Film 2602 – geschiedenis zonder Indo’s

gastpikirans

door Peter van den Broek.

De film “Jaar 2602” is op de ondertiteling van het affiche aangekondigd als ‘kinderverhalen uit het jappenkamp’en is eigenlijk verkeerd want het zijn verhalen van vnl totoks, die hun kindertijd verhalen uit de jappenkampen. Het wordt zonder dat de filmakers het zelf bemerken, een weinig doordachte film door de koloniale bril gezien, de totoks, de heersende klasse, mogen hun zegje doen  en verder niets.

De volgende vraag wordt handig in de reactie van de Stichting die de film heeft uitgebracht, omzeild maar is wel cruxiaal voor de discussie
Waarom werd er geen historisch beeld gegeven van de Indo-Europese Nederlanders, als Indokind in de kampen terwijl die wel als geinterviewden in de film voorkomen?.

De Stichting schrijft: “Vanwege de etnische indeling van dehetjaar2602_200  Japanners was het overgrote deel Europese Nederlanders. Dus een Nederlandse ”minderheid” wordt daarom niet getoond. Ik vind dat wel een hele opmerkelijke en moderne opvatting van geschiedschrijving die volgens de stichting één is van de meerderheid, zij noemt dat de historisch context. Om het in Nederlandse verhoudingen te zeggen is de geschiedenis van Nederland in WOII te beschrijven en de Joden , als minderheid weg te laten. Het gaat mij niet om de vergelijking, maar op het punt dat een gedeelte van de geschiedenis wordt weggelaten.

Over de “overgrote” meerderheid en de etnische indeling van de Japanners het volgende. Naar de kampen gingen (de opsomming is niet volledig maar heeft op de meerderheid):
•     Europese Nederlanders
•     Militairen onafhankelijk van de kleur, zoals mijn Opa, indo en KNIL-militair, hij bleef in het kamp
•     Hun gezin, zoals mijn moeder en haar 2 broertjes en haar zusje, daarentegen mocht mijn oma, Inlandse, kiezen binnen of buiten het kamp. Ze bleef bij haar kinderen.
•     Indo-Europese Nederlanders met een lichte huidskleur, het schizofrene in families deed zich voor dat ene helft naar het kamp ging en de andere helft thuis bleef, voor de oorlog was het zaak zo licht mogelijk te zijn en tijdens de oorlog was het zaak zo donker mogelijk te zijn.
•     Volwassen Europeanen ongeacht de huidskleur geraakten ook in de kamp, mijn vader (Indo) kreeg op een gegeven moment de leeftijd om naar zo’n kamp te gaan en is toen voor lange tijd ondergedoken. Zijn broer werd tewerk gesteld in Birma en heeft het geschonden overleeft.

Dus het etnisch beleid van de Japanners was wat willekeurig, maar beredeneerd en om dan te zeggen dat de overgrote meerderheid der Europese Nederlanders in de kampen geraakten, lijkt gezien het willekeurig toelatingsbeleid der Japanners niet onderbouwd, terwijl statistieken ontbreken, calculated guess zeker en zeer historisch.

Bovenstaande geeft alleen maar aan dat de Stichting noch de makers zich verdiept hebben in de geschiedenis van Nederlands Indie, er zijn toch genoeg boeken daarover gepubliceerd . Zij hebben willens en wetens gekozen om alleen de geschiedenis van de Europese Nederlanders, de heersende koloniale elite, te tonen.

Ik denk dat de stichting maar ook de makers bewust of onbewust een beeld van de kampen en impliciet van Nederlands Indie geven waar geen onderscheid werd gemaakt, het wordt door de koloniale bril gezien. Ik weet zelfs beter want mijn Oma of moeder zei dat de koloniale verhouding 1 op 1 werden overgebracht naar de kampen, de kampen waren een afspiegeling van de koloniale Indische maatschappij en dat lijkt me logisch, mensen veranderen niet zo snel hun gedrag, een anecdote het verhaal gaat rond dat de vrouw van de laatste GG niets kon of wilde in het kamp. Zij werd daarom bijgestaan door hofdames, dit is niet te filmen. Ik moet dat bij oude foto’s verifieren of bruin bij bruin en wit bij wit zaen in het kamp Ik vind het meer dan pijnlijk, cynisch dat die ervaren (sic) filmmakers, niet de moeite nemen om zich in de Ned.Indische geschiedenis te verdiepen, de film laat hierover geen diepe sporen achter en zich bewust of onbewust laten manipuleren, een beheerder van een pasfoto-automaat doet het beter.
Dan past ook de zinssnede “de krijgsgevangenenkampen alle etnische gradaties van Nederlanders”, daarover geen misverstand, je hoort ze knorren van zelfgenoegzaamheid. In het koloniale iddilische, welhaast racistisch plaatje te plaatsen.

En ander opmerking vertoont de belezenheid van de Stichting . En de repatriëring was vaak, anders dan het woord suggereert, een eerste kennismaking met het “moederland”, moet Moederland niet Vaderland zijn want veelal was de oermoeder van Inlandse komaf, maar het is meer dan begrijpelijk dat geschiedenis is niet de sterkste kant van de Stichting.

Ik denk dat de Stichting door welbewust de cruxiale vraag over de rol van de Indo-Europese Nederlanders, door kinderogen gezien, te omzeilen en door ongelukkig met de geschiedenis om te gaan niet alleen zich oneindig belachelijk heeft gemaakt , maar zij heeft haar geloofwaardigheid aangetast.

De stichting beuzelt heel lang door over de buitenkampers, er moet gewerkt worden, maar daar ging de film niet over, of ik heb de verkeerde film gezien. Hun aan zichzelf toegedachte historische rol lijkt mij misplaatst, er komen nog andere interviews. Ik hou mijn hart vast en dan zullen, lijkt mij toch wat meer dan alleen heftige reacties vallen bij de volgende film, een volgen e brevet van onvermogen

Ik heb de reactie niet geschreven omdat ik op mijn ziel getrapt ben,mijn eer is aangetast, doordat de film de nagedachtenis van alle Indo-Europese Nederlanders bedoezelt, maar geschreven omdat aan de gescheidenis van de Indo-Europese Nederlanders geen recht wordt gedaan.

Ik eis rechtzetting!

Dit bericht werd geplaatst in Gast Pikirans. Bookmark de permalink .

15 Responses to Film 2602 – geschiedenis zonder Indo’s

  1. Blauwvogeltje schreef:

    @ Mas Rob
    Voor het grote publiek zijn er nauwelijks herkenbare indo’s in de film … dus kun je zeggen dat het beeld wat overkomt is dat er geen tot erg weinig indo’s in de burgerkampen waren
    En dat is een foutief beeld wat ontstaat en dus een misstap … ook afgemeten aan de doelstelling van de film: Nederland juist informeren over de burgerkampen.
    De discussie over het ‘vergeten’ van de indo’s in de Nederlandse geschiedschrijving en in de Nederlandse identiteit gaat door. Hoewel voornamelijk bij een paar indo’s en aangehuwden.
    Nog eens 100 jaar en dan is iedereen vergeten wat indo’s waren..
    Een soort koekje, misschien ?

  2. Mas Rob schreef:

    @ Gerard
    Weet je zeker dat de Japanse id-kaart waar je het over hebt, de afkomst in zowel Japans als Javaans werd vermeld?
    Ik heb de kaart nog van mijn vader. Hij ziet er hetzelfde uit als de kaart in het linkje.

    De gebruikte gedrukte taal is Japans met aan de onderkant een vertaling in het Maleis. De achterkant met een ambtelijke tekst over verlies van de kaart e.d. is tweetalig, Maleis en Japans.
    De geschreven tekst is in het Maleis. Op het voorbeeld is geschreven Blanda (Nederlander), op de kaart van mijn vader Blanda Indo (Indische Nederlander).
    Er zijn andere ID-kaarten in omloop geweest. Zie bijvoorbeeld: http://resolver.kb.nl/resolve?urn=urn:gvn:KIT01:5615-11&role=image&size=medium . Hier is de gedrukte tekst in het Japans zonder vertaling (op achterkant misschien?). Ook hier is de geschreven afkomst in het Maleis vermeld.
    De Javaanse naam voor Nederlander is niet Blanda maar Londoh.
    @ Boeroeng
    “De film 2062 geeft een beeld dat er geen indo’s in de burgerkampen zaten.. En dat is een misstap.”
    Niet eens met beide stellingen. De film geeft heeft het niet over indo’s en totoks, simpelweg omdat de documentaire daar niet over gaat. Het is ook geen misstap, omdat het aan de fimmakers is welke invalshoek voor een documentaire wordt gekozen.
    Je kunt hoogstens zeggen dat de belevenissen van indo’s in de kampen en buiten de kampen anders zijn geweest dan de oorlogservaringen van de totoks, en dat het goed zou zijn als daar een keer een documentaire over werd gemaakt.
    Maar Boeroeng, gaan we nu die 2602 discussie weer overdoen..? 😉
    Malas euy….

  3. Boeroeng schreef:

    Beste Gerard,
    Er kwamen tienduizenden indo’s in de kampen terecht. Mogelijk 50 duizend.Misschien 60 duizend ? (burgers+pow’s)
    Burgerkampen buiten Java: in principe werden ook de indo-europeanen geinterneerd
    Burgerkampen op Java: Er was een criterium aanvankelijk dat een bepaalde hoeveelheid inlandse afkomst voldoende was om niet in de kampen te worden opgenomen. Mensen deden veel moeite dat aan te tonen met een asal oesoel. Desondanks werden er in diezelfde periode toch te Java indo’s in de burgerkampen gezet (mijn eigen moeder, broer, tante, andere familieleden) en naar gelang de tijd verstreek werden er nog meer indo’s geinterneerd.
    Voor de krijgsgevangenen gold deze mogelijkheid buiten te blijven niet . O.a. mijn vader en ooms.
    Hoe langer de oorlog zou duren hoe meer de interneringskampen vernietigingskampen zouden gaan worden. Maar zover kwam het niet.
    Er was geen Japans plan om blanke mensen en masse te vermoorden. Althans.. die bewijzen zijn nooit gevonden.
    Terzijde… ook blanke mensen kunnen nog best wel een donkere afkomst hebben
    De film 2062 geeft een beeld dat er geen indo’s in de burgerkampen zaten.. En dat is een foutief beeld.

  4. Ik ben het met de kritiek over de film over de WWII in Ned. Indie niet helemaal eens !
    De Jappaners wilden alleen de Blanke Nederlanders in de kampen langzaam door ondervoeding laten sterven net als de Duitsers dat niet alleen met de Joden deden maar ok met de Zigeuners. Dat staat ook duidelijk vermeld op de identificatie Kaart die in het Japans en Javaans was geschreven en waar duidelijk BLANK op stond. Als men aan kon tonen dat met niet zuiver WIT was, maar Indies of Duits (!!) bloed had dan HOEFDE men niet het Kap in ! Dus de meeste (let wel de meeste !) mensen die het kamp in gingen waren dus Blanke Kakkerlakken en geen Indos.
    Leest U het dagboek van Elizabeth van Kampen maar eens goed, zij heeft in dezelfde kampen (Malang en Banyu-Biru – kamp 10 ) gezeten als wij.
    Alhoewel wij Blanke Kakkerlakken zijn, is Indonesie toch mijn vaderland, de mensen, de geuren , het heerlijke eten , ik zal het nooit vergeten !!!
    Zelfs voor onze Engelse kinderen is Rijsttafel en Nasi Goreng nog steeds het lekkerste eten.
    Slamat,
    Gerard Lemmens

  5. Blauwvogeltje schreef:

    Ik heb wel meer geageerd tegen de demografen van het CBS die er een potje van maken wat betreft Indische Nederlanders … Nu eens andere demografen.
    ——citaat——
    Omdat Japan als doel had de westerse invloed in Azië te elimineren, werden de vijandige Europeanen overal in de archipel vrijwel onmiddellijk geïnterneerd. Bijna alle aanwezige militairen werden krijgsgevangen genomen en tewerkgesteld. De staatsburgers van geallieerde of andere westerse landen werden geïnterneerd in burgerkampen. De meeste Indo-Europeanen bleef dat echter bespaard. Zij bleven buiten de kampen (buitenkampers). Indo-Europeanen die wel werden geïnterneerd, overkwam dat vooral gedurende de laatste bezettingsjaren 1944 en 1945.
    ——– einde citaat——–
    Bron
    Het lijkt wel alsof de demograaf hier het moeilijk vindt Indo-Europeanen te erkennen als Europeanen of als westers staatsburger.
    What’s new? De strijd voor erkenning is voor eeuwig…
    “bespaard” geldt voor een meerderheid van de indo’s…maar voor velen anderen niet.
    Buiten Java werden ook op grote schaal burgerindo’s geinterneerd (15.000? of meer), óp Java zelf durfden men dat niet aan. Indo-militairen werden geinterneerd in ’42 (20.000 of meer ?), net zoals op Java zelf ook indoburgers (10.000 of meer?), hoewel minder in aantal als totoks.
    Mij lijkt dat in 42 en ”43 een meerderheid van de geinterneerde indo’s in het kamp kwamen.
    En niet later.
    +++++
    gastdocentensite schrijft
    —citaat—–
    In voorjaar 1943 werden deze wijken omheind met bamboe en prikkeldraad en de poorten gesloten. Eerst bevatten deze kampen alleen Nederlanders, maar allengs werden meer Indo-Europeanen opgeroepen tot en met “Belanda-Indo 3″; dat betekende dat men drie inheemsen onder zijn acht overgrootouders telde. Deze laatste groep kwam in september 1943 in het kamp
    ——– einde citaat———–
    ook hier… net alsof indo’s moeilijk erkend worden als Nederlanders .. schrijft dan ” voornamelijk Nederlanders zonder Indonesische afkomst”
    Maar het citaat geeft wel aan dat zeer waarschijnlijk een meerderheid van de geinterneerde indo’s voor 1944 al in het kamp zaten.

  6. Peter van den Broek schreef:

    Ik ben nog even gaan neuzen en wat lees ik in Het reformatorisch dagblad van 12 Januari , zij besteedt aandacht aan de film 2602
    Ene Van der Dussen zegt na de voorstelling van de film 2602: “In de film komen alleen Nederlanders aan het woord (totoks) en vrijwel geen gemengde Indische Nederlanders (Indo’s). Kritiek hierover snapt Van der Dussen, maar volgens hem stopten de Japanners alleen de Nederlanders in de kampen en bleven de bruinere Indische Nederlanders er buiten. Zij hadden het ook vreselijk, stelt de historicus, alleen al vanwege het groeiende wantrouwen van de Indonesiërs.
    Deze Van der Dussen blijkt niet alleen historicus te zijn maar ook een zeer hooggeleerde Heer Professor. Bij nadere bestudering blijkt deze Professor van der Dussen voorzitter van de Stichting verfilming Japanse Burgerkampen “ te zijn, dezelfde Stichting die de film 2602 heeft gerealiseerd, . Dus hij meent zonder enige kennis, dat de bruinere Indische Nederlanders buiten de kampen bleven, dan verklaard dat helemaal waarom de film aan dit soort Nederlanders geen plaats heeft ingeruimd Als de voorzitter dat nog geeneens dit wil inzien hoe willen de anderen (bestuur en filmmakers) dat dan inzien. Dat verklaard alles. En over zijn woordgebruik zal ik maar zwijgen. Dat kan nog problemen geven.
    Ik vind de omissie niet alleen pijnlijk worden maar veeleer beschamend en bedenkelijk voor de samenstellers van de film, het gaat niet om het goedpraten van de film, maar hoe kan men recht doen aan de plaats van de Indo-Europese Nederlanders in de Geschiedenis. Hoe gaan we na de uitspraak van deze Vz,, (de film is toch spraakmakend en geschiedenisbepalend) in hemelsnaam verder met deze geschiedenis, het wordt van kwaad tot erger,. Kan iemand een voorstel doen?????

  7. Blauwvogeltje schreef:

    Dit is een posting van Martin E. C. Roos op Indisch3.0
    ——-citaat——-
    Historisch onderzoek.
    Nederland heeft in 1942 de oorlog verklaard aan het sterk religieuze shinto/boeddhistische Japan zonder zich echt af te vragen wat de consequenties zouden kunnen zijn voor de ruim 300.000 aldaar geregistreerde Nederlanders (Totoks en Indo’s).
    Hans Meijer schrijft in zijn boek “Indische rekening” het volgende: In de periode 1942-1945 waren bijna alle ambtenaren van Nederlandse afkomst (ongeveer 50.000) in het door de Japanners bezette Nederlands-Indië opgesloten in interneringskampen. Tijdens de Japanse bezetting kwamen zij veelal terecht in de interneringskampen voor burgers.
    In zijn ‘In Indië geworteld’ (2004) schrijft Meijer o.a.: ‘Al met al nam gedurende de oorlog het aantal Indo-Europeanen in de kampen toe. In de Buitengewesten vormden zij vanaf het begin al de meerderheid van de geïnterneerden. Van het vrouwenkamp Padang-Bangkinang op Sumatra is een gedetailleerde overzichtsstaat van de kampbevolking bekend. Eind 1944 bevonden zich daar op een totaal van 2219 gevangenen 847 blanke vrouwen en kinderen en 1203 Indische. Ook op Java groeide hun aandeel in de loop van de bezetting, terwijl ook christelijke Indonesiërs (met name Ambonezen en Timorezen) en Chinezen werden opgepakt. In sommige kampen vormden de gemengbloedigen Nederlanders zelfs een vrij groot deel van de kampbevolking. Zo bedroeg het aantal Indo-Europese gevangenen in het kamp Struiswijk in Jakarta circa 30 procent. In het kamp Stella Maris in Bandoeng was de meerderheid nota bene gekleurd.’
    Historica E . Captain geeft wel heel opmerkelijk feitenmateriaal op pagina 223. ‘Zo moesten alle Indo-Europese gevangenen vanaf maart 1944 een lapje op hun kleding dragen met een blauw inktstempel waarop behalve een individueel nummer, ook de nationaliteit en bangsa vermeld stonden.’ We laten haar aan het woord: ‘Ook werden ze in enkele kampen apart ondergebracht, hetgeen verwarring en wantrouwen teweegbracht.’
    Meijer geeft op pagina 226 enkele cijfers: aan het begin van de Pacific- oorlog zou de Indo-groep circa 175.000 groot zijn. 48.000 Indo’s hebben tijdens de oorlog in een Japans Kamp doorgebracht en wel 28.000 als militair en 20.000 als burger. Een aantal van om en nabij de 125.000 ‘buitenkampers’ noemt hij vrij aannemelijk.
    Voorlopige conclusie: Indo’s vormden een vrij groot deel van de kampbevolking!
    —-einde citaat——

  8. Derk HilleRisLambers schreef:

    Peter van den Broek gaf op 31 januari een reactie op de film ‘Het jaar 2602′. Hij noemt het een weinig doordachte film door de koloniale bril gezien en vraagt zich af waarom geen historisch beeld werd gegeven over de Indo-Europese Nederlanders.
    Hier wreekt zich de omstandigheid dat Peter van den Broek een film recenseert die hijzelf niet heeft gezien. De heftigheid van zijn reactie doet vermoeden dat Peter al kwaad was lang vòòr hij onze film niet had gezien. Waarom anders gesproken over “… je hoort ze knorren van zelfgenoegzaamheid. In het koloniale iddilische, welhaast racistisch plaatje te plaatsen”. Het verhaal over de echtgenote van de GG slaat evenmin echt op de film.
    Had Peter vd Broek de film wèl gezien dan wist hij dat er structureel geen achtergrondinformatie in staat, en dat men het verhaal van toen volledig door de kinderen van toen laat vertellen, met vermijding ook van horen-zeggen verhalen. Dat die kinderen, ook de Indo’s onder hen, het niet over Indo-beleving hadden hoeft niet te verbazen, want jonge kinderen houden zich daar niet altijd mee bezig en in die kampen was bovendien het verschil tussen de diverse typen Nederlanders minder dan het gezamenlijke verschil met de kampbewaking.
    Citaat: “…een Nederlandse ”minderheid” wordt daarom niet getoond.” Dat wordt hij dus wel, maar er wordt geen geschreven of gesproken uitleg aan gegeven. De hele film is gemaakt zonder dergelijke uitleg – met één uitzondering aan het begin, waar het ‘Jaar 2602’ summier wordt uitgelegd.
    Dat de film niet de hele geschiedenis in al zijn aspecten toont is een open deur. Daaraan kan je niet in 90 minuten recht doen en dat pretendeert ook niemand. De film laat goed zien hoe de kinderen van toen, Indo of niet, de ontreddering van de internering en de opmaat daartoe beleefden, met tegen het eind de even onverwachte als hardhandige realisatie dat er in het nieuwe Indonesië geen plaats meer voor hen was.
    Citaat: “… een beheerder van een pasfoto-automaat doet het beter.” Dank voor de vriendelijke woorden, maar dit schrijft iemand die de film nog niet gezien heeft. De film heeft “geen recht gedaan aan de plaats die de Indo-Europese Nederlanders verdienen in de geschiedenis”. Om daar echt recht aan te doen moet je een heel andere film maken, waarin overigens de buitenkamp situatie niet kan ontbreken.
    Over het gebruik van “vaderland” of “moederland” geef ik vd Broek geheel gelijk, dank voor de vriendelijke correctie.
    Van den Broek eist “rechtzetting”. Wat die inhoudt vertelt hij op 3 februari. In zijn algemeenheid is het geven van dergelijke context in een gesproken inleiding en met een gedrukt pamflet erbij onuitvoerbaar. Vertoningen zijn in handen van de diverse reguliere bioscopen en speciale filmhuizen. Bij eventueel gebruik in een cursus of iets dergelijks ligt een inleiding, die de film duidt in zijn samenhang met de geschiedenis, natuurlijk wel voor de hand.
    Peter van den Broek denkt dat de Stichting opnieuw een film over kampkinderen wil maken. Dat is niet zo. Wel werkt de Stichting aan een nieuwe website waarin verbreding en verdieping van de informatie gegeven kan worden, ook voor mensen die de film hebben gezien of willen gaan zien.

