Indisch in Beeld

20110402willemniks
Willem Niks. KNIL Militair 1868 1888.

Griselda Molemans van  Indo-Afrikaans Kontakt licht toe:
De Afrikaanse KNIL-soldaat Najoersie, een Mossi-krijger uit het huidige Burkina Faso, heeft na zijn pensionering in Salatiga een perceel grond cadeau gekregen van de Nederlandse overheid. Zijn Ambonese moentji Saridja schonk in 1851 het leven aan zoon Willem die ook dienst neemt in het KNIL. Op latere leeftijd dient Willem een officieel verzoek in om de familienaam Najoersie te mogen wijzigen in de Hollandse achternaam Niks. Het vermoeden is dat Willem ‘zo Nederlands mogelijk op de buitenwereld wilde overkomen’ en daarom de oer-Hollandse naam ‘Niks’ verkoos boven het Afrikaans klinkende ‘Najoersie’. De familie Niks werd in Salatiga ‘pamili tidak apa-apa’ genoemd. Willem Niks leefde samen met de inheemse Kadisa en kreeg met haar zeven kinderen. De achterkleinkinderen van ‘belanda hitam’ Najoersie wonen in Indonesie, Nederland, Canada en de US.

Dit bericht werd geplaatst in Indisch in Beeld. Bookmark de permalink .

10 Responses to Indisch in Beeld

  1. Hilda schreef:

    Zo gaaf mijn vader heet johan willem niks zoon van willem en kadisa een van de 7 geboren 1911.
    Ik zie net dat ik al gereageerd heb in 2011

  2. Hilda schreef:

    Ik zag zoveel bekende namen op deze site zoals Pen, en Klink, maar vooral de naam Ben Goutier en Tante Juul zijn mij bekend. Het toeval wil dat de begin datum van deze site op 3 april begint dat is mijn geboortedag. Volgens mijn gegevens is overopa Najoersie geboren in Moesie te Afrika in 1814. 24 februari 1838 heeft hij zich vrijgekocht op Elmina. De vader en moeder van mijn vader zijn Willem en Kadisa. Mijn vader is Johannes Willem Niks en ik ben zijn jongste kind. Bij G.B. van 9 oktober 1896 nr. 20 de familienaam Niks aan te nemen. Helaas reageer ik laat, maar ik ben geen computertype. Zal vanaf nu elke dag kijken.
    Hilda

  3. Pierre de la Croix schreef:

    Dag Ibu Griselda,
    Wat leuk! Van het huis van de Pennetjes herinner ik mij weinig. De voorgalerij (niet eens zo groot) en de mooie tuin en natuurlijk … die ijskast. Waar die stond weet ik niet meer.
    Zie met belangstelling je relaas tegemoet.
    Hartelijke groet,
    Pak Pierre

  4. Boeroeng schreef:

    citaat———–
    Opa Pen en de tantes Pen. Aan opa Pen hebben de genterviewden geen duidelijke herinnering, maar aan zijn dochters, de tantes Pen, des te meer: ongehuwde, kinderloze zusters die volgens alle genterviewden schatrijk waren. Tante Pen, dat was de koningin van de Afrikanen in Semarang. Met nieuwjaar kwamen alle Afrikanen daar samen. Hoe ze aan hun fortuin waren gekomen, wordt niet erg duidelijk uit de mondelinge overlevering. Volgens n verhaal hadden de Afrikanen in Semarang ook een stuk grond gekregen van koning Willem III, net als de Afrikanen in Poerworedjo. De familie Pen zou die grond hebben verkocht aan de spoorwegen voor de aanleg van het station van Semarang. Kennelijk waren de zusters Pen goed opgeleid. Een van de zusters, Adle Pen, was belastinginspecteur. De oudste zorgde voor de huishouding. Als Juul Pen haar pensioen ging ophalen, dan droeg ze een
    witte jurk en reed in een grote Buick met chauffeur. Het tafereel van tante Pen in een auto met chauffeur had duidelijk diepe indruk gemaakt op de jonge Nico Klink. Een enkeling vermeldt dat de tantes Pen financieel bijdroegen aan de opvoeding van Indo-Afrikaanse kinderen. Elie Wit (geboren 1928), achterkleindochter van Jan Wit, herinnert zich dat de dames Pen streng toezagen op de opvoeding van Indo-Afrikaanse kinderen.35 Mijn vader zei wel eens tegen ons: als je niet luistert, dan ga je naar tante Pen. Daar waren we bang voor, ze konden heel streng zijn. Maar ze deden ook veel voor ons. In de meeste verhalen is echter sprake van een nogal afstandelijke relatie met de rijke dames Pen.
    De Afrikanen in Semarang, dat was een soort grote familie, we noemden alle oudere mensen tjang, dat is opa en oma, en de rest was oom en tante. Je vroeg je nooit af hoe dat zat met de familiebanden. Op verjaardagen werden wel eens Afrikaanse liedjes gezongen, en de oudjes spraken wel eens over fufu, maar Elie Wit heeft het nooit iemand zien eten: Wij aten altijd Indonesisch. Ook in Semarang was Nederlands de omgangstaal van de Indo-Afrikanen en ook hier waren de meeste Afrikanen rooms-katholiek gedoopt.
    einde citaat———————-
    pagina 234
    https://www.openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/4758/1/ASC-1241494-017.pdf
    pagina 235 :
    citaat——–
    Bij opa Piet Klink in Semarang vierden we altijd drie keer nieuwjaar: Hollands nieuwjaar, Islamitisch nieuwjaar en Chinees nieuwjaar, herinnert Nico Klink (geboren 1917) zich. Opa en oma Klink waren allebei islamiet, maar hun kinderen waren katholiek, hoewel de oudste zoon aanvankelijk Mohamed werd genoemd en pas later de naam Hendrik Klink ging dragen.Piet Klink, geboren in Soko in 1842, werd in 1861 aangeworven voor het KNIL. Hij was niet verwant met de eerdere J. Klink, die in 1837 arriveerde en later faam verwierf als de eerste wijkmeester van Poerworedjo. Piet Klink zwaaide in 1881 af met een sergeantenpensioen van 300 gulden per jaar en vestigde zich in Semarang met zijn Javaanse vrouw Nakiem.
    Nico Klink heeft nog duidelijke herinneringen aan zijn grootvader, die blijkens een acte van overlijden van de Burgerlijke Stand Europeanen te Semarang overleed in 1930, op 88-jarige leeftijd. Nicos vader Hendrik Klink overleed al in 1923, maar met zijn Indo-Afrikaanse moeder Jacoba Susannet van Steenbergen gingen hij en zijn broers elke laatste zondag van de maand op bezoek bij opa en oma Klink. Zijn grootouders hadden ook nog twee inwonende dochters. Ze werden gul ontvangen, maar erg spraakzaam was opa Klink niet. Hij sprak geen Nederlands, wel Maleis. Nee, over Afrika heeft hij nooit iets verteld. Hij zat meestal apart in zijn stoel. Piet Klink en Nakiem hoorden kennelijk meer bij de Javaans-islamitische wereld dan bij de Europees-christelijke wereld van Semarang.
    Nico Klink herinnert zich de maaltijden, opgeschept op bananenblad, en de islamitische gebeden bij sterfgevallen. Niettemin werd Piet Klink in 1930 begraven op het Europese kerkhof van Semarang, terwijl Nakiem haar laatste rustplaats vond op de inlandse islamitische begraafplaats.
    einde citaat——–
    is deze link van toepassing?
    http://www.online-familieberichten.nl/zoeken.asp?command=show&id=519719

