Een persoonlijk verhaal

Charles F. Turpijn (1938) werd geboren in Palembang op Sumatra, maar groeide op in Surabaya op Java. Zijn vader was belastingaccountant en ging al in de jaren twintig naar Breda om carnaval te vieren met Indische schoolvrienden die op de KMA studeerden. Moeder was onderwijzeres en zowel thuis als op school stond de opvoeding in het teken van de Nederlandse cultuur. Tijdens de Japanse bezetting werd vader geïnterneerd in een voormalige KNIL kazerne in Tjimahi bij Bandung. Na de capitulatie keerde hij terug, maar tijdens de Bersiap periode werd hij opnieuw gearresteerd, dit keer door Indonesische opstandelingen. Charles vluchtte met zijn moeder en broer naar een rustige buitenwijk, maar uiteindelijk werden ze toch opgepakt en acht maanden lang gevangen gehouden in de binnenlanden van Java

Zie de video’s te  keeswouters.wordpress.com

Dit bericht werd geplaatst in diversen. Bookmark de permalink .

51 reacties op Een persoonlijk verhaal

  1. Jan A. Somers zegt:

    ” rustige buitenwijk, maar uiteindelijk werden ze toch opgepakt en acht maanden lang gevangen gehouden in de binnenlanden van Java” Waarschijnlijk Darmo? waar mijn moeder en zus woonden. Opgepakt zogenaamd in een Indonesisch beschermingskamp terwijl onze Brits-Indische bevrijders al in de buurt waren. Konden zo worden overgedragen. Maar weggevoerd naar Midden- Java waar ze pas in juni 1946 werden vrijgelaten door bemiddeling van het Rode Kruis.

  2. Jan A. Somers zegt:

    In de passagierslijst (12 november 1945) van HMS Princess Beatrix kom ik A.A. Turpijn en F.C. Turpijn tegen.Waarschijnlijk waren ze ook collega’s van me in de Werfstraatgevangenis.

    • Arthur Olive zegt:

      “Waarschijnlijk waren ze ook collega’s van mij in de Werfstraatgevangenis.”
      Werkten ze met u samen voor die melkerij of bedoeld u dat ze waarschijnlijk medegevangenen waren

      • Jan A. Somers zegt:

        “samen voor die melkerij ” Het verhaal gaat over “maar tijdens de Bersiap periode werd hij opnieuw gearresteerd, dit keer door Indonesische opstandelingen.” Dus medegevangenen, na de bevrijding met de Beatrix geëvacueerd. Allemaal in Javapost tamelijk,uitgebreid beschreven, inclusief volledige passagierslijst.

        • Arthur Olive zegt:

          “Dus medegevangenen”
          Ja dat klinkt beter dan collega’s in een gevangenis tenzij u de cipier was en dat was niet zo.

        • Jan A. Somers zegt:

          Ach ja, maar soms moet je iets wel relativeren. Als u dit allemaal zou hebben meegemaakt, zou u me wel hebben begrepen. Je moet soms boven het slachtofferzijn uitstijgen..

  3. Peter van den Broek zegt:

    Dhr Turpijn vertelt op de video zonder veel omhaal van woorden een kortbondig en duidelijk verhaal daarbij vermijdt hij te vervallen in duistere veronderstelllingen of kinderlijke fantasieën. Ondanks zijn toendertijd jonge leeftijd (geboren 1938) is zijn verhaal over de Bersiap in Soerabaja geloofwaardig, ik kan mij daarbij wat voorstellen, maar ik verwacht niet anders van een KMA-docent.,

    • Jan A. Somers zegt:

      In de kast (Geheim!) met geclassificeerde stukken, achter mijn stoel in mijn bureau stond ook een handboek hoe om te gaan met het officiersstokje. Vertrouwelijk!. Op mijn vraag aan de afdelingscommandant kreeg ik als antwoord.: Niet geclassificeerde handleidingen worden niet gelezen.

    • Hans Boers zegt:

      ….maar ik verwacht niet anders van een KMA-docent.,…

      Hoezo dan? Was je de docent van de KMA docenten, Peter?

  4. Peter van den Broek zegt:

    Hij geeft helaas niet aan waar in Soerabaja in de Bersiaptijd hij woonde en waar die “rustige buitenwijk” was.
    Dat is jammer want ik zoek het verband tussen Nederlanders/Indo-Europeanen, die omstreeks 15 oktober 1945 werden opgepakt en groepen pemoeda’s, die daarvoor verantwoordelijk waren.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Hij geeft helaas niet aan ” Over Soerabaja na de slag geeft hij een behoorlijk verhaal, maar je moet het wel beluisteren. Volgens de heer van den Broek zal hij als docent KMA betrouwbaarder zijn dan ik als luitnan sadja. Geen verhaal ver een geruïneerde stad. Net als mijn ervaring. Ja, de stadskampongs, waren allemaal plat. En wat grote gebouwen in de benedenstad zoals het Paleis van Justitie, de Kepandjenkathedraal en enkele grote winkels in o.m. Pasar Baroe.
      “Het was een verschrikkelijke tijd.” Maar u heeft het nu niet over de bersiaptijd, maar over de slag om Soerabaja. Over die bersaiptijd , waar ik toch vrijelijk door de stad reed op mijn fiets, komt er een reactie aan.

    • Jan A. Somers zegt:

      Uit de setting van het interview leid ik af dat het door de heer Abuys van het Archief Herinneringscentrum Kamp Westerbork is afgenomen. Hij is ook bij ons in Delft geweest voor een gelijksoortig interview. Weinig richtinggevende opmerkingen. Hij liet je aan het woord, met alleen af en toe een vraag om verduidelijking.
      De heer Turpijn geeft niet aan waar hij in Soerabaja in de bersiaptijd woonde, en waar die “rustige buitenwijk” was. Hij geeft overigens praktisch geen plaatsnamen. Uit zijn verhaal leidt ik af dat hij de wijk Darmo bedoelt, wat die “rustige buitenwijk” was.
      Het verhaal loopt voor de helft parallel aan mijn verhaal, en voor de andere helft parallel aan het verhaal van mijn moeder en zus. Soerabaja wordt de heldenstad genoemd, maar dat slaat op 10 november 1945, het begin van de slag om Soerabaja en niet op de besrsiap. In Surabaya worden ze niet graag aan die bersiap herinnerd. Inderdaad wordt Soerabaja genoemd als de door de bersiap zwaarst getroffen stad. Maar daarbij wordt de tijdlijn steeds vergeten..
      Na 15 augustus 1945 was het gezag in handen van de Japanse Kenpeitai, en die heeft dat voortreffelijk gedaan, samen met de PRI. De PRI oefende voornamelijk gezag uit in de woonwijken. Daar waren hier en daar barricades met PRI-mensen, van de voormalige PETA, opgeleid door de Japanners, gedisciplineerd. Voor mijn ’s-middagse melkronden had ik van de Indonesische huisarts een mooi papier met handtekeningen en mooie tjaps, en baboe Soep had gezorgd voor een roodwit speldje. Wel kwam er later wat vervuiling door onguur bersiapvolk bij. De Japanners patrouilleerden in de binnenstad en de grote wegen. Zo werden bijvoorbeeld de knokkende jongelui bij het vlagincident in een mum van tijd uit elkaar geslagen. Demonstreren mocht daarna alleen nog in de Stadstuin en een voetbalstadion. Overzichtelijk voor de Japanners, en niemand had er last van. U begrijpt waarschijnlijk, niet alleen een rustige buitenwijk, maar zelfs een relatief rustige stad! Waar ik vrijelijk rondreed
      Maar hieraan kwam begin oktober een eind aan. Een hoge Nederlandse marineofficier had op eigen houtje op 23 september de Japanners toestemming gegeven te vertrekken naar hun repatriëringskamp in Poedjon waar een groot aantal direct naar vertrok. Op2 oktober arriveerde het eerste RAPWI-transport vrouwen en kinderen uit de kampen in Midden-Java. Zij werden agressief bejegend en voor zover mogelijk onder bescherming van de achtergebleven Japanners geplaatst. Zo werd mijn meegekomen zus door Japanners bij ons thuis afgeleverd.
      Nadat die Nederlandse marineofficier op 29 september in opdracht van Patterson de Japanners opdracht had gegeven de overname van Soerabaja door de Britten voor te bereiden, sloeg de vlam in de pan. Nog dezelfde avond werd door een groep voormalige Peta, Heiho en Seinendan-soldaten een actieplan opgesteld: het mobiliseren van het (kampong)volk met de kreet siááááp, het gevangen nemen en ontwapenen van Japanse militairen en het bezetten van de telefoon- en telegraafkantoren. Het eerste doel voor de massale acties was het Japanse centrale wapenmagazijn voor Oost-Java in Don Bosco. Overal stonden pemoeda’s op wacht, gewapend met een Japans samoeraizwaard, een geweer of een pistool. Pemoeda’s denderden in auto’s, vrachtwagens en pantserwagens door de stad. Gepeupel ging zich te buiten aan moord en plundering. Zowel Christison, Mountbatten, als het Japanse hoofdkwartier hebben naderhand Huyer verantwoordelijk gesteld voor deze ontwikkelingen. Hij zou met de overgave van de Japanse troepen de verantwoordelijkheid voor rust en orde hebben overgenomen zonder zelf over een militaire macht te beschikken. Zowel de bestuurders als de pemoeda’s hadden totaal geen contact met de duizenden jongeren uit het gewone kampongvolk, werkloos, brodeloos, bendes die zich in leven moesten houden met plundering. Maar weet u wat nu zo opmerkelijk is? In de wijk Darmo was er van deze onrust niets te merken. Erger nog, elke dag reed ik nog mijn middagrondjes in de stad. Afstanden van zo’n 30 km, tot het Rode Kruis op Toendjoengan. Niet zo veel voor een grote stad, maar toch! Tot 20 oktober. Alleen wat opstootjes, en af en toe het tjngtjangen van een achtergebleven Japanner, vooral Japanse burgerambtenaren. Uit zo’n huis heb ik ook nog veel blikconserven en een goed werkende kortegolfradio gemillikt.
      Het volk werd opgezweept door radiotoespraken van de journalist Boeng Tomo van de ‘extremistische beweging’, en van K’tut Tantri, de Brits-Amerikaanse kunstenares Muriel Pearson met de bijnaam Surabaya Sue die zich bij de revolutie had aangesloten. Tussen 15 oktober 1945, ‘bloody Monday’ en 20 oktober werden (indo)Europese mannen en jongens, zoals ik, opgepakt en of rechtstreeks, of na bloedige confrontaties met de PRI en gepeupel in de Simpangclub, overgebracht naar de Van de Werfstraatgevangenis. Voor de hoofdpoort van deze gevangenis had zich een opgewonden menigte met bamboesperen, knuppels en kapmessen verzameld waar de nu aan hun lot overgelaten gevangenen zoals doorheen moesten zien te komen. Pas later wist de PRI weer greep op de situatie rond de gevangenis te krijgen en werden ook gevangen Japanners uit Soerabaja afgevoerd naar hun concentratiekampementen. Mijn verhaal wordt te lang, u kunt het zelf nog wel vinden in Javapost.
      Na dat tussenspel de laatste stuiptrekking van de bersiap: In de eerste twee weken van de slag om Soerabaja werden vele vrouwen en kinderen uit vooral Darmo, maar ook uit Goebeng weggevoerd. Zogenaamd ter bescherming, terwijl de Brits-Indiërs zich al een paar straten daarvoor bevonden, en ze aan hen konden worden overgedragen. De leegstaande huizen werden daarna door de ‘vrijheidsstrijders’ geplunderd. Daarbij waren achtergebleven burgers uiteraard op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Zoiets als collateral damage. Die verminkte lijken waren de eerste die we hebben geruimd na mijn terugkeer in Soerabaja. Dat was dan de laatste bersiap-activiteit. Dus bersiap van 1 oktober tot ca. 20 november.

  5. Robert zegt:

    En “rustige buitenwijk” in de Bersiaptijd in Surabaya? Een ideale situatie in de Bersiaptijd.

    • Anoniem zegt:

      Inderdaad waren er wel degelijk “rustige buitenwijken” in Soerabaja in die dagen. Het was n.l. NIET zo dat geheel Soerabaja in de hens stond. De voormalige Cannalaan (grootste deel richting Kapasarie) was vrij rustig, de Sawahan was vrij rustig, een paar straten te Darmo waren rustig, delen van de Ketabang Blvrd waren vrij rustig….. “Vrij rustig” in de betekenis van: als men het tegenover het begrip plaatst : “riots, relletjes, moordpartijen, slachtpartijen, etc etc.”

    • Robert zegt:

      Ik ben blij voor die mensen die in in “rustige buitenwijken” woonden tijdens de Bersiaptijd in Surabaya. Wij woonden in de Goebeng buurt en achter ons vanuit een kampong werd constant geschoten op Britse verkennings vliegtuigen, die ook weer terugschoten en zo nu en dan viel een mortiergranaat in onze voortuin en straat.Mitralleurkogels vlogen in onze garage. Onze buurman kreeg een mortiergranaat op zijn dak die ontplofte in zijn woonkamer. Pemudas schoten op ons huis omdat wij niet vlug de deur openmaakten voor hun. Het was niet de tijd om rustig de krant te lezen met koffie toebroek in een rustige wijk.

      • Hans Boers zegt:

        Senor Robert, volledig met u eens. Het was een verschrikkelijke tijd…. De Cannalaan waar ik het over had, was dat gedeelte waar de wachtposten van de Ghurka’s en Sikhs zaten, vlakbij de Jl. Anggrek en Melati tegenover de oude mariniers kazerne….. Mijn pleegpa hoorde wel de mortieren over gieren die vanaf zee werden afgeschoten, vertelde hij. Ik zelf zat “veilig en wel” in het B-kamp…Nou ja, wat heet veilig.

  6. Peter van den Broek zegt:

    3 Wat is het geval. In Soerabaja besluiten (locale)Inudonesische autoriteiten, dat op 15 oktober (bloody Monday) Nederlandse /Indo-Europeaanse mannen en jongeren moeten worden opgespoord en als gijzelaars opgesloten in de Werfstraat/Kalisosok-gevangenis.

  7. Hans Boers zegt:

    ….maar ik verwacht niet anders van een KMA-docent….

    Hoezo dan Peter? Was je DE docent van de KMA docenten?

    Hoezo dan? Was je de docent van de KMA docenten, Peter?

    • Peter van den Broek zegt:

      4 Groepen aangewezen pemoeda’s, voorzien van namenlijsten, organiseren razzia’s: ze kammen (Europese) wijken uit, sporen deze mannen en jongens op en vervoeren meer dan 3500 personen op vrachtwagens naar de gevangenis.
      Een 1600 personen worden niet direct naar gevangenis gevoerd maar gaan eerst bij de Simpang Club langs waar een Volksgericht deze personen aanklaagt en veroordeelt.

  8. Robert zegt:

    Inderdaad Meneer van den Broek; mijn oom Eckie was opgepikt door pemudas en weggevoerd naar de Werfstraat, kort nadat hij de “behandeling” en “zorg” bij de Kempetai had overleefd.Wij brachten hem voedsel in de Werfstraat. Hij viel van de wal in de sloot.De komst en overwinning in Surabaya van de Engelsen en “Brits-Indiers” was voor ons een ware blessing.Die “Brits-Indiers” en Engelsen are always in my prayers samen met de gemartelde en vermoorde slachtoffers van de Bersiaptijd.

    • Bert Krontjong zegt:

      Toch kan je met enige fantasie ook een lijn in die diverse verhalen ontwaren ,Robert was toen waarschijnlijk 7/8 jaar en liep vrij rond in Surabaya ,intussen voorbij gefietst door melkbezorger Jan + 14/15 jaar ( Ik heb het over 1945) ,Charles Turpijn ook afkomstig uit Surabaya zat toen in Bandung en was 7 jaar ,Hans Boers toen 3 jaar bekogelde de langs fietsende melkjongen met rotte eieren ,Pak Mertens zat enige honderden kilometers verderop in de kampong ondergedoken en was toen + 7/8 jaar ,Ron Geenen had het wel het slechts getroffen ,hij zat in een concentratie kamp en was toen 9 jaar ( 1945) ,wie daar ook “” vrije kost en inwoning “” genoot was Pak Keller toen 17 jaar ,Pak Keller zat natuurlijk in het mannenkamp samen met mijn vader en de oom van si Boeroeng ,oh ja hebben we natuurlijk ook nog kleine Pierre toen 7 jaar of zo en woonde in Semarang en als de boze Jap binnenstormde ,vloog Pierre ketjil snel onder de wijde rokken van oma en wie hebben we verder nog ? Noor de Ruyter de Wildt ook 3 jaar in 1945 en ook geboren in Surabaya was het buurmeisje van Hans Boers en samen met si Hansi bekogelden ze die melkjongen met rotte eieren ,tot die melkjongen er genoeg van had en Baboe Soep op die twee kleine nakals af stuurde ,die sloeg die twee driejarigen even flink met de sapo lidie .Baboe Soep werd voor deze heldendaad tegen de Belanda,s beloond met de titel “” Heldin van Indonesia “”…………………………………………. O.K ik hoop niet dat iemand op deze site ,dit verhaal serieus neemt .

      • R Geenen zegt:

        @@O.K ik hoop niet dat iemand op deze site ,dit verhaal serieus neemt .@@
        Moeilijk om dat te beoordelen, Bert. Ik zie nog steeds moment opnamen voor mij. Wie waren er het beroerds aan toe? Ik denk de 30 mannen van de Ombilinmijnen, die uit de Boei gevangenis werden gehaald verdacht van sabotage en maanden lang werden gemarteld. Zodanig dat er na ongeveer 8 maanden er 12 overbleven. Die mochten vervolgens tot rust komen in het Bangkinang kamp. Van die 12 mannen waren de vader van keller en de mijne. Je kan wel spreken van Beroerd, Beroerder, het Beroerds

      • R Geenen zegt:

        Nog iets Bert: Nu je het zo aanhaalt, komen bij mij weer beelden naar voren. Ik zie nu het volgende voor mij. Ik ben ongeveer 30 jaar. Lag met de tanker SS Avedrecht gemeerd voor lading aan een pier van het Perzisch eiland Kharg Island. Naast ons schip lag aan de andere zijde de japanse tanker ss Tonogawa Maru. Op de bakboort vleugel van de brug staat een jap in uniform en pet op.
        Hij leek als 2 druppels water op de wreeddaard in Bangkinang kamp. Hij had o.a. mijn oma, omdat ze niet goed kon buigen, tegen de grond geslagen. Ik stond daar op de brug van ons schip en keek die man recht in zijn ogen en hij naar mij. Daarna draaide hij zich om en verdween.
        Ik kan niet uit de hand tekenen, anders kan ik hem precies uitbeelden. Maar vele gezichten vergeet ik niet.

      • Hans Boers zegt:

        Beste Bert Krontjong…. Ik hoop niet dat iemand op deze site, dit verhaal serieus neemt….

        Nou Bert, er zijn er minimaal 2 bezoekers op deze site die het NIET serieus nemen en eindelijk een zucht van verlichting slaken en er om smilen, vanwege het feit dat er eindelijk wat HUMOR hier door jou – als medelezer – wordt neergeschreven, tussen al dat droeve naargeestig zwartgallig geweeklaag gemeier, geëmmer over die tijden van armoe en ellende en weet ik veel wat nog meer… “Das war einmal”, ligt achter ons samen met de door ons overkomen ellende en en welke twee medelezers op deze site spreken hun waardering voor je humor uit?

        Nou Bert, dat is Pierre in de eerste plaats en hij mij vroeg zijn waardering voor je hier neer te schrijven waarmede ik aan zijn verzoek voldoe door hierna hem te quoten:

        “Ik dacht nog even te mampir op I4E en kwam onderstaand stuk van Pak Krontjong tegen. Eindelijk HUMOR!
        Je naam komt er in voor en zelfs ik word genoemd. Als je er op reageert dan vind ik het niet erg, ja ik zou het toejuichen, wanneer je schrijft dat ik van zijn verhaal heb genoten en dat ook zou hebben gedaan, als ik er niet in voorkwam.
        Selamat tidoer. W/G P. Unquote. Bij deze dan.

        En als tweede natuurlijk ondergetekende zelf, die het ten zeerste waardeert en zoals al ooit eerder jaren geleden door jou gezegd: relativeren is een kunst 😉
        Dank je wel, namens P. en ikke HB.

        PS: Noor was niet zo’n durfal, maar ze juichte wel als er een ei doel had getroffen… 🙂

      • Jan A. Somers zegt:

        “ik hoop niet dat iemand op deze site ,dit verhaal serieus neemt .” Dat doen we toch al lang niet meer? Maar misschien bent u zo dom dat u dat nog niet hebt gemerkt. Niet erg hoor, komt vaker voor. Indo’s zijn net als mensen.

      • Anoniem zegt:

        Ja, Baboe Soep kreeg ook nog een jurk cadeau van de Belanda’s en kreeg daarna de naam Baboe Soepjurk.

        • Jan A. Somers zegt:

          “RAPWI hield zich bezig met evacuatie van POW and internees ” Als u de brief aan mijn vader goed leest, kunt u toch lezen dat die aan “Personeel Scheepaart” was gericht. Zonder begrijpend lezen geldt dit dus voor het hele ‘personeel scheepvaart’, niet alleen Jan, Piet en Klaasje. Dus ook alle buitenkampers met die arbeidsovereenkomst.
          “De R.A.P.W.I zorgt er dan voor dat gezinnen worden verenigd ” Onder die gezinnen vele buitenkampers, zoals mijn moeder en ik..
          “Britse militairen op Java en Sumatra en Australische militairen, De Britse militairen op Java/Sumatra waren al februari/maart 1946 vertrokken. Voor de Australische militairen in de Grote Oost begon dit al eerder. Overal waar de nieuwe KNIL-compagnieën aankwamen, ruimden de Australiërs met vreugde het veld.
          “waren legio verlofgangers op de cruiseschepen” In de tijd van pa Somers waren er nog geen cruiseschepen in bedrijf. Voor ons in 1946 de Sloterdijk, een troepentransportschip met slaapplaatsen 4 hoog (plus een plank voor je spullen) in de ruimen. Uit de brief van RAPWI aan mijn vader: “(…) dat slechts een minimum bed accommodatie aanwezig is (…). In dezelfde ruimte worden ook de maaltijden genuttigd waartoe ieder een bord,beker, lepel, mes en vork dient mede te nemen.(…). Aangezien aan dek geen geen banken of stoelen aanwezig zijn wordt aangeraden een kussen of klapstoeltje mede te nemen.”
          De door u genoemde cruiseschepen waren overigens de normale vooroorlogse passagiersschepen, omgebouwd tot troepenschip of hospitaalschip. Pas later zijn deze schepen weer omgebouwd tot passagiersschepen, Pas veel later zijn ze verder

  9. Peter van den Broek zegt:

    5 De vraag is welke groep of groepen van politiek gemotiveerde of subversieve pemoeda’s verantwoordelijk is/zijn voor de slachtpartij in de Simpang Club. Meelhuijsen geeft in zijn boek over Soerabaja een overzicht van politiek georienteerde pemoeda’s.

  10. Peter van den Broek zegt:

    De vader van Turpijn, accountant (1) kwam met zijn gezin (2) vòòr de onafhankelijkheid (3) en op recupeatieverlof (4) naar Nederland, Hij keerde met zijn gezin niet naar Indie terug, evenals meer dan 70% van deze gerepatrieerden (5). Hij ging met vervroegd pensioen (6).

    De personen uit de eerste repatrieringsgolf hebben wel enkele dingen met elkaar gemeen zoals de nummers tussen haakjes aangeven. Het was zogezegd een homogene en bevoorrechte groep.

    • Jan A. Somers zegt:

      ” bevoorrechte groep.” Hoezo? Gewoon toch arbeidsvoorwaarden? Had u al lang hier kunnen lezen: Al in december 1945 kreeg mijn vader in Singapore een brief van zijn werkgever, Dienst van Scheepvaart, Batavia-C. , 3 December 1945. : UWelEdelGestrenge(!!!) (…)
      I. Personeel Scheepvaart, dat door een dokter (met R.A.P.W.I. bevoegdheden) (…) tijdelijk (6 maanden, 1 jaar of langer) is afgekeurd en moet evacueren naar Holland, dient zich (…) te wenden tot de R.A.P.W.I. Singapore (…).
      En in een volgende brief; De R.A.P.W.I zorgt er dan voor dat gezinnen worden verenigd a/b van het evacuatieschip of indien niet mogelijk in Holland.
      En in een volgende brief: Van R.A.P,W,I. hebben wij vernomen dat gij geboekt zijt op (…)
      Zo waren er toch duizenden ambtenaren? En de duizenden met een zelfde soort arbeidsovereenkomst met een groot bedrijf? Niks bevoorrecht, gewoon de lettertjes volgen.

      • RLMertens zegt:

        @JASomers; ‘bevoorrechte groep etc.’- Gewoon? In die periode, eind ’45/begin ’46, ondanks arbeidsvoorwaarden, wel moeten aangeven of je familie in Holland heb etc. Wiens vader een vooroorlogse uitgezonden kracht was( de trekkers) kwamen als 1e aanmerking. Mijn tottok oom met gezin ging als ‘eerste groep’ (dec.’45). Bij zijn afscheid zei hij; ‘ik kom nooit meer terug in dit ondankbare (!) land. – Hij werd,voorheen gevangenis bewaker, tijdens bersiap door een 4 tal ex gevangenen/pemoeda’s bewerkt! ( heb al eerder/jaren geleden dit verhaal op deze site verteld)

        • Jan A. Somers zegt:

          “wel moeten aangeven of je familie in Holland heb etc.” Nooit van gehoord in 1945-’46. Misschien later, i.v.m. huisvesting? Een arbeidsovereenkomst heeft niets met familie te maken. En RAPWI al helemaal niet Die was belast met de toekenning van plaatsen op de door de geallieerde schepenpool vrijgegeven schepen. Op basis van door eigen artsen gekeurde mensen. Wat had RAPWI met familie te maken? Mensen als mijn vader werden door hun werkgever (Departement Scheepvaart) alleen maar verwezen naar die RAPWI-artsen.
          “Wiens vader een vooroorlogse uitgezonden kracht was” Wat is dit nou voor domme redenering? Het ging enkel en alleen om de arbeidsovereenkomsten. U weet toch wat dat voor dingen zijn, en wat er in staat? Of heeft u getekend bij het kruisje? En ik denk dat uw oom het goed heeft begrepen. Mijn vader is ook nooit terug gegaan, definitief afgekeurd. (voor de volledigheid, zij hadden kort voor de oorlog in Poedjon een huis laten bouwen om daar na pensionering te gaan wonen. Daar is de bersiap overheen geraasd.) En ik zag mijn toekomst (terecht) niet in Indië/Indonesië liggen. (u heeft uw carrière toch ook niet in Indonesië gezocht?)

        • Peter van den Broek zegt:

          Dhr Somers kent zijn eigen geschiedenis niet. Ltnt-GG Van Mook wilde dat de ex-geïnterneerden recupereerden in of vlakbij Nederlands-Indie (bvb Australie), maar dat ging vanwege de Bersiap niet zo eenvoudig. Van Mook was bang dat als Zij naar Nederland werden geëvacueerd niet meer terug zouden keren naar hun Moederland. De Repatrianten zagen de bui al hangen. Meer dan 70% van hen keerden niet meer terug. Onder hen waren veel midden- en hoger kader, die lekker in Nederland bleven zoals de vader van dhr. Turpijn (vervroegd pensioen) en er gingen veel met vervroegd pensioen. Van Mook was niet in een machtsvacuüm geraakt maar kon zijn Macht bij gebrek aan geschoold personeel in het begin gewoon niet uitoefenen. Hij zat daar bij wijze van spreken in zijn èèntje aan het Koningsplein.

          De Nederlandse RAPWI had het niet alleen voor het zeggen wie gerepatrieerd moesten worden. “All animals are equal but the pigs are more equal than otter animals”: Grote bedrijven zoals de BPM of handelsbedrijven hadden contingenten voor hun personeel bedongen en die mensen gingen zonder RAPWi-aantekening maar met voorrang naar Nederland, hoezo privileges!!!

          Tussen 1945 en 1949 repatrieerden ca 45000 personen, veel totoks, naar Nederland. Dat waren voornamelijk het Midden- en Hoger kader en hun gezinnen . Daarvan bleven ca 70% een kleine 32000 met behoud van pensioen/salaris/baan etc in Nederland.

          Vergelijk ik dat met de gerepatrieerden, die na 1949 in Nederland kwamen, dan mag ik toch wel van geprivilegieerden, gefortuneerden in de eerste repatriëringsgolf spreken. Voor hen was echt sprake van Repatriëring, ook voor vader Somers. Daarom kan niet van diverse repatriëringen golven gesproken worden.

        • RLMertens zegt:

          @JASomers; ‘domme opmerking etc.’- Nou u zegt het zelf; zat in hun overeenkomst! ‘Carrière niet in Indonesië etc.’- Verknald door ons beleid!

        • Jan A. Somers zegt:

          “Dhr Somers kent zijn eigen geschiedenis niet. ” “dat de ex-geïnterneerden recupereerden in of vlakbij Nederlands-Indie (bvb Australie)” Tjee, heeft u als hoge marineofficier, erger nog KIM-docent, weer iets gevonden om deze luitnan sadja dwars te zitten, is het weer niet goed. U heeft namelijk vergeten dat deze luitnan ook nog eens lui is. En uit brieven aan zijn vader alleen overprikt wat voor zijn vader relevant was. In dit geval zodanige gezondheidsschade dat Nederland in het vizier komt, vanwege mogelijke afkeuring. (en openstaand Europees verlof). Goed, ik zal nu maar weer eens het volgende lid overtypen:
          II. Personeel Scheepvaart, dat is afgekeurd (dokter met RAPWI-bevoegdheid) voor evacuatie naar Australië (vier maanden) kunnen dezerzijds worden opgeroepen, en alhier worden ondergebracht in afwachting van hun verrek naar Australië. Gesnapt? Dat is toch mijn eigen geschiedenis?
          “Grote bedrijven zoals de BPM of handelsbedrijven hadden contingenten voor hun personeel bedongen en die mensen gingen zonder RAPWi-aantekening” Hier heb ik ook van gehoord, maar niemand heeft mij die regeling kunnen laten zien. U wel? Overigens had mijn vader ook het plezier van soepelheid in de regelingen, waarbij hij ook nog zelf een en ander kon regelen Al in januari 1946 kreeg hij de gelegenheid te vertrekken, maar hij wilde eerst meer weten over mijn vermiste moeder en zus. Dat kon. Op 1 juni 1946 kreeg hij bericht van ze dat zij in Semarang waren vrijgekomen. Een week later kwamen ze in Batavia aan. Ik vertrok toen ook uit Soerabaja naar Batavia. Twee weken later zaten we op de boot naar Nederland. Soepel toch? Maar er was nog een probleem. Ik had op mijn Rode Kruispas uit Soerabaja 18 jaar staan. En ik was gezond. Ik mocht toen in eerste instantie niet mee naar Nederland. Maar de ambtenaar van de boekingen was een echte Indischman die het oeroesen machtig was. Ik ging dus op hetzelfde schip mee als corveeër Rode Kruis, met een gage van honderd gulden. En vrij reizen. Geprivilegieerden? Gewoon regelen toch, langs gebaande wegen.

        • Peter van den Broek zegt:

          Dhr Somers kent niets of weet weinig over de evacuatie. Het verhaal mag wel goed en nauwkeurig verteld worden.

          RAPWI hield zich bezig met evacuatie van POW and internees naar veilige oorden n.l. hun land van herkomst. Engelse POW gingen direct met troepentransportschepen terug naar Engeland, maar bij Nederlanders uit Indie waren er problemen.

          De geallieerden wilden wel vervoer voor evacuatie van Nederlandse POW en Internees regelen naar Nederlands-Indie, maar toen Nederland transportschepen vorderde voor vervoer van verlofgangers op luxe cruiseschepen naar Nederland terwijl Britse militairen op Java en Sumatra en Australische militairen, ondanks voor hun het einde van WO2 was ingeluid, de Orde en Rust moesten bewaken in de Nederlands kolonies op Borneo en Celebes . Dat ging zelfs de Engelse en Australische regering te ver.

          Ik kan best indenken dat het verlof van Pa Somers geloofwaardig gewas, maar er waren legio verlofgangers op de cruiseschepen waarvan de evacuatie gemanipuleerd dwz ”geregeld” was .

        • Jan A. Somers zegt:

          “RAPWI hield zich bezig met evacuatie van POW and internees ” Als u de brief aan mijn vader goed leest, kunt u toch lezen dat die aan “Personeel Scheepaart” was gericht. Zonder begrijpend lezen geldt dit dus voor het hele ‘personeel scheepvaart’, niet alleen Jan, Piet en Klaasje. Dus ook alle buitenkampers met die arbeidsovereenkomst.
          “De R.A.P.W.I zorgt er dan voor dat gezinnen worden verenigd ” Onder die gezinnen vele buitenkampers, zoals mijn moeder en ik..
          “Britse militairen op Java en Sumatra en Australische militairen, De Britse militairen op Java/Sumatra waren al februari/maart 1946 vertrokken. Voor de Australische militairen in de Grote Oost begon dit al eerder. Overal waar de nieuwe KNIL-compagnieën aankwamen, ruimden de Australiërs met vreugde het veld.
          “waren legio verlofgangers op de cruiseschepen” In de tijd van pa Somers waren er nog geen cruiseschepen in bedrijf. Voor ons in 1946 de Sloterdijk, een troepentransportschip met slaapplaatsen 4 hoog (plus een plank voor je spullen) in de ruimen. Uit de brief van RAPWI aan mijn vader: “(…) dat slechts een minimum bed accommodatie aanwezig is (…). In dezelfde ruimte worden ook de maaltijden genuttigd waartoe ieder een bord,beker, lepel, mes en vork dient mede te nemen.(…). Aangezien aan dek geen geen banken of stoelen aanwezig zijn wordt aangeraden een kussen of klapstoeltje mede te nemen.”
          De door u genoemde cruiseschepen waren overigens de normale vooroorlogse passagiersschepen, omgebouwd tot troepenschip of hospitaalschip. Pas later zijn deze schepen weer omgebouwd tot passagiersschepen, Pas veel later zijn ze verder omgebouwd tot (buitenlandse) cruiseschepen.
          Heeft u overigens gezien dat ‘Australië’ al behoorde tot mijn geschiedenis? Ik vergeef het u hoor, als je iemand wilt dwarszitten gaat het af en toe fout.

  11. Peter van den Broek zegt:

    Bovenstaande reactie gaat niet in op mijn argumentatie Homogeen EN bevoorrecht, dus ik ga gewoon verder met mijn verhaal

    6. Maar er is meer . Tel ik het aantal doden op: bloody Monday, Simpang Club, Goebeng transport en slag om Soerabaja en daaruit voortvloeiende deportatie van Nederlandse/Indo-Europese vrouwen en jongeren door Indonesische nationalisten, dan ontbreken op het appèl minstens een 500-tal doden en vermisten. Het totaal aantal doden en vermisten ligt om en nabij de 1000.

  12. Robert zegt:

    In die chaos en disaster ging niemand de doden exact tellen. Het is goed om te trachten tot een min of meer juist geschat aantal te komen, en zo tenminste alle slachtoffers te eren.

  13. Peter van den Broek zegt:

    IK heb mijn gegevens o.a. uit Huygens/NIOD:
    http://www.oorlogsgetroffenen.nl/thema/repatriering/02_3ReisNaarNederland

    De reis naar Nederland
    Voor vertrek

    De RAPWI was verantwoordelijk voor het vervoer van de Indische evacués naar de havenplaatsen, waar de Repatriëringsdienst Indië de verantwoordelijkheid over hen overnam. Vrouwen en kinderen uit de kampen op Java en Sumatra kwamen het eerste in aanmerking voor repatriëring vanwege de alarmerende situatie daar. Daarnaast kregen ook zieken voorrang bij de repatriëring. Hiervoor had men een doktersverklaring nodig van artsen die door het Centraal Evacuatie Bureau waren aangesteld. Een medische A-prioriteit was voor de meesten noodzakelijk om in de eerste helft van 1946 gerepatrieerd te worden. Daarnaast waren er nog anderen die een plekje kregen aan boord van de eerste schepen naar Nederland. Enkele grote Nederlandse bedrijven hadden voor hun werknemers een aantal plaatsen op de schepen toegewezen gekregen. Ook op grond van regeringsprioriteit of om economische redenen kwamen mensen versneld in aanmerking voor repatriëring.[1]

    Elke repatriant diende vóór vertrek naar Nederland in bezit te zijn van een formulier. Hierop stond aangegeven dat betrokkene geregistreerd stond bij het Kantoor Displaced Persons, in het bezit was van een KDP-identiteitskaart (waarvoor een KDP-registratiekaart was uitgeschreven) en dat de repatriant door de Medische Dienst was gekeurd.[2]

    Als iemand mij dwars wil zitten, gaat het af en toe fout

    • R Geenen zegt:

      @@Elke repatriant diende vóór vertrek naar Nederland in bezit te zijn van een formulier. Hierop stond aangegeven dat betrokkene geregistreerd stond bij het Kantoor Displaced Persons, in het bezit was van een KDP-identiteitskaart (waarvoor een KDP-registratiekaart was uitgeschreven) en dat de repatriant door de Medische Dienst was gekeurd.[2]@@
      Is dat wel waar? Ik ben naar aanleiding van uw schrijven even door alle papieren van mijn moeder gegaan. Heb niets over de KDP kunnen vinden. Ook herinner ik mij niet dat wij medisch gekeurd werden. Mijn moeder boekte de reis en op de dag van vertrek gingen we aan boord van het SS Chitral.

      • Jan A. Somers zegt:

        “Heb niets over de KDP kunnen vinden. Ook herinner ik mij niet dat wij medisch gekeurd werden.” Dat kan kloppen, ontwikkelingen in de tijdlijn. Direct na 15 augustus 1945 waren er heel veel mensen met een slechte gezondheid, die recuperatieverlof (Nederland of Australië) werden geadviseerd, maar er was een groot gebrek aan transportcapaciteit naar Nederland. Om al die mensen op een rijtje van haast te zetten moesten ze worden gekeurd door een dokter met RAPWI-bevoegdheid. Die RAPWI had verder de sleutel voor transport in handen. Maar in 1946 nam het aantal spoedgevallen natuurlijk sterk af en er was voldoende transportcapaciteit naar Nederland. De RAPWI-activiteiten werden afgebouwd en de keuringen vervielen. Op de schepen was het boeken, betalen, varen.

        • R Geenen zegt:

          @Op de schepen was het boeken, betalen, varen.@
          Dat betalen werd vaak voorzien van voorschotten, want de meesten hadden vlak na de oorlog geen geld. Immers wat iemand had is tijdens de oorlog vaak al besteed aan voedsel om in leven te blijven. (Op west Sumatra bestond er geen melk bedrijf). En die voorschotten daar kon mee gerommeld worden en dat gebeurde dan ook. Men was volledig afhankelijk van de ambtenaar die instructies uit Den Haag had.

    • Jan A. Somers zegt:

      Begin september werden vijf KDP/LOC-teams geformeerd, een voor Sumatra, drie voor Java en een voor Borneo en de Grote Oost; deze teams werden door Van Mook gesteld onder Britse RAPWI-leiding, met uitzondering van laatstgenoemde groep. Net als de KDP/LOC-teams werden ook lokale Rode Kruis-comités en comités van ex-geïnterneerden onder de RAPWI-vlag gebracht. Alleen al op Java waren bij de RAPWI op haar hoogtepunt zo’n 10.000 mensen in dienst. Betroffen de eerste schattingen voor bijvoorbeeld Java de aanwezigheid van 8000 Nederlandse krijgsgevangenen en 40.000 burger geïnterneerden, half december 1945 was het aantal door de RAPWI te verzorgen personen daar al opgelopen tot 204.050! Tussen 24 januari en 15 april 1946 werden de RAPWI-afdelingen opgeheven, hun civiele taken werden ondergebracht bij de AMACAB, de Allied Military Administration Civil Affairs Branch.
      Zelf heb ik geen zin details van procedures op te zoeken, voer voor historici. Ik geef alleen mijn eigen ervaringen en de correspondentie van de Dienst Scheepvaart aan mijn vader. En het uiteindelijk resultaat.
      Van al die door u genoemde procedures hebben zowel mijn vader, het gezin, en ik zelf geen gebruik hoeven te maken. Mijn vader kreeg al in het Julianakamp in Singapore van zijn werkgever de opdracht tot keuring door een arts met RAPWI-bevoegdheid. Dat papier moest hij afgeven in Batavia bij de Dienst Scheepvaart die alles regelde, merkte hij niets van. Mijn moeder en zus werden waarschijnlijk tot het gezin gerekend. Ik niet, mijn broer ook niet, (die was vanuit het kamp in Bandoeng rechtstreeks de militaire dienst ingerold), maar ik zag de boekingsambtenaar nadenken, in zijn papieren bladeren, en ik ging als corveeër van het Rode Kruis ook mee. Natuurlijk waren er regels gemaakt, daar zijn bestuurders voor. Maar in die rommelige tijd werden nogal wat regels kort gesloten, dat werkte, heb ik gemerkt. Hoef je geen hoge docent voor te zijn. Net als mijn vader die in Vlissingen huisvesting zocht. Een babbel met de bode en je kwam bij de juiste ambtenaar uit. Misschien niet de juiste, maar een die je verder kon helpen. Want die woonruimten waren niet bestemd voor iemand die niet tot de weggebombardeerde burgers behoorde.

  14. Peter van den broek zegt:

    Geëvacueerden (40000-45000) van de eerste repatriëringsgolf (1945-1949) gingen als onderdeel van hun op verlof i.c. recuperatieverlof naar Nederland. Let wel niet alle ambtenaren hadden zo’n vorstelijke regeling in hun contract, een retourtje kosten al gauw HFL 1000 per persoon en daar komt noch bij het doorbetaalde salaris tijdens het verlof , de salarissen in Nederlands-Indie waren aanmerkelijk hoger dan in Nederland , U weet wel, tropenjaren tellen dubbel

    Van de geëvacueerden keerden een groot deel (70%) niet terug naar Nederlands-indie. Die mogen met recht als gerepatrieerden aangemerkt worden.

    Pa Turpijn ging met vervroegd pensioen , hij was zeker de enige niet. Daaruit maak ik op dat hij om “oneigenlijke” redenen naar Nederland ging. Het verlof was geen verlof maar definitieve terugkeer naar het Vaderland. Nederland had in deze gevallen bij wijze van spreke de overtocht en salaris tijdens het verlof voorgeschoten.

    Aangezien Nederland of Nederlands-Indie de overtocht betaalde, dan had zij i.g.v. oneigenlijk gebruik van het verlof, het passagegeld terug kunnen vorderen. Ik vraag mij af of die terugvordering heeft plaatsgevonden. Waarschijnlijk zijn deze voorschotten “verrekend” met de niet-betaalde salarissen in de Japanse bezettingstijd.

    • Jan A. Somers zegt:

      “Let wel niet alle ambtenaren hadden zo’n vorstelijke regeling in hun contract” Let wel, de brieven waaruit ik citeer zijn gericht aan ‘personeel Scheepvaart’. Niet Jan, Piet of Klaas.
      Geen doorbetaald salaris, maar verlofsalaris. En u heeft vast niet de salarisgeschiedenis van mijn vader gezien. Door het studeren van één kind was er niets meer voor de andere.
      “oneigenlijk gebruik van het verlof” Kwam in vooroorlogse tijden ook voor als in Nederland een andere baan was gevonden. Lekker goedkoop voor het Indische gouvernement, hoefden ze de reis terug naar Indië niet te betalen. Mijn vader was overigens pas in Nederland definitief afgekeurd. Hij had dezelfde oogkwaal uit het kamp overgehouden als pa Turpijn. Is een paar jaar in Nederland voor behandeld, maar dat heeft weinig geholpen. Elke week kwam de wijkzuster van het WitGele Kruis voor behandeling.

    • Jan A. Somers zegt:

      “zijn deze voorschotten “verrekend” met de niet-betaalde salarissen in de Japanse bezettingstijd.” Hoezo? Voor mijn vader was het het uitgestelde Europees verlof van 1940/41. Niks uitgestelde salarissen. Of wist u nog niet dat het de salarissen vanaf maart 1942 betrof? Of nog drie maanden later. Min moeder heeft (samen met mij) kort voor de capitulatie drie maanden salaris moeten ophalen op het Gouverneurskantoor in Soerabaja. Werd uitgekeerd in zakjes muntgeld, het papiergeld was op.

  15. Anoniem zegt:

    27 juli 2020 om 13:01: ….. Als iemand mij dwars wil zitten, gaat het af en toe fout…
    28 juli 2020 om 11:10 …. een retourtje kosten al gauw HFL 1000 per persoon ….

    28 juli 2020 om 11:24 ….zeker weten.

  16. Robert zegt:

    De Bersiaptijd en de gevolgen ervan.https://www.youtube.com/watch?v=CiN1HtJzhGc

    • Peter van den Broek zegt:

      Heel leerzame video. Het jasje van de presentator is best grappig, maar of het draagbaar is, valt te betwijfelen.

Laat een reactie achter op RLMertens Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.