  9. Blauwvogeltje schreef:

    Een stichting die Nederland wilt informeren over de burgerkampen, verplicht zichzelf een zo feitelijk mogelijk beeld te geven.
    Daar hoort ook bij een juiste afspiegeling van het aantal indo’s en niet-indo’s in de films te weven…
    Dit valt te lezen in een oude publicatie van het Indisch Platform:
    ————
    Na de inval van Japan en de capitulatie verdwenen ca. 38.000 mannen in krijgsgevangenschap en werden ca. 105.000 mannen, vrouwen en kinderen geïnterneerd in burgerkampen. Buiten de kampen bleven tijdens de Japanse bezetting ca. 220.000 Nederlandse staatsburgers vooral oudere mannen en vrouwen en kinderen waarvan de mannen krijgsgevangen waren. Van de Indo-Europeanen, ook Nederlandse staatsburgers, werden ca. 25.000 geïnterneerd, voornamelijk in de buitengewesten.
    ————
    bron is de sakurawebsite
    (volgens IP-document) 25.000 geinterneerde burgers waren indo …op een totaal van 105.000
    Dan moeten 4 of 5 van de 19 kampkinderen een herkenbare indo zijn… als je een volledig beeld wilt geven van de burgerkampen.
    +++++++++
    De stichting verfilming japanse burgerkampen
    zegt dit:
    ————
    En ja, de mensen in de burgerkampen waren als gevolg van de etnische indeling die de Japanners invoerden, voor het overgrote deel Europese Nederlanders. Niet uitsluitend, want mensen binnen één enkel gezin vielen soms onder twee categorieën, en gingen dan allemaal het kamp in of bleven er buiten. Ook om onduidelijke andere redenen werden soms Indo-Europeanen geïnterneerd. Van de negentien in de film optredende kampoverlevenden waren er zeker drie van niet geheel Europese afkomst, maar allen waren in Indië geboren.
    ————-
    3 is te weinig… en dan nog nauwelijks herkenbaar ?
    even een zijsprong… de term Europese Nederlanders is een beetje ongelukkig gekozen… het suggereert ietwat dat indo’s geen Europese Nederlanders zijn…
    Dit schrijft Kirsten Vos, die de film heeft gezien, op Indisch3.0 :