  5. Boeroeng schreef:

    citaat———–
    Opa Pen en de tantes Pen. Aan opa Pen hebben de genterviewden geen duidelijke herinnering, maar aan zijn dochters, de tantes Pen, des te meer: ongehuwde, kinderloze zusters die volgens alle genterviewden schatrijk waren. Tante Pen, dat was de koningin van de Afrikanen in Semarang. Met nieuwjaar kwamen alle Afrikanen daar samen. Hoe ze aan hun fortuin waren gekomen, wordt niet erg duidelijk uit de mondelinge overlevering. Volgens n verhaal hadden de Afrikanen in Semarang ook een stuk grond gekregen van koning Willem III, net als de Afrikanen in Poerworedjo. De familie Pen zou die grond hebben verkocht aan de spoorwegen voor de aanleg van het station van Semarang. Kennelijk waren de zusters Pen goed opgeleid. Een van de zusters, Adle Pen, was belastinginspecteur. De oudste zorgde voor de huishouding. Als Juul Pen haar pensioen ging ophalen, dan droeg ze een
    witte jurk en reed in een grote Buick met chauffeur. Het tafereel van tante Pen in een auto met chauffeur had duidelijk diepe indruk gemaakt op de jonge Nico Klink. Een enkeling vermeldt dat de tantes Pen financieel bijdroegen aan de opvoeding van Indo-Afrikaanse kinderen. Elie Wit (geboren 1928), achterkleindochter van Jan Wit, herinnert zich dat de dames Pen streng toezagen op de opvoeding van Indo-Afrikaanse kinderen.35 Mijn vader zei wel eens tegen ons: als je niet luistert, dan ga je naar tante Pen. Daar waren we bang voor, ze konden heel streng zijn. Maar ze deden ook veel voor ons. In de meeste verhalen is echter sprake van een nogal afstandelijke relatie met de rijke dames Pen.
    De Afrikanen in Semarang, dat was een soort grote familie, we noemden alle oudere mensen tjang, dat is opa en oma, en de rest was oom en tante. Je vroeg je nooit af hoe dat zat met de familiebanden. Op verjaardagen werden wel eens Afrikaanse liedjes gezongen, en de oudjes spraken wel eens over fufu, maar Elie Wit heeft het nooit iemand zien eten: Wij aten altijd Indonesisch. Ook in Semarang was Nederlands de omgangstaal van de Indo-Afrikanen en ook hier waren de meeste Afrikanen rooms-katholiek gedoopt.
    einde citaat———————-
    pagina 234
    https://www.openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/4758/1/ASC-1241494-017.pdf
    pagina 235 :
    citaat——–
    Bij opa Piet Klink in Semarang vierden we altijd drie keer nieuwjaar: Hollands nieuwjaar, Islamitisch nieuwjaar en Chinees nieuwjaar, herinnert Nico Klink (geboren 1917) zich. Opa en oma Klink waren allebei islamiet, maar hun kinderen waren katholiek, hoewel de oudste zoon aanvankelijk Mohamed werd genoemd en pas later de naam Hendrik Klink ging dragen.Piet Klink, geboren in Soko in 1842, werd in 1861 aangeworven voor het KNIL. Hij was niet verwant met de eerdere J. Klink, die in 1837 arriveerde en later faam verwierf als de eerste wijkmeester van Poerworedjo. Piet Klink zwaaide in 1881 af met een sergeantenpensioen van 300 gulden per jaar en vestigde zich in Semarang met zijn Javaanse vrouw Nakiem.
    Nico Klink heeft nog duidelijke herinneringen aan zijn grootvader, die blijkens een acte van overlijden van de Burgerlijke Stand Europeanen te Semarang overleed in 1930, op 88-jarige leeftijd. Nicos vader Hendrik Klink overleed al in 1923, maar met zijn Indo-Afrikaanse moeder Jacoba Susannet van Steenbergen gingen hij en zijn broers elke laatste zondag van de maand op bezoek bij opa en oma Klink. Zijn grootouders hadden ook nog twee inwonende dochters. Ze werden gul ontvangen, maar erg spraakzaam was opa Klink niet. Hij sprak geen Nederlands, wel Maleis. Nee, over Afrika heeft hij nooit iets verteld. Hij zat meestal apart in zijn stoel. Piet Klink en Nakiem hoorden kennelijk meer bij de Javaans-islamitische wereld dan bij de Europees-christelijke wereld van Semarang.
    Nico Klink herinnert zich de maaltijden, opgeschept op bananenblad, en de islamitische gebeden bij sterfgevallen. Niettemin werd Piet Klink in 1930 begraven op het Europese kerkhof van Semarang, terwijl Nakiem haar laatste rustplaats vond op de inlandse islamitische begraafplaats.
    einde citaat——–
    is deze link van toepassing?
    http://www.online-familieberichten.nl/zoeken.asp?command=show&id=519719

  6. Pierre de la Croix schreef:

    Waarde Pak Ben,
    Bedankt voor je reactie.
    Voor zover ik weet woonden de dames Pen over wie ik heb geschreven met hun (Indonesische) moeder al ver voor de oorlog in hun huis aan de Karreweg in Semarang. Zij zijn in de bersiaptijd als zovelen gevacueerd naar Siam, maar later teruggekeerd op het oude nest. Hun moeder overleed in Siam, haar stoffelijk overschot hebben de dames gerepatrieerd en in Indonesi herbegraven.
    Alle drie dames waren ongehuwd. Ik weet niet of zij nog verdere familie hadden. Ik was een kind toen en stelde geen indringende vragen. Ik kan mij wel een Indo-Afrikaan herinneren, die bij de dames aan huis kwam en hun steun en toeverlaat in bange dagen moet zijn geweest, Nico Klink. Misschien leeft hij nog, maar dan moet hij nu 90 of ouder zijn. Time flies.
    Wellicht biedt deze summiere aanvullende info toch een link naar de Salatigase Pen(nen)die jij hebt gekend. Ik zou ook graag meer van “mijn” dames Pen willen weten, b.v. of hun vader een echte Afrikaan was of toch al 2de generatie, net als Willem Niks. Ik vermoed het eerste.
    Het was mij in ieder geval een genoegen middels dit rubriekje de lieve dames Pen aan de vergetelheid te ontrukken.
    Sterkte in de Canadese kou. Ik was een keer in de winter in Quebec. Inderdaad, geen klapperrr te bekennen en toch klapperrrtanden …..
    Pak Pierre

  7. Pierre de la Croix schreef:

    Waarde Pak Ben,
    Bedankt voor je reactie.
    Voor zover ik weet woonden de dames Pen over wie ik heb geschreven met hun (Indonesische) moeder al ver voor de oorlog in hun huis aan de Karreweg in Semarang. Zij zijn in de bersiaptijd als zovelen gevacueerd naar Siam, maar later teruggekeerd op het oude nest. Hun moeder overleed in Siam, haar stoffelijk overschot hebben de dames gerepatrieerd en in Indonesi herbegraven.
    Alle drie dames waren ongehuwd. Ik weet niet of zij nog verdere familie hadden. Ik was een kind toen en stelde geen indringende vragen. Ik kan mij wel een Indo-Afrikaan herinneren, die bij de dames aan huis kwam en hun steun en toeverlaat in bange dagen moet zijn geweest, Nico Klink. Misschien leeft hij nog, maar dan moet hij nu 90 of ouder zijn. Time flies.
    Wellicht biedt deze summiere aanvullende info toch een link naar de Salatigase Pen(nen)die jij hebt gekend. Ik zou ook graag meer van “mijn” dames Pen willen weten, b.v. of hun vader een echte Afrikaan was of toch al 2de generatie, net als Willem Niks. Ik vermoed het eerste.
    Het was mij in ieder geval een genoegen middels dit rubriekje de lieve dames Pen aan de vergetelheid te ontrukken.
    Sterkte in de Canadese kou. Ik was een keer in de winter in Quebec. Inderdaad, geen klapperrr te bekennen en toch klapperrrtanden …..
    Pak Pierre

  8. Ben Goutier schreef:

    Hey Pak, was leuk om je verhaal te lezen. Adjudant Niks was mijn oom Johan,zoon van Willem Niks.Ik kende een Pen dat was in Salatiga dat was mijn Tante. Juul noemde ze mijn moeder -afgekort van Julianna-.Ik ben van Salatiga en leeft now met mijn gezin in Canada.Niet veel Indo’s hier, te koud. Greetings from the Big White North.Cheers. Ben

  9. Ben Goutier schreef:

    Hey Pak, was leuk om je verhaal te lezen. Adjudant Niks was mijn oom Johan,zoon van Willem Niks.Ik kende een Pen dat was in Salatiga dat was mijn Tante. Juul noemde ze mijn moeder -afgekort van Julianna-.Ik ben van Salatiga en leeft now met mijn gezin in Canada.Niet veel Indo’s hier, te koud. Greetings from the Big White North.Cheers. Ben

  10. Pak Pierre schreef:

    Nada de nada
    Tja …. ik schoot in de lach bij het lezen van de bijnaam van de familie Niks. Typisch Indisch, het verzinnen van bijnamen, meestal door vertaling of verbastering van Europese voor- en achternamen. Deze bijnaam vond ik toch wel bijzonder.
    Dat de familienaam Niks ook in Nederland tot vindingrijkheid inspireert ondervond ik als militair toen een adjudant Niks, klein en parmantig, de bataljonsgelederen kwam versterken. Al gauw hadden de soldaten voor hem een bijnaam bedacht: “Pet-en-Schoenen”, want er tussen stond Niks.
    Het verhaal van het Belanda Hitam geslacht Najoersi-Niks bracht mij in gedachten ook terug naar Indo-Afrikanen bij wie ik als kind in Semarang kwam, de dames Pen. Fie, Juul en nog een zuster wier naam ik ben vergeten waren goede vrienden van mijn moeder en tante (Bonjer) en woonden aan de Karreweg. Allerhartelijkste mensen. Sofie was een vrouw met statuur. In mijn ogen waren de dames Pen welgesteld, want zij hadden niet alleen een eigen huis met veel marmer maar ook …. voor mij toppunt van onvoorstelbare luxe …. een ijskast, die bij ieder bezoek heerlijk koele rozenstroop met slasi of kolang-kaling leverde. Ter verduidelijking: Bij mij thuis kwam af en toe de “toekang s” op de fiets langs met een druipend blok ijs, gewikkeld in karungs, op de goncengan (bagagedrager). Van dat blok werd dan een afgemeten portie ijsblokjes gehakt, voor de thermosfles.
    Tante Fie Pen bleef later als laatste van de zusters over, in Den Bosch. Ik heb haar daar diverse malen op haar verjaardag mogen bezoeken. Een flatje, tjokvol Indo-Afrikanen met hun typische nlettergreep namen als Worp, Land, Mooi en Klink. Sofie was voor hen, geloof ik, “La Mama”, het wijze clanhoofd. Ik herinner mij bergen lekker eten en altijd veel vrolijkheid, veel humor. Meneer Mooi, verre van een schoonheid, stelde zich eens aldus aan mijn vrouw voor: “Ik ben Mooi, hahaha …”.
    Twee Indo-Afrikanen leerde ik in militaire dienst kennen: de Sergeanten der Eerste Klasse Bonimbie en Biba(r?). Bonimbie was geloof ik Korea veteraan. Hij noemde ons, recruten, steevast “Kloteklappers” en kneep ons behoorlijk af, vooral de Indische jongens, want die moesten zijns inziens beter presteren dan de bul’s. Biba(r) vroeg eens wat de definitie was van een Sergeant Eerste Klas. Wij wisten dat natuurlijk niet en dorsten ook niets grappigs te verzinnen. Het juiste antwoord kwam dus van Biba(r) zelf: “Te knap voor sergeant en te dom voor sergeant majoor”. Hij lachte er het hardst om. Altijd die humor, altijd die zelfspot ….. Ik hoop dat meneer Biba(r) later toch nog de felbegeerde hele tweede gouden streep op zijn mouw heeft gekregen en nog meer, misschien een paar bintangs als vakofficier.
    Wellicht herkennen lezertjes in dit verhaal personen en situaties. Aanvullingen zijn mij zeer welkom.
    Pak Pierre

Laat een reactie achter op Boeroeng Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *