Kerstherinneringen

Bron: Tong Tong 1 dec. 1957

In het begin van de vorige eeuw woonde ik met mijn ouders, broers en een oudere zuster in Rembang, in die tijd reeds een plaatsje van vervallen grootheid. De oude wallen, om het residentshuis, de rijk verserde watervergaarbak op het strand, en het oude kerkhof met indrukwekkende monumenten en klinkende oud-Indische namen wekten het vermoeden van verloren gegane glorie.

Het plaatsje was toen twee hotelletjes rijk, die elkaar hevig beconcureerden en probeerden in attracties de loef af te steken. De eigenaar van een der hotelletjes was tevens slager van Rembang, wat zijn inrichting natuurlijk zeer ten goede kwam.
Mijn vader was destijds architect bij de burgerlijke openbare werken. Hij behoorde als zodanig tot de notabelen van het plaatsje. Mijn moeder was een levenslustige “vrolijke vrouw”, goedlachs en zeer behulpzaam. Ze stond steeds klaar om het leven op zo’n stil plaatsje wat aangenamer te maken. Geen wonder dan ook, dat het secretariaat van de sociteit mijn vader werd aangeboden, terwijl mijn moeder in wezen daar de spil van was. Ze organiseerde gezellige avondjes voor volwassenen en kinderen. Voerde operettes uit, enz., enz.
Het liep tegen kersttijd. Voor ons gezin altijd Het feest van het jaar.
Ik zat met een vriendinnetje op de grote trap achter het huis, die naar de tuin leidde. Moeder zat met naaiwerk in onze open achtergalerij.
Daar hoorden wij een stem roepen: “Moeder Frene, moeder Frenkel is u thuis?” Het bleek de eigenares te zijn van het grootste hotel, de echtgenote van de slager dus.
“H helukkig, ja,” klonk het. Mevrouw Cromp was een dikke gezellige schommel, gekleed in een hagelwitte, doorschijnende kabaja en en fijn gebatikte saroeng.

Ze waggelde naar moeder toe, die heel verbaasd keek over het bezoek, daar ze niet veel contact met haar had.
“Ik wil u om hullep vrahen weet u, moeder Frenkel.”
Mijn moeder bood haar een van de 4 krossi gojangs aan, die om de tafel stonden. Daar zaten de dames dan. Mevrouw Cromp genoegelijk wippend, terwijl haar geborduurde slofjes tegen de mat tikten.
“U ben so kna-a-ap, moeder Frenkel, as ister feest. U moet mij helpen, ja.”

Mijn moeder zegde lachend haar hulp toe. Wij twee meisjes luisterden gespannen naar het verloop van het gesprek.
“Weet u moeder Frenkel, ik wil kersfees maken in ons hotel; alle jongeluizen van de bossen komen altijd bij mij en nu die oude heer van Greundel wil hun lokken.”
Ze bedoelde hiermee de jonge jongens, die als bosopziener waren aangesteld in de djatibossen rondom Rembang en die op hoogtijdagen als Kerstfeest van hun negorij kwamen afzakken naar de grootste plaats in de omtrek. De concurrent trachtte haar dus deze lucratieve gasten af te snoepen.
“U ben so kna-a-ap,” begon ze weer, “hellep mij toch maatje Frenkel om kerseboom te maken met klietiek-klietiekan en dan ook met tabloo, u weet wel. U ben so kna-a-ap.”
Moeder protesteerde een beetje. Kerstfeest was immers een feest, waar wij kinderen ook naar uitkeken. Dat vierde ze liefst in de kring van haar gezin.

Maar mevrouw Cromp hield aan en was bereid het feest op de 26e te laten vallen. Toen was er ook geen bezwaar meer. Verheugd vertelde de hotelhoudsters: “Ik heb pak Kario al besproken met de ronsebons.” En toen moeder daartegen protesteerde, omdat ze het “fijn” wilde houden, “Ach maatje Frenkel, laat toch maar, as maar heef heluid. De jonge luizen willen immers daansen.”
Toen mijn moeder haar alle hulp toegezegd had, wist mevrouw Crom van dankbaarheid niet wat ze als tegenprestatie doen zou. Ze zou moeder “lekkere karbonajie” sturen en nog meer. En toen ze mij zag zitten, zei ze: “En jij non, kom nou morhen sondag bij Mientje spelen, ja en bij ons eten.”
Ik knikte beduusd. Mientje was haar dochtertje. Een aardig meiske, maar een stuk jonger dan ik.
Zondag ging ik verlegen de poort door die naar de tuin van het hotel leidde.

