Daad van Vrije Keuze Westelijk Nieuw-Guinea bleef eind 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht tussen Nederland en Indonesi. Na internationale druk sloten beide landen in 1962 een akkoord waardoor Nieuw-Guinea onder VN-bestuur kwam. De VN droegen het na een half jaar over aan Indonesi. Afgesproken was dat de Papoea’s na een aantal jaren zich mochten uitspreken over de voortzetting van de band met Indonesi. Deze volksraadpleging, genaamd een ‘Daad van Vrije Keuze’ had plaats in 1969 onder twijfelachtige omstandigheden. Historicus Pieter Drooglever toont in zijn boek hoe het Nieuw-Guineaconflict ontstond, zich ontwikkelde en werd opgelost. Dat gebeurt aan de hand van interviews en archiefonderzoek. Het boek besluit met de volksraadpleging en de reacties van Nederland en de VN. Bron
Dit boek werd gisteren gepresenteerd, schrijft Trouw
De bevolking van voormalig Nieuw-Guinea heeft in 1969 geen eerlijke kans gehad om zich uit te spreken over aansluiting bij Indonesie. Dat stelt prof. P. Drooglever in zijn studie ‘Een daad van vrije keuze’. Het onderzoek, dat vandaag wordt gepresenteerd, is op aandringen van de Tweede Kamer verricht in opdracht van het ministerie van buitenlandse zaken. Minister Bot heeft echter al eerder gezegd dat hij er geen aanleiding in ziet om bij Indonesi aan te kloppen. Bot vindt het voldoende als Indonesi werk maakt van de toegezegde ‘speciale autonomie’ voor de provincie Papua. Indonesie is mordicus tegen afscheiding van Papua



















































