Sporen van Indië in Amsterdam

Javapost publiceert een artikel van Peter Schumacher:
Het mag misschien niet die naam hebben, Amsterdam is wel degelijke een ‘Indische’ stad. Amsterdammer en Indischman Peter Schumacher (Oost-Borneo, 1933) nodigt ons uit voor een wandeling om te laten zien wat van dat ‘Indische’ is overgebleven.

Op google is er een map om te fietsen langs die Indiësporen:
Een fietstocht langs memorabele plekken en een wandeling door de Indische literatuur.
Amsterdam is boordevol Indië. Aan de kades ten oosten van de Centrale Openbare Biliotheek, zoals de Oostelijke Handelskade en de Javakade, vind je altijd nog iets van de sfeer van boten die gaan naar en komen uit de Oost.

En in 2015 zijn er misschien weer rondvaarten langs Indische plekken in Amsterdam.

oostindischhuisamsterdam Het Oost-Indischhuis te Amsterdam, voormalig VOC-hoofdkantoor .

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

3 Responses to Sporen van Indië in Amsterdam

  1. Jan A. Somers schreef:

    De VOC heeft geen hoofdkantoor gehad. De Kamers waren gelijkwaardig, er werd om beurten vergaderd. Wel was Amsterdam de grootste Kamer. De Beurs van Amsterdam was de grootste ter wereld zodat in Amsterdam het meeste geld kon worden geïnvesteerd. Het grootste centrum voor rijke asielzoekers!

    • P.Lemon schreef:

      @JA Somers ” Amsterdam, voormalig VOC-hoofdkantoor” tidak
      De arrogantie van een Hoofdstad ? of zit het in het woordje Hoofd in de kepala vd auteur.
      Het clubje was toen strak georganiseerd tot de verloedering intrad.

      De VOC had van de Staten-Generaal verregaande bevoegdheden gekregen en vertegenwoordigde in de praktijk het Nederlandse gezag in de Oost. De Compagnie had een bijzondere structuur in Azië. Daar bestond het uit één centraal geleide onderneming, waarvan het bestuur in Batavia resideerde. In de Republiek daarentegen, bestond de Compagnie uit zes min of meer onafhankelijke bedrijven, kamers genoemd.

      Organisatie :
      In de steden waar voorcompagnieën bestonden of in oprichting waren kwamen nu kamers van de Verenigde Oostindische Compagnie. Het betrof Amsterdam, Zeeland (Middelburg), Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen. De bewindhebbers van de voorcompagnieën werden de eerste bewindhebbers van de VOC. In 1602 waren dit er 72 en later 69. De verdeling van de bewindhebbersposten zegt wat over de belangrijkheid van de verschillende kamers. De kamer Amsterdam zou voortaan twintig bewindhebbers tellen, die van Zeeland twaalf en de andere kamers (Rotterdam, Delft, Enkhuizen en Hoorn; zie de afbeelding van de bewindvoerders van de Kamer Hoorn) elk zeven.

      Burgemeesters van de betrokken steden mochten de nieuwe bewindhebbers voordragen. Op deze manier was de functie van bewindhebber verbonden met de regentenoligarchie. Probleem bij deze verbondenheid was dat er minder vaak echte kooplieden bewindhebber werden. De personen met de hoogste bestuursfuncties binnen de VOC waren steeds vaker mensen met weinig handelskennis. Het centrale beleid werd bepaald door de ’Vergadering der Heeren XVII’. In deze vergadering hadden acht Amsterdamse bewindhebbers zitting, vier Zeeuwse en één uit elk der kleinere kamers afgevaardigd. Hoewel er een centraal bestuur bestond hadden de kamers een grote mate van zelfstandigheid. Zij bepaalden hoeveel schepen zij uitreedden en wat de handelswaar was. Daarbij bouwden zij in eigen beheer hun schepen en bemanden zij deze via hun eigen wervingskantoren. Tevens financierden zij hun ondernemingen en hielden eigen veilingen.
      http://www.atem.nl/VOC/VOC002.HTM

  2. Boeroeng schreef:

    Voor wie wandelt, fietst, rondvaart langs het voormalig van Heutszmonument is dit aardig te weten:
    https://indisch4ever.nu/2008/10/09/de-indische-bom/ Een publicatie van Lizzy van Leeuwen, maar de landelijke pers heeft dit nooit opgepikt.
    Nog steeds wordt die aanslag toegeschreven aan Rara.. die miltante groep.

    ps rijden per auto of becak ken ook , toch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *