Mensen met een etnisch diverse achtergrond worden vaak alleen getypeerd aan de hand van deze afkomst. Deze afkomst roept een riedel aan vermeende groepskenmerken op waar je als individu in gevangen wordt en waarmee je persoonlijke uniekheid ontkent wordt. Zo werd ik na deelname aan een paneldiscussie geconfronteerd met de volgende opmerkingen:
“Jullie Indo’s zijn veel te bescheiden. Je had je wel wat meer mogen laten gelden.”
“Jullie Surinamers zijn altijd zo agressief in discussies. Je had je wel wat bescheidener op mogen stellen.”
Twee volstrekt tegengestelde reacties op hetzelfde optreden, met als enige verschil de persoonlijke kijk van de betreffende persoon. Wie mij als Indo ziet, ziet iets anders dan degene die mij als Surinamer ziet. Sowieso is “jullie’ een signaalwoord voor een bevooroordeelde kijk. Goed luisteren dan! Lees verder.




















































Die meneer heeft misschien gelijk dat op den duur mensen zich aanpassen aan de omstandigheden waarin ze leven.
Als een donkere huidskleur beter beschermd tegen de zon zal het misschien logisch zijn dat vrouwen met een lichtere huidskleur de biologische keus maken om een donkere man te kiezen voor hun kinderen. Dat is misschien tegenwoordig anders vanwege de uitvinding van zonnebrand.
Aan de andere kant Chinezen wonen ook al eeuwen in de tropen en blijven vaak de voorkeur geven aan hun eigen cultuur en soortgenoten of pernakan cultuur/soortgenoten denk ik.
Hij heeft natuurlijk totaal ongelijk wanneer hij de Javaanse cultuur bestempeld als minderwaardig.
Geen enkel volk is minderwaardig.
Trouwens ze hebben Java waarschijnlijk piramides gevonden die ouder zijn dan die in Egypte, lijkt me niet iets wat een achterlijke cultuur bouwt.
Opmerkelijke drogreden : Hoe keek men rond 1900 tegen de bevolking vd Archipel aan:
Kohlbrugge spreekt de leer van een onveranderlijk rasverschil zeer beslist tegen. Hij is drie jaren bezig geweest met vergelijkende ‘studie’ van den bouw der hersenen van Javanen en Europeanen, en ofschoon die studie nog niet afgeloopen is, vestigde zij toch reeds bij hem de overtuiging, dat evenmin als Prof. Eykman ‘verschillen ten opzichte der physiologische verschijnselen tusschen Javanen en Europeanen’ vermocht te ontdekken, evenmin ‘verschillen te vinden zijn in den bouw der hersenen’. Kohlbrugge meent dan ook, ‘dat er niets in de psyche van den Javaan gevonden wordt, wat niet ook bij den Europeaan aanwezig is, en omgekeerd. Opvoeding en milieu zijn echter, naar des schrijvers indrukken, in Indië bepaald ongunstig, en hij schrijft dit toe aan voor wijziging onvatbare factoren, waarvan de warmte wel de voornaamste schijnt te zijn. Men kan den Javaan, zonder hem naar elders over te planten, niet ‘europeaniseeren’, daar wij ‘het warme Oosten niet tot het koude Westen’ kunnen maken.Het Oosten, de warmte, het tropische klimaat, met deze niet bijzonder scherp belijnde benamingen wordt de vijand aangeduid, die traagheid, collectivisme, despotisme ,onverschilligheid, heerschappij van den hartstocht, profetie, slapheid van den wil, onderworpenheid aan de natuur en nog eenige andere hinderpalen aan de geestelijke ontwikkeling van den mensch in den weg stelt.
Wel is het kind, wat zijne moeder van hem maakte, maar in het Oosten is de moeder noodwendig minderwaardig. De Javaan zou geestelijk alleen dan westersch kunnen worden, wanneer men hem geheel in het Westen opvoedde en hem niet meer naar zijn vaderland terugbracht, want daar degenereert zelfs de volwassen Europeaan Dat heet ‘tropische usuur.’ De schrijver ‘is overtuigd’ (eene overtuiging, die met het ‘gevoel’ betreffende de rasquaestie nauw verwant schijnt), dat van het Europeesche bloed, dat thans in de aderen van 70.000 op Java wonende menschen stroomt, niets zou overblijven, wanneer men Java 50 à 100 jaren van Europa kon isoleeren.
De Indo verschilt van den Europeaan alleen ‘door de opvoeding en het klimaat , maar zijne opvoeding is van het klimaat een noodlottig, onafwendbaar gevolg. ‘In een tropisch klimaat kan geen Europeesch ras groeien; als Europeanen zijn allen, die naar Indië gaan en daar te lang blijven (dus in weerwil van hunne opvoeding) tot degeneratie gedoemd’
Bron: Blikken in het zieleleven van den Javaan en zijner overheerschers, door J.F.H. Kohlbrugge. Boekhandel en drukkerij, voorheen E.J. Brill. Leiden 1907. http://www.dbnl.org/tekst/_gid001190801_01/_gid001190801_01_0104.php
NBD|Biblion recensie
Herman Vuijsje, publicist, bekend van ondermeer ‘Correct, weldenkend Nederland sinds de jaren zestig’ en Jos van der Lans, journalist en cultuurpsycholoog, hebben samen een alfabetische lijst samengesteld van aspecten van de Nederlandse volksaard, varierend van ‘aardappeleters’ tot ‘zuinigheid met vlijt’. Ze streven geen complete beschrijving na, maar het boek is vanwege de trefwoordsgewijze behandeling waarschijnlijk wel het overzichtelijkste over het onderwerp. Veel eigenschappen kun je terug vinden, ofschoon belangrijke lemma’s als ‘gehaktbal’, ‘netjes’ en ‘onderwijs’ ten onrechte niet worden belicht. Soms is het ook wel wat te somber. Dat Nederlanders zuinig zijn, enige mate van schijnheiligheid niet uit de weg gaan en van aardappelen houden is zeker waar, maar is het nu echt zo dat ze ook zo ongastvrij zijn? Alles bij elkaar wel een heerlijk boekje, op handzaam formaat, met veel zelfspot en vooral rake opmerkingen. Er is wel een degelijke literatuurlijst, maar helaas ontbreken bronvermeldingen.
(Biblion recensie, Redactie)
http://www.bol.com/nl/p/typisch-nederlands/1001004006540791/
e.m.
Maar kun je wel over de Nederlander spreken? Kun je een Hollandse Protestant uit een van oorsprong calvinistische cultuur vergelijken met een Katholieke Bourgondische Brabander?
Ik denk wel dat het verschil kleiner wordt maar ik denk ook dat er verschil is in cultuur.
“Jullie Indo’s zijn veel te bescheiden. Je had je wel wat meer mogen laten gelden.”
Maar zit daar dan geen kern van waarheid in?
Cultuur wordt gedefinieerd als een verzameling van o.a. normen en waarden, een bepaalde manier waarop een bepaalde groep naar de wereld kijkt en er mee om gaat, aangepast aan de omstandigheden waarin ze leven.
Als je iemand aanspreekt met Indo dan spreek je die persoon aan op z’n etniciteit en cultuur.
Als je jezelf als zodanig ziet dan erken je dat je tot de culturele en etnische groep van Indo’s gerekend kan worden.
Je deelt dus normen en waarden met die groep, vind je.
Is het niet zo dat oost Aziaten bescheiden gedrag als goed gedrag zien, al houden zij zich er niet altijd aan?
Niet rakus zijn, respect voor ouderen, niet door iemand heen praten etc etc.
Het lijkt me dat die oost Aziatische aspecten ook bij de Indo-Europese cultuur horen?
Ik denk dat veel Indo’s inderdaad te bescheiden zijn als het om bepaalde situaties gaat. Daarbij zie ik bescheidenheid als iets goeds alleen moet men in de omgang met niet-Indo’s leren om een middenweg te vinden tussen bescheidenheid en Emiel Ratelband/Pati Brard gedrag.
Als je vind dat je verder niets deelt met andere Indo’s qua cultuur dan vraag ik me af of je jezelf Indo zou moeten noemen?
Ik denk dat Serkeis visie op de kwestie hoe men zichzelf en anderen ziet met betrekking tot de culturele of etnische identiteit, al aardig samengevat is in het gelinkte blog (‘Diversiteit en Inclusion’).
Ik kan mij erg in haar woorden vinden.
Heb je twee ouders die beide uit verschillende culturele achtergronden komen, dan kan het voorkomen dat je meer neigt naar de kant van één ouder. Ik, als kind van een Indo en een Antilliaan, heb meer meegekregen van mijn moeders (Indo) kant dan van mijn vader. Desalniettemin, al kan ik bv. geen Papiaments en is mijn kennis van Curaçaose cultuur, cuisine en geschiedenis nihil, ik blijf zeggen dat ik ook van Antilliaanse afkomst ben.
Daarnaast ben ik als Indo ook geen conventionele Indo: ik ben geen grote eter, en geen gezelschapsmens- en tradities ga ik bij voorkeur uit de weg. Toch heeft mijn moeder me opgevoed met veel onmiskenbaar Indische elementen. Je hoeft niet alle hokjes aan te vinken op een lijst van cultuurkenmerken om jezelf tot een bep. bevolkingsgroep te mogen rekenen. Een beetje speelruimte hierin moet kunnen. En ik denk dat Serkei dat ook mooi verwoordt in haar blog.
‘ik ben geen grote eter, en geen gezelschapsmens … ‘
Dat zijn karaktereigenschappen en niet perse culturele elementen.
Karaktereigenschappen koppelen aan een volk/groep is misschien meer een vorm van racisme.
Bescheidenheid zien als iets positiefs lijkt me cultureel bepaald. Of iemand zich daar aan houdt is afhankelijk van het karakter.
Maar die persoon zal wel een stemmetje in z’n hoofd horen van z’n ouders of andere “soortgenoten” dat het goed is om bescheiden te zijn.
Wat mij op valt bij veel Indo’s die niet bescheiden wensen te zijn vaak erg extreem on-bescheiden zijn, vaak zelf veel meer on-bescheiden dan groeperingen die niet bekend staan om hun bescheidenheid.
Ik ben ook niet zo’n grote eter, maar eet wel meer uit respect voor de kok als ik ergen op bezoek ben.
Ik ben ook niet zo’n gezelschapsmens maar ben wel opgevoed dat ik in bepaalde situaties m’n gezicht moet laten zien.
In die gevallen speelt de cultuur een rol.
In elke stereotypering zit wel een kern van waarheid.
Maar vanuit die waarheid is er een imago ontstaan, die blijft woekeren door vooroordelen en generalisatie.
Hoezo bescheiden en beleefd zijn indo’s als Ratelband, Wilders en Brard ?
Het tegendeel kan ook gebeuren. Dat mensen door bovenstaande namen een beeld van indo’s maken van : grote bek hebbend, afkomst verloochenend.
Bij Indo’s zie ik vaak dat ze of bescheiden zijn of extreme opscheppers.
Misschien heeft het iets te maken met integreren, de Indische cultuur die antwoorden probeert te vinden op de omgang met de niet-Indische cultuur.
Persoonlijk heb ik pas sinds dat ik werk geleerd om op de juiste moment m’n mond open te trekken. Voor die tijd had ik daar moeite mee. Ook oudere collega’s aanspreken met ‘je’ heb ik moeten leren.