De nominatie is toegekend mede naar aanleiding van zijn essayboek De dubieuzen (2012) en zijn drie rivierennovellen uit 2011, 2010 en 2009. De Halewijnprijs (literatuurprijs van de stad Roermond) wordt jaarlijks uitgereikt aan een auteur die zijn debuut al ver achter zich heeft gelaten, een literair talent dat op grond van de kwaliteit van zijn verschenen werk, bredere publieke belangstelling verdient.
.
‘In het essay De dubieuzen spreekt hij zijn verbazing uit over de zo westers georiënteerde Nederlands-Indische canon. Altijd weer Multatuli, Couperus en Orpheus in de dessa van Augusta de Wit met de blanke visie op de inlanders die vol geheime krachten en bijgeloof zouden zijn. Lees verder.




















































Wel een klamboe aanschaffen, want daaronder leer je het best en meer dan een woordje Javaans.
mvg sibo
Kennisoverdracht door ‘ervaringsdeskundigen’. Zóóóóh … belangrijk in een wereld die van bits, bites en virtualiteit aan elkaar hangt. Weg met dat laatste. Teug naar Bets en viriliteit. Jong geleerd, oud gedaan. Voor het zingen de ….. (zelfcensuur). Alternatief: zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen.
e.m.
Froeher zegt men, als je taal en de gewoonten wil leren moet je het onder de klamboe doen , op een bolzak (matras of een tampatje).
Ik heb mijn bhs Belanda in 3 maanden geleerd , intern bij de Stichting Bijstand Buitenlandse Studerenden ( in samenwerking met Foreign Student Service).Feesten , excursies etc.
Alleen heb ik geen talenknobbel of zoiets , mijn ouders die guru Nederlands van de oude stempel waren zal wel schamen dat hun zoon na verblijf van > 40 jr nog steeds geen fatsoenlijk ABN kan schreiven.
@mijn ouders die guru Nederlands van de oude stempel waren zal wel schamen dat hun zoon na verblijf van > 40 jr nog steeds geen fatsoenlijk ABN kan schreiven.
Weest u maar niet bezorgd hoor meneer Atmadja, Te uwer gerustelling, dat hebben ze ook gedaan. (inkoppertje). 🙂
e.m.
Nah, wadoeh seh … nu weer even serieus. Dan hebben uw ouders meneer Atmadja ongetwijfeld het onderstaand leesfragment (Ot en Sien) ook ooit meegekregen:
NAAR DE SOOS
Nu gaan ze al-len naar de soos. Groot-pa en Groot-ma; de Pa-pa en Ma-ma van Trui en Ot; de Pa-pa en Ma-ma van Sien. En de drie kin-de-ren.
Van ver-re hoo-ren ze het or-gel al.
Ot be-gint al te dan-sen op straat. Ze moe-ten er om la-chen.
‘Je moet maar goed op-let-ten bij den goo-che-laar; dan kun je het ook,’ zegt Pa-pa.
De hee-le soos is vol kin-de-ren. Ot kent ze lang niet al-le-maal.
‘Daar be-gint het, pas op!’ zegt Pa-pa.
De soe-lap maakt een bui-ging. Hij zegt: ‘Ta-béh, njon-nja, njon-nja, toe-wan, toewan; dan a-nak a-nak manis!’
Hij heeft een klei-ne trom in de hand. Eerst neemt hij een hoed en doet er een ei in. De kin-de-ren zien het goed. Dan schudt hij den hoed, en er komt een gla-tik uit-vlie-gen.
Het ei is in een gla-tik ver-an-derd.
Al-le kin-de-ren kla-pen in de han-den.
Dan neemt hij een stuk wit pa-pier en stopt dat in den mond. Hij kauwt er op.
Kijk, kijk, een heel lang mooi rood lint komt weer uit zijn mond; dan nog een heel lang blauw lint, dan geel, dan groen, dan wit, dan weer rood. En al maar door.
Ot gilt van pret. Al maar door mooi lint. Een hee-le berg.
Prach-tig, prach-tig!
Ot be-grijpt niet, hoe die man dat kan.
Wat is die knap!
Als de goo-che-laar klaar is, wor-den de steo-len door den man-doer gauw aan den kant gezet. De kin-de-ren gaan nog een poos-je dansen.
Trui en Ot mo-gen ook nog wat blij-ven. ’t Is vacantie,’ zegt Ma-ma, ‘mor-gen kun-nen ze uit-sla-pen.’
Groot-ma kijkt steeds naar Trui. Zij ziet hoe aar-dig die al dan-sen kan.
’t Is een en-gel-tje,’ zegt ze zacht.
[Jan Ligthart en H. Scheepstra]
Fijne vakantie allemaal!
e.m.
eppeson marawasin, op 8 juli 2012 om 02:58 zei:
Wie de klomp past trekke hem aan, zeg maar.
——————————————————————————
Bro Em , het is een bekende verhaal dat migranten die niet terugkeren naar hun land pan erkomst vaak aan hun ideaalbeeld vasthouden hoe het froeher was .
Dat heb ik ook wel , als ik in Jakarta(centrum) rondrijdt (lopen of met de piet/numpak piet is niet te doen) dan kwam die oude beelden van Djakarta jaren 60 soms terug.
Hoe mooi het was , hoe stil het was .
Lees maar de oude verhalen over Batavia , o.a van si Tjalie.
Dat was mijn oude Batavia , nu een drukke stinkende metropole van 10,187.595 (2011) legale bewoners.
Buiten de forensen uit de de regio JaBoTaBek.(Jakarta-Bogor-Tanggerang-Bekasi) .
Bro Bo ,hoewel de kans klein is zou het kunnen dat mensen buiten Nederland beter de klompendans dansen.
Ik zie vaak mensen in Indonesia t/m 1968 en daarna vanaf 1979 die hun volksdansen uitvoeren.
Vaak is het een ratjetoe omdat het ook afhankelijk kan zijn met de plaatselijke kennis en geoefendheid.
Tegenwoordig heb hele volksstammen Westerlingen die Indonesische dans en cultuur bestuderen in Yogya-Surakarta.. In mindere mate /sporadisch in andere streken.
M.a.w die buitenlanders kunnen vaak beter dansen (zelfs de serimpi -van oorsprong een keratondans) dan bijvoorbeeld een dansgroep uit Klaten of Tanggerang.
Ze leren zelfs Bhs Indonesia, en hun bhs is soms beter dan de native speakers uit Indonesia.
Ik weet niet of het waar is, maar ik heb wel eens gehoord dat je in de hele wereld alleen nog maar in Leiden Javaans als hoofdvak kunt studeren. En dat het wordt wegbezuinigd bij de ‘kleine talen’.
Nee hoor. Op Java, Midden-Java in het bijzonder, kun je nog steeds Javaans leren. Je pakt een koffer, gaat daar een jaartje wonen en werken en als je terugkomt, spreek je een aardig woordje Javaans. Scheelt je collegegeld, boeken aanschaffen enz.
Voor mij was het nog gemakkelijker, gewoon van mijn moeder en baboe Soep geleerd. En in Nederland dus weer veel vergeten. Was nodig in Yogyakarta waar ze bij de kassa van het kratonmuseum geen BI kenden, of mij wilden pesten(?). Waar het mij om ging is dat ik had gehoord dat de taal Javaans nergens in de wereld meer als hoofdvak op een universiteit wordt gedoceerd, behalve in Leiden. Zou toch wel een afgang zijn. Maar misschien was die vraag te hoog gegrepen.
Over “rasverbetering”
Welke ras werd hier verbeterd ?
De Inlandse deel of de blanke deel ?
Over Sociale mobiliteit:
Het is logisch en een menselijk dat men gaat ontwikkelen.
Vroeger mag je blij zijn als je de sekolah desa/djongkok heb gedaan.
Daarna ga je ontwikkelen, naar schakelschool, naar ULO, MULO, AMS /HBS , zelfs hoger naar een Universiteit(Hogeschool) of naar Gholland.
Over Hollandser dan de Hollander zelf ( een variant van Roomser dan de Paus ??) is vaak opgemerkt door anderen / buitenstaanders.
Mijn (Inlandse) ouweheer vertelde ooit j over zijn klasgenoten “zwarte Hollanders” die qua gedrag iets te Hollands zijn dan de echte totoks .
Die ervaring heb ik in mindere mate zelf ervaren , ik speelde met Indische kinderen (klasgenoten) en Nederlandse kinderen( buurjongens).
Toen ik trouwde met mijn Zeeuws meisje was ik verloren voor de meisjes die net iets bruiner waren dan ik. Dat zijn dingen waarover men niet spreekt, maar die je wel te weten komt. Wel hardop gevraagd: Kan ze wel voor een indische jongen zorgen? Kan ze wel indisch koken?
Geen dierentuin KARIN AMATMOEKRIM − 30/06/12, 00:00 Er leeft een beeld over Indo’s dat ze Hollandser willen zijn dan de Hollanders. In zijn essay De dubieuzen maakt Alfred Birney korte metten met dit soort opvattingen.
=====================================================
Als een bijna ongeletterde voorbijganger kan ik bovenstaande quote niet zo goed begrijpen .
Was het niet zo geweest ?
En hoe zit het eigenlijk met een soort 2 deling bij de Indische schrijvers/literatuur .
Ik zie dat er een verschil is tussen de ex Indiegangers en de generatie die hiet geboren zijn .
Nee… dat is niet zo geweest . Het is een stereotype dat indo’s Hollandser willen zijn dan de Hollanders.
Ik heb veel kennissen bij de oudere generatie Orang Indo
Van de 1ste en 2de generatie .
Bij een paar van die oudjes hoor ik , trouwen met een totok is “rasverbetering”.Dat was 40 jaar geleden.
In 2012 hoorde ik grapje van een paar Indo kennissen ( wel boven de 80 jr ) die grapje maakt over “rasverbetering” om het feit dat ik met een totok getrouwd is.
In mijn geval was het waarschijnlijk als grapje bedoelt, want wordt wel een extra zin geplaats, “dat zeggen ze vroeger, toch”
Ik beschouw het ook als grapje tussen sobats omderling.
Ik heb de meeste oude(re) boeken pan froeher op mijn boekenplank nog niet doorgebladerd , wie weet kan ik bepaalde passage vinden over de wens om beter te kunnen trouwen , als ken met orang totok .
Hoe blanker de huid is , hoe beter het voor je maatschappelijke positie, voor je keturunan.
Interessant om te lezen is het boek De Indo van Dr J.Th.Koks.
Rasverbetering , ja.. dat is een voorbeeld van je kinderen sociaal willen laten klimmen. Al dan niet zo tegen racisme aanschurken met deze formulering.
Het is wel wat anders dan Hollandser dan de Hollanders willen zijn.
Pak Surya, boze tongen beweerden heel lang geleden,dat de Hollandse klompendans daar in Indië veel beter werd uitgevoerd dan bijv. in Barneveld.
mhg siBo
Wie de klomp past trekke hem aan, zeg maar. Want ik heb gehoord dat de echte toktok Barnevelder daar moeite mee had. Toch niet zo gewend als algemeen in Nederlands-Indië werd verondersteld. Een ij hoort er bei.
e.m.
Natuurlijk willen mensen sociaal klimmen, meer poen, meer mogelijkheden en meer status.

En sommige mensen doen dat niet subtiel.
Maar dat is van alle tijden en alle culturen.
Touché! Prachtig gevonden. Mooier kunnen we het niet maken: schone schijn.
Ik heb ooit een ingeburgerde Turkse jonge dame horen zeggen, dat de Turken in Frankrijk Turkser zijn dan in Turkije. Het pijnlijke is dan ook nog dat die Turken op hun beurt door het Turkse thuisfront niet eens meer als echte Turken worden beschouwd, maar als Europeanen worden gezien.
Ik herken dat ook nog van mijn ouders, die nooit meer teruggeweest zijn. Zij leefden nog heel sterk met de beelden die zij voor het laatst in 1951 tot zich hadden genomen. Alles nog maagdelijk wit en goddelijk groen bij wijze van spreken. Toen ze in Nederland kwamen is voor hen de tijd daar stil blijven staan. Misschien maar goed ook.
Vooral vader was vol van de groene natuur en de visrijke Bandazee. Hij moest eens weten hoe Japanse en Taiwanese trawlers de Indonesische wateren leegvissen; hoe kaalslag wordt gepleegd op de tropische regenwouden; hoe buitenlandse ondernemingen met grond- en delfstoffen aan de haal gaan; hoe bevolkingsexplosie en overbevolking zeldzame planten- en diersoorten met uitsterven bedreigen.
Hij en moeder hadden veel verdriet, frustratie en boosheid over de grote verhuizing. Maar als ze over vroeger praatten dan fonkelden hun ogen weer even: maagdelijk wit en goddelijk groen.
e.m.
blz 300 :
“Bovendien zal ze blijken een unieke bron van informatie te zijn voor de historicus of de sociale onderzoeker of voor beiden, en zeker waard na vijftig jaar herdrukt te worden”.
Nieuwenhuys wist z’n plaats : pg 571 “Ik heb ook doelbewust afstand gedaan van alle litteraire middelen van de roman, ik heb mijn taal – en de hemel mag weten met hoeveel moeite soms – ontdaan van alle litteraire middelen. Ik ben zuinig geweest met beeldspraak, ik heb nergens geprobeerd me puntig of scherpzinnig uit te drukken, ik heb de taal kortom teruggebracht tot een zo onopvallend mogelijk medium. Alles heb ik trachten te leggen in de toon van vertellen, zo dicht mogelijk tegen de spreektaal aan zonder vulgair te worden. Ik heb alleen naar één ding gestreefd, al bleek dit erg moeilijk te bereiken: ‘to be in tune with myself’, om de woorden te gebruiken van mijn achttiende-eeuwse tijdgenoot Laurence Sterne.
Daarentegen had Ido meer verbeeldingskracht/fantasie : “Victor Ido heeft als toneelschrijver een bijzonder grote bedrijvigheid ontwikkeld. Hij schreef blijspelen en treurspelen, kleinere en grotere stukken, drama’s en ‘dramolets’, zoals hij ze noemde; hij liet zijn stukken in alle kringen en standen van de Indische samenleving spelen en bood hiermee de beroepsgezelschappen en amateurs een bijzonder gevarieerd repertoire aan. Enkele van zijn stukken zijn zeer bekend geworden. Ze zijn verschillende malen herdrukt en tientallen malen opgevoerd, zoals De paria van Glodok [1916], De dochters van de resident [1922], Pangéran Negoro Joedho [1918] en vooral Karina Adinda [1914]. Het succes was groot en in vele gevallen heeft Hans van de Wall een actief aandeel gehad in de opvoering.
Neem de moeite om De Oost-Indische Spiegel van Nieuwenhuys aan te schaffen, te lezen, vooral wat hij schrijft over Victor Ido en diens betekenis voor latere onderzoekers. Als je dat doet, kun je namelijk de uithaal van Birney relativeren.
Het boek Oost-Indische spiegel staat op het internet
http://www.dbnl.org/tekst/nieu018oost02_01/
Als we toch de onderste steen boven aan het halen zijn wb het onderdrukken en bloedvergieten, past Birney’s stellingname tegen
de vnl met westerse ogen dwz bevooroordeelde geschreven ‘indische’literatuur:
“Het valt Alfred Birney op dat onze geschiedenis, in het bijzonder de koloniale en postkoloniale geschiedenis, is verworden tot iets voor freaks, vooral waar verhalende literatuur als bronnenmateriaal gebruikt wordt. Alles wat voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde, lijkt in het vergeetboek terecht te zijn gekomen. Pijnlijk vooral voor bevolkingsgroepen in Nederland zoals de Indo’s. Birney wijst op de ‘minder fraaie episodes’ in onze geschiedenis en het feit dat Nederland geen postkoloniaal debat heeft gekend, in tegenstelling tot Frankrijk, Engeland en Amerika. Blijkbaar probeerde men zo de eeuwenlange moordpartijen in Indonesië en de vele andere zwarte bladzijden van de vaderlandse geschiedenis onder het tapijt te vegen.
Zo wijst hij Geert Mak erop dat het hoogst ongelukkig is dat hij Indo-Europeanen in zijn De eeuw van mijn vader Indiërs noemt. Steviger neemt hij Rob Nieuwenhuys onder handen en met hem de literatuurwetenschap. ‘Dat is een nadeel van literatuurwetenschap: men volgt elkaars spoor via een enorm voetnotenapparaat, waardoor logischerwijs vergeten schrijvers in de vergetelheid blijven hangen.’ Nieuwenhuys wordt slordig en warrig genoemd omdat hij een roman van J.E. Jasper een verhalenbundel noemt. Het gebruik van aanhalingstekens levert Nieuwenhuys de omschrijving grenzeloze slordigheid op, terwijl hij ergens anders verstrooid wordt genoemd. Het doet Birney pijn dat door hem bewonderde auteurs niet de aandacht van N. kregen die ze naar zijn mening wel verdienden. Zo schrijft Alfred Birney naar aanleiding van de reactie van N. op het proza van Victor Ido:
‘Victor Ido probeerde wél kunst te maken. Rob Nieuwenhuys had een hekel aan mooischrijverij, misschien omdat hijzelf weinig verder kwam dan wat kletsproza, waarin alles voor de lezer dermate wordt voorgekauwd dat deze niet meer zelfstandig hoeft te denken.’
Het is heerlijk weer eens een essay te lezen waarbij de schrijver geen blad voor de mond neemt maar keihard zegt en schrijft wat hij vindt. Ik verwacht dat Birney doorgaat met zijn queeste om de waarheid boven tafel te halen, zeker wat betreft onze koloniale literatuur.”
( http://www.literatuurplein.nl/recensie.jsp?recensieId=280 )
@eppeson marawasin, op 7 juli 2012
Ja Pak eppeson, Ik heb de 7 jarige HBS achter de rug gehad, dat wil zeggen 2x blijven plakken 😉 Niet dat ik dat ik stom was, neen, je was indo je wilde wilde wat maar je wist niks. De tijdsgesst he, altijd luieren, overal tegenaan trappen 😉
Victor Ido is bekend van De Pauper.
En Rob Nieuwenhuys van Halfbloed .
En nog vele andere schrijvers , echte Indo en Indo Totoks ( Indiegangers, blijvers of trekkers)..
Daar kan men lezen of afleiden dat het “erkend” worden , behoren tot de bovenlaag( meer naar de blanke kant) een belangrijke factor was .
Wordt je pas erkend of beroemd als je hard kan schoppen tegen de gevestigde orde ?
De vraag is of “men” (het grote publiek) bekend is met het werk van die vele andere (onbekende) schrijvers. En daarvoor zet Alfred Birney zich in. Een loffelijk streven wanneer je het mij vraagt.
Mijn cd-collectie bestaat uit 90% van werken van bij het grote (mainstream) publiek onbekende werkjes en groepjes. Maar in totaliteit geven ze een mooi muzikaal tijdsbeeld. Je kunt een tijdsbeeld zo naar je hand zetten en verwringen azoals je het wilt. Maar vaak gaat het ook om een Aha-erlebnis, zo van dat wist ik niet en vooral ook om erkenning.
Halfbloed is van Johan Fabricius ! En Rob Nieuwenhuys was niet zomaar een schrijvertje, hij was de nestor van de Indische letterkunde.
@Wordt je pas erkend of beroemd als je hard kan schoppen tegen de gevestigde orde ?
Meneer Atmadja u weet toch: these / anti-these / synthese!
Ik zie er trouwens weer één aankomen en dat betreft het Indisch Platform***. Ik lees op deze site en ook op Javapost, dat er kritische kanttekeningen worden geplaatst bij het functioneren van het IP.
‘Wat heeft het Indisch Platform de afgelopen 20 jaar voor de Indische mensen betekend?’
Een ander stelt het bestaan, ‘het zijn’ van een Indische gemeenschap ter discussie en voelt zich alles behalve vertegenwoordigd door het Indisch Platform.
Twee kleine trapjes, of het begin van hard schoppen tegen de gevestigde orde?
e.m.
***naar aanleidng van het topic ‘Indisch Platform moet betrokken worden bij onderzoek’
In het verleden wordt ook al gediscussieerd over :
1. of schrijvers/schrijfsters die echt Indisch zijn of niet( een Totok dus)
2. Zelf ervaringsdeskundigen zijn .
Dat ze wel weten waarover ze hebben geschreven.
Ik heb een paar boeken van oudere en nieuwere generatie schrijvers/schrijfsters gelezen , en tot mijn schrik meende ik dat er wel verschil is tussen ervaringsdeskundigen ( die het bewust meegemaakt hebben ) , en de groep die het baseerden uit verhalen van hun ouders of literatuur(onderzoek).
Het verhaal van “toen”, van “froeher” heeft bij de oudere generatie een soort diepgang .
Zie de verhalen van Hans van de Wal, Rob Nieuwenhuys , Tjalie Robinson en vele anderen die een Indische achtergrond hadden.
Niet dat ik veel literatuur gelezen heb, laat staan een boek van Birney,.
Ik had een 5 op mijn eindrapport Nederlands omdat ik 40 samenvattingen op mijn boekenlijst had geplaatst en uiteraard gingen de examinatoren dieper op de stof in ;-).
Maar vertel me, wat is hier nou mis mee?
1. Birney pleit voor onbekend gebleven schrijvers die, meer dan welke Nederlandse auteur ook, een anti-westers vertelperspectief kiezen. Ten onrechte vergeten auteurs als Victor Ido, Délilah en J.E. Jaspers verdienen aandacht.’ (NRC 11-05-2012)
2. De Halewijnprijs (literatuurprijs van de stad Roermond) wordt jaarlijks uitgereikt aan een auteur die zijn debuut al ver achter zich heeft gelaten, een literair talent dat op grond van de kwaliteit van zijn verschenen werk, bredere publieke belangstelling verdient.
Moeten we allen een Couperus zijn, literaire hoogstandjes kunnen verrichten zoals Komrrij, om toch verhalen te kunnen schrijven die velen (of enkelen) kunnen raken, of bij hen een omslag van het denken veroorzaken?
@Ed Vos, op 7 juli 2012 om 11:07 zei:
Niet dat ik veel literatuur gelezen heb, laat staan een boek van Birney,. Ik had een 5 op mijn eindrapport Nederlands omdat ik 40 samenvattingen op mijn boekenlijst had geplaatst en uiteraard gingen de examinatoren dieper op de stof in.
Dag meneer Vos, wij MULO-ers hadden het dan beduidend makkelijker. In mijn tijd keken wij ook echt op tegen HBS-ers, zoals leerlingen van de Ambachtschool weer tegen ons op keken.
Mijn eindlijst*** bestond uit de volgende vijf pillen: Dorp aan de rivier van Anton Coolen; Syl de strandjutter van Cor Bruyn; Eric of ’t klein insectenboek van Godfried Bomans en Bartje van Anne de Vries. En ook nog een zestal gedichten van de Vlaamse priester Guido Gezelle.
Later hoorden wij dat op de HBS ook de ‘Decamerone’ van Boccacio en ‘Duizendeneen Nacht’ (Arabian nights) verplichte kost waren. Stelletje bofbipsen! 😉
Tja, en het gymnasium was voorbestemd voor de kinderen van de notabelen van het dorp. De zonen en dochters van de dominees, de notaris, de directeuren en de dokter.
Nee … nee, geen tempo doeloe, maar wel pure nostalgie. Want toen kwam de Mammoetwet en hoe gek het ook klinkt prof. Stapel is daar naar mijn mening misschien wel in extremis een exponent van.
U behoort met uw HBS-opleiding waarschijnlijk tot de categorie ‘laatste der Mohicanen’. De samenvattingen worden vandaag de dag van het internet geplukt. Mijn dochter, gisteren te horen gekregen dat ze écht met de hakken over de sloot naar 5-VWO mag, weet daarop inmiddels blindelings de weg.
In mijn directe omgeving verzucht ik weleens ‘ik mis het HBS-niveau en de MULO-mentaliteit om heen’. Maar de caravanserai stopt niet.
Ik voor dit moment wel, want ik krijg te horen dat ik NU een klein gezinspak ‘kibbeling’ op de markt moet gaan. Onze visboer komt trouwens uit Harderwijk!
Goed, misschien tot later. Maar niets is zeker.
e.m.
***boekenlijst (géén litratuurlijst)
Mooi verhaal, EM.
Het principe van paper, cissars, rock maar dan mooier verteld en met een moraal
(Citaat): Het beeld van Indonesië in de Nederlandstalige literatuur is sterk gekleurd, zoals onvermijdelijk in de (post)koloniale literatuur. /………./ Maar om te komen tot een postkoloniaal debat is het noodzakelijk dat iemand tegen de gevestigde orde aan schopt. Birney doet dat – en met kracht. (einde citaat)
Eigenlijk net zoals Multatuli dus. Niets nieuws onder de ‘koperen ploert’ van de Japanse steenhouwer.
e.m.
ps
Weet u het nog?
DE JAPANSCHE STEENHOUWER
door Ed. Douwes Dekker
Er was een man die steenen hiew uit de rots. Zijn arbeid was zeer zwaar en hij arbeidde veel, doch zijn loon was gering en tevreden was hij niet. Hij zuchtte, omdat zijn arbeid zwaar was, en hij riep: ‘och, dat ik rijk ware, om te rusten op een baleh-baleh met klamboe van roode zijde’. En er kwam een engel uit den hemel, die zeide: ‘u zij gelijk gij gezegd hebt’. En hij wàs rijk. En hij rustte op een baleh-baleh en de klamboe was van roode zijde. En de koning des lands toog voorbij met ruiters voor zijn wagen. En ook achter den wagen waren ruiters; en men hield den gouden pajong boven het hoofd van den koning. En als de rijke man dit zag, verdroot het hem, dat er geen gouden pajong werd gehouden boven zijn hoofd. En tevreden was hij niet. Hij zuchtte en riep: ‘ik wenschte koning te zijn!’
En er kwam een engel uit den hemel, die zijde: ‘u zij gelijk gij gezegd hebt’. En hij was koning. En voor zijn wagen reden vele ruiters en ook waren er ruiters achter zijn wagen; en boven zijn hoofd hield men den gouden pajong. En de zon scheen met heete stralen en verbrandde het aardrijk, zoodat de grasscheut dor werd. En de koning klaagde, dat de zon hem schroeide in het gelaat, en macht had boven hem. En tevreden was hij niet. Hij zuchtte en riep: ‘ik wensch de zon te zijn!’
En hij wàs de zon. En hij zond zijn stralen naar boven en naar beneden, naar de rechterzijde en naar de linkerzijde en alom. En hij verschroeide de grasscheut op de aarde en het gelaat der vorsten, die op aarde waren. En een wolk stelde zich tusschen de aarde en hem, en de stralen der zon stuitten erop terug. En hij werd toornig, dat zijne macht weerstaan werd, en hij klaagde, dat die wolk machtig was boven hem. En tevreden was hij niet. Hij wilde de wolk zijn die zoo machtig was. En er kwam een engel uit den hemel, die zeide: ‘u zij gelijk gij gezegd hebt’.
En hij werd een wolk, en plaatste zich tusschen de zon en de aarde en ving de stralen op zoodat het gras groen werd. En de wolk regende in groote druppen op het aardrijk en deed de rivieren zwellen en de banjirs voerden de kudden weg. En ze verwoesten door veel waters het veld. En ze viel op een rots, die niet week. En ze klaterde in groote stroomen, maar de rots week niet. En ze werd toornig, omdat de rots niet wijken wilde, en omdat de sterkte van haar stroomen ijdel was. En tevreden was zij niet. Ze riep: ‘aan de rots is macht gegeven boven mij. Ik wenschte die rots te zijn!’ En er kwam een engel uit den hemel, die zeide: ‘u zij gelijk hij gezegd hebt’.
En ze werd rots, en bewoog niet als de zon scheen, en niet als het regende. En daar kwam een man met houweel en met puntigen beitel, en met zwaren hamer, die steenen hieuw uit de rots. En de rots zeide: Wat is dit, dat die macht heeft boven mij, en steenen houwt uit mijn schoot?’ En tevreden was zij niet. Ze riep: ‘ik ben zwakker dan deze… ik wenschte die man te zijn!’ En er kwam een engel uit den hemel, die zeide: ‘u zij gelijk gij gezegd hebt’.
En hij was steenhouwer. En hij hieuw steenen uit de rots, met zwaren arbeid en hij arbeidde zeer zwaar voor weinig loon… en… hij was tevreden.
Klik om toegang te krijgen tot Geen-dierentuin.pdf
geweldig voor Alfred, eindelijk een nominatie voor een Indoschrijver die zegt waar het op staat! Hij verdient het, de concurrentie is groot maar ik gun het hem van harte… succes Alfred!
Is hij niet een roepende in de woestijn?
Hij zet zich af tegen de Hollandse schrijvers, schuift de in Indië gewortelde schrijvers naar voren, toont aan wat zij wel vertellen en verhollandste schrijvers niet (Couperus) .
Ik ken geen andere schrijvers die dit benoemen en ik vrees dat de belletrie van de Nederlandse literatuur hem gewoon niet snapt, wegens het hoge voetstuk die de genoemde schrijvers hebben gekregen en de onwetendheid over Indië .
Lijkt mij, niet dat ik het boek de Dubieuzen gelezen heb.