Sinds de tachtiger jaren heeft Theodor Holman een column in de Groene Amsterdammer onder de naam Opheffer. Dit is de column van 8 november 2008
Toen ik studeerde, werd ik verliefd op een meisje dat psychologie deed. Op een avond voerde ze een proef met mij uit; ze liet me allemaal fotos zien van onbekende mannen en ik moest dan zeggen wie ik sympathiek vond. Ik meende dat het ging om serial killers ik had wel eens over zon onderzoek gelezen; de sympathieksten zouden de seriemoordenaars zijn. Zorgvuldig koos ik steeds de man uit met het sympathiekste voorkomen. Interessant, interessant, zei mijn vriendinnetje bij elke keuze.
Toen we klaar waren, vertelde ze dat ik afwijkend had gekozen. Ik had voortdurend blanke mannen aangewezen, in plaats van de gekleurde. Het was meestal zo dat gekleurde mannen eveneens gekleurde mannen het sympathiekst vonden mijn keuze was dus atypisch.
Ik vond het een onzinnig onderzoek waarop veel aan te merken viel en toch hield het me bezig. Blijkbaar identificeerde ik me met blanke mannen, terwijl ik zelf niet blank was, althans niet voor mijn vriendin. Dat hinderde me, merkte ik. Zo bruin was ik toch niet? Maar waarom vond ik dat erg? Wilde ik gezien worden als een blanke en had ik daarom voortdurend het sympathiekste gezicht een blank gezicht gevonden? Het enige wat ik kon bedenken, was dat ik me niet erg bruin voelde.
Mijn helden waren inderdaad ook niet bruin: Reve, Hermans, Komrij, sporthelden had ik niet, Bob Dylan, John Lennon, Frank Zappa, Jimi Hendrix, Mick Jagger… Een homo, een paar joden en een neger.
Ik herinnerde me in die tijd een anekdote die mijn moeder over mij vertelde. Wij hadden thuis het fotoboek The Family of Man, waarin fotos stonden van mensen in alle gedaanten uit alle uithoeken van de wereld. Mijn moeder had toen ik klein was gevraagd of ik wist wat een neger was. Dat wist ik. Een zwarte man. Toen moest ik een neger op de foto aanwijzen. Ik zag geen negers. Door de zwart-witfotos waren alle mensen grijzig van kleur. Dus ik herkende de neger niet. Mijn moeder vond dit hoogst komisch en later zelfs een bevestiging van het feit dat ik geen racist was, want hij herkent zelfs geen neger.
Raskenmerken, mij ontgingen ze, maar ik vond ze ook niet belangrijk. Wel merkte ik dat de groep waartoe ik behoorde Indische jongens het toch wel vaak over die bruine kleur hadden, maar dat meer uit politieke overwegingen.
En bij mij thuis? Ach, er werd veel gesproken over de beledigingen die de Nederlandse overheid de Indische gemeenschap had aangedaan, maar mijn ouders ankerden dat niet aan kleur. We voelden ons thuis domweg veel verstandiger dan die overheid. En dat is iets dat ik ook met grote regelmaat ben tegenkomen: Indische mensen voelden zich vaak ver verheven boven de blanke Nederlanders. Er was dus eerder sprake van een omgekeerde discriminatie. Blanken, dat waren toch eigenlijk onbeschaafde varkens… Waren wij de Grieken, dan waren zij de Romeinen. Dat gevoel heb ik trouwens zelf nog.
Als ik Obama zie, dan besef ik dat zijn kleur wel van groot belang is. En ik vraag me af: als ik in Amerika president had willen worden, en ik had er de kwaliteiten voor, was mijn kleur dan ook belangrijk? Ik geloof het wel. Ik moet er ook om lachen: Indo for president.
Ik google mijn familie wel eens, en dan zie ik dat er velen naar Californi zijn verhuisd. Bijna al mijn achterneven en -nichten zitten in het leger. Zelfs in Irak. Het vreemde is dat er zelfs een bloedlijn loopt zo hoorde ik, ik kan het niet controleren tussen mij en Colin Powell, de ex-generaal en voormalige minister van Buitenlandse Zaken in Amerika.
Die vind ik trouwens zon sympathiek gezicht hebben.
Precies mijn vader.






















































Toen ik voor het eerst deze column las dacht ik … Holman, je bent een wannabee-totok.
Maar als je zo open kunt schrijven daarover van toen froeher dan heb je het ook al gerelativeerd en wat afstand genomen van je vroegere instelling, toch ?
In de Moesson van november schrijft Holman over hetzelfde thema… zijn jeugdig streven om niet-Indisch te zijn.. Ook hier neemt hij eigenlijk afstand van dat.. Niet helemaal voluit, lijkt het ..maar toch..
Hij noemt zichzelf indo op klompen..
Mooi omschreven….maar is onze 2e generatie dat niet allemaal ? De een meer of minder ? Indo kesasar?
Over indoschoeisel gesproken.
In hetzelfde Moesson-november ( oei.. wat een reclame maak ik weer.. Marjolein, stuur je me wat lempers voor de sint ?)…
zegt Marion Bloem dat ze als kind niet op slippers mocht lopen omdat ze dan een kind uit de kampong leek..
Wat raar… mijn ouders droegen altijd thuis slippers. Helemaal geen probleem bij ons.. Buiten op straat voor het huis kon ook…. of even snel op bezoek bij de buren… maar we deden wel schoenen aan als we verder weg van huis gingen.
Nou ja… weten die belanda’s veel dat je dan op des kampongs lijkt.. Voor hen is het toch allemaal exotisch ?
(Marjolein, doe ook maar 5 sat:)
Also in het Moessonnovember schrijft Marscha Holman, dochter van Theo, over haar zoektocht naar de herkomst van Giovanni van Bronckhorst.
Wel Marscha.. ik heb die tocht ook gemaakt.
Pa van Bronckhorst is een indo en dus zeer vermoedelijk van de Indische familie van Bronckhorst..
Stamvader is Johan Meindert van Bronckhorst die in 1787 arriveerde in Indie vanuit Utrecht.. Zijn ouders waren Adriaan v. B en Meinarda Johanna van Cleef ..
Er is meer over bekend over deze voorouders van B…maar het is niet bekend dat ze verwant zijn aan de adellijke familie van Bronckhorst .. Leuk als iemand dat bewijs kan aandragen..
Maar Pa van Bronckhorst is niet de biologische vader van Giovanni.
Giovanni voelt zich in de eerste plaats Molukker (zijn moeder), neem ik aan en ik denk dat zijn band met de Indische familie niet zo sterk is ?