  10. Peter van den Broek schreef:

    Ik wil duidelijk stellen wat ik onder de eis tot rechtzetting versta:
    Ik denk dat mijn eis tot rechtzetting gezocht dient te worden in het kader van de documentaire. Die heeft geen recht gedaan aan de plaats die de Indo-Europese Nederlanders verdienen in de geschiedenis en deswege de oorzaak is van heftige reacties.
    De rechtzetting dient als volgd vorm te krijgen:
    1) Na afloop van elke voorstelling dient de Stichting een uiteenzetting te geven over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, zoals het Japanse interneringsbeleid t.a.v. Indo-Europese Nederlanders, het moeten kiezen tussen Nederland en Indonesië, de rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen, dit alles vanuit Indo-Europees oogpunt gezien. Daarnaast wordt verklarende documentatie uitgedeeld aan belangstellenden. Op deze manier wordt het vertekend beeld van de documentatie direct gecorrigeerd en niet-gewenste reacties vermeden.
    2) De Stichting spreekt van een vervolgdocumentatie over kinderen in Jappenkampen. Daarin dienen Indo Europese Nederlanders voor te komen, die dan een verhaal presenteren vanuit een duidelijk Indo-Europees perspectief, hun ervaringen als Indo-Europese Nederlanders in de interneringskampen. Ik denk dat bijvoorbeeld Ted Hartman van het JES, daarover een duidelijk beeld kan geven. , ik heb hem, een gemotiveerd en bevlogen man via een demonstratie voor de Japanse ambassade leren kennen.
    Als de twee documentaires achter elkaar worden geplaatst, herkent de Indo-Europese Nederlander zich in zijn geschiedenis en krijgt tevens erkenning voor zijn oorlogservaringen.
    Op deze manier wordt tevens een historisch volledig, betrouwbaar en geloofwaardig beeld gegeven van de ervaringen van alle Nederlanders, Europese en Indo-Europese, in de Jappenkampen.
    Wat de buitenkampers betreft is het een niet minder ernstige zaak maar op een andere plaats kan daarover gediscusieerd worden.

  11. Ted Hartman schreef:

    Bovenstaande vraag beantwoord door Vz IP:
    Ja, over de doelstelling van wat wij willen bereiken, is het men wel met elkaar eens. Dat was in de periode 1999-2000 wel anders, toen allerlei Indische organisaties zich afzetten tegen het Indisch platform, omdat het ondemocratisch zou zijn. Ik herinner hierbij vooral aan de heer Deetman met zijn site en publicatie “Blimbing”. Het Parlement merkte dat ook, en daardoor kregen wij in de onderhandelingen over het Gebaar problemen. Prof. De Haan, toen kamerlid van het CDA, heeft mij tijdens het JES-Congres in het Kurhaus in Scheveningen verteld, dat door de oppositie in Indische kringen tegen het IP wij toen mogelijk een paar honderd miljoen guldens zijn misgelopen! De Joodse Gemeenschap deed dat slimmer! De Indische verdeeldheid haalde zelfs de Kamerstukken (verslag van 8 februari 2001).
    Neen, ik denk niet, dat het nodig is om dat nog elke aangesloten Indische organisatie te vragen. Het IP heeft tenslotte de tegenwoordige onderhandelingsdelegatie gekozen, die namens het IP de onderhandelingen voert. Mijn hartekreet over het bewaren van de Indische eenheid is dus niet zozeer uit angst voor de situatie nu, maar uit angst voor wat zich in 1999 – 2000 afspeelde, met o.a. als reactie tegen het akkoord van het IP met de Regering de oprichting van de SVJ. Ik ben daarom zeer verheugd, dat een bestuurslid van de SVJ nu in de delegatie zit.
    Ik hoop, dat dit Uw vraag beantwoordt.
    Met vriendelijke groeten, Herman Bussemaker
    Tot slot opmerking van Ted Hartman:
    Met dank aan dhr.Bussemaker.
    De achterban moet blijven vertrouwen op het IP en als één blok actiebereid blijven, niet “indommelen”. Dan wordt ons (on)geduld beloond! Wordt lid van JES, SVJ of Matahari als u het nog niet bent en kom op de JES-demonstraties, de a.s. 10e februari 2009.
    Blijf Indisch4Ever ook volgen voor het laatste nieuws!!!

  12. Ted Hartman schreef:

    Antwoord vz IP op voorgaande “piekeran”.
    Hartelijk dank voor Uw mee-denken.
    Met opzet is er van het Indisch Platform geen rechtspersoonlijkheid gemaakt, omdat een aantal aangesloten organisaties (Pelita, JES) dan het gevoel zouden kunnen krijgen, dat zij in een andere organiatie zijn “ingelijfd”. Zij zijn zelf immers ook al rechtspersoon. Een rechtspersoon aan een andere rechtspersoon laten rapporteren is juridisch en organisatorisch erg moeizaam.
    Met vriendelijke groeten, Herman Bussemaker
    Mijn volgende vraag aan vz IP is of er dan duidelijk algemene overeenstemming bestaat binnen het IP van ALLE aangesloten organisaties over het na te streven doel: Eer- , Rechtsherstel en Erkenning . . . Met zo’n eensgezinde achterban moet het IP wel verzekerd zijn van steun. Het saamhorig-heidsstreven moet niet indommelen maar juist wskker en actiebereid blijven, een opgave voor de tweede generatie!
    Ted Hartman

  13. Ted Hartman schreef:

    Aanvulling op bovenstaande reacties. WAT wil de Indische gemeenschap? Toch EER- én RECHTSHERSTEL! In de éérste plaats, ja. Nà het Gebaar wil men een Finale FAIR DEAL omdat het Gebaar onbevredigend was. En met het instellen van het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek probeert de Regering een pleister op de wond te zetten. . . !
    Makkelijker en vlugger gezegd dan verwezen-lijkt, maar wanneer het IP er in slaagt alle Indische clubs (weer) éénsgezind met genoemd DOEL achter zich te krijgen, de Dialoog éérst met Kamerleden te intensiveren en dan pas de Regering weer diplomatiek te benaderen (!), pas dan mag je resultaat = EERHERSTEL etc. verwachten!
    Dit is toch het Finale excuus, nà het Gebaar, WAT wij willen of niet? Vraag: Moet het IP in dat geval RECHTSPERSOONLIJKHEID krijgen ? waar in het verleden vraag naar was? Of behoudt het in zijn huidige vorm toch de slagkracht om indruk op politici te maken met resultaat? Een stichting waarin o.a. JES (Japanse Ereschulden), SVJ (Vervolgings-slachtoffers Jappenkamp) en Stichting Matahari enz. in opgaan, fuseren?
    Ted Hartman

  14. Ted Hartman schreef:

    Hierbij een reactie van de voorzitter van het Indisch Platform, dhr.H.Bussemaker.
    ———–
    U beseft terecht hoe moeilijk het zal zijn om de Indische gemeenschap adequaat te vertegenwoordigen. Zoals uit de reactie op de film “het jaar 2602” blijkt, is de oude koloniale kloof tussen Europese Nederlanders en Indo-Europese Nederlanders nog steeds latent aanwezig. Deze kloof werd door de Japanners versterkt met hun racistische behandeling van de twee groepen op Java, en vervolgens door opvolgende Nederlandse regeringen nog eens dunnetjes overgedaan, bijvoorbeeld met de Wet Uitkering Indische Getroffenen uit 1980, en opnieuw met de eerste voorstellen tot “Het Gebaar” van het Kabinet Kok-II. Gelukkig zijn er in het IP vertegenwoordigd een aantal organisaties, die beide groeperingen vertegenwoordigen. In elk geval zullen we er voor moeten zorgen, dat het onderscheid in de toekomst niet meer gemaakt wordt.
    Hoewel zelf “buitenkamper” heb ik de film “2602” met interesse bekeken. Het is een uitstekende film, die goed aangeeft hoe het leven binnen de Japanse kampen was, zoals ik dat van o.a. mijn vrouw gehoord heb. Hilarisch vond ik het tellen in het Japans. Hoewel ik niet in een Japans kamp heb gezeten, kan ook ik het rijtje een t/m acht uit mijn hoofd opzeggen in het Japans. Dit was echt een moment van herkenning. Ik hoop, dat de film een grote verspreiding mag krijgen. Dat Indo-Europeanen buitenkampers zich er niet in kunnen terug vinden, ligt besloten in de doelstelling van de film. Ik heb aan Peter Hoogendijk gesuggereerd om ook eens een documentaire over buitenkampers te maken. Er is net een interessante publicatie over verschenen in het kader van “Het Gebaar” (Rita Young en Zwaan de Vries: “Oorlog en overleven buiten de kampen”, Nijmegen 2009). Wie weet, komt het er nog van.
    In het licht van de komende gesprekken met “het gouvernement” hoop ik, dat de Indische gemeenschap zijn eenheid bewaart, en als een man achter de onderhandelaars van het IP gaat staan. Alleen dan kunnen we resultaten boeken.
    Met vriendelijke groeten, Herman Bussemaker
    ————
    Ingezonden door Ted Hartman

Laat een reactie achter op Boeroeng Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *