quote de Leestrommel
Dierbare lezeressen en lezers!
Er was eens een advocaat die de zoon was van een koekenbakker. Jan van Oppen had naar school mogen gaan. En nu hij succes heeft, is hij verliefd op een kolonelsdochter. Hij, Jan van Oppen, besluit dat hij moet kiezen in welke stand hij thuishoort: bij zijn lieve ouders, of bij zijn Eugenie? Uit wanhoop denkt hij erover naar Indi te gaan. Uit die crisis komen besluiten voort, die uiteindelijk tot meer ellende leiden. Hoe dat afloopt? Lees het zelf in Kleine Gerrit (ca. 1895) de novelle van Thrse Hoven, en let vooral op het haarscherpe portret van de kolonel: “vol eigenwaan en verbeelding, doch eigenlijk onwetend, een groot man in de wereld en in de sociteit, thuis een kleingeestig tirannetje.”
Uw Bezorgster, Vilan van de Loo<





















































Hallo Paul,
Ik heb je reactie gelezen en je hebt het over Frieda van Polanen Petel.
Nu zit ik dit alles te lezen met mijn moeder naast mij die mij bevestigd dat het hier om de zus van mijn vader gaat.
Als het goed is heet ze met haar achternaam Staupe.
Ze was wonende in Helmond in de Rubenstraat nummer 15.
Is jouw schoonmoeder soms Grace Staupe ?
Ik kan me zelf nog herrineren dat tante Frieda altijd lekkere koffie kon zetten in lage maar brede kopjes en dat er bij hun op de schouw allemaal vissen zaten.
Ik hoop dat we het hier over de zelfde persoon hebben.
Nou ik hoor wel weer een reactie.
groetjes Willem Jan
ps Mijn ouders zijn, Elise Rapp en mijn vader was Dolf van Polanen Petel. Ook wel Luv geroepen.
Je bedoelt Frieda van Polanen Petel, getrouwd met Ludwig Staupe?