Tegen etenstijd werden we binnengeroepen. Een rijkelijk gedekte tafel stond klaar. Aan het hoofd was gedekt voor de heer Cromp. Ik keek mijn ogen uit. Hij had een groot Chinees bord van minstens 60 cm. diameter voor zich. In het midden lag een heuveltje rijst en daaromheen arrangeerde hij heel schilderachtig uit ieder schaaltje wat van de gerechten op tafel. Een biefstuk, heerlijk bruin gebraden lag, kennelijk speciaal voor hem, vlak bij het bord. Het was de eerste keer, dat ik zo iets zag.
Hij schrokte het eten naar binnen, formidabele hoeveelheden afgewisseld door brokken biefstuk en weggespoeld door grote glazen bier, terwijl hij telkens met zijn zakdoek het zweet wegveegde, dat door de inspanning en de warmte van de dag langs zijn voorhoofd druppelde. Plotseling schrok ik op en dacht, dat hij in een stuk biefstuk stikken zou. Zo leek het mij tenminste. Zelf had ik door het ongewone weinig gegeten

.
Na dat volgde een tijd van druk werken. Kerstversierselen maken, kleuren en bronzen van alles, wat voor de kerstboom bruikbaar was. Zilver- en goudpapier werd verwerkt tot slingers en voorwerpen die de boom zouden sieren. Op die kleine plaatsen in Indi kon je toen bijna niets kopen en zeker geen kerstversierselen. Tableaux werden in elkaar gezet, waarbij mij de grote eer toe viel voor Maria te fungeren, omdat mijn haar lang was.
Kisten en ruw beschilderde doeken vormden de achtergrond. Wij voelden ons zeer gewichtig en mevrouw Cromp herhaalde in vele toonaarden, dat mijn moeder “so kna-a-ap” was
Een primitief toneel was in de eetzaal van het hotel opgebouwd. Vader had enige mensen gestuurd om hierbij te helpen. Wij kinderen tekenden kaarten, waar de speciale uitnodigingen op geschreven zouden worden. Het was een evenement geworden dit kerstfeest in het hotel.
Toen wij op de bewuste avond aankwamen, was het gebouw versierd met bonte slingers en vlaggetjes. In een hoek van de eetzaal stond de kerstboom, smaakvol opgetuigd met het werk van onze handen. Dikke witte kaarsen waren met ijzerdraad aan de takken vastgemaakt.
Het geheel zag er feestelijk uit. Ons hart klopte van verwachting toen we de opgeschoven gordijnen van het “toneel” zagen. Mevrouw Cromp, keurig in het zwart, schommelde tussen alles door.
“Adoe maatje Frenkel, alles is so mooi,”klonk haar commentaar.
Mijn moeder verdween in de aangrenzende kamer die als kleedkamer was ingericht voor de “acteurs”. We werden gegrimeerd met rood crpepaper, geweekt in water, omdat er in die tijd niets anders was. We vonden onszelf zo prachtig. De zaal was volgeladen met gasten en de “bosjesmannen” waren in grote getale aanwezig. Dat was voor hen een heerlijke afleiding voor hun eenzaam en eentonig bestaan in de bossen.
De eerste tableaux zouden beginnen. Moeder had met een kinderkoortje het “Stille nacht, heilige nacht” op de piano ingestudeerd, waarbij ze zelf zou begeleiden op de piano. De djongossen hadden enige petroleumlampen uitgeblazen. Het was schemerdonker in de zaal. De eerste lucifers met Bengaals vuur werden aangestoken. De gordijnen werden weggeschoven. “Stille nacht, heilige nacht” klonk het boven de piano uit …..
Toen opeens klonk als een schrille wanklank de muziek van pak Kario met veel geboem-boem er boven uit. Hij speelde ook het “Stille nacht”, maar met zoveel aanloopjes en kronkelingen dat het een cacofonie van geluiden werd. Nooit in mijn later leven heb ik het mooie kerstlied zo ten beste horen geven. De gasten keken eerst verbaasd, maar lagen daarna dubbel van het lachen. Maar de stemming zat er opeens in.
Arme moeder, die zich duidelijk gekwetst moet hebben gevoeld in haar artistiek kunnen. De tableaux gingen nog wel door, maar het rumoer en de op uitbundige pret beluste jongelui, verhinderde de kerststemming. De “Herdertjes” werden afgewisseld door een kruispolka, een wals of een galop ….
Maar stil en sereen brandde in een hoek de kerstboom, waar een djongos met een lange stok met een flinke dot natte watten eraan, verhinderde dat een brand het uitbundige feest zou besluiten.
Cora

 

Bron: Tong Tong 1 dec. 1957

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

1 Response to Kerstherinneringen

  1. sil schreef:

    dank je wel….

Laat een reactie achter op sil Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *