL waar de heer Lemon over schrijft, te maken met de onderhavige claim van de heer Pondaag en de zijnen en zo ja, wat is het direct verband? Als er geen direct verband is, dan lijken me die door Indonesia aan Nederland overgemaakte miljarden volstrekt irrelevant.
Of moet Nederland dan toch de claim zonder meer honoreren omdat NL al zoveel van Indonesia heeft gehad en nu niet moet zeuren? Lijkt mij alsdan een verkeerd standpunt.
b) Ik herinner mij verhalen van en over mensen, die meenden aanspraak te kunnen maken op een Wuv (Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers) en Wubo (Wet Uitkering Burgeroorlogsslachtoffers). Zij moesten hun claim rechtmatig onderbouwen. Getuigen moesten worden opgescharreld, situaties moesten nauwkeurig worden omschreven. Dan kwam er een meneer of mevrouw van – naar ik meen – Pelita op huisbezoek die betrokkene “op de grill” legde, c.q. kritisch ondervraagde. Betrokkenen moesten andermaal aantonen dat ze hun verhaal niet uit de duim hadden gezogen. Eentje uit mijn kennissenkring, een Ngawiganger, voelde zich zo onheus en vernederend behandeld dat hij woedend zijn aanvraag introk. Trotse Indo.
Al die mensen, vaak minder hoog opgeleid, alle papieren verloren in de chaos van oorlogsgeweld en vlucht, moesten zich dus in allerlei bochten wringen om het wettig en overtuigend bewijs te leveren dat zij slachtoffer waren in de zin van betreffende wetten.
In dit licht bezien oordele men over onderstaande, fictieve casus:
Mak Karto uit dèsa Kamprèt, nu ergens tussen de 86 en 90 jaar, klopt via haar wakkere Nederlandse advocaat bij de Nederlandse overheid aan en claimt nabestaande, c.q. weduwe te zijn van Pak Karto, tijdens een actie in 1947 standrechtelijk doodgeschoten door mannen van het Nederlandse leger.
Vraag 1: Hoe bewijst Mak Karto dat zij te dien tijde de vrouw was van Pak Karto? Er was toen voor de meeste “inlanders” geen burgerlijke stand.
Vraag 2: Hoe bewijst Mak Karto dat haar man, Pak Karto, inderdaad op die-en-die dag bij actie zo-en-zo nabij gehucht Kamprèt STANDRECHTELIJK door Nederlanders is omgebracht? Was er sprake van “standrecht” toegepast op een weerloze gevangen genomen Pak Karto of was Pak Karto gewoon “killed in action” of was hij op het aangegeven moment bij de aangegeven actie helemaal niet gedood?
Vraag 3: Hoe worden de getuigen die Mak Karto aanvoert ter ondersteuning van haar claims en beweringen op betrouwbaarheid getoetst? Hoe oud waren zij tijdens het gebeuren? Waren zij ooggetuige van het voorval?
Vraag 4: Gaat Nederland bij de verificatie van alle claims en beweringen van Mak Karto even zorgvuldig en kritisch te werk als destijds bij de aanvragers van Wubo en Wuv uitkeringen in Nederland?
Vraag 5: Zo neen, waarom niet?
Ik ben benieuwd naar de antwoorden. Wie o wie?
Pak Pierre
Antwoord is erg makkelijk. Indonesiërs zijn per definitie betrouwbaarder dan Nederlanders. Dat lees ik tenminste vaak op deze plaats.
Short and simple. Ik snap het. Dank heer Somers.
Pak Pierre
@PdelaX “Heeft de miljardenstroom van Indonesia richting NL waar de heer Lemon over schrijft, te maken met de onderhavige claim van de heer Pondaag en de zijnen en zo ja, wat is het direct verband? Als er geen direct verband is, dan lijken me die door Indonesia aan Nederland overgemaakte miljarden volstrekt irrelevant.”
Op een rijtje:
De totale schuld van Indonesië bedroeg per 31 december 1949 ƒ6,5 mld.; ƒ3 mld. interne schuld, ƒ3,5 mld. externe schuld, (waarvan ƒ2,87 mld. aan Nederland.)
Nederland drong er bij Indonesië op aan een concreet schuldbedrag te noemen dat Indonesië wilde overnemen. Indonesië noemde een bedrag van ƒ2 mld., dat vervolgens nog werd verhoogd tot ƒ2,6 mld. De Indonesische delegatie berekende daarmee de schuldvermindering op rond ƒ4 mld. aan externe en interne schuld. Deze schuldenlast van ƒ4 mld. was voor Nederland onaanvaardbaar
De hele interne schuld van Indonesië ter waarde van ƒ3 mld. bleef voor de rekening van Indonesië. Van de totale externe schuld van ƒ3,5 mld. annuleerde Nederland ƒ2 mld. Daarmee resteerde voor Indonesië een schuld van ƒ4,5 mld. (waarvan ƒ870 mln. aan de Nederlandse staat), terwijl Indonesië aanvankelijk slechts ƒ2,6 mld. wilde aanvaarden. Nederland rekende op een schuldvermindering van ƒ600 mln., maar accepteerde uiteindelijk ƒ2 mld. Nederland kwam toch niet slecht weg, gezien de resterende schuld voor Indonesië.
Tot 1956 verliepen de aflossingen op grond van de RTC-akkoorden door Indonesië gezien de looptijd van de leningen, goeddeels volgens plan. De Nederlands-Indische lening 1935, de conversielening 1937 en de lening 1937A kenden per 31-12-1949 een totale schuldenstand van ƒ743 mln.
Bij de opschorting van de betaling in 1957 was de stand ƒ450 mln. zodat ƒ293 mln. was afgelost. Het aandeel van Indonesië in de Nederlandse staatsschuld 1896 ter waarde van ƒ3,3 mld. was afgelost. Op de belening bij de Nederlandse Bank en de Javasche Bank ter waarde van ƒ44 mln. was rond ƒ26 mln. door Indonesië afgelost. Daarmee voldeed Indonesië in grote lijnen (!) aan de aflossingsverplichtingen volgens de RTC.
Hoe ging het verder na de opschorting van de betaling(en) in 1957………
*** Nederland speelde noodgedwongen voor Sinterklaasje ***
Op 7 september 1966 werd te Jakarta uiteindelijk een overeenkomst afgesloten inzake de nog resterende financiële vraagstukken. De overeenkomst hield in dat Indonesië bereid was tot betaling van ƒ600 mln. ter afdoening van alle financiële kwesties.
Nederland kreeg uiteindelijk nog ƒ600 mln. waarvan de staat als post-concurrente crediteur minder dan ƒ175 mln. ontving, uitgesmeerd over een periode tot 2003, op een totale vordering van ƒ4,4 mld.( zie boven : Daarmee resteerde voor Indonesië een schuld van 4,5 mld enz.) Het ontbrak de Nederlandse regering aan mogelijkheden om meer weg te slepen. De contante waarde van dit bedrag bedroeg minder dan ƒ50 mln.!
Van een kalende kip viel evenwel niet meer te plukken. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de Nederlandse onderhandelingspositie werd benadeeld door het optreden van bepaalde ondernemers, die hierdoor vooral particuliere belangen schaadden.
Zou daarmee Pondaag’s veronderstelling ….”Gezien het feit dat Nederland Indonesië in 1949 dwong om 6,5 miljard gulden te betalen aan ons land als schadevergoeding, is schadeloosstelling door een kleine groep weduwen en kinderen een erekwestie …” toch het bekende “klok horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt” verhaal zijn.?
“wat is het direct verband” Het enige verband (kort door de bocht hoor) wat ik weet te leggen is de verhouding tussen activa en passiva in de over te dragen balans van Indië aan Indonesië. In de activa staan de bezittingen van de staat zoals infrastructuur, gebouwen enz. enz. Voor de aanleg was er natuurlijk geen direct geld beschikbaar, daar werden leningen voor uitgeschreven, met rente en aflossing. Dat is normaal, dat levert een staatsschuld op. Die Indische staatsobligaties waren erg gewild, sparen/beleggen met zekerheid. Bij de overdracht van de activa hoort dan natuurlijk ook de overdracht van de passiva. Het verband tussen die twee is heel moeilijk vast te stellen, er valt daarbij veel te onderhandelen. Tussen Linggadjati en de RTC is daar door gemengde commissies aan gewerkt. Maar zelfs op die RTC moest er nog veel worden geschoven. Maar het heeft niets met oorlogsmisdaden, weduwen en dergelijke te maken.
Bij de overdracht van Nieuw-Guinea werkte mijn zwager voor UNTEA (van 1 oktober 1962 tot 1 mei 1963) aan die berekeningen mee. Maar dat was veel eenvoudiger, er waren niet zoveel activa.
Dank heren Lemon en Somers, voor de tijd die u hebt genomen om mij uitvoerig voor te lichten.
In de 15 jaar dat ik als kleine zelfstandige (ZMP-er met 2 FTE’s + externe flex) voor het bedrijfsleven en enige (semi)overheidsinstellingen aan het ploeteren was, probeerde mijn (externe) boekhouder mij jaarlijks uit te leggen wat een “balans” was in boekhoudkundige zin en wat MIJN balans over het achterliggende boekjaar mij te vertellen had. Ik heb het nooit helemaal begrepen.
Aldus nog steeds gehandicapt heb ik uw bijdragen gelezen en ben toch tot de harde conclusie gekomen dat enige post “schadevergoeding nabestaanden slachtoffers die door het Nederlandse leger zonder enige voorafgaande (duidelijke) rechtsgang ter dood werden gebracht” buiten de boekhouding is gehouden. Over schadevergoeding aan nabestaanden van Bersiapslachtoffers werd ook niet gerept, maar dat terzijde.
Indonesia, dat toch voor miljarden door Nederland werd aangeslagen, heeft dus kennelijk niet “getaward” ten gunste van die nabestaanden, wat de reden ook moge zijn geweest. Misschien bang dat Nederland dan met een extraatje uit hoofde van “bersiapclaims” zou komen, maar dat is speculatie.
Die rekensommetjes kunnen we dus buiten beschouwing laten. Ik neem aan dat over iedere post (“entry” in het Engels geloof ik) in die miljardenrekeningen is onderhandeld, al dan niet keihard.
E.e.a. betekent dan nog niet dat Nederland zich alles moet laten weggevallen wanneer nu alsnog claims van nabestaanden als bedoeld door de heer Pondaag en zijn medestanders op de deurmat vallen. Iedere claim zal zorgvuldig op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid moeten worden getoetst. Nederlandse rechters zullen, naar goed gebruik, in hun oordeel over het vergrijp en de dader(s) ook rekening dienen te houden met de omstandigheden, waaronder het vergrijp plaats vond. Bij voorbeeld meewegen, dat betrokken Nederlandse militairen te velde in die vuile guerillaoorlog onder ongelooflijk hoge psychische en fysieke druk stonden en al vaak genoeg hadden moeten ervaren dat de tegenstander het niet zo nauw nam met het oorlogsrecht, to say the least.
Bovendien zie ik niet in waarom van Nederland enige coulance mag worden verwacht als Indonesia zelf helemaal niet voor de nabestaanden van slachtoffers van haar eigen vrijheidsstrijd heeft gezorgd. Weet iemand of Indonesia zoiets heeft ingevoerd als een Wuv of Wubo of een pensioen voor de weduwen van Rawa Gedeh of Zuid Celebes?
De verantwoordelijkheid voor het welzijn van het eigen volk ligt immers primair bij Indonesia zelf.
Ik denk dat de heer Pondaag en de zijnen ook maar eens tegen Indonesischen deur moeten blaffen, als tenminste compassie met de nabestaanden van …… etc. hun drijfveer is en geen andere factoren.
Pak Pierre
Het gaat erom waar de Bersiapslachtoffers en hun nabestaanden hun Recht op Gerechtigheid kunnen halen: bij de Indonesische Staat??
De slachtoffers werden gedood door naar het schijnt op Indonesisch grondgebied, althans volgens de proclamatie van 17/08/1945. Aan wie moesten de nabestaanden de aanklacht wegens moord/verkrachting o.i.d. richten, waar was de Indonesische Officier van Justitie of MP??Wat heeft de Indonesische Staat gedaan om de daders te achtervolgen danwel te berechten?? Zij was wel in staat een legermacht te organiseren voor de slag in Surabaya, maar de Staat kon in de Bersiapperiode niet haar eigen burgers/onderdanen tegen Pemoeda’s and ander onkruid beschermen. Is er dan volkenrechtelijk gezien sprake van Effective Control een teken vanz elfstandigheid van de Indonesische Staat op haar eigen grondgebied, mag ik het woord soevereiniteit gebruiken?? Ik zou dat niet willen beamen, maar daar volgt uit dat de proclamatie van 1945 weinig tot geen feitelijke of juridische betekenis danwel effectieve Rechtskracht heeft, maw de Indonesische Staat in VOKENRECHTERLIJKE zin bestaat niet. Waar zit de fout in mijn redenering??? Voor alle zekerheid wil ik aan de wijsneuzen onder ons herhalen dat Indonesie pas later door andere Staten erkend werd maar dat is geen noodzakelijke voorwaarde van volkenrechtelijke erkenning.
Maar kunnen Bersiapslachtoffers en hun nabestaanden hun Recht op Gerechtigheid halen bij de Nederlandse Staat?? De NederlandseStaat was in 1945 in geen velden of wegen te bekennen, het was ook zo’n chaotische tijd. Haar lijfelijke aanwezigheid was to 0 gereduceerd. Toen haar Hoogste vertegenwoordiger Dr van Mook in Indie terugkeerde besteedde hij weinig tot geen woorden aan de Bersiap, we spreken wel over meer dan 3.500 doden. Het werd eenvoudigweg doodgezwegen. En nu een is er initiatief om Bersiapslachtoffers na 70 , ik herhaal zeventig jaar te herdenken. Dus de nabestaanden kloppen tegen een open deur.
Dit staat in schrille tegenstelling tot de slachtoffers van de excessen en ik denk dat daar de schoen wringt: de Rechtsongelijkheid, de onterechte behandeling van de slachtoffers in dezelfde koloniale oorlog. Schrijft hier de overwinnaar geschiedenis???
Indonesische slachtoffers kunnen hun Mensenrecht tenminste in ONS Rechtssysteem halen (Rawagede, Zuid-Celebes, excessennota) en Nederlandse historici schenken zelfs aandacht aan 1965. Dhr Ponjaard zegt zelf dat de Excessennota genoeg stof bezit voor 300 Rawagede processen, daarin heeft hij wel gelijk en met Recht . Een mevr. van Pagee komt met een exces, een oorlogsmisdaad waarvan het bestaan nog steeds onbekend is. Historici spreken over en weer over al die excessen alsof die koloniale oorlog louter en alleen uit Nederlandse excessen bestaat. Daarmee wil ik niet excessen wegpoetsen maar alleen aangeven dat de aandacht onevenredig en onevenwichtig verdeeld is en wellicht met een bepaalde reden, de complottheorie in d woorden van dhr Somers.
De exces als referentiekader van ons geschiedkundig denken, het onveranderd paradigma wat wel past in ons Christelijk wereldbeeld, dat past misschien in de Indonesische koker en in de koker van bepaalde publieksgeile historici maar brengt ons niet dichter bij de waarheid. Het ethisch begrip wordt herleid tot goed en kwaad, schuld en boete: het is goed om over excessen te praten en slecht over Bersiapslachters te discussiëren. Dit om de discussie op een ander niveau te brengen.
En daar sta je dan als Bersiapslachtoffer: tweemaal gedood; eerst door pemoeda’s/ploppers en daarna gedood door de geschiedenis.
Aan het eind van het leven gaat er niet om of je gelovig maar of je geloofwaardig bent en dat geldt ook voor Geschiedschrijving, al dan niet oral history. Dat is tenminste wat ik van geschiedenis heb begrepen.
@P.vdenBroek “Gerechtigheid kunnen halen: bij de Indonesische Staat??”
Als je deze ontboezeming/overdenking leest van een direct betrokkene die ook knarsetandend constateert dat wb het ongeorganiseerd geweld er voor een jurist geen eer te behalen valt. Dit in tegenstelling tot de claims mbt onze militaire excessen.
****Klopjacht op de staatskas
„Ik ken Indonesië als mijn broekzak”, zegt Charles van Dijck. „Van mijn vroegste jeugd, de jaren onder Japanse bezetting en de beruchte Bersiap periode vlak na de oorlog. Toen Nederlanders en Indische Nederlanders bij bosjes werden vermoord door ‘vrijheidsstrijders op drift’; deels pure etnische zuiveringen. Als je ook maar tien procent Nederlands bloed had, ging je over de kling.”
Het echtpaar Van Dijck wantrouwt alle claims vanuit ’s werelds grootste eilandengroep. „Want het Indonesische alfabet begint met de C. Van corruptie”, aldus de gepensioneerde zeeman en zijn vrouw.
Analfabeet
Greetje: „Als ik dan lees van hoogbejaarden die zeventig jaar na dato nog precies weten hoe ze door onze militairen zijn misbruikt of gemarteld, schud ik mijn hoofd. Wij hadden destijds in Soerabaya kokkie Sihati. Zij wist niet eens haar geboortejaar! In de lagere sociale klassen zijn vrijwel alle Indonesiërs analfabeet. En waarom toch zo lang wachten met dat claimen?”
Advocaten geven toe: mede veroorzaakt door de publiciteit. Liesbeth Zegveld: „Natuurlijk werkt het wervend als het Comité Nederlandse Ereschulden op Indonesische voorpagina’s staat. Maar waar het echt om gaat, is dat Nederland destijds verzaakte en vertrok. Daarvoor krijgt Den Haag nu de rekening.”
Een rekening die uiteindelijk exorbitant hoog kan uitpakken, vrezen veteranen. Zij die van 1946 tot 1949 in de archipel dienden, vaak als dienstplichtige of oorlogsvrijwilliger uitgezonden, stellen dat aan beide zijde sprake was van wreedheden.
Indonesische pemuda’s vielen Nederlandse compounds op Java en Sumatra aan. Ze noemden zich vrijheidsstrijders, maar aarzelden niet om een weerloze verpleegkundige met haar voltallige gezin uit te moorden.
„Stel, ik vraag Indonesië om schadevergoeding voor leed dat mijn lang geleden overleden ouders daar is aangedaan”, zegt Charles van Dijck. „Dan worden we met die oosterse glimlach weggestuurd. Indonesische stille kracht versus Hollandse naïviteit.”
Want zo omschrijven Nederlandse veteranen de vonnissen waarbij rechters telkens weer geld toekennen aan nabestaanden van het oorlogsgeweld in de archipel. „Ze hebben geen idee wat zich daar toen afspeelde”, aldus Greetje van Dijck. „Dat die soldaten voor herstel van orde en veiligheid door regering en parlement waren gestuurd. Het was geen illegale oorlog, maar een guerrillastrijd die wij nooit konden winnen.”
Hoeveel claims er nog komen? Als het aan het Comité Nederlandse Ereschulden ligt zoveel mogelijk.
woordenboekje:
nabestaande(n): weduwe/weduwnaar en hun kinderen
wettelijke en overtuigen bewijs: komt voor in het strafrecht, in DIT geval is sprake van burgerlijk procesvordering, dus different koek; de rechter speelt in het burgerlijk proces een andere passieve rol dan in het strafproces, hij laat feiten toe in het proces die de partijen voordragen. Het Commitee of Good Offices van de VN-Veiligheisraad heeft een rapport over de executies in Rawagede geschreven. Gen. Spoor gaat in zijn briefwisseling aan de procureur -generaal van het Gerechtshof in Ned.-indie uitgebreid in op de rol van de commandant (een majoor) van de eenheid die de executies in Rawagade uitvoerde. De procureur -generaal geeft aan ondanks dat er een oorlogsmisdaad is gepleegd , de zaak te deponeren. Dus er is wel wat bewijs over Rawagede.
standrechtelijk executeren: zonder enige vorm van proces executeren, er is dus geen sprake van enig recht.
Ik heb de vonnissen in de Rawagede en Zuid-Celebeszaak veelvuldig bestudeerd en als de Heren deze aandachtig en volledig lezen dan wordt meer dan duidelijk wat met bovenstaande wordt bedoeld en waarom weduwen door een Nederlandse rechter in het gelijk worden gesteld. Dit om één en ander concreet te maken, zonder in verdachtmakingen te vervallen.
Sommigen hebben zich beklaagd dat de Rechters danwel de Landsadvocaat fouten hebben gemaakt in het proces . De landsadvocaat heeft bvb geen hoger beroep aangetekend bij Rawagede noch Zuid-Celebes. De klagers dienen zich tot de Nederlandse Staat te wenden.
Dhr Pondaag c.s. kan zich pas inzetten voor de Bersiapslachtoffers als hij door hen wordt gemachtigd als partij in een Rechtzaak op te treden. Gezien alle verdachtmakingen die hij naar zijn hoofd geslingerd kreeg, kan dat wel enige komische taferelen tot gevolg hebben. Zijn advocate zal het voorhands laten afweten want zij heeft al verklaard in eenzelfde geschilzaak niet voor verschillend partijen op te treden of woorden van gelijke strekking.
Het cruciale punt is in welke staat, de rechtszaak aanhangig wordt gemaakt. Ik ken alleen het Nederlands Recht en Rechtsvordering. Onze Indonesisch waarnemers kunnen wel aangeven hoe de Indonesische burgerlijke rechtsvordering in zake deze wordt toegepast. Het zal waarschijnlijk op Nederlandse cq Romeinse leest gestoeld zijn, hoop ik voor de beklaagden.
Als je het vonnis van 11 maart 2015 heb doorgeworsteld, de celebesclaims van weduwen en kinderen ….. volgens mij zegt de rechter dat de staat Nederland verantwoordelijk is voor de daden gedaan onder het Indisch Gouvernement en het KNIL.
Maar die schulden zijn allemaal gedumpt bij Indonesië volgens de backpayprocessen van 60 jaar terug.
Afgezien van alle juridisch getouwtrek over de schuldvraag en schadeplicht, zou de eenheidsstaat Indonesia, primair verantwoordelijk voor het welzijn van al haar burgers en dus ook voor de nabestaanden van slachtoffers van haar vrijheidsoorlog, voor laatstgenoemden naar Nederlands model ook een soort Wuv of Wubo in het leven hebben kunnen roepen.
Heeft Indonesia dat gedaan? Ik heb er niet van gehoord of gelezen maar moet voorzichtig zijn. Ik mag wijsneus wezen, maar mijn geletterdheid is niet hoog en mijn denkraam smal.
Als Indonesia in deze in gebreke is gebleven en dus eigenlijk 65 jaar lang heeft laten zien dat zij zich niets tot weinig aantrekt van het lot van haar eigen slachtoffers van de vrijheidsstrijd, dan zou ik mij als Nederlandse overheid over deze mensen ook niet al te druk maken en mij in ieder geval strikt formeel juridisch opstellen in het beoordelen van hun claims (zie mijn stukje van vannacht).
Nederland zou zich in ieder geval niet moet laten chanteren door “weg-met-ons” actievoerders en hun advocaten, uit angst voor reputatieschade en een verslechterende verhouding met Indonesia. Dus niet zo maar de dompèt opentrekken ten laste van ons belastinggeld. Besteed het geld dan liever aan NIOD-onderzoek naar ons eigen holocaustje, c.q. de Bersiap en zijn slachtoffers en faciliteer ruimhartig de oprichting van een monument ter nagedachtenis aan de Bersiapslachtoffers, opdat heel Nederland zich van het lot van dezen bewust is, tot in lengte van dagen.
Pak Pierre
Indonesia kent naast de KHUP (Kitab Undang2 Hukum PIDANA =strafrecht ) de K.U.H Perdata , civiel of privaatrecht .
Vroeger georven van de Nederlanders =ex BW .
De procedure zal in het algemeen bijna dezelfde zijn zoals in Nederland .
Drie rechtbanken t/m de Mahkamah Agung (de hoogste rechters ) .
Bij Civiel/Privaat Recht maakt men verschil tussen “aansprakelijkheid of liability”, en “verantwoordelijkheid of responsibility” .
Er is geen verantwoordelijkheid als er geen schuld bewezen kan worden(no liability without fault)
Zie o.a Pasal 1365 Kitab Undang-Undang Hukum Perdata .
V.w.b eventuele claims van Bersiapslachtoffers, men kan eerst eigen juristen raadplegen over de haalbaarheid , welke mensen, groepen . wie de daders zijn die men wil aanklagen.
Gaat men individuen/groepen aanspreken/aanklagen of de Indonesische staat ?
De Rawagede en later de Sulawesi groep hebben het makkelijker omdat eventuele daders redelijk bekend waren .En er is al een rechterlijke uitspraak .
Surya Atmadja: “V.w.b eventuele claims van Bersiapslachtoffers, men kan eerst eigen juristen raadplegen over de haalbaarheid , welke mensen, groepen . wie de daders zijn die men wil aanklagen. Gaat men individuen/groepen aanspreken/aanklagen of de Indonesische staat?”
Dank voor de raad, maar voor de goede orde: Ik persoonlijk ben niet uit op schadevergoeding voor de Bersiapslachtoffers. Ik vind dat het nu niet moet gaan om poen, maar gewoon om erkenning dat die er ook zijn geweest, in veel groteren getale dan de (vermeende) slachtoffers van Rawa Gedeh en Celebes.
Wat mij heeft genoopt tot het schrijven van de stukjes onder dit topic en onder het topic “NIOD goes international” (mijn verzinsel, ik weet niet meer hoe de titel werkelijk luidt) is de selectieve verontwaardiging, die als zo vaak bij bepaalde groepen in ons goede land de kop opsteekt.
Belanda boesoek, Indonesia baik. Oooh, oooh, wat zijn we in de periode 1945 – 1949 toch slecht geweest tegen die lieve Indonesiërs.
Pak Pierre
cit.: “Dat er betaald moet worden is duidelijk.
Gezien het feit dat Nederland Indonesië in 1949 dwong om 6,5 miljard gulden te betalen aan ons land als schadevergoeding, is schadeloosstelling door een kleine groep weduwen en kinderen een erekwestie en zou er van een gebaar en ruimhartigheid sprake moeten zijn in plaats van krenterigheid en gebrek aan zelfkritiek.
Overigens….
IN DE COLLECTIEVE herinnering van ons, Nederlanders, is bewaard gebleven dat het Indonesië van Soekarno weigerde zijn schulden te betalen. In deze herinnering is iets verdrongen. Toen Indonesië in 1956 zijn schulden aan Nederland opzegde was het restant van de schuld nog 650 miljoen gulden. Dit betekent dat Indonesië tussen 1950 en 1956 bijna vier miljard gulden heeft afgelost. Het belang van dit bedrag kan worden afgemeten aan de Marshallhulp. Nederland heeft over de periode 1948-1953 1,127 miljard dollar Marshallhulp gekregen – als lening wel te verstaan. Bij de toenmalige koers van de dollar van 3,80 gulden is deze hulp niet veel meer geweest dan wat Indonesië tussen 1950 en 1956 heeft betaald. Menigeen meent dat Nederland zijn naoorlogse wederopbouw louter aan de Marshallhulp te danken heeft, de Indonesische bijdrage pleegt men over het hoofd te zien.
Deel van het collectieve nationale geheugen is ook dat het Indonesië van Soekarno Nederlandse aandeelhouders van cultuurmaatschappijen van hun rechtmatig bezit heeft beroofd. Weinig bekend is dat kapitaalopbrengsten, pensioenen, spaargelden die vanuit Indonesië naar Nederland werden overgemaakt, plus alle inkomsten die het Nederlandse bedrijfsleven in Indonesië genereerde, in die schrale jaren vijftig een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan ons nationale inkomen. In de beginjaren vijftig was deze bijdrage jaarlijks rond acht procent; in het laatste jaar voordat de Nieuw-Guinea-kwestie aan alles een einde maakte bedroeg de gekapitaliseerde waarde van de Nederlandse inkomsten nog bijna een miljard gulden. Het lijkt dat de Indonesische injectie in onze economie tussen 1950 en 1957 niet zonder effect is geweest op de snelle naoorlogse industrialisatie van ons land, die le miracle hollandais werd genoemd.
Kortom, Indië verloren betekende niet rampspoed geboren, doordat Nederland in die cruciale naoorlogse fase waarin de grondslag werd gelegd voor onze huidige welvaart, nog aardig heeft kunnen profiteren van zijn voormalige koloniale bezit.
http://www.groene.nl/artikel/de-indonesische-injectie
Klik om toegang te krijgen tot SGD_19561957_0000371.pdf
Je zou kunnen beweren dat de overheid wb onze ‘Indische kwestie ‘ moreel gezien geen beste beurt maakt omdat uit de voormalige kolonie toch nog geld stroomde.
Pak Lemon.
Tsa, veels te lang bleef men hier door borduren op
”Indië verloren rampspoed geboren”
Terwijl steeds duidelijker werd ,te zien en te horen
” Indië verloren, VOORSPOED geboren”
Met NW. Guinea idem dito.
siBo
“dat Nederland Indonesië in 1949 dwong om 6,5 miljard gulden te betalen ” Ik dacht altijd dat Nederland in 1949 niet veel te dwingen had. En volgens mij was dit geen schadevergoeding, maar een deel op de passiva van de aan Indonesië overgedragen balans van Nederlands-Indië. Tegenover de vele miljarden aan aan Indonesië overgedragen activa. Eerst les dubbel boekhouden. Hadden de Indonesiërs ook geleerd.
@Hr Somers ” En volgens mij was dit geen schadevergoeding, maar een deel op de passiva van de aan Indonesië overgedragen balans van Nederlands-Indië”.
Het was inderdaad hoe de Republiek er qua schuld ervoor stond. Een leningenfestival en het inslikken van openstaande schulden.
Bron: FINANCIËLE VERHOUDING TUSSEN NEDERLAND EN INDONESIË OPNIEUW BEZIEN (1945-1967)
J.M.M.J. Clerx
” Financiële afwikkeling van de soevereiniteitsoverdracht”
De besprekingen over de soevereiniteitsoverdracht werden gevoerd in een centrale commissie, bijgestaan door commissies met speciale beleidsterreinen. De besprekingen op financieel terrein werden vooral beheerst door de schuldverhouding tussen Indonesië en Nederland en vonden plaats in subcommissie I. Allereerst moest de schuldenpositie van Indonesië worden vastgesteld. De totale schuld van Indonesië bedroeg per 31 december 1949 ƒ6,5 mld.; ƒ3 mld. interne schuld, ƒ3,5 mld. externe schuld, waarvan ƒ2,87 mld. aan Nederland.
De Indonesische delegaties, dat wil zeggen de vertegenwoordigers van de Republiek Indonesië en van de Federale Staten, wensten tijdens de onder-handelingen alleen de schulden van voor 1942 integraal over te nemen. Van de interne en externe schulden ontstaan na 1942 moest eerst de besteding worden vastgesteld, zodat de schuld als gevolg van de militaire conflicten in mindering kon worden gebracht.
Tijdens het verloop van de onderhandelingen drong Nederland er bij Indonesië op aan een concreet schuldbedrag te noemen dat Indonesië wilde overnemen. De Nederlandse regering toonde zich bereid een bepaald offer te brengen als ze zekerheid kreeg inzake de nakoming van de resterende schuld. Indonesië noemde een bedrag van ƒ2 mld., dat vervolgens nog werd verhoogd tot ƒ2,6 mld. De Indonesische delegatie berekende daarmee de schuldvermindering op rond ƒ4 mld. aan externe en interne schuld. Deze schuldenlast van ƒ4 mld. was voor Nederland onaanvaardbaar. De Neder-landse delegatie was van mening dat de interne schuld van Indonesië door een monetaire zuivering tot redelijke proporties kon worden teruggebracht. De externe schuld ging de draagkracht van Indonesië ook niet te boven. De wereldmarktprijzen voor tal van Indonesische exportprodukten waren vergeleken met voor de oorlog aanzienlijk gestegen. De Nederlandse gulden waarin de meerderheid van de schulden was gedefinieerd, was daarentegen tweemaal gedevalueerd. Indonesië had derhalve een geringere hoeveelheid exportprodukten nodig ter voldoening van de naoorlogse schuld.De vermogensbalans van Indonesië had bovendien een positief saldo van ƒ245 mln. ondanks de toename van de schuldverplichtingen. De Nederlands vermogensbalans vertoonde eind 1947 een deficit van maar liefst ƒ15 mld.
Omdat in de financieel-economische commissie geen overeenstemming mogelijk bleek werd op 21 oktober een ad-hoc-commissie ingesteld waarin Nederland vertegenwoordigd was door Hirschfeld. De commissie, die werd bijgestaan door een lid der United Nations Commission for Indonesia, de Amerikaan H. Merle Cochran, bereikte een compromis. De hele interne schuld van Indonesië ter waarde van ƒ3 mld. bleef voor de rekening van Indonesië. Van de totale externe schuld van ƒ3,5 mld. annuleerde Nederland ƒ2 mld. Daarmee resteerde voor Indonesië een schuld van ƒ4,5 mld. (waarvan ƒ870 mln. aan de Nederlandse staat), terwijl Indonesië aanvankelijk slechts ƒ2,6 mld. wilde aanvaarden. Nederland rekende op een schuldvermindering van ƒ600 mln., maar accepteerde uiteindelijk ƒ2 mld. Nederland kwam toch niet slecht weg, gezien de resterende schuld voor Indonesië. Toch gaf minister-president Drees uiting aan zijn ongenoegen over het feit dat de schuldenregeling door Cochran was afgedwongen en dat de kwestie niet nauwkeurig was behandeld, waarmee hij Hirschfeld kapittelde. Lieftinck zag als winstpunt van de overeenkomst dat de door Indonesië overgenomen schuld onvoorwaardelijk zou worden voldaan.
Resumerend kan gesteld worden dat Nederland bij de RTC zijn financieel-economische belangen veilig stelde. Indonesië nam onevenredig veel schulden over van Nederland, terwijl het voor Nederland gunstige handelsverkeer gehandhaafd bleef. Eerste-Kamerlid Kolff (CHU) constateerde terecht dat Nederland de op den duur toch onhoudbare staatkundige band met Indonesië bij de RTC opofferde, om daarmee de economische samenwerking en de bestaanszekerheid van de Nederlandse bedrijven in Indonesië veilig te stellen. De schulddelging van ƒ2 mld. was mede voorgesteld door Hirschfeld en vloeide voort uit diens behoedzame onderhandelingstaktiek. Deze taktiek kan als geslaagd worden beschouwd, ondanks de kritiek hierop van Drees
Tot 1956 verliepen de aflossingen op grond van de RTC-akkoorden door Indonesië gezien de looptijd van de leningen, goeddeels volgens plan. De Nederlands-Indische lening 1935, de conversielening 1937 en de lening 1937A kenden per 31-12-1949 een totale schuldenstand van ƒ743 mln. Bij de opschorting van de betaling in 1957 was de stand ƒ450 mln. zodat ƒ293 mln. was afgelost. Het aandeel van Indonesië in de Nederlandse staatsschuld 1896 ter waarde van ƒ3,3 mld. was afgelost. Op de belening bij de Nederlandse Bank en de Javasche Bank ter waarde van ƒ44 mln. was rond ƒ26 mln. door Indonesië afgelost. Daarmee voldeed Indonesië in grote lijnen aan de aflos-singsverplichtingen volgens de RTC.
Op 7 september 1966 werd te Jakarta uiteindelijk een overeenkomst afgesloten inzake de nog resterende financiële vraagstukken. De overeenkomst hield in dat Indonesië bereid was tot betaling van ƒ600 mln. ter afdoening van alle financiële kwesties. De totale Nederlandse claim bedroeg echter ƒ4,4 mld., waarvan de overheidsclaim ƒ1,9 mld. omvatte. Deze vordering bleek volstrekt onhaalbaar omdat ze de betalingscapaciteit van Indonesië overtrof en zij werd door Indonesië dan ook niet geaccepteerd. Door een berekeningswijze te hanteren die rekening hield met het Indonesische uitgangspunt, hetgeen overigens door de regering niet werd beargumenteerd, werd de schuld eerst verlaagd tot ƒ1260 mln., ofwel tot eenvierde. Met het oog op de acute Indonesische betalingsproblemen nam Nederland uiteindelijk genoegen met ƒ600 mln.
Nederland kreeg uiteindelijk nog ƒ600 mln. waarvan de staat als post-concurrente crediteur minder dan ƒ175 mln. ontving, uitgesmeerd over een periode tot 2003, op een totale vordering van ƒ4,4 mld. Het ontbrak de Nederlandse regering aan mogelijkheden om meer weg te slepen. De contante waarde van dit bedrag bedroeg minder dan ƒ50 mln.! Van een kalende kip viel evenwel niet meer te plukken. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de Nederlandse onderhandelingspositie werd benadeeld door het optreden van bepaalde ondernemers, die hierdoor vooral particuliere belangen schaadden. Het verlieslijdende bedrijfsleven werd immers wel door de overheid ontzien doordat het zijn verliezen als gevolg van nationalisatie mocht compenseren met zijn fiscale winst. Het had ook minder belang bij een uitkering omdat die werd belast.
Het optellen van de ƒ2 mld. schuldkwijtschelding aan Indonesië op de RTC en de ƒ1,65 mld. die de Nederlandse staat misliep met de overeenkomst in Jakarta in 1967, is hetzelfde als het optellen van appels en peren. Toch kan worden gesteld dat met de kwijtschelding in 1967 min of meer een correctie plaatsvond op de voor Indonesië ongunstige RTC-regelingen.
http://www.ru.nl/publish/pages/660907/1991-1992clerx.pdf
Uit het boek van mevr. G. Molemans: claim 7 de Indonesische herstelbetalingen:
Citaat: Op 7 september 1966 werd te Jakarta uiteindelijk een overeenkomst afgesloten inzake de nog resterende financiële vraagstukken. De overeenkomst hield in dat Indonesië bereid was tot betaling van ƒ600 mln. ter afdoening van alle financiële kwesties. De totale Nederlandse claim bedroeg echter ƒ4,4 mld., waarvan de overheidsclaim ƒ1,9 mld. omvatte. …….Met het oog op de acute Indonesische betalingsproblemen nam Nederland uiteindelijk genoegen met ƒ600 mln.
Citaat: Hierbij moet wel worden aangetekend dat de Nederlandse onderhandelingspositie werd benadeeld door het optreden van bepaalde ondernemers, die hierdoor vooral particuliere belangen schaadden.Het verlieslijdende bedrijfsleven werd immers wel door de overheid ontzien doordat het zijn verliezen als gevolg van nationalisatie mocht compenseren met zijn fiscale winst. Het had ook minder belang bij een uitkering omdat die werd belast.
De Nederlandse Staat onderhandelt namens alle crediteuren: privé-personen, Nederlandse ondernemingen en de Staat zelve. Het was haar verantwoordelijkheid dat het gehele bedrag van Fl 4,4 Mld niet werd geind maar slechts Hfl 600 miljoen, zij benadeelde hierdoor de ander crediteuren!!
Alhoewel, …… Nederlandse bedrijven konden het verlies op Indische deelnemingen compenseren met zijn fiscale winst.
Indische privépersonen konden dit niet doen, lees de hartverscheurend verhalen in het boek van mevr. G.M. waarbij afpersing van de Italiaanse mafia niks is vergeleken. De privépersonen moesten hun verlies volledig zelf dragen..
is hier niet sprake van ongelijke behandeling van de crediteuren?? Kan dat eigenlijk wel volgens ons Nederlands Recht. Volgens Mevr. Molemans niet en ik kan haar redenering wel volgen, alhoewel ik geen jurist ben Als ik Mevr. melomanen was, zou ik wat loketten bijbouwen..
Kijk dus goed naar de data op de grafzerken. 1e Politionele actie: 21 juli 1947 tot 4 augusuis 1947 en 2e Politionele actie: 19 december 1948 tot 31december 1948.
Is in deze de term “nabestaande” in juridische zin nauwkeurig en helder beschreven?
Zo ja, dan ook goed kijken of het WETTIG en OVERTUIGEND bewijs is geleverd dat
a) iedere persoon die zegt of schrijft “nabestaande” te zijn van een Indonesiër die op zeker moment in de betreffende tijdvakken door het Nederlandse leger standrechtelijk is geëxecuteerd, dat ook feitelijk is
b) de genoemde Indonesiër inderdaad tijdens die politionele acties “standrechtelijk” door het Nederlandse leger werd geëxecuteerd
Zo wordt netjes recht gedaan.
En over “recht” gesproken. Dan ben ik als eenvoudig beschouwer van alles wat om mij heen gebeurt natuurlijk ook benieuwd bij wie nabestaanden van de zogenaamde bersiapslachtoffers hun verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen (als ze dat zouden willen). Die duizenden ongewapende burgerslachtoffers (mannen, vrouwen én kinderen) van de Indonesische vrijheidsstrijd werden immers ook zonder enige vorm van proces door Indonesiërs vermoord. Toegegeven, niet allemaal “standrechtelijk”, maar pas na wrede, langdurige marteling. Maar ik neem aan dat in deze de term “standrechtelijk” wat ruimer mag worden geïnterpreteerd.
Wellicht willen de heer Jeffrey Pondaag en de zijnen zich in hun compassie en dappere strijd tegen onrecht, ook voor DIE groep nabestaanden inzetten.
Pak Pierre
Pierre de la Croix zegt:
5 juli 2015 om 20:49
Is in deze de term “nabestaande” in juridische zin nauwkeurig en helder beschreven?
Zo ja, dan ook goed kijken of het WETTIG en OVERTUIGEND bewijs is geleverd ..
===========================================
Betoel Pak.
Moet ister boektie zijn .