Edith Bons 25 jaar beeldend kunstenaar

Expositie 8 t/m 29 december 2010
in 38 cc, Hooikade 13  2627 AB Delft
Openingsmanifestatie 12 december 15 17 uur

 Edith Bons
bons_edithIn 1962 kwam ze met haar ouders naar Nederland, in eerste instantie tijdelijk , i.v.m. het verlof van haar vader.
Door de politieke situatie (Nieuw Guinea werd overgedragen aan de republiek Indonesi) was het gezin genoodzaakt in Nederland te blijven.
Nederland was een vreemd land voor hun. Ondanks dat zij, zoals zoveel Indos, de Nederlandse nationaliteit bezaten en de Hollandse cultuur mee gekregen hebben, heeft ze zich nooit een Hollander (cultuur) gevoeld, maar eerder een Nederlander (nationaliteit). Holland ervaart ze als haar onbekende moederland die ze zich in de loop der tijden  eigen gemaakt heeft.  Tijdens haar opleiding aan de kunstacademie, waar je toch op zoek  bent naar oorspronkelijkheid, kreeg ze niet helemaal de bagage mee die ze nodig had om deze te gaan onderzoeken. De informatie en technieken waren vooral gericht op een visie die haar wortels heeft in het westen. Haar werk werd ervaren als te decoratief en te verhalendeen taboe, lijkt het wel in de kunst van de tachtiger jaren. Bij de compositie opbouw had ze sterk de neiging tot symmetrie, want ze wilde balans in haar werk. Evenwicht.  Een dood zonde, gezien vanuit de westerse esthetiek.

Direct na haar afstuderen vertrok ze naar Indonesi,. Ze ontdekte dit als een land waar haar wortels liggen. Haar familie heeft er immers altijd  gewoond tot 1962,  toen nog Nederlands Indi.  Tussen 1985-1987 woonde en werkte ze daar en kreeg zo de kans, alles dat aan de bron van haar ontwikkeling lag, op zijn plek te laten vallen.
Dat was nodig geweest – gedurende dat proces probeerde ze alles te vergeten wat ze op de academie geleerd had. Met de overtuiging dat ze, als kunstenaar toch niet in staat zou kunnen zijn 400 jaar schilderkunst te  overbruggen. Daarvoor miste ik te veel affiniteit met de Nederlandse kunstgeschiedenis. Of zou dat komen omdat haar basis te divers, te weinig nduidig zou zijn? – ze kon  op zoek gaan  naar (nieuwe) verbanden.

Ze zocht ze binnen de volkscultuur die daar nog een plek heeft  in de samenleving. Ze was ervan overtuigd dat in deze volkscultuur haar identiteit verborgen moest liggen. Ze dook letterlijk in de Javaanse en Balinese cultuur. (deze culturen zijn aan elkaar verwant). Ze vond het een verademing om in een (echte) multiculturele samenleving te wonen en te werken. Sindsdien gebruikt ze de iconografie uit de Javaans/Balinese cultuur in haar werk. Ze gebruikt allerlei materialen die haar boeien om inhoud te geven aan haar eigen beeldtaal. Ze maakte gebruik van de vrijheid die ze in Nederland heeft verworven. Die vrijheid die haar er tevens mee confronteerde dat ze k een buitenbeentje was in Indonesi. Want het  gebruikmaken van etnografische beeldelementen, ze uit een context te halen op grond van artistieke drijfveren werd niet altijd in dank afgenomen. Zo belandde ze met beide benen op de grond. Plof!

Ze realiseerde zich dat ze ook een westerse kunstenaar is die zich bezig houd met formele kanten van haar vak, vaak losstaand van de inhoud, en gebaseerd op het experiment. Ze weet nu dat haar referentiekader tweezijdig is. Van dat moment eigent zij zich het Balinese polengmotief toe. Als statement, zichzelf te definiren in een niemands land tussen uitersten. Dat polengmotief  dat symbool staat voor de kosmische eenheid, en tot uiting komt in de Balinese cultuur in de
vorm van heilige doeken, komt nu steeds terug in haar oeuvre. Maar ook met een knipoog naar Nederland, waar je altijd in een hokje moet passen om te kunnen zijn wie je bent. Zo inherent aan deze cultuur.

Als kunstenaar die zich begeeft op het snijvlak van uitersten (oost en west) voelt zij zich het beste thuis in een  wereld
zonder (lands)grenzen.  Nu is  zij op een punt gekomen dat haar keuze valt voor een materiaal (beeldelement) met een globaliserend karakter: RIJST. Ontstaan vanuit haar eigen (Indische) eetcultuur en wereldvoedsel nummer One.

Rijst is voedend (zowel fysiek als spiritueel), transparant, heeft structuur,  kan allerlei vormen aan nemen.
Rijst is voor haar een uitstekend materiaal waar ze alle facetten van het leven mee kan uitdrukken.  Bovendien heeft het een relatie met de godin van de vruchtbaarheid uit de Javaanse mythologie: Dewi Sri,  die ze al heel lang in haar werk betrek.
Ze diept deze relatie uit en maak verbintenissen met andere culturen. Betrek het naar de actualiteit zodat haar kunst in dialoog is met de tijd waarin ze leeft. Haar exposities, vooral in Indonesi, lokken discussies uit tijdens de Artist Talks.
Bloemen zijn elementen die ze regelmatig gebruikt. Bloemen die altijd een relatie hebben met rituelen.

Terwijl ze aanvankelijk op een bouwende manier haar compositie bepaalde, is haar werkwijze, onder invloed van haar installaties, veranderd. Ze werk nu minder vanuit het avontuur, maar bedenk vooraf wat de drager zal zijn. Hiervoor gebruikt ze de fotografie.

Delft 27 oktober 2010

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *